Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:6342

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
C/13/692970 / KG ZA 20-1039
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een mede-eigenaar van een modellenbureau mag 15 modellen uit het bestand ‘meenemen’ naar haar nieuwe bedrijf ondanks een concurrentiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/692970 / KG ZA 20-1039 CdK/TF

Vonnis in kort geding van 15 december 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELVIS MODELS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] ,

statutair gevestigd te [plaats] en kantoorhoudende te [plaats] ,

3. [eiser sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie bij dagvaarding van 20 november 2020,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. C.C.M. Rijken te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. E. Maarsen-Neumann te Amsterdam.

Eiseres in conventie onder 1 zal hierna Elvis Models worden genoemd en eisers in conventie onder 2 en 3 tezamen in enkelvoud [eiseres] . Gedaagden zullen hierna in enkelvoud [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

Op de zitting van 1 december 2020 hebben eisers in conventie de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.

Beide partijen hebben producties (waaronder door [gedaagde] een conclusie van antwoord) en een pleitnota ingediend. Productie 10 van eisers in conventie is niet toegelaten en het origineel en de kopieën van deze productie zijn aan mr. Rijken geretourneerd, omdat de inhoud daarvan correspondentie tussen [gedaagde] en haar advocaat betreft. Op de zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over het opmaken van de jaarstukken van Elvis Models met inschakeling van derden, de informatieverstrekking en de wijze van waardering van de aandelen. De schikking is in een proces-verbaal opgenomen en op 3 december 2020 aan partijen verstrekt. Voor de overige geschilpunten is vonnis bepaald op heden.

Ter zitting waren, voor zover van belang, aanwezig:

aan de kant van eisers in conventie: [eiser sub 3] (hierna [eiser sub 3] ) met mr. Rijken,

aan de kant van [gedaagde] : [gedaagde sub 2] (hierna [gedaagde sub 2] ) met mr. Maarsen-Neumann.

2 De feiten

2.1.

Elvis Models is op 21 februari 2018 opgericht door [eiser sub 3] en [gedaagde sub 2] , middels hun beide holdings [eiser sub 2] en [gedaagde sub 1] (hierna ook: de holdings). De holdings houden elk 50% aandelen in Elvis Models. In de oprichtingsakte zijn statuten opgenomen.

2.2.

In de door 1 maart 2018 ondertekende aandeelhoudersovereenkomst tussen [eiseres] , [gedaagde] en Elvis Models staat in artikel 3: Concurrentie, relatie- en werknemersbeding (hierna het concurrentiebeding) het volgende:

“ De Aandeelhouders en de verbondenen [ [eiser sub 3] en [gedaagde sub 2] , vzr] verbinden zich jegens elkaar, alsmede jegens ieder van de afzonderlijke entiteiten die op enig moment deel uitmaken van de groep van de Vennootschap [Elvis Models, vzr] inclusief de Vennootschap, voor de duur van de tijd dat zij (direct dan wel indirect) Aandeelhouders zijn van de Vennootschap tot 2 jaar nadien, direct noch indirect, in welke vorm of hoedanigheid dan ook:

a. werknemers van de Vennootschap in dienst te nemen of anderszins werkzaamheden te laten verrichten;

b. activiteiten te ondernemen met betrekking tot modellen die een contact met Vennootschap hebben of hebben gehad, anders dan na verkregen schriftelijke goedkeuring van de Vennootschap, welke goedkeuring niet op onredelijke gronden zal worden onthouden voor zover het niet-concurrerende activiteiten betreft. Onder concurrerend worden verstaan werkzaamheden die concurrerend zijn met de activiteiten die de Vennootschap ontplooien.”

In artikel 6 van de aandeelhoudersovereenkomst is een aanbiedingsplicht opgenomen die inhoudt dat een aandeelhouder verplicht is haar aandelen aan de andere aandeelhouders aan te bieden als een van de situaties in artikel 12B lid 12 van de Statuten zich voordoet. In artikel 6 lid 2 sub b staat een aanvulling op dit artikel, inhoudende dat de aanbiedingsplicht ook geldt:

“indien de betreffende Aandeelhouder te kennen geeft dat zij haar werkzaamheden ten behoeve van de Vennootschap wenst te beëindigen of anderszins blijkt dat zij haar werkzaamheden ten behoeve van de Vennootschap beëindigt”

2.3.

