Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:6223

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-11-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
C/13/693621 / KG ZA 20-1070 MDvH/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Documentaire mag uitgezonden worden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0945
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/693621 / KG ZA 20-1070 MDvH/MB

Vonnis in kort geding van 29 november 2020

in de zaak van

[eiser] ,

eiser bij dagvaarding op verkorte termijn van 28 november 2020 en akte wijziging eis van 29 november 2020,

advocaat mr. A.D. van Koningsveld te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RTL NEDERLAND BV,

gevestigd te Hilversum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NO PICTURES PLEASE PRODUCTIONS BV,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Ter zitting van 29 november 2020 heeft eiser, hierna ook [eiser] ., de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding en de akte wijziging eis toegelicht. Gedaagden, hierna gezamenlijk ook RTL c.s. en afzonderlijk RTL en NoPicturesPlease, hebben verweer gevoerd.

Beide partijen hebben schriftelijke stukken en een pleitnota ingediend.

1.2.

Ter zitting waren aanwezig:

- aan de kant van [eiser] .: mr. Van Koningsveld en mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam;

- aan de kant van RTL c.s.: [naam 1] en [naam 2] , juristen werkzaam bij respectievelijk RTL en NoPicturesPlease, mr. Van Kaam en zijn kantoorgenoot mr. J.G.J. van Groenedaal en, toen de voorzieningenrechter uitspraak deed, ook [naam documentaire maker] , maker van de documentaire die het onderwerp vormt van dit kort geding. Verder was aanwezig [naam misdaadjournalist] , misdaadjournalist.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is na het debat ter zitting mondeling uitspraak gedaan en meegedeeld dat de schriftelijke vastlegging (en uitwerking) daarvan (uiterlijk) op vrijdag 11 december 2020 zal worden afgegeven. Het hierna volgende is die schriftelijke vastlegging en is afgegeven op 11 december 2020.

2 De feiten

2.1.

[eiser] . is verdachte in een strafrechtelijk onderzoek naar het overlijden van de toen 11-jarige [slachtoffer] in 1998.

2.2.

Het onderzoek in de zaak [slachtoffer] heeft in de zomer 2018 een DNA-match met [eiser] . opgeleverd. [eiser] . was aanvankelijk onvindbaar en is in augustus 2018 in Spanje gearresteerd.

2.3.

De rechtbank Limburg heeft [eiser] . op 20 november 2020 vrijgesproken van doodslag en veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf wegens seksueel misbruik en wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] , zijn dood ten gevolge hebbend. Daarnaast is hij veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor het herhaald in bezit hebben van kinderporno.

2.4.

Zowel [eiser] . als het Openbaar Ministerie hebben tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 20 november 2020 hoger beroep aangetekend.

2.5.

Bij brief van 28 juni 2019 heeft J. Eland, hoofdofficier van justitie, verbonden aan het arrondissementsparket Limburg, aan mr. Roethof

meegedeeld dat het Openbaar Ministerie en de Politie in juli 2018 een overeenkomst zijn aangegaan met NoPicturesPlease en dat deze producent van plan is een programma met als (werk-)titel “Docu [slachtoffer] ” te produceren en via een zendgemachtigde uit te zenden. In de brief staat dat uiteraard geen opnamen zijn en worden gemaakt van [eiser] .. In deze brief staat ook:

Het doel van het programma is het publiek meenemen in de zaak [slachtoffer] door het werk van het rechercheteam en de officieren van justitie te volgen en in de documentaire te laten zien. (…) De uitzenddatum zal in ieder geval niet liggen voor de uitspraak van de rechtbank.”

2.6.

Op 27 november 2020 is in het televisieprogramma ‘ [naam programma] ’ aandacht besteed aan de voorgenomen uitzending van de documentaire, die inmiddels tot stand is gekomen en is genaamd “De zaak [slachtoffer] – achter de schermen bij het politieonderzoek”. Daarbij waren onder meer aanwezig de leider van het politieonderzoek [naam leider] , [naam documentaire maker] , de documentairemaker, en [naam misdaadjournalist] , vertrouwenspersoon van de nabestaanden van [slachtoffer] . In deze uitzending noemt de presentator de documentaire een ‘thriller’, valt het woord ‘dader’ enkele keren en zegt onderzoeksleider [naam leider] onder meer: “We staan nu waar we staan met de veroordeling van de dader”. Ook wordt onder meer een fragment uit de documentaire getoond waarin [naam documentaire maker] zegt: “Drie jaar lang volg ik een rechercheteam dat in het geheim op zoek is naar een dader.

2.7.

