Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:627

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2020
Datum publicatie
07-02-2020
Zaaknummer
AMS 19/1628
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De duiding van de parkeerlocatie met een andere straat dan die waarin feitelijk is geparkeerd maakt niet dat de naheffingsaanslag vernietigd dient te worden als de gebruikte locatieduiding feitelijk het dichtstbijzijnde adres is bij de parkeerlocatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 12-02-2020
FutD 2020-0451 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/1628

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: A. van Beek).

Procesverloop

Op 6 februari 2019 heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] een naheffingsaanslag opgelegd voor niet-betaalde parkeerbelasting.

Op 16 maart 2019 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.

[eiser] heeft beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 27 januari 2020. [eiser] was aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Vast staat dat [eiser] zijn auto op 2 februari 2018 heeft geparkeerd in de nabijheid van het adres [adres 1] 25 in Amsterdam Zuid. Op de aanslag staat als locatie: ‘ter hoogte van [adres 1] 25’. Op de zitting is gebleken dat de auto stond in een parkeervak op [adres 2] aan de overzijde van het [adres 1]. Daar moest op dat moment betaald worden voor het parkeren. [adres 2] en het [adres 1] liggen in hetzelfde tariefgebied.

2. [eiser] betwist dat niet, maar zegt dat de naheffingsaanslag niet correspondeert met zijn feitelijke parkeerlocatie. Zijn auto stond immers niet op het [adres 1] geparkeerd, maar op [adres 2]. [eiser] wil graag dat de rechtbank de aanslag vernietigt.

3. De heffingsambtenaar bevestigt het standpunt van [eiser] , in die zin dat hij feitelijk op [adres 2] stond geparkeerd. Bij het controleren van zijn auto heeft de scanauto de gps-coördinaten geregistreerd, waarna een koppeling is gemaakt met het dichtstbijzijnde adres. Omdat de locatie aan [adres 2] aan die zijde van de weg geen perceelnummer heeft, is een koppeling gemaakt met het adres [adres 1] 25. Dit is volgens de heffingsambtenaar het dichtstbijzijnde adres en dus ook de juiste aanduiding voor de parkeerlocatie.

4. Op de zitting is met behulp van google streetview nagegaan waar [eiser] heeft geparkeerd ten opzichte van het dichtstbijzijnde adres. Dit blijkt het adres [adres 1] 25 te zijn. Dit adres ligt op een afstand van ongeveer 15 meter en in het directe zicht van het parkeervak waar de auto van [eiser] stond. Voor zover al moet worden aangenomen dat op de aanslag een onjuiste locatie staat door niet [adres 2], maar het [adres 1] te vermelden, kan dat eiser naar het oordeel van de rechtbank niet baten. Gezien de nabijheid van het adres [adres 1] 25 en zijn bekendheid met de situatie ter plaatse, was voor hem, zoals hij ook op de zitting bevestigde, meteen toen hij de aanslag ontving duidelijk over welke locatie het ging. Deze locatie blijkt bovendien nog eens uit de foto’s die hem in bezwaar zijn verstrekt en de gps-coördinaten. Voor zover de vermelding op de aanslag al onjuist is, berust die onjuistheid dus op een duidelijke, voor eiser kenbare vergissing. In zo een geval kan de aanslag in stand blijven. De rechtbank vindt daarvoor steun in de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 1978 (ECLI:NL:HR:1978:AX2808).

5. [eiser] krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het door [eiser] betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Gayir, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

5 februari 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.