Op 1 maart 2018 hebben de holdings ieder een managementovereenkomst met Elvis Models gesloten. In artikel 1 lid 3 staat dat de holding is belast met het bestuur van Elvis Models en dat zij verplicht is alles te doen en te laten wat een goed bestuurder behoort te doen en na te laten. In artikel 1 lid 4 staat dat de holding haar directeur en enig aandeelhouder voor het dagelijks management ter beschikking zal stellen aan Elvis Models. In artikel 3 lid 1 staat de holding een managementvergoeding van € 4.250,- per maand ontvangt (exclusief omzetbelasting). In lid 3 staat dat deze vergoeding jaarlijks kan worden aangepast. In artikel 4 lid 3 staat dat elke holding het recht heeft de overeenkomst door schriftelijke opzegging te beëindigen tegen het einde van een kalendermaand, met inachtneming van een opzegtermijn van 4 maanden of in overleg een kortere termijn.

2.4.

Begin 2020 is tussen [eiser sub 3] en [gedaagde sub 2] is een geschil ontstaan over de bedrijfsvoering van Elvis Models.

2.5.

Op 13 augustus 2020 heeft er een aandeelhoudersvergadering van Elvis Models plaatsgevonden, waarbij partijen en hun advocaten aanwezig waren.

2.6.

Bij e-mail van 23 oktober 2020 heeft [gedaagde sub 2] , namens haar holding, conform artikel 4 de managementovereenkomst, rekening houdend met de opzegtermijn, per 1 maart 2021 haar ontslag ingediend en meegedeeld dat zij tot die datum de managementvergoeding moet krijgen doorbetaald. In de e-mail staat verder, voor zover van belang, het volgende:

“(…) Met dit ontslag staat vast dat 50% aandeelhouder van Elvis BV, [gedaagde sub 1] , conform artikel 6 aandeelhoudersovereenkomst een aanbiedingsverplichting van haar aandelen rust, welke het verkoopverbod (artikel 5 aandeelhoudersovereenkomst) doorbreekt.

De aandelen van [gedaagde sub 1] worden daarom per heden te koop aangeboden aan [eiser sub 2] , conform artikel 6 statuten Elvis. Hierbij wordt conform artikel 6 aandeelhoudersovereenkomst het op 28 september 2020 door [gedaagde sub 2] aangeboden voorstel herhaald op basis waarvan de aandelen hierbij aan [eiser sub 3] worden aangeboden. Daarbij is [gedaagde sub 2] bereid om [eiser sub 3] nog meer tegemoet te komen door dit aanbod met Euro 5000 te verlagen onder de navolgende voorwaarden:

(…)

Vanzelfsprekend zal [gedaagde sub 1] tot 1 maart 2021 aan haar bestuurlijke verplichtingen van Elvis Models BV blijven voldoen en dient Elvis Models de managementvergoeding tot het einde door te betalen. (…)”

2.7.

Bij e-mail van 3 november 2020 heeft [eiser sub 3] op voorgaande e-mail van [gedaagde sub 2] gereageerd en haar ontslag bevestigd en haar gewezen op het in de aandeelhoudersovereenkomst opgenomen concurrentiebeding, alsmede een tegenvoorstel over de afwikkeling van hun samenwerking gedaan.

2.8.

Bij e-mail van 9 november 2020 heeft de advocaat van [eiser sub 3] aan de advocaat van [gedaagde sub 2] meegedeeld dat [eiser sub 3] gegronde redenen heeft om aan te nemen dat [gedaagde sub 2] in strijd handelt met het concurrentiebeding en [gedaagde sub 2] gewezen op haar gebondenheid hieraan en gesommeerd handelen in strijd met het concurrentiebeding te staken.

2.9.

Op dit moment zijn er ongeveer 75 modellen werkzaam voor Elvis Models en bevinden zich 50 potentiële modellen in de kweekvijver.

2.10.

[gedaagde sub 2] is van plan de vennootschap Parker MNGMT B.V. op te richten en zich daarmee eveneens te richten op de organisatie van modellenwerk.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Eisers in conventie vorderen samengevat en na vermeerdering van eis –:

1. [gedaagde] hoofdelijk op straffe van een dwangsom te veroordelen tot nakoming van het concurrentiebeding en haar te gebieden de concurrerende werkzaamheden met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden gedurende de looptijd daarvan,

2. [gedaagde] op straffe van een dwangsom te verbieden in welke zin dan ook negatieve uitlatingen te doen over eisers in conventie,

3. [gedaagde] hoofdelijk op straffe van een dwangsom te veroordelen alle informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de waardering van de aandelen, waaronder beantwoording van de in productie 14 vermelde onbeantwoorde vragen,

4. [gedaagde sub 1] tot en met 28 februari 2021 te schorsen als statutair bestuurder van Elvis Models,

5. [gedaagde sub 1] op straffe van een dwangsom verbieden gedurende de schorsing bestuurshandelingen voor Elvis Models te verrichten,

6. [gedaagde] hoofdelijk op straffe van een dwangsom te veroordelen alle administratieve gegevens die zij onder zich heeft (inclusief inlog- en toegangsgegevens voor de bedrijfsadministratie) aan eisers in conventie over te dragen.