RTL is van plan om de documentaire in twee delen uit te zenden, op zondag- en maandagavond 29 en 30 november 2020.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] . vordert, samengevat, na wijziging van eis:

primair:

te verbieden om de documentaire ‘de zaak [slachtoffer] ’ of (beeld- en/of geluidsfragmenten daarvan) te (doen) uitzenden, of op welke wijze dan ook openbaar te (doen) maken,

subsidiair:

een dergelijk verbod uit te spreken tot dat de strafzaak tegen [eiser] . onherroepelijk is geëindigd,

meer subsidiair:

te verbieden om beelden waarop [eiser] . zichtbaar is, alsmede geluidsfragmenten waarop hij te horen is en/of naar zijn persoon zal worden gerefereerd, uit te zenden of op welke wijze dan ook openbaar te (doen) maken, zonder daarbij steeds uitdrukkelijk en duidelijk leesbaar te vermelden dat hij geen dader doch verdachte is;

uiterst subsidiair:

absoluut dan wel voor de duur van de strafzaak van [eiser] . te verbieden de arrestatie van [eiser] . te (doen) uitzenden, of op welke wijze dan ook openbaar te (doen) maken;

dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van RTL c.s. in de kosten van het geding en in de nakosten.

3.2.

[eiser] heeft aan zijn vorderingen – kort weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. RTL c.s. handelt onrechtmatig door de uitzending van de documentaire, omdat deze een verregaande en ontoelaatbare inbreuk maakt op zijn recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, op de onschuldpresumptie en op zijn recht op een eerlijk proces. In de documentaire wordt [eiser] . als dader beschreven, terwijl het hoger beroep nog aanhangig is. De documentaire dient geen algemeen maatschappelijk belang en heeft evenmin nieuwswaarde. Er is geen sprake van een misstand die aan het licht moet worden gebracht. Een eventueel opleidingsdoel (voor de politie, zoals wordt gesteld) kan ook worden bereikt zonder dat de film aan een groot publiek wordt getoond. Een belangenafweging dient dan ook in het voordeel van [eiser] . uit te vallen. Ook staat de verstrekking van de gegevens door de politie aan de documentairemaker op gespannen voet met artikel 19 van de Wet Politiegegevens.

Het was [eiser] . wel bekend dat een documentaire werd gemaakt, maar pas in de uitzending van het televisieprogramma [naam programma] van 27 november 2020 werd duidelijk wat daarvan de inhoud zou zijn. Daarom is pas op het laatste moment actie ondernomen.

3.3.

RTL c.s. voert onder meer aan dat geen grond bestaat om de uitzending preventief te verbieden. Aan de gerechtvaardigde belangen van [eiser] . wordt volgens RTL c.s. voldoende tegemoet gekomen, doordat hij niet herkenbaar in beeld is, er geen geheime (opsporings)informatie wordt getoond en wat er over [eiser] . wordt vermeld al bekend was in het publieke domein. Verder is, zoals aangekondigd, gewacht met uitzenden totdat [eiser] . in eerste aanleg strafrechtelijk is veroordeeld. De uitspraak van de rechtbank wordt in de documentaire juist vermeld en ook wordt vermeld dat [eiser] . (evenals het Openbaar Ministerie) in hoger beroep is gegaan tegen het vonnis. Zijn recht op een eerlijk proces wordt door de documentaire niet aangetast, aldus RTL c.s.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] . heeft bij zijn vorderingen een spoedeisend belang, aangezien de documentaire op 29 en 30 november 2020 zal worden uitgezonden en deze data niet tevoren aan [eiser] . of zijn advocaat zijn meegedeeld. Dat mr. Roethof naar aanleiding van de onder 2.5 genoemde brief al rechtsmaatregelen had kunnen treffen, neemt het spoedeisend belang niet weg. Van hem hoefde niet worden verwacht een verbod te vragen zonder enig idee te hebben hoe de documentaire eruit zou zien en wanneer die zou worden uitgezonden. Aan de andere kant heeft RTL c.s. terecht opgemerkt dat opmerkelijk is dat mr. Roethof toen niet enige reactie heeft gestuurd (bijvoorbeeld dat hij geïnformeerd wilde worden over inhoud en uitzenddatum en hier niet zomaar mee akkoord kon gaan). Dit betekent echter niet dat RTL c.s. daardoor in haar processuele belangen zodanig is geschaad dat [eiser] . in zijn vorderingen niet kan worden ontvangen. Dat de dagvaarding op stel en sprong is uitgebracht en dit kort geding op een zondagmiddag plaats moest vinden, had RTL c.s. op haar beurt kunnen voorkomen door de voorgenomen uitzenddata tijdig aan mr. Roethof mee te delen. Dat de uitzending al ongeveer een week eerder in het televisieprogramma RTL Boulevard is aangekondigd, zoals RTL c.s. ter zitting heeft meegedeeld, betekent niet dat iedereen daarvan dan direct op de hoogte is. Bovendien hebben de advocaten van [eiser] . uitgelegd dat met name de uitlatingen in het programma [naam programma] van 27 november 2020 aanleiding waren voor grote zorg over de uitzending, zodat zij toen pas hebben besloten tot het aanhangig maken van dit kort geding.

