Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:7021

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-12-2020
Datum publicatie
28-01-2021
Zaaknummer
13.030232.20
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medplegen van witwassen horloges en 508.000 euro, medeplegen gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen via rechtspersonen. Gevangenisstraf 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Verbeurdverklaring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13.030232.20

Datum uitspraak: 30 december 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,

wonende op het adres [adres 1] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 september 2020 en 16 december 2020. Verdachte en zijn raadsman, mr. G.I. Roos, waren daarbij aanwezig. Namens de verdachte was op de zitting van 16 december 2020 ook mr. W.B. Lisi aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kramer, en van wat verdachte en zijn raadslieden naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – na nadere omschrijving op de zitting tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

1. witwassen van horloges en een geldbedrag van 510.605 euro op 9 juni 2020 te Amsterdam;

2. medeplegen van gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen in de periode van 1 januari 2017 tot en met 8 juni 2020 te Amsterdam.

De volledige tekst van de nader omschreven tenlastelegging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3 Inleiding

Naar aanleiding van een melding via het Meldpunt Misdaad Anoniem over een lid van een georganiseerde drugsbende dat nagenoeg constant zeer grote geldbedragen in zijn woning te Amsterdam zou hebben startte op 27 november 2019 het onderzoek MIDI naar verdachte [medeverdachte 1] . Gaandeweg heeft het onderzoek zich uitgebreid naar onder meer medeverdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ). Binnen het onderzoek zijn onder andere telefoons getapt en uitgelezen, technische acties uitgevoerd op de voertuigen van verdachten, getuigen gehoord, zijn verdachten op meerdere momenten geobserveerd en heeft financiële recherche plaatsgevonden. [medeverdachte 1] is bestuurder en enig aandeelhouder van [naam bedrijf BV 1] (hierna: [naam bedrijf BV 1] ) en [verdachte] is bestuurder en enig aandeelhouder van [naam bedrijf BV 2] (hierna: [naam bedrijf BV 2] ). Via deze rechtspersonen zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] beiden middellijk bestuurder en voor 50% aandeelhouder van [naam bedrijf BV 3] (hierna: [naam bedrijf BV 3] ) en [naam bedrijf BV 4] (hierna: [naam bedrijf BV 4] ). Op 9 juni 2020 zijn de woningen van verdachten doorzocht. Daarbij zijn contante geldbedragen, horloges, een Mercedes, hennep en hasj aangetroffen. De zaken van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn op zitting tegelijk behandeld. De zaak van [medeverdachte 2] is daarna op dezelfde dag op zitting behandeld. De rechtbank doet vandaag in alle drie de zaken uitspraak.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat het witwassen (feit 1) en het gewoontewitwassen (feit 2) kunnen worden bewezen.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

Voor witwassen van 510.605 euro (feit 1) refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Van gewoontewitwassen (feit 2) moet verdachte worden vrijgesproken. Verdachte heeft een verklaring afgelegd over zijn inkomsten die op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk min of meer verifieerbaar en voldoende concreet is. Ten aanzien van de contante stortingen van 64.420 euro op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat geen gerechtvaardigd vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig zijn, want in de inbeslaggenomen ordner met administratie van [naam bedrijf BV 3] is een veelvoud aan kwitanties met betrekking tot contante betalingen aangetroffen over de jaren 2017, 2018 en 2019, met een totaalbedrag van 55.853,99 euro. Voor de overschrijvingen van in totaal 251.844,24 euro op de bankrekening van [naam bedrijf BV 3] moet vrijspraak volgen. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij bedragen heeft betaald voor personal training van verdachte. Getuige [getuige 2] heeft facturen overgelegd en verklaard dat hij het bedrag van deze facturen heeft betaald voor bouwbegeleiding en bouwkundig en financieel advies door [naam bedrijf BV 3] . Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de herkomst van de overschrijvingen van de bedrijven van getuige [getuige 3] , die ook verklaarde [naam bedrijf BV 3] te hebben betaald voor bouwbegeleiding en bouwkundig advies bij bouwprojecten. Uit onderzoek naar gesprekken van verdachte is gebleken dat niet werd gesproken over strafbare feiten of verdovende middelen. Omdat voor de contante stortingen en overschrijvingen geen veroordeling kan volgen moet verdachte ook worden vrijgesproken van het witwassen van 71.322 euro salaris en 15.000 euro met vermelding RC die van de rekening van [naam bedrijf BV 1] op de rekening van [medeverdachte 1] zijn bijgeschreven en 137.196,50 euro betreffende een overschrijving management fees van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 1] . Subsidiair moet verdachte hiervan worden vrijgesproken, omdat hij geen betrokkenheid had bij deze overschrijvingen en meer subsidiair omdat de bankoverschrijvingen geen gedraging in zich houden die erop zijn gericht het zicht op de herkomst van geldbedragen te bemoeilijken noch geschikt zijn dat doel te bereiken. Dit standpunt geldt ook voor de overschrijving van 146.873,50 euro aan management fees van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 2] en 62.486,32 euro aan salaris van [naam bedrijf BV 2] op de rekening van verdachte. Voor de overschrijving van 17.000 euro van [naam bedrijf 2] op de rekening van [naam bedrijf BV 4] laat de verdediging het oordeel over aan de rechtbank.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen en het medeplegen van gewoontewitwassen (feiten 1 en 2).1