Eisers vorderen tot slot [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Eisers in conventie stellen dat [gedaagde] haar aandelen in Elvis Models onvoorwaardelijk aan [eiseres] moet aanbieden en dat [gedaagde sub 2] niet daaraan de voorwaarde mag koppelen dat het concurrentiebeding komt te vervallen.

Het beroep op het concurrentiebeding dat geldt tot twee jaar na het eindigen van de aandeelhouderovereenkomst is immers niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en [eiseres] wil hieraan vasthouden.

Intussen is gebleken dat [gedaagde] zich hieraan niet houdt. Hoewel zij geen activiteiten mag verrichten met modellen die in contact staan of hebben gestaan met Elvis Models, doet zij dat wel. Voor haar nieuwe bedrijf haalt zij modellen bij Elvis Models weg en benadert zij werknemers van Elvis Models.

Daarnaast laat [gedaagde sub 2] zich negatief uit over [eiser sub 3] en dat is in strijd met artikel 1 lid 3 van de managementovereenkomst waarin staat dat zij zich als een goed bestuurder moet gedragen. Verder zijn er zwaarwegende redenen conform artikel 2:8 van het Burgerlijk Wetboek (BW) om [gedaagde sub 2] als bestuurder te schorsen. Zij betaalt namelijk de belastingdienst ondanks dat een betalingsregeling was getroffen, zij maakt geld over naar eigen rekeningen en zij blijft modellen van Elvis Models benaderen. De onderneming van Elvis Models gaat hierdoor ten onder.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde] vordert – samengevat na eiswijziging (de toevoeging

onder 4 en 7) –:

1. primair het concurrentiebeding te vernietigen en subsidiair te bepalen dat de termijn in dat beding komt te vervallen, althans wordt beperkt tot drie maanden, althans tot een in goede justitie te bepalen termijn,

2. te bepalen dat het [gedaagde] vrij staat haar eigen modellenbureau te beginnen, met omzetting van het concurrentiebeding in een relatiebeding inhoudende dat zij voor de modellen die voor 1 september 2020 een contract met Elvis Models hebben gesloten, althans een in goede justitie te bepalen termijn, gedurende de looptijd van het contract 50% van de commissie zal afdragen aan Elvis Models,

3. te bepalen dat het [gedaagde] vrij staat contact te hebben met derden die geen contract hebben met Elvis Models,

4. te bepalen dat [gedaagde] met onmiddellijke ingang, dan wel per 15 december 2020, dan wel per 1 januari 2021, dan wel een in goede justitie te bepalen termijn, geen bestuurder meer is van Elvis Models en ontheven is van haar bestuurstaken, alsmede te bepalen dat het bestuur de taak krijgt om [gedaagde] uit te schrijven als bestuurder bij de Kamer van Koophandel,

5. te bepalen dat de waardering van de aandelen van Elvis Models binnen 1 maand dient te geschieden met als peildatum 1 september 2020, dan wel een in goede justitie te bepalen datum,

6. [eiseres] hoofdelijk op straffe van een dwangsom te verbieden om negatieve uitlatingen te doen, al dan niet via Elvis Models, over [gedaagde] en Parker MGMT,

7. [eiseres] te schorsen als statutair bestuurder van Elvis Models.

4.2.

[gedaagde] stelt hiertoe dat de inhoud van diverse producties van [eiseres] als onrechtmatig verkregen moet worden bestempeld. Er is sprake geweest van computervredebreuk en er zijn prive aantekeningen van [gedaagde sub 2] geraadpleegd.