4.2.

Het gaat in deze zaak om een botsing van fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van RTL c.s. het recht op vrijheid van meningsuiting (persvrijheid), beschermd door artikel 10 van het EVRM) en aan de zijde van [eiser] . diens recht op de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). Het antwoord op de vraag welke van deze rechten zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Daarnaast mag het recht van [eiser] . op een eerlijk proces, waarbij de onschuldpresumptie een belangrijk uitgangspunt is, niet in het gedrang komen.

4.3.

Geoordeeld wordt dat het voorshands onvoldoende aannemelijk is dat, zoals [eiser] . stelt, door uitzending van de documentaire, zijn recht op privacy (bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer) op onrechtmatige wijze wordt geschonden en dat de onschuldpresumptie geweld wordt aangedaan.

4.4.

Uitgangspunt voor dit oordeel is de inhoud van de documentaire zoals zijdens RTL c.s. ter zitting uiteen is gezet en de fragmenten van de documentaire die inmiddels in het publieke domein zijn.

Voor dit oordeel is in het bijzonder het volgende redengevend:

1. de documentairemaker heeft geen inzage gehad in het onderzoeksdossier;

2. de documentairemaker is niet aanwezig geweest bij politieverhoren en er worden geen (fragmenten van) politieverhoren in beeld gebracht;

3. alle beelden van [eiser] . die in de documentaire worden gebruikt, zijn reeds eerder uitgezonden en bovendien wordt [eiser] . steeds ‘onherkenbaar’ (met balkje of ‘geblurd’) in beeld gebracht;

4. er zijn geen privégegevens van [eiser] . door de politie gedeeld met de documentairemaker;

5. de documentairemaker maakt zelf steeds duidelijk dat het om een verdachte gaat;

6. aan het eind van de documentaire wordt de uitspraak van de rechtbank juist in beeld gebracht en wordt vermeld dat zowel [eiser] . en het OM in hoger beroep zijn gegaan.

Daarbij is van belang dat met name de uit te zenden beelden van de arrestatie van [eiser] . al eerder zijn uitgezonden en daarmee deel uitmaken van het publieke domein en dat ook overigens deze zaak al onderwerp is geweest van tientallen perspublicaties.

4.5.

Voorshands is tegen voornoemde achtergrond eveneens onvoldoende aannemelijk geworden dat uitzending van de documentaire een schending oplevert van artikel 19 van de Wet Politiegegevens of anderszins vertrouwelijke onderzoeksgegevens worden gedeeld met pers en publiek, zodat dit geen verdere bespreking behoeft, nog daargelaten dat politie of het OM in dit kort geding geen partij zijn.

4.6.

Ten slotte heeft RTL c.s. terecht aangevoerd dat toewijzing van de vordering van [eiser] . zou betekenen dat RTL c.s. geen documentaire zou mogen uitzenden over een strafzaak die in de media al zeer veel aandacht heeft gehad, althans niet totdat [eiser] . onherroepelijk is veroordeeld. Dat zou een disproportionele maatregel zijn. Anders dan zijdens [eiser] . is gesteld, betreft de documentaire, waarbij het publiek een ‘kijkje in de keuken’ krijgt bij de politie in het kader van een grote strafzaak, een onderwerp van publiek belang dat, gelet op het recente strafvonnis in de zaak [slachtoffer] , aandacht heeft in de actualiteit en daarmee nieuwswaarde.

4.7.

Gelet op al het voorgaande is een inbreuk op de uitingsvrijheid van RTL c.s. op grond van eerdergenoemde belangen en rechten van [eiser] . in dit geval niet gerechtvaardigd.

4.8.

De gevraagde voorzieningen zullen dan ook worden geweigerd.

Er wordt ook geen aanleiding gezien om een van de subsidiaire vorderingen toe te wijzen, omdat aan de privacybelangen van [eiser] . in de documentaire, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen, reeds voldoende recht wordt gedaan.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] . in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van RTL c.s. begroot op:

– € 656,- € 656,- aan griffierecht en

– € 656,- € 980,- aan salaris advocaat,

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2020.1

1 type: MB coll: MV