4.3.1.

Beoordelingskader

Ook als niet meteen duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, kan witwassen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat de voorwerpen van misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de voorwerpen. Zo’n verklaring moet concreet en verifieerbaar zijn, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan het witwassen van die voorwerpen worden bewezen.

4.3.2.

Veroordeling voor witwassen van 508.805 euro (feit 1)

In bijzettafeltjes in de woning van verdachte te Amsterdam zijn op 9 juni 2020 grote hoeveelheden contant geld aangetroffen in meerdere coupures van 50 en 100 euro.2 Het geld werd onder het tafelblad aangetroffen en betrof in totaal 508.805 euro. Dit geld zat in de bijzettafels verborgen in een verborgen ruimte die via een magnetisch systeem is te openen.3 Verdachte ontving sinds 2017 loon van [naam bedrijf BV 2] van 14.714 netto per jaar tot 22.402 netto per jaar. In 2016 en 2015 ontving hij tevens (zeer beperkt) loon van [naam bedrijf BV 5] respectievelijk [naam bedrijf BV 5] en [naam bedrijf BV 6] en er zijn geen schenkingen of erfenissen aan verdachte bekend.4 De manier waarop het geld is verborgen, de hoeveelheid geld en het feit dat coupures van 100 euro niet gebruikelijk zijn in het Nederlandse betalingsverkeer maakt dat de rechtbank vindt dat er een stevig vermoeden bestaat dat het geld uit misdrijf afkomstig is. Daarbij neemt de rechtbank ook mee dat uit de inkomenspositie en legale bezittingen van verdachte het aangetroffen geldbedrag niet kan worden verklaard. Dat betekent dat van verdachte een verklaring over de legale herkomst van het geld mag worden verlangd. Verdachte heeft geen verklaring gegeven over de herkomst van het geld. Hij heeft enkel gezegd het geld voor iemand te hebben bewaard, hierover niets te kunnen en willen verklaren en afstand van dat geld te willen doen. Na de inbeslagname heeft niemand zich als rechthebbende met betrekking tot dat geld gemeld bij de justitiële autoriteiten. De rechtbank vindt bij deze stand van zaken bewezen dat dit geld van misdrijf afkomstig is. Verdachte heeft op de dag van de doorzoeking over dit geld kunnen beschikken. Verdachte wordt dus veroordeeld voor het witwassen van het geld op 9 juni 2020.

Ten aanzien van de bij verdachte aangetroffen horloges bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen gerechtvaardigd witwasvermoeden gelet op de geringe waarde van de voorwerpen en het ontbreken van overige feiten en omstandigheden die erop duiden dat deze horloges van misdrijf afkomstig zouden zijn. Verdachte wordt van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

4.3.3.

Veroordeling voor gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen (feit 2)

De overschrijvingen van in totaal 251.844,24 euro op de rekening van [naam bedrijf BV 3]

De politie heeft de bankrekening op naam van [naam bedrijf BV 3] geanalyseerd. De analyses van de politie vermelden dat de procuratie- en pashouders van de rekening van [naam bedrijf BV 3] [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn.5 Ook vermelden deze analyses dat door diverse rechtspersonen in de periode van oktober 2017 tot en met mei 2020 geldbedragen van in totaal 254.844,42 euro zijn overgeschreven op de bankrekening van [naam bedrijf BV 3] met als omschrijving een factuur- of notanummer. Van een aantal overschrijvingen zijn facturen overgelegd door de getuigen [getuige 4] , [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] .6 De politie stelt dat de facturen allemaal dezelfde lay-out hebben en dat de omschrijvingen op de facturen luiden: “coaching en advies”, “werkzaamheden” en “Voor uitgevoerde werkzaamheden m.b.t. de bouwbegeleiding voor het adres: Achter Sint Pieter te Utrecht”. Naast de facturen heeft de politie ook de achterliggende stukken, zoals offertes, contracten, betaalbewijzen van kasbetalingen en specificaties van verleende diensten en/of geleverde producten in relatie tot [naam bedrijf BV 3] , gevorderd bij de rechtspersonen die geldbedragen hebben overgeschreven op de bankrekening van [naam bedrijf BV 3] . Deze achterliggende stukken zijn telkens niet verstrekt.7 De Landelijke Deskundigheidsmakelaar kandidaat deskundige Rensing heeft verklaard dat facturen altijd moeten kunnen worden gestaafd met achterliggende stukken, zoals een offerte of urenspecificatie.8 Daarnaast heeft Rensing verklaard dat om te werken als bouwbegeleider een bouwkundige opleiding moet zijn genoten, vlieguren moeten worden gemaakt, dat alle adviezen administratief worden vastgelegd en dat deze adviezen niet alleen mondeling kunnen worden gegeven.