De privacy van [gedaagde] moet zwaarder wegen hetgeen tot bewijsuitsluiting moet leiden. [gedaagde sub 2] runde Elvis Models vanaf januari tot augustus 2020 feitelijk alleen. Zij is daarna overspannen geworden. Vanaf augustus 2020 leidt [eiser sub 3] Elvis Models. [eiser sub 3] gedraagt zich niet al een goed bestuurder. Hij haalt geld van de rekeningen en voert wanbeleid. Uit de tekst van het concurrentiebeding blijkt niet dat het [gedaagde] verboden is om een eigen modellenbureau te starten. Het concurrentiebeding is vaag geformuleerd en moet worden vernietigd, subsidiair is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde sub 2] kan niet verder met een eigen bedrijf als dit beding blijft gelden. [eiser sub 3] lijdt ook geen schade als [gedaagde] een eigen modellen bureau begint. Bovendien zijn de modellen van Elvis Models ontevreden over [eiseres] en willen zij Elvis Models verlaten. Dat komt door de managementstijl van [eiser sub 3] . Verder laat [eiser sub 3] zich negatief uit over [gedaagde sub 2] .

4.3.

Eisers in conventie voeren verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

ontvankelijkheid Elvis Models

5.2.

De vorderingen in conventie zijn ook ingesteld namens Elvis Models.

De voorzieningenrechter volgt het standpunt van [gedaagde] dat Elvis Models niet ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat niet gebleken is van een rechtsgeldig genomen besluit tot procederen door Elvis Models. Een besluit tot procederen dient immers door het voltallige bestuur met algemene stemmen te worden genomen (artikel 14 lid 4 van de statuten). Van een dergelijk besluit is geen sprake geweest en ook anderszins is geen rechtsgeldig besluit tot procederen tot stand gekomen. Elvis Models is dus niet-ontvankelijk in haar vordering.

Het concurrentiebeding

5.3.

In artikel 3 sub b van de aandeelhoudersovereenkomst is een concurrentiebeding (feitelijk een non-concurrentie- en relatiebeding) opgenomen, dat geldt gedurende het aandeelhouderschap en tot twee jaar nadien. Partijen verschillen van mening hoe dit beding qua reikwijdte moet worden uitgelegd. [eiseres] stelt dat het [gedaagde] is verboden concurrerende activiteiten te ondernemen met betrekking tot modellen die – zoals het er letterlijk staat – een contact met Elvis Models hebben of hebben gehad en [gedaagde] stelt dat partijen hebben bedoeld het beding te beperken tot modellen die een contract met Elvis Models hebben of hebben gehad. [gedaagde] stelt voorts dat als moet worden uitgegaan van ‘contact’ de reikwijdte van het beding veel te ruim is. De modellen bewegen zich immers makkelijk heen en weer tussen bureaus en contact is snel gemaakt. Er blijven voor haar nog weinig modellen over om mee te gaan werken, aldus [gedaagde] Niet in geschil is dat bij contractbespreking bij de notaris is gesproken over artikel 3 sub b van de aandeelhoudersovereenkomst. [eiser sub 3] heeft op de zitting verklaard dat bij de notaris is besproken dat het niet goed zou zijn als modellen van Elvis Models door een vertrekkende aandeelhouder worden meegenomen en dat in het begin bij Elvis Models niet met contracten werd gewerkt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat gelet op dat laatste en de omstandigheid dat, zoals op de zitting door [gedaagde sub 2] is verklaard, partijen hebben afgesproken dat met de belangrijke modellen van Elvis Models geen contract zou worden gesloten en de toelichting van [eiser sub 3] dat zij bij de notaris nog hebben beaamd dat de modellen niet van de ander zouden mogen worden afgepakt omdat dit niet bij hun normen en waarden zou passen, de bepaling aldus moet worden uitgelegd dat de vertrekkende vennoot, zonder toestemming van de achterblijvende vennoot, geen concurrerende activiteiten mag verrichten met betrekking tot modellen die een contact met Elvis Models hebben of hebben gehad.

5.4.

Voorts zijn er aanwijzingen dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft overschreden. Dit kan onder andere worden afgeleid uit de als producties 8 en 9 door [eiseres] overlegde e-mails en de als productie 13 overgelegde WhatsApp- correspondentie. Het standpunt van [gedaagde] dat de e-mails onrechtmatig zijn verkregen en niet mogen worden gebruikt, wordt niet gevolgd. Dat is op de zitting al aan de orde geweest. In het civiele recht dient immers het privacybelang te worden afgewogen tegen het belang van de waarheidsvinding. Op de zitting is uitgebreid stilgestaan bij hoe [eiseres] toegang tot de e-mails van [gedaagde sub 2] heeft verkregen. In het kort komt het erop neer dat [eiser sub 3] deze e-mails via de inbox van het mailsysteem van Elvis Models kon inzien, omdat de privé mail van [gedaagde sub 2] daaraan was gekoppeld. Hij heeft verklaard dat hij de e-mails, omdat hij daartoe werd ‘verleid’ door een verschenen tekst is gaan lezen. Hoewel het privacybelang van [gedaagde sub 2] daarmee is geschonden, weegt het belang dat in deze zaak kan worden vastgesteld of zij het concurrentiebeding heeft overtreden en dus de waarheidsvinding zwaarder. [gedaagde] stelt overigens dat haar computersystemen in opdracht van [eiser sub 3] zijn gehackt. Daarvoor zijn op dit moment onvoldoende aanwijzingen. [eiseres] betwist dat en het door [gedaagde] als productie 2 overgelegde rapport is onvolledig.

5.5.

In dit geding hoeft verder ook niet te worden ingegaan op de aannemelijkheid van de gemaakte inbreuk op het concurrentiebeding en hoe dat heeft plaatsgevonden. Partijen hebben ervoor gekozen de gegevens van de (benaderde) modellen buiten dit kort geding te houden (de producties waarin naar de modellen wordt verwezen zijn ook niet bij de feiten opgenomen) en gelet op de wijze waarop de voorzieningenrechter hierna invulling gaat geven aan het concurrentiebeding zal daar verder niet op worden ingegaan.

5.6.

Vervolgens komt aan de orde of het beroep van [eiseres] op het concurrentiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW), zoals [gedaagde] heeft aangevoerd. Voorop staat dat met het concurrentiebeding het belang van [eiseres] en het belang van Elvis Models wordt beschermd om haar modellen te behouden. Gelet echter op de ruime reikwijdte van het beding, de lange geldingsduur van het beding en de omstandigheden dat partijen Elvis Models samen gedurende vele jaren hebben opgebouwd en dat in dit kort geding niet kan worden vastgesteld aan wie het in overwegende mate heeft gelegen dat de samenwerking is verbroken, terwijl ook [gedaagde] in de toekomst werkzaam wil zijn in de branche die zij inmiddels zo goed kent en daar haar inkomen uit zal moeten halen, acht de voorzieningenrechter het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als het concurrentiebeding de komende twee jaren nog volledig geldt.

Tegen de achtergrond dat het aannemelijk is dat er modellen zijn die met [gedaagde] mee willen, wordt het dan ook redelijk geacht dat zij van de in totaal ongeveer 75 modellen die Elvis Models heeft, in overleg met [eiseres] , 15 modellen mag meenemen, zodat zij met deze modellen in de portefeuille haar nieuwe bedrijf kan opbouwen. Het komt vooralsnog redelijk voor dat partijen deze 15 modellen kiezen met een verdeling van 5 modellen uit de kweekvijver-pool, 5 uit de futureboard-pool en 5 uit de mainboard-pool. Daarnaast wordt het redelijk geacht dat de geldingsduur van het concurrentiebeding wordt beperkt tot 1 jaar nadat het aandeelhouderschap van [gedaagde] is geëindigd, maar niet langer dan tot 1 april 2022.

5.7.

De vordering in conventie onder 1 zal gelet op het hiervoor overwogene worden toegewezen, met dien verstande dat het concurrentieverbod geldt voor de niet aan [gedaagde] toe te wijzen 15 modellen en de geldingsduur van het concurrentiebeding zal worden beperkt tot 1 jaar. De vordering in reconventie onder 1 primair zal worden afgewezen, omdat die vraagt om een declaratoire beslissing die in kort geding niet kan worden gegeven. Gezien het in conventie onder 6.2 toegewezene zal het voor het overige in reconventie onder 1 gevorderde worden afgewezen bij gebrek aan afzonderlijk belang.