De observaties

[medeverdachte 1] en [verdachte] zijn door de politie geobserveerd op 16, 20, 21, 22, 24 en 27 januari 2020.9 Deze observaties vonden plaats om een beeld te krijgen van het dagelijkse leven van [medeverdachte 1] . De politie heeft geverbaliseerd dat [medeverdachte 1] tijdens deze observaties dagelijks werd waargenomen met [verdachte] , dat [medeverdachte 1] dagelijks ontmoetingen had met [verdachte] , dat zij gesprekken voerden in openbare gelegenheden, dat [medeverdachte 1] een aantal keren de woning van [verdachte] betrad en dat bij alle observaties vooral het gedrag van [verdachte] opviel, omdat [verdachte] zeer regelmatig zijn omgeving aan het scannen was. Het vestigingsadres van [naam bedrijf BV 3] , [naam bedrijf BV 4] en [naam bedrijf BV 1] is [adres 2] . In geen van de observaties is waargenomen dat [verdachte] of [medeverdachte 1] hier is geweest of heeft gewerkt. Tijdens de observaties werden er door het onderzoeksteam geen ontmoetingen of duidelijke bedrijfsmatige werkzaamheden waargenomen. Er is gedurende meerdere korte periodes in het tijdvak van 18 december 2019 tot en met 10 juni 2020 onderzoek geweest naar de plaatsbepaling van de voertuigen van [medeverdachte 1] en [verdachte] .10 De politie heeft gekeken naar de projecten van de rechtspersonen verbonden aan getuige [getuige 3] op het moment dat de plaatsbepaling actief was vlak voor, tijdens of na de factuurdatum. De plaatsbepaling is vergeleken met zeven projecten, waarvoor in totaal voor 454,5 uren is gefactureerd. De Volkswagen van [medeverdachte 1] is niet in de omgeving van de zeven projecten gestopt of geparkeerd. De Volkswagen van [verdachte] is niet in de omgeving van de zeven projecten geweest. De Piaggio Vespa van [medeverdachte 1] en de Niu GT van [verdachte] zijn gestopt in de omgeving van de projecten. De politie heeft geverbaliseerd dat uit observatie bleek dat deze bromfietsen stonden geparkeerd in de omgeving van reisbureau [naam reisbureau] reizen, waar [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn waargenomen.

De tapgesprekken en de analyses van ruwe telefoondata

De telefoon van [medeverdachte 1] is van 14 januari 2020 tot en met 28 januari 2020 getapt.11 Het telefoonnummer [telefoonnummer] staat op naam van zijn bedrijf [naam bedrijf BV 1] en is aan de website van [naam bedrijf BV 1] gekoppeld. In twee weken tijd, van 14 januari 2020 tot en met 28 januari 2020, werden 41 gesprekken vanaf dit nummer geregistreerd. Van deze 41 geregistreerde gesprekken vonden dertien gesprekken plaats met een telefoonnummer op naam van een 77-jarige vrouw. Deze gesprekken vonden vooral plaats in de avonden. Tien gesprekken stonden geregistreerd met [naam bedrijf BV 2] . Buiten de rechtspersonen [naam bedrijf BV 2] , [naam notariaat] , [naam bedrijf 1] , een restaurant en [naam bedrijf BV 7] vonden er gesprekken plaats met telefoonnummers op naam van (natuurlijke) personen. Van 5 februari 2020 tot en met 4 maart 2020 is voornoemd telefoonnummer van [naam bedrijf BV 1] getapt.12 Volgens de politie zijn nagenoeg alle 48 telefoongesprekken niet van bedrijfsmatige aard. Er zijn 27 gesprekken geregistreerd met de vader van [medeverdachte 1] . Er vonden drie telefoongesprekken plaats met [verdachte] . Deze gesprekken hadden geen bedrijfsmatige inhoud en er vonden geen gesprekken plaats over hun gezamenlijke bedrijf [naam bedrijf BV 3] . In geen van de overige gesprekken wordt gesproken over werkzaamheden van [naam bedrijf BV 3] of [naam bedrijf BV 1] , aldus de politie. Aan de hand van de gesprekken tussen 6 februari 2020 en 2 maart 2020 is gebleken dat [medeverdachte 1] dagelijks contact heeft met zijn vader [persoon 1] . In de gesprekken gaat het vooral over de gezondheid van [persoon 1] , de dagelijkse bezigheden en hoe het met de zoon van [medeverdachte 1] gaat. In alle gesprekken wordt niet gesproken of gevraagd naar het werk of de werkdag van [medeverdachte 1] .13 In dezelfde periode waarin het telefoonnummer van [naam bedrijf BV 1] is getapt, is het telefoonnummer van [naam bedrijf BV 2] ook getapt.14 Volgens de politie zijn van de 65 telefoongesprekken nagenoeg alle gesprekken niet van bedrijfsmatige aard. Twaalf gesprekken zijn met de (ex)schoonvader van [verdachte] en zijn van sociale aard. Er vinden drie telefoongesprekken plaats met [medeverdachte 1] . Deze gesprekken hebben geen bedrijfsmatige inhoud en er vinden geen gesprekken plaats over hun gezamenlijke bedrijf [naam bedrijf BV 3] . In geen van de overige gesprekken wordt gesproken over werkzaamheden van [naam bedrijf BV 3] of [naam bedrijf BV 2] , aldus de politie. Uit de ondervangen telefoongesprekken is gebleken dat er, net zoals bij [verdachte] , geen gesprekken plaats hebben gevonden over de gefactureerde projecten in de periode dat de telefoongesprekken werden ontvangen. Bij een project zoals bij de Overtoom is gefactureerd voor 142,4 uren. Hierover vinden geen telefoongesprekken plaats. In geen enkel gesprek wordt gesproken over een advies, hoe de bouwwerkzaamheden verlopen en wat de problemen zijn bij de projecten. Ook over het aanbrengen, de haalbaarheid of de kosten, waarover getuige [getuige 3] verklaarde dat [naam bedrijf BV 3] dergelijke werkzaamheden heeft verricht, is uit de ondervangen telefoongesprekken niet gebleken. Dit geldt voor elk project waarbij onderzoek is verricht.

De websites van [naam bedrijf BV 1] , [naam bedrijf BV 2] , [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4]

De politie stelt dat de website van [naam bedrijf BV 1] opvallend leeg is.15 De website van [naam bedrijf BV 2] bestaat uit een home- en een contactpagina zonder enige informatie over eventuele werkzaamheden die door het bedrijf worden uitgevoerd. Op de website van [naam bedrijf BV 3] ontbreekt een directe link naar het zogenoemde “winkelmandje” van producten die in de wachtrij staan om te worden aangeschaft. De politie heeft ook onderzoek gedaan naar de vindbaarheid van de bedrijven in de zoekmachines Google en duckduckgo. Enkel bij zoekopdrachten waarbij de naam van de bedrijven wordt ingevoerd komen de bedrijven voor in de zoekresultaten. Bij zoekopdrachten met alleen het soort bedrijf of de producten en diensten al dan niet in combinatie met ‘Amsterdam’ of ‘Amsterdam Oost’ zijn de bedrijven niet vindbaar. [naam bedrijf BV 4] had geen officiële bedrijfswebsite waarmee mogelijke inkomsten gegenereerd zouden kunnen worden dan wel klanten geworven kunnen worden.

De rechtbank stelt op basis van voorgaande feiten en omstandigheden vast dat [medeverdachte 1] en [verdachte] via de bankrekening van hun bedrijf [naam bedrijf BV 3] meerdere geldbedragen met een totaal van 254.844,42 euro hebben ontvangen die niet kunnen worden onderbouwd. De facturen die zijn overgelegd ter onderbouwing van enkele van deze geldbedragen hebben een vage en summiere omschrijving. Bovendien zijn er geen achterliggende stukken van deze facturen overgelegd. Het dossier bevat geen enkel adviesrapport en geen enkele offerte, overeenkomst, berekening, urenspecificatie of ander stuk waaruit blijkt dat concrete werkzaamheden in het kader van bouwbegeleiding zijn verricht. Dit terwijl dergelijke stukken in de branche van bouwbegeleiding gebruikelijk zijn, het de gewoonte is om alle adviezen administratief vast te leggen en bouwbegeleiding niet enkel mondeling kan plaatsvinden. De rechtbank stelt ook vast dat verdachten niet aanwezig waren bij projecten waarvoor zij dit geld zouden hebben ontvangen en dat zij ook niet telefonisch met elkaar spraken over deze projecten. Verdachten voerden in het geheel geen gesprekken van bedrijfsmatige aard met elkaar, terwijl zij wel veelvuldig contact hadden. Het dossier bevat geen enkel gesprek over hoe de bouwwerkzaamheden verliepen en wat eventuele problemen waren bij de projecten. Bij een groot aantal gefactureerde uren zou worden verwacht dat hier telefonisch over wordt gesproken. Ook in dagelijkse sociale gesprekken met derden werd niet over werk gesproken. Opvallend vindt de rechtbank ook dat weinig werd gebeld en dat de telefoongesprekken van [medeverdachte 1] vaak plaatsvonden buiten gebruikelijke kantoortijden. Daarnaast hebben de bedrijven van [medeverdachte 1] en [verdachte] geen professionele websites die bij dergelijke bedrijven zijn te verwachten. De websites zijn slecht vindbaar, bevatten weinig tot geen informatie over de werkzaamheden en functies en het is niet mogelijk om via de website van [naam bedrijf BV 3] een product te kopen via het winkelmandje. Hiernaar gevraagd op de zitting konden de verdachten niet afdoende uitleggen hoe via deze website bestellingen konden worden geplaatst en wat de corebusiness van [naam bedrijf BV 3] is. De rechtbank concludeert dat met betrekking tot deze facturen een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen bestaat. Verdachten hebben geen enkele concrete verifieerbare verklaring gegeven om dit vermoeden te weerleggen, behalve ten aanzien van de facturen van [naam club] . Zowel [verdachte] als de bestuurder van dit bedrijf, getuige [getuige 1] , hebben verklaard dat deze facturen zijn opgemaakt en betaald voor personal training en groepslessen. In combinatie met de omschrijving op deze facturen en de getuigenverklaring van [getuige 1] is de verklaring van [verdachte] voldoende concreet en verifieerbaar, waardoor het op de weg van het Openbaar Ministerie had gelegen om hier nader onderzoek naar te verrichten. Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen, voor zover het betreft de facturen van [naam club] met een totaalbedrag van 16.335 euro.

De contante stortingen van in totaal 64.420 euro op de rekening van [naam bedrijf BV 3]

In de periode van 27 juli 2017 tot en met maart 2020 zijn er op de rekening van [naam bedrijf BV 3] 22 contante stortingen te zien. In totaal is 64.420 euro contant gestort.16 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. De verdediging heeft aangevoerd dat deze contante stortingen zijn verantwoord in de boekhouding van [naam bedrijf BV 3] met kwitanties van contante betalingen die herleidbaar zijn naar klanten. De politie heeft over deze kwitanties geverbaliseerd dat alle kwitanties originele kwitanties betreffen. Dit is volgens de politie opvallend aangezien het gebruikelijk is om bij kwitanties de klant het origineel mee te geven en een kopie (doordruk) te bewaren voor de eigen administratie als bewijs van betaling. Op alle kwitanties van juni 2017 staan namen. Er staat echter nooit een voornaam voluit geschreven. Evenmin staan er andere adres- en/of contactgegevens waardoor de gegevens op de kwitanties niet kunnen worden geverifieerd. Hetzelfde geldt voor de kwitanties van juli 2017. Er staan namen vermeld, maar nooit een voluit geschreven voornaam of andere adres- en/of contactgegevens waardoor de gegevens op de kwitanties niet kunnen worden geverifieerd. Op de kwitanties van november 2017 staan alleen gekochte producten. Er staan geen klantgegevens op waardoor deze niet geverifieerd kunnen worden. Op kwitanties van december 2017 staan geen namen, waar ze op eerdere kwitanties wel stonden. Ook op de kwitanties van januari, april, juni, juli, augustus, september, oktober en november 2018 en maart 2019 staan geen namen. De rechtbank stelt vast dat de kwitanties van contante betalingen niet verifieerbaar zijn en vindt bij deze stand van zaken bewezen dat de gestorte contante geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn.

De overschrijvingen van management fees van in totaal 146.873,50 euro van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 2]

In de periode van 1 januari 2017 tot en met 7 februari 2020 ontving [naam bedrijf BV 2] geldbedragen van in totaal 127.353,50 van [naam bedrijf BV 3] met als omschrijving ‘management fee.17 In de periode van 10 februari 2020 tot en met 28 juli 2020 is door [naam bedrijf BV 3] in totaal 19.520 euro betaald aan [naam bedrijf BV 2] met als omschrijving ‘management fee’.18 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 146.873,50 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijvingen van salaris van in totaal 62.486,32 van [naam bedrijf BV 2] op de rekening van [verdachte]

In de periode van 1 augustus 2017 tot en met 7 februari 2020 werd op de bankrekening van [verdachte] maandelijks salaris ontvangen van [naam bedrijf BV 2] , in totaal 62.497,49 euro.19 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 62.4486,32 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijvingen van in totaal 17.000 euro van het bedrijf [naam bedrijf 2] op de rekening van [naam bedrijf BV 4]

De politie heeft de bankrekening van [naam bedrijf BV 4] geanalyseerd.20 [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn de twee pashouders en procuratiehouders. Op 20 en 21 november 2019 werd viermaal 3.000 euro en eenmaal 5.000 op de rekening van [naam bedrijf BV 4] ontvangen van [naam bedrijf 2] . Getuige [getuige 5] heeft zich op 26 november 2019 bij de politie gemeld, waarbij zij verklaarde dat zij van haar boekhouder genaamd [persoon 2] contante stortingen moest doen op de bankrekening van [naam bedrijf 2] . Zij verklaarde van [persoon 2] vier bundels met 50-euro-biljetten te hebben gekregen die zij moest storten. Hierna moest [getuige 5] driemaal 5.000 euro en eenmaal 2.000 euro overmaken naar de rekening van [naam bedrijf BV 4] . [getuige 5] werd door [persoon 2] verteld dat [naam bedrijf BV 4] lezingen geeft door het hele land en dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in dit bedrijf werkzaam zijn. Het bleek volgens [getuige 5] de bedoeling dat zij elke week geld zou gaan krijgen van het ‘boekingskantoor’ van [verdachte] en [medeverdachte 1] , aldus de politie. Deze verklaring van [getuige 5] maakt dat de rechtbank vindt dat ten aanzien van deze 17.000 euro in relatie tot verdachten een stevig vermoeden van witwassen bestaat. Daarbij neemt de rechtbank mee dat de voornamen van [medeverdachte 1] en [verdachte] sterk overeenkomen met de namen die [getuige 5] heeft genoemd in haar melding, dat verdachten bestuurder en aandeelhouder van [naam bedrijf BV 4] zijn, en pas- en procuratiehouder van de bankrekening van [naam bedrijf BV 4] . Verdachten hebben over dit geldbedrag niets willen verklaren, waardoor dit witwasvermoeden niet is weerlegd. Bij deze stand van zaken vindt de rechtbank bewezen dat verdachte voornoemde 17.000 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geldbedrag van misdrijf afkomstig was.

De overschrijvingen van management fees van in totaal 137.196,50 euro van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 1]

In de periode van 1 januari 2017 tot en met 11 december 2019 ontving [naam bedrijf BV 1] geldbedragen van in totaal 117.676,52 van [naam bedrijf BV 3] met als omschrijving ‘management fee’.21 In de periode van 27 februari 2020 tot en met 28 mei 2020 is door [naam bedrijf BV 3] in totaal 19.520 euro betaald aan [naam bedrijf BV 1] met als omschrijving ‘management fee’.22 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 137.196,50 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijving van 15.000 euro van [naam bedrijf BV 1] op de rekening van [medeverdachte 1] onder vermelding: RC

Op 20 november 2019 werd naar [medeverdachte 1] 15.000 euro overgeschreven met als omschrijving RC.23 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft verklaard dat dit bedrag ziet op een lening voor een auto. Met deze verklaring heeft verdachte geen verklaring gegeven over de bron van deze 15.000 euro. Dat het overgemaakte bedrag een lening betreft voor een auto zegt weliswaar iets over het doel waarvoor dit bedrag werd overgemaakt, maar niets over de herkomst daarvan. De bankrekening van [naam bedrijf BV 1] werd uitsluitend gevoed door [naam bedrijf BV 3] en de aard van de inkomsten van [naam bedrijf BV 3] blijft ook met deze verklaring onduidelijk. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 15.000 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijvingen van in totaal 71.322 euro salaris van [naam bedrijf BV 1] op de rekening van [medeverdachte 1]

In de periode van 1 januari 2017 tot en met 11 december 2019 werd op de bankrekening van [medeverdachte 1] maandelijks salaris ontvangen van [naam bedrijf BV 1] , van in totaal 71.322,23 euro.24 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 71.322 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

Medeplegen

In het voorgaande heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachten samen aandeelhouder en al dan niet middellijk bestuurder waren van de rechtspersonen [naam bedrijf BV 1] , [naam bedrijf BV 2] , [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4] . Ook is vastgesteld dat verdachten veelvuldig contact hadden en naast zakelijk verbonden ook sociaal nauw bij elkaar betrokken waren. Op basis van de hoeveelheid overschrijvingen, de duur van het witwassen, de aard van de witwasconstructie, de overeenkomsten tussen de overschrijvingen van management fees van de rekening van [naam bedrijf BV 3] naar [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] en salarissen naar [medeverdachte 1] en [verdachte] concludeert de rechtbank dat sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Dat verdachten individueel zeggenschap hadden over de rekeningen van [naam bedrijf BV 1] , [naam bedrijf BV 2] en hun privérekening doet hieraan niet af. De rechtbank concludeert dat het opzet van verdachten was gericht op het verbergen en verhullen van de aard en de herkomst van het geld en dat dit geld vervolgens op verschillende manieren is overgedragen. Naar het oordeel van de rechtbank dienden de rechtspersonen van verdachten puur als witwasmachine. Uit de omstandigheid dat verdachten samen verantwoordelijk waren voor [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4] , dat zij als enige pashouder en procuratiehouder van de rekeningen waren, dat zij beiden over het geld van [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4] konden beschikken en dat zij samen deze witwasconstructie hebben opgezet concludeert de rechtbank dat zij over en weer wisten van de overschrijvingen van [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] naar hun privérekeningen. Bovendien komen de salarissen uit één en dezelfde bron, namelijk het witgewassen geld van [naam bedrijf BV 3] . Er is sprake van medeplegen dat in de kern bestaat uit een nauwe en bewuste samenwerking.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1:

op 9 juni 2020 te Amsterdam een geldbedrag van ongeveer 508.805 euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat geldbedrag van ongeveer 508.805 euro geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 2:

in de periode van 1 januari 2017 tot en met 8 juni 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander van een of meer geldbedragen van:

€ 71.322 (salaris door [naam bedrijf BV 1] overgeschreven op rekening [medeverdachte 1] ) en

€ 15.000 (overschrijving van [naam bedrijf BV 1] op rekening van [medeverdachte 1] onder vermelding: RC) en

€ 137.196,50 (overschrijving management fees van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 1] ) en

€ 17.000 (overschrijvingen van het bedrijf [naam bedrijf 2] op rekening [naam bedrijf BV 4]) en

€ 62.486,32 (salaris door [naam bedrijf BV 2] overgeschreven op rekening van [verdachte] ) en

€ 146.873,50 (overschrijving management fees van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 2] ) en

€ 64.420 (contante stortingen op rekening van [naam bedrijf BV 3] ) en

€ 235.509,24 (overschrijvingen van een of meer bedrijven op de rekening van [naam bedrijf BV 3] )

de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen en verhuld en voornoemde geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en omgezet, terwijl hij en zijn mededader wisten dat voornoemde geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf; en hij en zijn mededader van het plegen van dit feit een gewoonte hebben gemaakt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Motivering van de straf

6.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de eis van de officier van justitie veel te hoog is. Verdachte is first offender en in deze zaak zijn geen slachtoffers, geen benadeelde partijen en is geen sprake van wapens of geweld. Verdachte is duidelijk in een witwasconstructie meegesleept en heeft die niet zelf bedacht. Hij is misbruikt door mensen die bedrijven op zijn naam hebben gezet. Ook de omstandigheid dat belasting is afgedragen moet strafverminderend werken.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van een groot contant geldbedrag en aan medeplegen van gewoontewitwassen van grote hoeveelheden geld. Het gewoontewitwassen strekt zich uit over een periode van ruim drie jaren. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, ook vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, en is daarmee een bedreiging voor de samenleving. Witwassen bevordert het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld en/of het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder witwassen het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.

Verdachte heeft een blanco strafblad en wordt dus als first offender aangemerkt. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten die de rechtbanken onderling hebben afgesproken. Volgens de oriëntatiepunten voor fraudedelicten is bij een fraudebedrag tussen de 500.000 en 1.000.000 euro een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden het uitgangspunt. Het totaal van de witgewassen bedragen via [naam bedrijf BV 3] bedraagt ruim 300.000 euro. Het feit dat verdachte ook wordt veroordeeld voor witwassen van 508.805 euro maakt dat de rechtbank reden ziet om aan verdachte een hogere straf op te leggen dan aan zijn medeverdachte. Wel is een groot voorwaardelijk gedeelte op zijn plaats om verdachte in de toekomst te behoeden weer de fout in te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en partiële vrijspraken aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan acht voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. Personenauto

2. Scooter

3. 225.880 EUR

4. 273.900 EUR

5. 6.050 EUR

6. 2.750 EUR

12. 1.150 EUR

13. 1.100 EUR

14. 450 EUR

15. Vorderingen Bankrekening [rekeningnummer 1] t.n.v [naam bedrijf BV 4], ABN AMRO

16. Vorderingen Omschrijving: Bankrekening ABN AMRO [rekeningnummer 2] t.n.v. [verdachte] , ABN AMRO

17. Vorderingen

De voorwerpen 3 tot en met 6 en 12 tot en met 14 worden verbeurdverklaard, omdat het bewezen verklaarde daarmee is begaan. De andere voorwerpen (1, 2 en 15 tot en met 17) moeten worden teruggegeven aan verdachte.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1:

witwassen

feit 2:

medeplegen van gewoontewitwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 8 (acht) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd:

3. 225.880 EUR

4. 273.900 EUR

5. 6.050 EUR

6. 2.750 EUR

12. 1.150 EUR

13. 1.100 EUR

14. 450 EUR

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1. Personenauto

2. Scooter

15. Vorderingen Bankrekening [rekeningnummer 1] t.n.v [naam bedrijf BV 4], ABN AMRO

16. Vorderingen Omschrijving: Bankrekening ABN AMRO [rekeningnummer 2] t.n.v. [verdachte] , ABN AMRO

17. Vorderingen

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.P. Bleeker, voorzitter,

mrs. J. Thomas, A.H.E. van der Pol, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2020.

[...]

[...]

[...]

1 Voor zover niet anders vermeld wordt in de volgende voetnoten verwezen naar bewijsmiddelen uit het dossier. Tenzij anders vermeld gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 PV van doorzoeking ter inbeslagneming met nr. 191, pag. 5 094 e.v.

3 PV van bevindingen salontafels met verborgen ruimte met nr. 2019240046, pag. 5 059 e.v.

4 PV van bevindingen analyse iCOV-rapportage [verdachte] met nr. 89, pag. 2 061 e.v.

5 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 3] met nr. 31, pag. 3 080 e.v. en PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

6 PV van bevindingen facturen [naam bedrijf BV 8] en [naam club] met nr. 262, pag. 6 034 e.v., PV van bevindingen aangeleverde facturen [getuige 4] met nr. 327, p. 6 083 e.v., PV van bevindingen ontbrekende facturen Hotel [naam 1] en [naam 2] met nr. 361, pag. 6 099 e.v., PV van bevindingen analyse facturen [getuige 3] met nr. 362, p. 6 119 e.v. en PV van bevindingen facturen [naam holding] en [naam bedrijf 3] met nr. 326, pag. 6 162 e.v.

7 PV van bevindingen achterliggende stukken rechtspersonen met nr. 399, pag. 6 010 e.v.

8 PV van verhoor getuige verhoor deskundige Rensing met nr. 506, pag. 6 286 e.v.

9 PV van bevindingen dagelijkse bezigheden [medeverdachte 1] en [verdachte] naar aanleiding van observaties met nr. 12437021, pag. 1 059 e.v.

10 PV van bevindingen onderzoek naar plaatsbepaling voertuigen in gebruik bij [medeverdachte 1] met nr. 513, pag. 1 306 e.v. en PV van bevindingen onderzoek naar plaatsbepaling voertuigen in gebruik bij [verdachte] , pag. 2 120 e.v.

11 PV van bevindingen onderzoek belgedrag [medeverdachte 1] met nr. [nummer 4] , pag. 1 092 e.v.

12 PV van bevindingen onderzoek belgedrag naar aanleiding van tap [naam bedrijf BV 1] / [medeverdachte 1] met nr. [nummer 1] , pag. 1 105 e.v.

13 PV van bevindingen [medeverdachte 1] en vader bellen dagelijks maar er wordt niet gesproken over werk met nr. [nummer 2] , pag. 1 105 e.v.

14 PV van bevindingen onderzoek belgedrag naar aanleiding van tap [naam bedrijf BV 2] / [verdachte] met nr. [nummer 3] , pag. 2 009 e.v.

15 PV van bevindingen onderzoek belgedrag [medeverdachte 1] met nr. [nummer 4] , pag. 1 092 e.v.

16 PV deelonderzoek witwassen m.b.t. de zaak [medeverdachte 1] met nr. 484, pag. 1 311 e.v., PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 3] met nr. 31, pag. 3 080 e.v. en PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

17 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 2] met nr. 127, pag. 3 052 e.v.

18 PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

19 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [verdachte] met nr. 105, p. 2 082 e.v.

20 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 4] met nr. 34, pag. 3 063 e.v.

21 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 1] met nr. 28, pag. 3 029 e.v.

22 PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

23 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 1] met nr. 28, pag. 3 029 e.v.

24 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 1] met nr. 28, pag. 3 029 e.v.