De vordering in reconventie onder 2 wordt gelet op het voorgaande slechts toegewezen ten aanzien van de 15 modellen waarmee [gedaagde] haar bedrijf kan starten als het mindere van hetgeen is gevorderd. Een en ander als onder 6.9 vermeld. De vordering in reconventie onder 3 wordt afgewezen gelet op de uitleg van het concurrentiebeding hiervoor onder 5.3 is gegeven. Aan het onder 6.2 toe te wijzen concurrentieverbod zal, zoals gevorderd, een dwangsom worden gekoppeld. Hoewel in de aandeelhoudersovereenkomst geen boete staat op overtreding van het concurrentiebeding, wordt het gerechtvaardigd geacht om een prikkel tot nakoming hieraan te verbinden. Voorkomen moet immers worden dat Elvis Models haar overige modellen door toedoen van [gedaagde] kwijtraakt. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

Negatieve uitlatingen

Zowel in conventie onder 2 als in reconventie onder 6 vorderen partijen een verbod om negatieve uitlatingen over elkaar te doen. Aannemelijk is dat partijen over en weer zich negatief over elkaar uitlaten. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat partijen dat in het vervolg niet meer zullen doen als de ontvlechting van hun samenwerking is voltooid. Met dit vonnis en de bereikte schikking wordt duidelijk hoe partijen uit elkaar moeten en dat zal de onderlinge verstandhouding tussen partijen naar verwachting doen verbeteren. Bij een verbod om in de toekomst negatieve uitlatingen te doen worden vooralsnog onvoldoende belang aanwezig geacht.

[gedaagde] schorsen als bestuurder

5.8.

De vordering in conventie onder 4 zal in die zin worden toegewezen dat [gedaagde sub 1] per 1 januari 2021 als statutair bestuurder zal worden geschorst tot en met het einde van de opzegtermijn op 28 februari 2021. De vordering in reconventie onder 4 kan niet worden toegewezen in kort geding, omdat dit een constitutieve beslissing zou zijn.

Gelet op de wederzijdse belangen van partijen is het wenselijk dat [gedaagde] zo spoedig mogelijk van haar bestuurstaken wordt ontheven. Door [gedaagde] tijdelijk te schorsen kan aan alle belangen worden voldaan. [gedaagde] zal tijdens de schorsing geen salaris meer ontvangen nu dit is bepaald in de managementovereenkomst art. 4 onder D. Het in conventie onder 5 gevorderde verbod zal eveneens worden toegewezen. Hieraan zal geen dwangsom worden verbonden. Op de zitting heeft [gedaagde] gevorderd [eiser sub 3] als statutair bestuurder te schorsen (in reconventie onder 7). Deze vordering wordt als onvoldoende gemotiveerd afgewezen.

Waardering van de aandelen en geven van informatie

5.9.

Over de waardering van de aandelen en het verstrekken van informatie, administratie en de inloggegevens hebben partijen op de zitting overeenstemming bereikt. De schikking is neergelegd in een proces-verbaal. De conventionele vorderingen onder 3 en 6 zullen dan ook worden afgewezen. Dat geldt ook voor de reconventionele vordering onder 5., met uitzondering van de peildatum voor de waardering van de aandelen die [gedaagde] vastgelegd wil zien op 1 september 2020 of een andere door de voorzieningenrechter te bepalen datum. Het komt redelijk voor die peildatum samen te laten vallen met de schorsingsdatum als bestuurder, dus op 31 december 2020.

Proceskosten

5.10.

Tot slot zullen de proceskosten in conventie en reconventie tussen partijen worden gecompenseerd, omdat zij over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

verklaart Elvis Models niet ontvankelijk in haar vorderingen,

6.2.

veroordeelt [gedaagde] hoofdelijk tot nakoming van het concurrentiebeding voor zover dat ziet op de niet aan haar in overleg toe te wijzen 15 modellen en haar te gebieden de concurrerende werkzaamheden onmiddellijk te staken en gestaakt te houden tot 1 jaar nadat het aandeelhouderschap van [gedaagde] is geëindigd, uiterlijk op 1 april 2022, of zoveel eerder als partijen overeenkomen,

6.3.

veroordeelt [gedaagde] hoofdelijk om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere overtreding van de veroordeling onder 6.2 en

€ 200,00 voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, tot een maximum van

€ 10.000,00 is bereikt,

6.4.

schorst per 1 januari 2021 [gedaagde sub 1] als statutair bestuurder van Elvis Models tot en met het einde van de opzegtermijn op 28 februari 2021,

6.5.

verbiedt [gedaagde sub 1] om gedurende de schorsing bestuurshandelingen voor Elvis Models te verrichten,

6.6.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.7.

compenseert de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

6.9.

bepaalt dat het concurrentie- en relatiebeding niet geldt voor de 15 modellen die in overleg tussen partijen aan [gedaagde] worden toegewezen,

6.10.

bepaalt dat voor de waardering van de aandelen in Elvis Models de peildatum van 31 december 2020 zal gelden,

6.11.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.12.

compenseert de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.13.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2020.1

1 type: CMEdK coll: