Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:6167

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-12-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
13/043601-19 (zaak A) en 13/178144-19 (zaak B, ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Rolex-bende”. Meerdere straatroven waarbij voornamelijk Rolex-horloges zijn buitgemaakt. Gevangenisstraf van 40 maanden waarvan 20 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Verdachte was ten tijde van de straatroven nog jong (19) en lijkt nu op een kruispunt in zijn leven te staan waarbij hij met de nodige hulp nog kan terugkeren op het rechte pad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM


VONNIS

Parketnummers: 13/043601-19 (zaak A) en 13/178144-19 (zaak B, ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 14 december 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 22, 23, 30 september en 1, 2 en 6 oktober 2020. Het onderzoek is gesloten op 14 december 2020 waarna direct uitspraak is gedaan. Verdachte is aanwezig geweest bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaken.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De zaken tegen verdachte zijn gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (13/049852-19, 13/178154-19 en 13/684033-19), [medeverdachte 2] (13/051296-19, 13/178203-19 en 13/086717-20) en [medeverdachte 3] (13/043614-19 en 13/178164-19).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.H.S. Kurniawan-Ayre, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.M.M.M. Vogels, naar voren hebben gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen namens en door de volgende benadeelde partijen naar voren is gebracht:

  • -

    mr. E.P.H. van Esser namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] ;

  • -

    [vertegenwoordiger] namens de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ;

  • -

    mr. C.M. Bijl namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] ;

  • -

    de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ;

  • -

    mr. B. Pernot namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] .

Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen de deskundigen R. Holthuijzen, reclasseringswerker, H.C. Schoenmaker, forensisch psycholoog, en M.A. Westerborg, psychiater, naar voren hebben gebracht.

2 Inleiding

Dit vonnis heeft betrekking op het strafrechtelijk onderzoek genaamd 13Pellaea. Dit onderzoek richt zich op een serie straatroven, voornamelijk gepleegd in Amsterdam-Zuid, waarbij slachtoffers van hun dure horloges werden beroofd. [verdachte] is samen met onder andere [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aangemerkt als verdachte. Zij staan terecht in deze zogenoemde megazaak.

Het onderzoek startte naar aanleiding van een straatroof in de Frans van Mierisstraat te Amsterdam op 29 januari 2019. Het richtte zich op dat moment op [persoon] en [neefje] (het jongere neefje van de verdachte [medeverdachte 2] in deze zaak). Er bleek onder meer dat [persoon] gebruik heeft gemaakt van een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de Volkswagen Golf). Deze auto stond op naam van [naam 1] , de moeder van [verdachte] . Ook is gebleken dat [persoon] vermoedelijk gebruikmaakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: # [telefoonnummer] ). Op dit telefoonnummer is vervolgens een technische actie aangesloten.

Op 31 januari 2019 vond opnieuw een straatroof plaats, ditmaal in de J.J. Viottastraat te Amsterdam. Bij deze straatroof gebruikten de daders een donkere Volkswagen Golf met velgen die overeenkwamen met de velgen van de Volkswagen Golf.

In een gesprek van 1 februari 2019 heeft de gebruiker van # [telefoonnummer] omstreeks 19:00 uur een gesprek met de gebruiker van een ander telefoonnummer. Zij spreken af om die avond te gaan ‘scannen’ voor een ‘actie’ in de nacht. De politie vermoedde dat [persoon] van plan was om die avond/nacht op pad te gaan om een straatroof te plegen en nam de Volkswagen Golf in observatie. Tijdens de observatie, die duurde van 1 februari 2019 om 22:44 uur tot 2 februari 2019 om 05:15 uur, zag de politie dat [persoon] optrad als bestuurder en dat hij afwisselend met twee en/of drie onbekende jongens in de auto zat. Het grootste gedeelte van de observatieperiode reed de auto zonder doel de locaties af waar de meeste slachtoffers van voornoemde straatroven waren geweest voordat ze werden beroofd. [persoon] en de andere personen bevonden zich veelvuldig in en rondom de omgeving van Amsterdam Zuid en het centrum van Amsterdam. Ze reden langzaam in de omgeving van horecagelegenheden en [persoon] liet meerdere malen iemand op een locatie uitstappen om deze vervolgens weer op te pikken.

In een gesprek van 3 februari 2019 belde [persoon] met een onbekend gebleven man en vertelde hem dat hij in een zwarte Polo rijdt. Uit onderzoek in de politiesystemen bleek dat [persoon] op 24 januari 2019 is aangehouden voor bezit van harddrugs. Op dat moment reed hij in een zwarte Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken] (hierna: de Volkswagen Polo). Ook deze auto bleek op naam te staan van [naam 1] , de moeder van [verdachte] .

Op 5 februari 2019 heeft de rechter-commissaris naar aanleiding van de bevindingen tijdens de observatie een bevel afgegeven om de vertrouwelijke communicatie in de Volkswagen Golf op te nemen. Deze communicatie werd vanaf 5 februari 2019 opgenomen.

Omdat de politie vermoedde dat [persoon] ook gebruikmaakte van de Volkswagen Polo heeft de rechter-commissaris ook een machtiging afgegeven om de vertrouwelijke communicatie in deze auto op te nemen. Deze communicatie werd vanaf 6 februari 2019 opgenomen.

Ook kon met behulp van technische middelen de locatie van beide auto’s worden gevolgd.

Op 20 februari 2019 plegen vier personen op de Apollolaan een straatroof waarna [verdachte] als bestuurder van de vluchtauto (de Volkswagen Polo) wordt aangehouden. [medeverdachte 3] meldt zich diezelfde avond op het politiebureau. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden op een later moment in verband met deze straatroven aangehouden.

Uit de afgeluisterde gesprekken vanaf 5 dan wel 6 februari 2019 (hierna: de OVC-gesprekken) leidt de politie af dat er in de periode tot en met 20 februari 2019 nog meer straatroven zijn gepleegd. De vier verdachten die in deze megazaak terechtstaan, lijken daar in de auto vrijuit over te praten. Zij lijken te spreken over eerdere door hen gepleegde straatroven die verder in het verleden plaatsvonden. [persoon] , [neefje] en nog een andere medeverdachte hebben al eerder terecht gestaan voor een of meerdere van de straatroven die ook in deze megazaak ten laste zijn gelegd.

3 Tenlasteleggingen

Op grond van het voorgaande is de verdenking tegen verdachte dat hij in de periode van 27 januari 2019 tot en met 20 februari 2019 samen met anderen zeven straatroven, één poging daartoe en één zware mishandeling heeft gepleegd en meerdere straatroven heeft voorbereid.

De tenlasteleggingen zien – samengevat en na wijziging ter terechtzitting van 22 september 2020 – op de volgende feiten.

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij:

Zaak A

  1. op 20 februari 2019 te Amsterdam op de Apollolaan met anderen een straatroof heeft gepleegd op [benadeelde partij 1] , die hierdoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en waarbij zijn Rolex-horloge is weggenomen;

  2. op 10 februari 2019 te Amsterdam op de Volendammerweg met anderen

a. [benadeelde partij 6] , [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 5] met (bedreiging met) geweld heeft gedwongen tot afgifte van een Rolex-horloge, geld en telefoons (eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

b. een diefstal met (bedreiging met) geweld heeft gepleegd op [benadeelde partij 6] , [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 5] , waarbij een Rolex-horloge, geld en telefoons zijn weggenomen (tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

subsidiair

a. van [benadeelde partij 6] , [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 5] een Rolex-horloge, geld en telefoons heeft weggenomen (eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

b. [benadeelde partij 6] , [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 5] heeft mishandeld (tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

3. op 18 februari 2019 te Amsterdam op de openbare weg met anderen

a. heeft geprobeerd [benadeelde partij 8] met (bedreiging met) geweld te dwingen tot afgifte van een Rolex-horloge (eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

b. heeft geprobeerd een diefstal met (bedreiging met) geweld te plegen op [benadeelde partij 8] (tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

subsidiair een straatroof in vereniging heeft voorbereid door een auto, telefoons en/of gezichtsbedekkende kleding voorhanden te hebben;

4. in de periode van 6 februari 2019 tot en met 20 februari 2019 met anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor straatroven door auto’s, telefoons, GPS-bakens en gezichtsbedekkende kleding voorhanden te hebben.

Zaak B

  1. op 5 februari 2019 te Amsterdam op de [adres] met anderen een straatroof heeft gepleegd op [benadeelde partij 9] , waarbij zijn Rolex-horloge is weggenomen;

  2. op 3 februari 2019 te Amsterdam op de Bronckhorststraat met anderen

a. heeft geprobeerd [benadeelde partij 3] met (bedreiging met) geweld te dwingen tot afgifte van een Rolex-horloge (eerste cumulatief alternatief tenlastegelegde);

b. heeft geprobeerd een diefstal met (bedreiging met) geweld te plegen op [benadeelde partij 3] (tweede cumulatief alternatief tenlastegelegde);

3. op 3 februari 2019 te Amsterdam met anderen [benadeelde partij 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door haar meermalen te slaan, te schoppen en/of te duwen. Subsidiair zijn deze handelingen ten laste gelegd als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en meer subsidiair als een mishandeling;

4. op 31 januari 2019 te Amsterdam op de J.J. Viottastraat met anderen een straatroof heeft gepleegd op [benadeelde partij 10] , waarbij zijn Rolex-horloge is weggenomen;

5. op 29 januari 2019 te Amsterdam op de Sloterkade met anderen een straatroof heeft gepleegd op [benadeelde partij 2] , waarbij zijn Rolex-horloge en een zwarte schoudertas met inhoud zijn weggenomen;

6. op 27 januari 2019 te Amsterdam op de openbare weg met anderen

a. [benadeelde partij 11] met (bedreiging met) geweld heeft gedwongen tot afgifte van zijn Rolex-horloge (eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde);

b. met (bedreiging met) geweld een diefstal heeft gepleegd op [benadeelde partij 11] , waarbij zijn Rolex-horloge is weggenomen.

De volledige tekst van de tenlastelegging in beide zaken is opgenomen in bijlage 1 die achter dit vonnis gevoegd. De inhoud ervan geldt als hier ingevoegd.

4 Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

5 Waardering van het bewijs

Hieronder worden de conclusies van het Openbaar Ministerie en de verdediging ten aanzien van het bewijs weergegeven. Bij de beoordeling van de rechtbank (vanaf rubriek 5.3) zullen de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging per feit worden weergegeven.

5.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten, met uitzondering van:

  • -

    de poging tot afpersing van [benadeelde partij 3] (zaak B, feit 2 eerste cumulatief/alternatief);

  • -

    de (poging tot) zware mishandeling van [benadeelde partij 4] (zaak B, feit 3 primair en subsidiair);

  • -

    de afpersing van [benadeelde partij 11] (zaak B, feit 6 eerste cumulatief/alternatief).

5.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van:

  • -

    de straatroof op [benadeelde partij 1] (zaak A, feit 1);

  • -

    de straatroof op [benadeelde partij 9] (zaak B, feit 1).

5.3

Beoordeling van de rechtbank

In zaak A acht de rechtbank het als feit 1, feit 2 subsidiair onder b en feit 3 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het voorgaande betekent dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan een straatroof, een poging daartoe en een mishandeling. Van het overige zal verdachte worden vrijgesproken.

In zaak B acht de rechtbank het als feit 1, feit 2, feit 4, feit 5 en feit 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het voorgaande betekent dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan vier straatroven en een poging daartoe. Van het overige zal verdachte worden vrijgesproken.

In totaal acht de rechtbank bewezen dat verdachte met anderen vijf straatroven, twee pogingen daartoe en een mishandeling heeft gepleegd.

De rechtbank zal allereerst in algemene zin iets opmerken over de modus operandi van de verdachten zoals deze uit onderzoek 13Pellaea is gebleken en de bewijswaarde van de OVC-gesprekken, waarna per feit wordt besproken of en zo ja op welke manier de rechtbank tot een bewezenverklaring komt. Voor de bespreking van de feiten wordt de volgorde van de tenlasteleggingen gevolgd.

5.3.1

Algemene overweging modus operandi van de verdachten

Uit het onderzoek 13Pellaea komt een beeld naar voren van een groep die in wisselende samenstellingen bestond uit personen die zich met elkaar verbonden voelden door een gemeenschappelijke wens om op een ‘snelle’ manier aan geld te komen. In plaats van dat de verdachten op een legale wijze probeerden in die wens te voorzien, kozen zij voor een andere manier: het plegen van straatroven waarbij (voornamelijk) dure horloges werden buitgemaakt. Uit de in de (met name) Volkswagen Polo en de Volkswagen Golf, beide op naam van de moeder van [verdachte] , gevoerde OVC-gesprekken leidt de rechtbank af dat de verdachten bij de beraming en uitvoering daarvan een specifieke werkwijze hanteerden. De uitspraken van [verdachte] en [medeverdachte 3] op 11 februari 2019 vatten deze werkwijze kort samen:

[verdachte] : Ik ga je laten zien broer, ik heb afgelopen week vier, vijf watches gegeven, allemaal Roli’s, allemaal België, iedere keer he broer. Scan het hiero, scan het. (…)

[verdachte] : Weet je hoe? Gewoon….. Je rijdt gewoon naar Zuid, een Porsche of iemand ziet met watch toch? Achtervolgd met waggie, waggie om de hoek parkeren. Een iemand pakt die man achterop, andere nakt [naam 6] die watche loesoe en klaar… Loesoe. (…)

[medeverdachte 3] : Je pakt hem in de headlock, die man kan niks. Hij pakt die watche of ikke… af en toe tegenstruggelen toch, die man fight bam bam!

De verdachten hebben – voor zover bekend – in een periode van zo’n drie weken in wisselende samenstellingen in de voornoemde auto’s door voornamelijk Amsterdam-Zuid gereden. Met name [verdachte] en [medeverdachte 3] maakten deel uit van de samenstellingen. De verdachten waren op zoek naar slachtoffers met een duur horloge, onder andere van de merken Rolex, Patek Philippe of Audemars Piguet. Ze reden niet alleen ’s avonds en ’s nachts rond, maar ook overdag. Ook reden de verdachten rond in de buurt van bepaalde horecagelegenheden waar de bezoekers naar hun idee veelal dure horloges droegen. Het kwam voor dat zij telefonisch getipt werden door iemand van buiten de auto wanneer deze persoon een bepaald horloge had gezien. Soms vroegen de verdachten aan iemand anders om in een bepaalde horecagelegenheid naar binnen te gaan om wat te drinken, zodat deze persoon kon rondkijken of iemand een duur horloge droeg en deze informatie vervolgens aan hen kon doorgeven.

Tijdens het rondrijden hadden de verdachten oog voor dure auto’s, zoals een Porsche, een Range Rover of een Jaguar. Naar hun idee was de kans groot dat de bestuurder van een dergelijke auto een duur horloge droeg.

Daarnaast keken de verdachten uit naar bekende Nederlanders, wisten zij vaak waar zij woonden en spraken zij in de auto over hun bezittingen, waaronder hun horloge.

Wanneer een potentieel slachtoffer (in de auto, op de scooter of lopend) was uitgekozen, volgden de verdachten hem of haar vanuit de auto. De meeste slachtoffers waren dan, al dan niet onder invloed van alcohol, onderweg naar huis van een avondje uit.

De auto werd vervolgens uit het zicht geparkeerd, maar dichtbij de plek waar de straatroof zou plaatsvinden. [verdachte] , die op de meeste momenten als chauffeur fungeerde, bleef vaak in de auto, maar het kwam ook voor dat hij met de anderen de auto verliet. Zij gingen dan samen te voet verder. De meeste slachtoffers werden vervolgens op straat dan wel bij de deur van de eigen woning onverhoeds van achteren aangevallen. Hierbij werd geweld niet geschuwd. Regelmatig paste de ene medeverdachte een nekklem toe waarbij de andere(n) het horloge probeerde(n) af te doen. Wanneer het slachtoffer zich verzette, werd er geschopt, geslagen en/of gedreigd met bijvoorbeeld het neerschieten van het slachtoffer.

De berovingen duurden in de regel maximaal een aantal minuten. Hierna renden de verdachten weg en gingen zij er in de auto vandoor. In de auto werd de betreffende straatroof vervolgens uitgebreid nabesproken, waarbij de verdachten zich kennelijk op geen enkel moment druk maakten over het slachtoffer, maar enkel gefocust waren op hun eigen inbreng en het buitgemaakte horloge.

Op basis van de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 3] heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat in elk geval één buitgemaakt horloge in België is verkocht. Wat er met de overige buitgemaakte horloges is gebeurd, is niet duidelijk geworden. Verdachten hebben hierover geen openheid van zaken willen geven. Wel bevatten de OVC-gesprekken aanwijzingen dat met name [verdachte] meermaals naar België is afgereisd om daar buitgemaakte horloges te verkopen.

5.3.2

Algemene overweging met betrekking tot de OVC-gesprekken

In het dossier bevinden zich veel opgenomen gesprekken waarin de verdachten lijken te spreken over door hen gepleegde straatroven, dan wel de pogingen daartoe. Het Openbaar Ministerie leidt uit onder meer deze gesprekken af dat de verdachten die straatroven daadwerkelijk hebben gepleegd, dan wel hebben geprobeerd te plegen. De verdediging heeft in de meeste gevallen het tegendeel bepleit. Voor de beoordeling van de bewijsbaarheid van de ten laste gelegde feiten is derhalve van belang welke bewijswaarde moet worden toegekend aan de inhoud van de afgeluisterde gesprekken in de auto’s. De rechtbank zal op dit punt de nodige behoedzaamheid betrachten.

De verdachten hebben niet ontkend dat zij het zijn geweest die te horen zijn in de OVC-gesprekken. Hun verweer, wanneer zij op de zitting met deze gesprekken werden geconfronteerd, komt er in de kern op neer dat de gebruikte bewoordingen in de gesprekken grootspraak zijn. De verdachten wilden om een bepaalde status te verwerven stoer doen voor de andere personen die zich op dat moment ook in de auto bevonden. Dit deden zij naar eigen zeggen door dingen te verzinnen, hun verhalen aan te dikken of andermans daden als eigen daden te vertellen.

De rechtbank heeft oog voor de sfeer die op dat moment in de auto moet hebben geheerst. De verdachten waren aan het chillen met vrienden, vrienden van vrienden of andere jongens uit de buurt. Er werd muziek geluisterd, er werden rondjes gereden en er werd op momenten lachgas gebruikt. Daarbij waanden de verdachten zich volledig onbespied. Dat de verdachten op zulke momenten elkaar in geuren en kleuren gedetailleerde verhalen vertelden om stoer te doen en dat dit wederzijds statusverhogend zou werken, acht de rechtbank dan ook niet onaannemelijk. Dat betekent echter niet dat die verhalen per definitie niet waar zijn.

Als gesprekken voor meer dan één uitleg vatbaar zijn, hoeft dat die gesprekken voorts niet onbruikbaar te maken voor het bewijs, maar moet de rechtbank wel nog voorzichtiger zijn bij het geven van een interpretatie van die gesprekken. Die voorzichtigheid brengt mee dat goed moet worden gekeken naar de inhoud en het onderlinge verband van die gesprekken en naar het verband met andere bewijsmiddelen. Bij dat onderzoek kan ook van belang zijn wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken ter sprake komen, nog meer is gebleken. Als bijvoorbeeld is gebleken dat zij op de een of andere manier bij het strafbare feit betrokken zijn, kan dat meewegen bij de interpretatie van de gesprekken. Verder kan het feit dat de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht soms in zijn nadeel werken. Dat kan ook zo zijn als hij een verklaring over de gesprekken aflegt die niet te verifiëren is. Ook het moment waarop hij die verklaring aflegt, kan van belang zijn. Zo kan een verdachte, als hij het dossier kent, zijn verklaring daarop afstemmen. Of de rechtbank het zwijgen van de verdachte of het afleggen van een ongeloofwaardige verklaring in zijn nadeel laat meewegen, hangt ook af van de vraag hoeveel bewijs er tegen hem in het dossier zit.1

Zaak A

5.3.3

Feit 1: zaaksdossier Apollolaan

[benadeelde partij 1] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld, zware mishandeling en poging tot doodslag. Op 20 februari 2019 ging hij rond 14.50 uur geld storten bij de Rabobank aan de Apollolaan. [benadeelde partij 1] legde de sealbag met geld in de la en moest wachten op het bonnetje. Plotseling kreeg hij een klap op zijn hoofd en kwam hij op de grond terecht. [benadeelde partij 1] weet niet of hij buiten bewustzijn is geweest. Toen hij opstond, zag hij veel bloed en een tand op straat liggen. [benadeelde partij 1] raapte zijn tand op en stapte in zijn auto. Hij merkte dat hij een tweede tand miste, is uitgestapt en pakte ook deze op. Hierna is [benadeelde partij 1] naar de tandarts gereden, waar hij erachter kwam dat hij zijn Rolex-horloge miste.

Kort na de beroving hebben onder andere een kaakchirurg en een neuroloog vastgesteld dat [benadeelde partij 1] meerdere breuken in het voorhoofd en een scheur in zijn schedel had. Ook had hij zijn jukbeen gebroken en zijn bovenkaak op meerdere plaatsen gebroken. Bovendien had hij zijn bovenlip gescheurd en zaten meerdere tanden los in zijn mond. Verder bleek dat het gehemelte, de neus en het oogkas van [benadeelde partij 1] waren gebroken. Ook had hij een zware hersenschudding opgelopen en waren twee pezen bij zijn schouder afgescheurd.

De aangifte van [benadeelde partij 1] vindt steun in de camerabeelden van de Rabobank, waarop te zien is dat hij, nadat hij een pakketje in de afstortkluis van de Rabobank doet, plotseling door een man (NN1) tegen zijn hoofd wordt geslagen, waarna hij met zijn hoofd op de grond valt. NN1 pakt vervolgens de linkerpols van [benadeelde partij 1] en heeft een seconde later de witte plastic tas vast die [benadeelde partij 1] bij zich had. Er komen twee andere personen (NN2 en NN3) bij die zich beiden met NN1 over de op de grond liggende [benadeelde partij 1] heen buigen. Na een aantal seconden lopen alle personen weer weg, terwijl [benadeelde partij 1] nog altijd op de grond ligt. De beroving heeft nog geen halve minuut geduurd.

Alle verdachten hebben ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft verklaard dat hij in de auto achterbleef om als chauffeur te fungeren, zodat de anderen na de beroving snel konden wegkomen. Hij wist dat het plan was om het slachtoffer van zijn horloge te beroven. [medeverdachte 2] heeft bekend [benadeelde partij 1] een vuistslag te hebben gegeven. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het horloge van [benadeelde partij 1] heeft weggenomen en ook [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij erbij was.

5.3.3.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de aangifte, de camerabeelden en de verklaring van verdachte wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde straatroof tezamen en in vereniging heeft gepleegd.

Verdachte kan als medepleger worden aangemerkt. Ten tijde van het ontdekken van het doelwit van de straatroof was verdachte met zijn drie mededaders in de auto, waarna hij als bestuurder van de auto [benadeelde partij 1] heeft achtervolgd. Volgens zijn eigen verklaring en de OVC-gesprekken wist hij dat ze de Jaguar aan het volgen waren om [benadeelde partij 1] van zijn horloge te beroven. Gelet op de overige in de auto opgenomen gesprekken en het feit dat de medeverdachten alle drie op [benadeelde partij 1] afrenden, wist verdachte dat de beroving met gebruikmaking van geweld zou plaatsvinden. Tot slot heeft verdachte de vluchtauto bestuurd, een rol die als medeplegen van de diefstal met geweld is aan te duiden, hetgeen nog eens bevestigd wordt als in de OVC-gesprekken naar voren komt dat de buit door vieren wordt gedeeld.

Tot slot acht de officier van justitie ook het geobjectiveerde gevolg bewezen, namelijk dat de diefstal met geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad. Dit blijkt uit de verklaringen van [benadeelde partij 1] , de letselverklaring en de overgelegde medische stukken.

5.3.3.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het zwaar lichamelijk letsel van [benadeelde partij 1] . Verdachte heeft verklaard dat hij ervan uitging dat er waarschijnlijk een nekklem of iets dergelijks zou worden toegepast. Dat het toegepaste geweld, de vuistslag van [medeverdachte 2] , gevolgd door het vallen van [benadeelde partij 1] op zijn gezicht dermate excessief letsel tot gevolg zou hebben, had verdachte niet kunnen vermoeden. Hij heeft daartoe niet het (voorwaardelijk) opzet gehad.

5.3.3.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank leidt uit de OVC-gesprekken af dat verdachte (A) met [medeverdachte 1] (B), [medeverdachte 2] (C) en [medeverdachte 3] (K) op 20 februari 2019 omstreeks 14:46 uur, terwijl zij in de auto zitten, een groene Jaguar zien. Zij besluiten de Jaguar te volgen. Ondertussen wordt het volgende gesprek gevoerd.

[medeverdachte 3] : achteruit, snel
[verdachte] : welke kant? Die kant op?
[medeverdachte 3] : andere kant, links
[verdachte] : moet ik die kant opgaan ofzo?
[medeverdachte 1] : draai je stuur naar rechts
[medeverdachte 2] : die Jaguar, waar is die?
[medeverdachte 1] : gas, gas, gas
[medeverdachte 2] : helemaal voor is ie. Voor die Audi. Linksaf gaat ie volgens mij
[medeverdachte 3] : naar rechts
[medeverdachte 2] : hadden jullie hem nog gezien die Jaguar?
[medeverdachte 1] : was die man met die tas
[verdachte] : ja?
? gelijk die tas meenemen, is change
[medeverdachte 3] : ga een beetje naar links op de trambaan, naar rechts
[verdachte] : hij gaat weer terug, heeft wat vergeten. Waarom zou hij die rondje maken, hij kan ook naar links gaan toch?
[medeverdachte 3] : leipe route. Is waar we net stonden geparkeerd, hier links.

Locatie: Emmastraat te Amsterdam

[medeverdachte 2] : deze youngboy heeft hem om
[medeverdachte 1] : deze?
? hij gaat rechtdoor deze man

14:50 uur
Locatie: Apollolaan/Michelangelostraat te Amsterdam

[medeverdachte 1] : naar de bank broer.
[medeverdachte 3] : hij heeft hem gewoon
[medeverdachte 1] : die oude man
[medeverdachte 3] : hij heeft hem gewoon man
? wat wil je gaan doen?
[medeverdachte 2] : hij gaat geld storten
[medeverdachte 3] : gaat ie ook doen, volgens mij man

[medeverdachte 3] heeft eerder bij de politie verklaard dat ze die dag in Amsterdam-Zuid rondreden, op zoek naar slachtoffers met een duur horloge. Verdachte heeft dit op de zitting bevestigd. Hij wist dat [benadeelde partij 1] een Rolex-horloge droeg. Dat ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ervan op de hoogte waren dat [benadeelde partij 1] een duur horloge droeg, leidt de rechtbank af uit voornoemd gesprek. Als de verdachten [benadeelde partij 1] volgen, merkt [medeverdachte 2] op dat “deze youngboy hem om heeft”. Nu [benadeelde partij 1] een wat oudere man is en [medeverdachte 2] specifiek spreekt over ‘youngboy’, gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 2] juist [benadeelde partij 1] bedoelde. Als [medeverdachte 3] zegt “hij heeft hem gewoon” (de rechtbank begrijpt: een horloge), dan reageert [medeverdachte 1] met “die oude man”. Van andere personen waarbij de leeftijd werd gebruikt om deze persoon mee aan te duiden is niet gebleken.

Ook wordt gesproken over de tas die de man uit de Jaguar, [benadeelde partij 1] , bij zich heeft. Deze moet ook worden meegenomen, ‘is change’. Vervolgens wordt geconcludeerd dat [benadeelde partij 1] naar de bank gaat om geld te storten. Dat hij het geld in deze tas bij zich draagt, leek dan ook aannemelijk, en de verdachten gingen hier ook van uit. Het eerste wat [medeverdachte 2] immers zegt als hij met de tas terugkeert in de auto, is “Ik heb die geld alles”.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat het oogmerk van de verdachten gericht is geweest op wederrechtelijke toe-eigening van zowel het horloge als het geld.

Op grond van de aangifte, de camerabeelden en hetgeen de verdachten hebben verklaard, stelt de rechtbank vervolgens vast dat [benadeelde partij 1] met geweld van zijn horloge (en zijn tas met daarin – naar later blijkt – bonnetjes) is beroofd. De sealbag met het geld heeft [benadeelde partij 1] al afgestort.

Medeplegen

Naar het oordeel van de rechtbank is de samenwerking tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aan te merken als een gezamenlijke uitvoering tijdens de straatroof, zodat elk van hen als medepleger aan te merken is. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of ook verdachte, die in de auto was achtergebleven, is aan te merken als medepleger. Voor medeplegen is vereist dat komt vast te staan dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit het dossier blijkt dat verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij elkaar in de auto waren toen zij de Jaguar met daarin [benadeelde partij 1] zagen en dat zij hem vanuit de auto hebben kunnen volgen naar de Rabobank. Een kenmerkend aspect van een straatroof is dat het misdrijf op straat wordt gepleegd, wat risico’s meebrengt van onverwachte getuigen en tegenstand bij het vluchten. Juist daarom moet het misdrijf snel plaatsvinden. In dit geval moest er zeker haast worden gemaakt, omdat de verdachten ook het geld wilden meenemen en [benadeelde partij 1] op het punt stond om dit te storten. Bij de uitvoering van deze straatroof is niet alleen het scannen en volgen van [benadeelde partij 1] , maar vooral ook de vlucht een cruciaal element geweest voor het welslagen van het misdrijf en alleen al om die reden dient de rol van verdachte als die van medepleger van de straatroof te worden aangeduid. Daarnaast volgt uit het dossier dat de rollen van de betrokken verdachten inwisselbaar zijn voor zover het ziet op de vraag wie als bestuurder optreedt of wie de auto verlaat om het slachtoffer van zijn horloge te beroven. Van een gelijkwaardigheid van de verschillende rollen blijkt ook uit de OVC-gesprekken waarin naar voren komt dat de buit door vieren zou worden gedeeld.

Geobjectiveerde gevolg van het geweld

Het verweer van de verdediging dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het letsel dat aan [benadeelde partij 1] is toegebracht wordt verworpen. Verdachte had redelijkerwijs kunnen verwachten dat enige mate van geweld zou worden toegepast bij de straatroof op [benadeelde partij 1] . Het is immers aannemelijk dat iemand die van zijn bezittingen wordt beroofd zich hiertegen zal verzetten. Bovendien kan een horloge, met name een duur horloge van bijvoorbeeld het merk Rolex, niet zomaar worden afgedaan, omdat een dergelijk horloge een soort veiligheidsmechanisme heeft, wat verdachte naar eigen zeggen wist. Verdachte heeft overigens ook verklaard dat hij wel dacht dat er geweld gebruikt zou worden, in die zin de beroving zou plaatsvinden met een nekklem of iets dergelijks. Daarnaast volgt uit de modus operandi dat het toepassen van geweld onderdeel was van de werkwijze van verdachten. Dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het zwaar lichamelijk letsel dat [benadeelde partij 1] als het gevolg van de straatroof heeft opgelopen, leidt niet tot een ander oordeel. Het zwaar lichamelijk letsel is geobjectiveerd het gevolg geweest van het geweld dat bij de diefstal is toegepast. Het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op het feitelijk vast te stellen toegebrachte letsel is daarvoor geen vereiste.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan een straatroof, terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 1] ten gevolge heeft gehad. Nu vast is komen te staan dat de sealbag niet door verdachten is weggenomen, zal verdachte voor dat deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

5.3.4

Feit 2: zaaksdossier Volendammerweg

[benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] hebben aangifte gedaan van een beroving die op 10 februari 2019 omstreeks 03:00 uur plaatsvond. Zij waren op een feestje geweest in The Box in Amsterdam. [benadeelde partij 6] had via Snapchat contact met een meisje, [meisje] . Zij spraken af elkaar te ontmoeten. [meisje] zou twee vriendinnen meenemen en stuurde een locatie waar zij was. [benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] reden erheen. [benadeelde partij 7] reed, [benadeelde partij 5] zat achterin en [benadeelde partij 6] was bijrijder. De locatie bleek een parkeerterrein nabij de Volendammerweg te zijn. Toen zij voor een hek stonden, werden zij door een auto achter hen ingesloten. Een groep van vier jongens sloeg met een knuppel of een boksbeugel de ruiten van de auto in. De sleutel werd uit het contact gehaald en [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] werden door meerdere jongens uit de auto getrokken, op de grond gegooid en geslagen. Voor hun gevoel hield het maar niet op. [benadeelde partij 6] had zijn telefoon in zijn hand en die probeerden ze weg te trekken. Uiteindelijk is hij de telefoon kwijtgeraakt. Ook is zijn gouden Rolex met geweld afgetrokken en is € 350,- contant geld uit zijn zakken weggenomen. [benadeelde partij 7] moest zijn spullen afgegeven. Hij heeft geld gegeven. Ook [benadeelde partij 5] heeft geld afgestaan en bovendien is zijn telefoon uit zijn handen getrokken. Uiteindelijk heeft een van hen de politie kunnen bellen.

[benadeelde partij 6] heeft een boksbeugel, een knuppel en een mes gezien. Hij heeft een snee in zijn nek en hechtingen in zijn wenkbrauw en in de linkerkant van zijn hoofd. [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 5] hebben zwellingen in hun gezicht opgelopen.

Verdachte heeft over deze verdenking op de zitting verklaard dat er op een gegeven moment iemand in de Volkswagen Polo stapte die vertelde dat hij een jaar eerder was opgelicht door iemand en dat hij deze persoon graag wilde confronteren. Op dat moment wist verdachte nog niet wat er aan de hand was; dat kwam die persoon uitleggen. Die persoon vertelde ook dat die jongens dachten dat ze met een meisje zouden gaan chillen. Verdachte was hiervan ook niet op de hoogte. Er is wel gesproken over toetakelen. Verdachte is iets gaan eten en later teruggekomen in de auto. Hij heeft toen een ballon met lachgas gebruikt. Op een gegeven moment reden ze naar het parkeerterrein. Twee auto’s gingen er snel heen en verdachte zag dat een andere auto zichzelf klem reed. Verdachte kwam met zijn auto als derde auto aanrijden met een ballon in zijn mond. Hij is uitgestapt, hoorde geschreeuw en zag alles gebeuren. Verdachte zag dat jongens aan het vechten waren en dat een jongen met bloed op zijn hoofd op de grond lag. Ook heeft hij gezien dat er een telefoon is weggegooid. Op dat moment was hij onder invloed van lachgas. Verdachte is later in de auto gestapt en weggereden. Hij heeft zelf niemand aangeraakt. Er waren heel veel jongens aanwezig, zeker tien. Veel jongens kende verdachte niet.

5.3.4.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte samen met anderen een diefstal met geweld en afpersing heeft gepleegd van [benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] . De verklaring van verdachte dat hij niemand zou hebben aangeraakt, is ongeloofwaardig, mede in het licht van OVC-gesprekken die kort voor en na het incident zijn gevoerd. Ook wijst de officier van justitie op gesprekken die een dag later, op 11 februari 2019, en op 14 februari 2019 in de auto zijn gevoerd. Verdachte wist ook dat aangevers van spullen werden beroofd. Hij heeft onder meer op de zitting verklaard dat hij heeft gehoord dat de persoon in de auto zei “Ik laat hem pinnen en ik ga zijn waggie afpakken. Ik ga hem toetakelen”. Ten slotte is na het incident besproken dat een telefoon was weggegooid, omdat een van de slachtoffers de politie wilde bellen. Verdachte wist dus dat het geweld samenhing met en mede ten dienste stond aan het stelen van het horloge en geld en het afpersen van aangevers.

5.3.4.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Verdachte heeft ontkend iets met het feit te maken te hebben. Hij is uit nieuwsgierigheid naar het sportpark gereden en had geen enkele bedoeling om daar te vechten. Overigens zat verdachte aan de ballonnen met lachgas, wat niet een hele goede voorbereiding is voor het meedoen aan een beroving. De raadsman vindt het opvallend dat verdachte na het vertrek van de parkeerplaats een kwartier lang niet deelneemt aan de gesprekken.

De raadsman wijst nog op sessie 198 van het OVC-dossier. In de uitgeschreven gesprekken zijn uitspraken aan [verdachte] toegeschreven die niet door hem zijn gedaan. Verdachte zat op dat moment niet in de auto.

5.3.4.3 Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de primair ten laste gelegde en de subsidiair als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde afpersing, dan wel diefstal met geweld. De rechtbank betrekt in haar overweging de volgende OVC-gesprekken die kort voor het incident zijn gevoerd. Op dat moment zitten verdachte, [medeverdachte 3] (K) en een onbekende man (NNman) in de Volkswagen Polo.

01:02 uur

Te horen is dat er een telefoon in de auto overgaat en dat ? opneemt.

Beller: ik ben bij die tuinhuisje. Daar wacht [naam 2] (fon). Die wil met je praten
?: met wie
Beller: met … iedereen is er
?: ja
Beller: ja
?: Hoe lang nog
Beller: Ik weet niet hoe lang nog. Ze gaan die “Paki” naar hier roepen. Ze denken ze gaan met een smatje chillen. Het zijn Turkoes, ze denken ze gaat met smatjes chillen maar er gaan … uitgehaald worden. lang verhaal zit erachter
?: nu?
Beller: tien minuten of zo. zeg maar of je komt.
?: ik bel je. 2 minuten.

[medeverdachte 3] : broer ik wil naar het cafe, ik wil die man zijn watcha

02:08 uur

Te horen is dat er iemand in de auto stapt.

[medeverdachte 3] : wat is er gebeurd?
NNman: niets asabi. Het is gewoon een chap met wie ik ben. Hij had iets gebracht, een passoe (fon). Daar is naar toe gebonkt, niet veel. Er zou 2 ruggen gepint worden. Heeft ie 5 barkie gepint en nooit meer iets van zich laten horen. Hij heeft een … gegooid via een smatje.
?: Hij gaat nu komen?
NNman: ja hij gaat nu komen, maar ik ga hem gewoon even toetakelen, begrijp je.
?: we gaan hem neuken
[medeverdachte 3] : ik heb daar geen zin in, rij terug.
NNman: het is niets. Het gaat om afleren
?: wie is die gast dan?
NNman: het is een chappie. Hij rijdt in een X3. Ik laat hem pinnen en ik ga zijn waggie afpakken. Ik ga hem toetakelen. Wij zijn strijders uit één buurt. Ze komen met z’n drieen. Je weet wat we deden in Utrecht [verdachte] ? Met zn drieen, ik [verdachte] en nog een boy hebben 21 boys laten poepen. We hebben zijn kaak gebroken alles, boys van Nieuwegein.
[medeverdachte 3] : waar moet je naartoe?
NNman: niets. Ik heb met hem afgesproken, smatje chillen. Hij gaat Nieuwendam voelen.
[medeverdachte 3] : is goed [medeverdachte 1] .
?: we gaan hem kankerhard neuken.

Uit het voorgaande en de overige bewijsmiddelen valt niet af te leiden dat verdachte het oogmerk had om goederen van de slachtoffers weg te nemen, dan wel goederen heeft weggenomen. Dat de onbekende man één keer zegt “ik laat hem pinnen en ik ga zijn waggie afpakken” acht de rechtbank in het licht van de ontkennende verklaring van verdachte en de overige inhoud en strekking van de gesprekken die die nacht hebben plaatsgevonden onvoldoende om dat oogmerk te kunnen vaststellen. Uit de gesprekken van die nacht valt af te leiden dat verdachte en [medeverdachte 3] met een of meer onbekend gebleven personen vlak voor en na het incident op de Volendammerweg bezig waren met het zoeken naar potentiële slachtoffers om die van hun dure horloges te beroven. [medeverdachte 3] heeft geen zin in een vechtpartij, want die heeft juist een man met een horloge op het oog. De rechtbank interpreteert de gesprekken zo dat de aanstaande vechtpartij waartoe verdachte en [medeverdachte 3] waren opgeroepen een onwelkome onderbreking was van hun jacht op een duur horloge. Uit de gesprekken die na de beroving op de Volendammerweg hebben plaatsgevonden, kan verder niet worden afgeleid dat de verdachten van te voren wisten dat een van de aangevers een duur horloge om had. Ook valt uit de gesprekken die na de beroving hebben plaatsgevonden niet af te leiden dat verdachte of een van de andere inzittenden van de auto het horloge, de telefoons of het geld hebben weggenomen.

Bewijsoverweging

Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte met anderen [benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] heeft mishandeld. De rechtbank constateert dat in voornoemde gesprekken wordt gesproken over ‘toetakelen’, ‘afleren’, ‘hij gaat Nieuwendam voelen’ en ‘er gaat uitgehaald worden’. De rechtbank interpreteert deze bewoordingen als aan geweld gerelateerd. Verdachte, die deze gesprekken heeft gehoord, wist dan ook dat het de bedoeling was dat er een vechtpartij zou plaatsvinden nadat hij als bestuurder van de auto het parkeerterrein op zou rijden. Het doel van zijn aanwezigheid op het plaats delict was dus om een bijdrage te kunnen leveren aan de geplande vechtpartij. Uit de gesprekken volgt verder dat zij zich op het parkeerterrein bevonden met onder andere ene ‘ [naam 3] ’ en ‘ [naam 2] ’ op het moment dat de auto van aangevers kwam aangereden. Dat de auto van [benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] in eerste instantie klem is gereden door twee andere auto’s (de witte Tourans waar aangevers over hebben verklaard) neemt niet weg dat verdachte en de andere inzittenden van de auto onderdeel zijn geweest van de groep die aangevers stond op te wachten en vervolgens heeft ingesloten. Verdachte en de andere inzittenden hebben de auto gedurende twee minuten verlaten op het moment dat de geweldshandelingen hebben plaatsgevonden en hebben alleen al op die manier een fysieke bijdrage geleverd aan de bedreigende en gewelddadige situatie die aangevers hebben omschreven. [benadeelde partij 5] heeft het over een groep van tien jongeren die daar aanwezig was. Ook volgt uit de gesprekken die vlak na het incident hebben plaatsgevonden dat verdachte en de andere inzittenden er op zijn minst genomen bovenop stonden, gelet op de details die zij bespreken en welke details terugkomen in de aangiftes (drie mannen in een auto, ruiten die kapot zijn geslagen, uit de auto trekken van die mannen, een horloge dat is gestolen, een telefoon die is weggenomen en een van de slachtoffers heeft een hoofd vol bloed). [medeverdachte 3] heeft gezien dat ‘ [naam 3] ’ een van de slachtoffers goed heeft aangepakt en zegt dat hij samen met [naam 3] een van de slachtoffers uit de auto heeft getrokken. Een van de andere inzittenden (onduidelijk wie van de inzittenden dit is geweest) heeft de auto kapot getrapt. Verdachte en de overige inzittenden maakten dus onderdeel uit van de groep van personen over wie aangevers hebben verklaard en die hen heeft mishandeld.

Verdachte betwist dat hij zelf enige geweldshandeling heeft verricht. Dit doet er niet aan af dat verdachte een wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft gehad. Naast hetgeen hiervoor al werd overwogen, neemt de rechtbank hierbij het gesprek in aanmerking dat op 11 februari 2019, de dag na het incident, is gevoerd. Verdachte (A) zit op dat moment met [medeverdachte 3] (K) en een onbekende man genaamd [naam 4] (NN [naam 4] ) in de Volkswagen Polo.

18:22 uur

[medeverdachte 3] : [naam 4] (fon) gister ntv andere bus een hele, NTV was leip NTV gekregen. Fluitgeluid en was kankergrappig.
[verdachte] : Die gasten hebben ze gewoon vermoord he broer.
NN [naam 4] : Hoe bedoel je?
[medeverdachte 3] : Nieuwedammer NTV Bam bam drie gaten!
[verdachte] : Drie gasten uit andere buurt.
[medeverdachte 3] : Je ruit al die ruiten. Deze ruit, die ruit, die ruit, die ruit. Nu waren het drie gasten uit een andere buurt.
[verdachte] : Je hebt drie gasten. Een gast van een andere buurt Turk. Ehh [medeverdachte 1] (fon) had pas naar hem gebracht, kleine [naam 5] (fon) toch? Had pas naar hem gebracht. Die gast heeft twee doezoe erop gemaakt. Heeft ie heeft ie [medeverdachte 1] (fon) gesjoemeld. [medeverdachte 1] (fon) onthouden, drie maanden later, hij heeft een chicka, joh hé kom je naar hier en daar? Hij gaat komen naar Nieuw-Amsterdam, hij komt met drie gasten. Wij waren daar misschien met vijftien gasten, we komen naar daaro we loffo alle routes DUMP DUMP (fon) alle links, rechts rukken die doeroe (fon)
[medeverdachte 3] maakt een gilgeluid.
[verdachte] : Trekken die gasten uit de auto. BAM! We trappen op zijn hoofd, leipo leipe bloed hier! Zo zo een ogen broer. Die man Hublot (fon) wordt afgepakt.
[medeverdachte 3] : Die watche afgepakt.
[verdachte] : Watche afgepakt. Die man begint doe dit voor Allah alsjeblieft NTV. Help!

[verdachte] en [medeverdachte 3] schreeuwen door elkaar.

[verdachte] : BAM!
[medeverdachte 3] : BAM!
NN [naam 4] : En toen?
[verdachte] : Telefoon gepakt en in het water. [medeverdachte 1] heeft zijn dinges in het water gegooid. Hij pakt zijn telefoon en gooit de telefoon in het water. Hij trapt die man, die man ligt bijna dood op de grond hé broer.
[medeverdachte 3] : Gaat gelijk naar des (fon) toe.
[verdachte] : In de auto gestapt wegrijden klaar. Weet niet wat er is gebeurd daarna met die gast. |
NN [naam 4] : Wanneer is gebeurd?
[verdachte] : Gisteren.
[medeverdachte 3] : Avond we waren in Zuid…

Uit de inhoud van dit gesprek blijkt dat dit gaat over het incident op de Volendammerweg. Verdachte heeft dat ter terechtzitting ook bevestigd. Verder neemt de rechtbank nog een gesprek op 14 februari 2019 in aanmerking. Dan wordt in de Volkswagen Polo gesproken over hetzelfde incident waar verdachte zegt “daar hebben we die gasten mishandeld” en “hebben iemand helemaal dood gemaakt, niet [naam 6] ”.

De verklaring van verdachte dat het in deze gesprekken alleen maar om grootspraak gaat zal misschien ten dele waar zijn. Echter, dat alles grootspraak zou zijn en verdachte helemaal geen enkele bijdrage heeft gehad acht de rechtbank ongeloofwaardig gelet op de wijze waarop verdachte in de “wij”- en “zij”-vorm spreekt over hetgeen heeft plaatsgevonden, de verschillende momenten waarop verdachte over het incident spreekt en de details die naar voren komen in die gesprekken.

5.3.5

Feit 3: zaaksdossier Bar Botanique

Op 18 februari 2019 in de avond zaten drie personen in Volkswagen Polo. Verdachte heeft verklaard dat hij de bestuurder was. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die avond in de auto zat en op basis van stemherkenning is geconstateerd dat ook [medeverdachte 3] in de auto zat. Volgens verdachte zagen zij een Range Rover en zijn ze erachteraan gereden.

Verdachte heeft verder verklaard dat hij de auto om de hoek parkeerde, uitstapte om te kijken of de man uit de Range Rover naar binnen ging, naast de auto wachtte en uiteindelijk weer instapte. Hij hoorde later pas dat de man een horloge had.

Uit de technische middelen over de locatie van de auto en de gesprekken die in de auto zijn gevoerd volgt – samengevat – dat verdachte samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] de bestuurder van een Range Rover in de gaten houden, omdat de bestuurder een Rolex-horloge om zou hebben en zij hem van dat horloge willen beroven. Terwijl de bestuurder zich samen met een vrouw bevindt in café Bar Botanique, staat de auto geparkeerd op de Eerste van der Swindenstraat en wachten zij op het moment dat de bestuurder naar buiten komt. Vanaf het moment dat de man samen met de vrouw het café verlaat en in de Range Rover stapt, worden zij door verdachte en de medeverdachten gevolgd. Om 22:02 uur parkeert de bestuurder van de Range Rover de auto. Om 22.03 uur is te horen dat de portieren van de auto van verdachten open en dicht gaan, waarna het van 22:04 uur tot en met 22:06 uur stil is.

Uit verder onderzoek is gebleken dat de man uit de Range Rover [benadeelde partij 8] blijkt te zijn, woonachtig op de [adres] . Hij heeft verklaard dat hij op 18 februari 2019 met een vrouw in Bar Botanique is geweest en dat hij die avond inderdaad een Rolex-horloge om had.

5.3.5.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het feit dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn uitgestapt en achter het slachtoffer zijn aangelopen, maakt dat sprake is van een begin van uitvoering van de voorgenomen gewelddadige beroving. Uit de besproken modus operandi blijkt dat het slachtoffer eerst ergens wordt opgedaan, per auto wordt vervolgd en dan in een stille omgeving wordt beroofd van zijn of haar horloge. Deze omstandigheden zijn in de OVC-gesprekken voldoende besproken, waarbij alle drie de verdachten van begin tot eind de plannen hebben besproken en samen de auto zijn uitgestapt. Uit de overige straatroven en de modus operandi kan worden vastgesteld dat dit in casu ook gepaard zou zijn gegaan met geweld, wat nog wordt bevestigd door de woorden van verdachte (“Broer, een moet pakken van achter, een moet.. van slot, die andere gaat die watch…”). Ten overvloede zij opgemerkt dat je in zijn algemeenheid niet kunt verwachten dat iemand zonder tegenstand/verzet zijn horloge afstaat.

Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat tenminste sprake is van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen waarbij de verdachten een Volkswagen Polo voorhanden hebben gehad, bestemd tot het begaan van diefstal met geweld dan wel afpersing in vereniging. De auto zou immers blijkens de gesprekken als vluchtauto hebben gediend voor de verdachten.

5.3.5.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit nu geen sprake is van een begin van uitvoering en daarmee ook niet van een strafbare poging. Het enkele feit dat verdachte een auto tot zijn beschikking had, is daartoe onvoldoende.

5.3.5.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank leidt uit de uitgewerkte versie van voornoemde gesprekken het volgende af. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] volgen een man die in een Range Rover rijdt en met een vrouw in een bar wat aan het drinken is. Er bestaat enige discussie of de man in kwestie wel of geen ‘roly’ (de rechtbank begrijpt: een Rolex-horloge) heeft waarna aan een onbekende man met de bijnaam ‘ [naam 7] ’ wordt gevraagd om even in de bar te gaan scannen (de rechtbank begrijpt: kijken of de man in kwestie een Rolex-horloge draagt). Vervolgens wordt besproken hoe ze de man gaan ‘geven’ (de rechtbank begrijpt: van zijn Rolex-horloge gaan beroven) en er worden vluchtmogelijkheden besproken.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daarmee voldoende dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] het voornemen hadden om [benadeelde partij 8] van zijn horloge te beroven. De verklaring van verdachte dat hij pas later hoorde dat [benadeelde partij 8] een horloge had, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Uit de inhoud van de gesprekken blijkt ook iets anders. Naast dat in de auto wordt besproken of de man in kwestie een ‘roly’ heeft en verdachte als bestuurder van de auto dit gesprek gehoord moet hebben, is het verdachte die, wanneer wordt besproken hoe ze de man gaan ‘geven’, zegt: “Broer, een moet pakken van achter, een moet .. van slot, die andere gaat die watch…” De rechtbank begrijpt deze zin zo dat verdachte met ‘watch’ horloge bedoelt.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het voorgaande tot gevolg heeft dat de ten laste gelegde poging tot diefstal met geweld dan wel afpersing wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hiervoor is vereist dat sprake is geweest van een begin van uitvoering, waarbij het voornemen van verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] om [benadeelde partij 8] van zijn horloge te beroven zich heeft geopenbaard.

Om deze vraag te beantwoorden, heeft de rechtbank onder meer acht geslagen op het Grenswisselkantoor-arrest van de Hoge Raad.2 De situatie in dat arrest was als volgt. Twee mannen hebben een overval gepland op een grenswisselkantoor. Zij rijden voor het openingsuur van het betreffende kantoor met een gestolen auto met valse kentekentekenplaten naar het grenswisselkantoor. In de auto hebben zij onder andere een geladen dubbelloops jachtgeweer, een imitatievuistvuurwapen, handboeien en tape. Ook dragen de mannen dubbele kleding en pruiken. Zij wachten met draaiende motor op de parkeerplaats voor het kantoor op de werknemer die het kantoor zal openen. De werknemer opent het kantoor echter niet. Hij ziet de auto staan en vertrouwt de situatie niet. De werknemer belt de politie waarna de mannen na een achtervolging worden aangehouden. De Hoge Raad oordeelde, samengevat, dat geen sprake was van een begin van uitvoering. “Immers, wanneer iemand het voornemen heeft opgevat (…) [een bank te overvallen], kan niet worden gezegd dat hij aan het misdrijf begin van uitvoering heeft gegeven indien hij zich met een auto naar die bank heeft begeven, doch – om welke reden dan ook – die auto niet heeft verlaten, noch – in of vanuit die auto – een gedraging heeft verricht welke naar haar uiterlijke verschijningsvorm moet worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van dat voorgenomen misdrijf.”

In het geval van verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] was de situatie anders dan de situatie in voornoemd arrest. Verdachte verklaart zelf dat hij de auto heeft verlaten. Daarnaast blijkt uit de OVC-gesprekken het volgende.

Om 22:06 uur, na de stilte, wordt het volgende gesprek gevoerd:

NN1: kaaaanker weet je hoe mooi deze was [verdachte] man
NN3: he luister wat ik dacht, die man hij kon eerst geen parkeerplek vinden, dit is wel iets mooi meegenomen, we weten nu waar hij woont
NN1: ja dat dacht ik ook, toen ie ging rennen..
NN2: deze weer achter de rug even (opmerking verbalisant: deur voertuig wordt dichtgegooid).
(…)
NN3: hij zou kankermooi zijn geweest deze

De auto rijdt weg over de Wethouder Frankeweg richting Linnauesstraat.

NN2: zo moet je die hele blaadje maken. Ik ga zometeen die jeep weer laten pakken, ik ga hem zelf pakken, gaat ie weg [adres] ansjo

NN2: hij stopte die sleutel er in, niet zij toch?? Deze informatie nemen we mee naar morgen. Je hoeft niet te zoeken, je hebt gewoon listoe. Daar woont ie, gewoon volgen, s gewoon schaakmat. Geen impulsieve acties meer, niet roekeloos op straat volgen.. we kunnen morgenochtend gewoon negen uur..
Om 23:41 uur voeren [medeverdachte 1] (B) en [medeverdachte 3] (K) het volgende gesprek:

[medeverdachte 1] : [adres]

[medeverdachte 3] : Hij was bijna osso, hij ..ntv die sleutel der in(fon)
[medeverdachte 1] : NTV zijn sleutel erin

Om 02:03 uur, op 19 februari 2019, voert verdachte (A) met een onbekend gebleven man het volgende gesprek:

[verdachte] : Was vandaag een gast met een Range. We zouden hem net gaan geven, kankerrelaxed. Want die man, hij zocht eerst... hij zocht parkeerplek. Hij kon niet vinden. Hij parkeert aan de overkant, ik dacht challa.

[verdachte] : Ik dacht challa, die man gaat lopen toch? Die man zijn osso, hij woonde daar aan de overkant.
NNmant: Hij woont aan de overkant.
[verdachte] : Dus we waren te laat. We waren net iets te laat. Maar we weten waar hij woont. Hoe laat hij thuis komt enzo.
NNmant: Ja, wat voor watch heeft ie?
[verdachte] : GMT. Dus het is misschien tien doezoe. Snelle 3 rug de man, Drie en een halve rug. Snel die boete afbetalen jongen, kanker.

Om 14:49 uur zegt [medeverdachte 1] het volgende:

[medeverdachte 1] : (…) Er is zometeen werk broer, zo. Die Range Rover gaat komen. Eergisteren waren we net te laat bij die deur. Hij heb ons niet eens gezien, niks. Net te laat.

Om 15:48 uur wordt het volgende gesprek gevoerd, terwijl de auto op het Galileïplantsoen ter hoogte van de [adres] rijdt:

[medeverdachte 1] : Kijk als die Range er staat.
[verdachte] : Die man wou eerst hier parkeren. We dachten, challa, hij woont hier rechts. Die man gaat zo, hij parkeert hem daarzo. We lopen een stukje. We dachten we gaan hem tegemoet. Die man gaat gewoon gelijk naar binnen. Hij had hem zelf open gedaan toch.

Uit bovengenoemde gesprekken concludeert de rechtbank dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] reeds waren begonnen met de uitvoering van de straatroof, maar simpelweg net te laat waren om deze te kunnen voltooien. Nadat zij de auto zijn uitgegaan, zijn zij in de richting gelopen van [benadeelde partij 8] en de vrouw met wie hij was, maar zij waren al binnen voordat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] konden toeslaan. Wel waren zij zo dicht genaderd dat zij het betreffende huisnummer van [benadeelde partij 8] hebben kunnen waarnemen en hebben gezien dat het [benadeelde partij 8] was die de deur opende. Uit de uitspraak van [medeverdachte 1] dat [benadeelde partij 8] ze niet eens gezien had, lijkt verbazing te volgen. Ook daaruit kan opgemerkt worden dat ze al heel dichtbij [benadeelde partij 8] in de buurt waren. Het voorgaande past ook in de eerder aangehaalde modus operandi, waarbij de werkwijze steeds is geweest om een (potentieel) slachtoffer vlak voor zijn of haar deur van achteren te overvallen.

De gedragingen van verdachte en zijn mededaders, meer specifiek het observeren van [benadeelde partij 8] , hem in de auto achtervolgen, het bespreken van de wijze waarop het horloge moest worden afgepakt en de vluchtmogelijkheden en, nadat [benadeelde partij 8] uit zijn auto was gestapt, zelf uit de auto stappen, hem achterna lopen en hem zodanig dicht naderen maar dat ze net te laat waren, zijn naar het oordeel van de rechtbank zodanig gericht op de voltooiing van het misdrijf, een straatroof, dat sprake is geweest van een begin van uitvoering, en dus van een strafbare poging.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan een poging tot straatroof. Uit de modus operandi leidt de rechtbank af dat ook dit slachtoffer met geweld van zijn horloge zou worden beroofd.

Verdachte zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot afpersing.

5.3.6

Feit 4: voorbereidingshandelingen

Verdachte wordt ervan beschuldigd in de periode van 6 februari 2019 tot en met 20 februari 2020 met anderen auto’s (een Volkswagen Polo en een Volkswagen Golf), een of meer telefoons, een of meer GPS-bakens en gezichtsbedekkende kleding, bestemd tot het begaan van een diefstal met geweld of afpersing, voorhanden te hebben gehad.

5.3.6.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Uit de OVC-gesprekken blijkt dat de verdachten vrijwel constant in de avond- en nachtelijke uren rondreden en spraken over het opdoen van potentiële slachtoffers met horloges, dure auto’s die gevolgd moesten worden en dat ze vooral in (Oud-)Zuid moesten zijn. Verdachte is in de periode van 6 tot en met 20 februari 2019 dagelijks in de auto te horen.

De verdachten hadden twee auto’s, telefoons, GPS-bakens en gezichtsbedekkende kleding voorhanden. Deze waren bestemd tot het begaan van een diefstal met geweld of afpersing. De auto’s werden ingezet als vluchtauto om snel weg te kunnen komen als het slachtoffer van zijn of haar horloge was beroofd.3 Ook werden de auto’s ingezet bij het kiezen en volgen van de slachtoffers. In verschillende gesprekken wordt gesproken over het plakken van een baken onder een auto die dan in verbinding staat met een telefoon van een van de verdachten, duidelijk met de bedoeling om de exacte locatie van het beoogde slachtoffer te kunnen vaststellen zonder daarvoor veel moeite te hoeven doen. Ook werden telefoons gebruikt om mededaders op de hoogte te houden van waar een beoogd slachtoffer zich bevond. Het gaat dan niet meer om louter plannenmakerij, maar om gebruik van de telefoon bij het onderliggende misdrijf. Deze situatie lijkt op een casus in een arrest van de Hoge Raad van 8 september 2020, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat de telefoons bestemd waren tot het begaan van het misdrijf dat is voorbereid, niet onjuist en toereikend gemotiveerd was.4 Tot slot blijkt uit de OVC-gesprekken dat de verdachten gebruikmaakten van gezichtsbedekkende kleding, bedoeld voor het goed, onherkenbaar kunnen uitvoeren van de voorgenomen straatroof.

5.3.6.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2020 in de zaak van [persoon] (23/002860-19). Het gerechtshof heeft uitdrukkelijk bepaald dat van de telefoons en de auto niet kan worden gezegd dat zij waren bestemd tot het begaan van diefstal met geweld of afpersing. Volgens het gerechtshof gaat het om gewone gebruiksvoorwerpen waarvan niet vaststaat of deze speciaal met het oog op de te plegen misdrijven in het bezit waren van de verdachten, terwijl het gebruik van die voorwerpen in de onderhavige zaak vooral zag op de voorbereiding, en niet op de (voorbereide) misdrijven.

5.3.6.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen en overweegt hiertoe als volgt.

In rubriek 5.3.1 heeft de rechtbank al het een en ander overwogen over het beeld van de verdachten dat in onderzoek 13Pellaea is ontstaan en over hun modus operandi bij het zoeken naar slachtoffers met een duur horloge om dit uiteindelijk met geweld te kunnen afnemen.

In het normale spraakgebruik is het gedrag van de verdachten te bestempelen als voorbereiding: zij maakten plannen om mensen te beroven van in het bijzonder hun horloges. Dit heeft verdachte overigens ook niet ontkend.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is echter of ook in juridische zin sprake is van voorbereiding. De wet, meer specifiek artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht, zegt hierover het volgende: “Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft”. Kort gezegd betekent dit dat de voorwerpen die de verdachten voorhanden hebben gehad, moeten zijn bestemd tot het begaan van dat misdrijf. Het moet daarbij gaan om het misdrijf dat wordt voorbereid (in dit geval een straatroof) en niet om de voorbereiding zelf. Om te beoordelen of een voorwerp bestemd is tot het begaan van het beoogde misdrijf dient gekeken te worden naar de uiterlijke verschijningsvorm van het middel, het gebruik daarvan en het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik voor ogen had. Het voorwerp dient op zijn minst genomen een wezenlijke bijdrage te leveren aan de uitvoering van het misdrijf.

Wat betreft de telefoons volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad dat het feit dat tijdens de voorbereiding gebruik werd gemaakt van telefoons niet direct tot gevolg heeft dat deze telefoons als voorbereidingsmiddelen in de zin van artikel 46 kunnen worden aangemerkt5, ook niet als die telefoons bestemd kunnen zijn om een delict (in dit geval: een straatroof) voor te bereiden. In dit geval waren de telefoons van verdachten in sommige gevallen ook bestemd om een straatroof voor te bereiden. Het kwam immers voor dat er telefonisch contact werd onderhouden om informatie uit te wisselen over de locatie van een potentieel slachtoffer en wat voor horloge hij of zij droeg. Het voorhanden hebben van een telefoon is echter pas strafbaar als voorbereidingshandeling als de telefoon daadwerkelijk is bestemd tot het begaan van het uiteindelijke delict (in dit geval: een straatroof). Dit was in deze zaak niet zo. Niet bewezen is dat de telefoons speciaal met het oog op de straatroven in het bezit van de verdachten waren. Een telefoon is immers een gewoon gebruiksvoorwerp. Het zou anders zijn geweest als er bijvoorbeeld (prepaid) telefoons waren aangeschaft om tijdens een straatroof te gebruiken, bijvoorbeeld om het slachtoffer op te bellen en op die manier af te leiden. Anders dan in het door de officier van justitie aangehaalde arrest van de Hoge Raad, waar een sms-bericht verstuurd moest worden op het moment dat het geld was afgeleverd, hebben de telefoons in deze zaak geen wezenlijke bijdrage geleverd of zouden deze leveren aan de uitvoering van de straatroven.

Het voorgaande geldt ook voor de auto’s. Deze waren bestemd om een straatroof voor te bereiden. De verdachten reden immers in de auto rond, op zoek naar slachtoffers met een duur horloge. Als zij een potentieel slachtoffer hadden gezien, volgden zij hem of haar met de auto. De rechtbank stelt vast dat de auto’s een essentiële rol speelden in de voorbereiding, maar dat niet geconcludeerd kan worden dat de auto’s bestemd waren tot het begaan van het uiteindelijke delict (in dit geval: een straatroof). Het (mogelijke) gebruik van de auto’s bij de vlucht na afloop met medeneming van de buit maakt dit niet anders. Ook ten aanzien van de auto’s is niet gebleken dat deze speciaal met het oog op de straatroven in het bezit van de verdachten waren. Ook een auto is een gewoon gebruiksvoorwerp. De auto’s waren op zichzelf ook niet wezenlijk voor de uitvoering van het delict. De straatroven konden – zo volgt uit het dossier – ook met behulp van bijvoorbeeld bromfietsen worden gepleegd.

Wat betreft de GPS-bakens overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet is gebleken dat verdachte deze voorhanden heeft gehad. Er is alleen over gesproken, bijvoorbeeld op 18 februari 2019 bij het observeren van [benadeelde partij 8] .

Wat betreft de gezichtsbedekkende kleding, te weten capuchons en petten, overweegt de rechtbank dat sommige verdachten deze weliswaar op momenten voorhanden hadden (feitelijk: droegen), maar dat niet geconcludeerd kan worden dat deze bestemd waren tot het begaan van de te plegen misdrijven.

Zaak B

5.3.7

Feit 1: zaaksdossier [adres]

[benadeelde partij 9] heeft aangifte gedaan van een straatroof die op 5 februari 2019 omstreeks 21:45 uur voor zijn woning aan de [adres] plaatsvond. Nadat hij zijn auto afsloot, zag hij dat drie mannen op hem afliepen. [benadeelde partij 9] liep naar zijn voordeur en stak zijn sleutel in het slot. Op dat moment werd hij gepasseerd door de mannen. [benadeelde partij 9] draaide zich om en werd plotseling met een arm om zijn nek door een man achter hem in een wurggreep gehouden. De man trok zijn arm naar achteren en omhoog waardoor [benadeelde partij 9] achteroverleunde en niet veel kon zien. De man voor hem hield zijn hand voor de mond van [benadeelde partij 9] . De derde man pakte het Rolex-horloge van de linkerarm van [benadeelde partij 9] . Hierna gaf deze man een paar klappen op het hoofd van [benadeelde partij 9] waarna de drie mannen wegrenden.

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij hierbij was. Hij heeft in de auto gezeten die om de hoek geparkeerd stond en heeft niet gezien wat er is gebeurd. Verdachte is daarna weggereden om [medeverdachte 1] naar het ziekenhuis te brengen. Het weggenomen horloge is twee dagen later in België verkocht voor € 7.200,-. Deze opbrengst is onder vier personen verdeeld. Verdachte heeft zijn aandeel van € 1.800,- ontvangen.

5.3.7.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

5.3.7.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geen bewijsverweer gevoerd.

5.3.7.3 Oordeel van de rechtbank

Op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van deze straatroof.

Zoals eerder in rubriek 5.3.3.3 is overwogen, merkt de rechtbank verdachte als bestuurder van de vluchtauto aan als medepleger. Ook in dit geval zijn de rollen van de verdachten inwisselbaar en gelijkwaardig. Dit volgt onder meer uit het feit dat verdachte op een evenredige manier meedeelde in de buit.

5.3.8

Feiten 2 en 3: zaaksdossier Bronckhorststraat

[benadeelde partij 3] heeft aangifte gedaan van een poging straatroof die op 3 februari 2019 omstreeks 00:47 uur plaatsvond. Hij en zijn vriendin [benadeelde partij 4] reden in een Porsche terug van een feestje. [benadeelde partij 3] parkeerde de auto in de Bronckhorststraat, vlakbij zijn woning. Hij en [benadeelde partij 4] staken de weg over toen hij twee jongemannen vanuit de Van Baerlestraat zag komen aanlopen. [benadeelde partij 3] werd van achteren vastgegrepen door beide mannen. De man met een capuchon op bracht een nekklem om zijn nek aan en probeerde hem naar de grond te brengen. Dit lukte niet. De andere man, zonder capuchon, sloeg [benadeelde partij 3] meerdere keren met een vuist in zijn gezicht. [benadeelde partij 4] sloeg deze man met haar telefoon in zijn gezicht, maar de man zonder capuchon duwde haar waardoor zij viel. [benadeelde partij 3] kon zich losrukken en sloeg de man met de capuchon van hem af. De man zonder capuchon kwam weer naar hem toe, maar die kon [benadeelde partij 3] van zich afslaan. Hierna rende [benadeelde partij 3] richting de Van Baerlestraat. Hij werd na vijftig meter ingehaald; beide mannen lichtten hem pootje en duwden hem in zijn rug, waardoor hij viel. [benadeelde partij 3] werd in zijn nek geschopt en geslagen. Hierna rende hij naar het Muse-hotel, waar hij weer werd achterhaald. [benadeelde partij 3] werd gestompt, geslagen, met geweld naar de grond gebracht en geschopt. De man met de capuchon zei: “Ik pak mijn pistool en ga schieten”. De mannen probeerden ondertussen de Rolex van de pols van [benadeelde partij 3] te trekken. [benadeelde partij 4] en een aantal andere mensen waren erbij gekomen. Hierna renden de mannen weg in de richting van de Van Baerlestraat.

[benadeelde partij 4] heeft aangifte gedaan van zware mishandeling. Zij wilde [benadeelde partij 3] helpen toen zij zag dat hij werd geschopt en geslagen. Hierbij heeft een van de daders haar onderuit getrokken of geschopt waardoor zij ten val is gekomen.

[benadeelde partij 3] heeft onder meer een gekneusde kaak, een gekneusd linkerjukbeen en zwellingen in zijn gezicht opgelopen. [benadeelde partij 4] heeft haar schouder gebroken en ze had schaafwonden en blauwe plekken.

Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat verdachte gebruikmaakte van het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Uit de historische gegevens van dit telefoonnummer blijkt dat de telefoon op 3 februari 2019 op de volgende tijdstippen gebruikmaakte van de volgende basisstations:

  • -

    00:26 uur: Van Baerlestraat 76 te Amsterdam;

  • -

    00:27 uur: Van Baerlestraat 76 te Amsterdam;

  • -

    00:47 uur: Ferdinand Bolstraat 89 te Amsterdam.


De Van Baerlestraat 76 ligt hemelsbreed 498 meter verwijderd van de plek van de beroving. De Ferdinand Bolstraat 89 ligt ongeveer 722 meter hemelsbreed verwijderd van de plek van de beroving.

De historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van verdachte zijn vergeleken met die van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . Uit deze vergelijking blijkt dat de historische verkeersgegevens van beide telefoonnummers tussen 2 februari 2019 18:09:11 uur en 3 februari 2019 00:47:27 uur dezelfde basisstations gebruikten, op en om en nabij dezelfde tijdstippen.

Verder blijkt uit de OVC-gesprekken aan de hand van stemherkenning dat verdachte (A) en [medeverdachte 1] (B) op 8 februari 2019 vanaf 23:23 uur het volgende gesprek voeren:

[medeverdachte 1] : Wajow jullie hebben zomaar. Jij hebt die andere aangewezen aan die andere.

[medeverdachte 1] : Kan niet. Hoe kan hij erbij komen?

[verdachte] : Luister naar mij. Wollah.

[verdachte] : Wollah we rijden zo. We zien een Porsche.

[verdachte] : We volgen.
[medeverdachte 1] : Je moest die man. Maar je weet ik heb hem met jou tweemans. Waarom?
[verdachte] : Achteraf dacht ik pas broer deze dingen is van die andere man.
[medeverdachte 1] : Jaja ja weet je waarom? Weet je waarom ik dat nu tegen je zeg?
[verdachte] : Waarom? Waarom?
[medeverdachte 1] : Ik ga je nu laten zien. Waar is die ding? Hier is ie.

[medeverdachte 1] : Kijk hier, kijk hier. Wat staat hier?

[medeverdachte 1] : Bronckhorststraat.
[verdachte] : Ja ja ja ja.

Om 23:25 uur voeren verdachte en [medeverdachte 1] het volgende gesprek:

Opmerking verbalisant: de auto is ter hoogte van de Cornelis Anthoniszstraat en de Bronckhorststraat. De Bronckhorststraat is een éénrichtingsstraat.

[verdachte] : Ik heb niet gezien, ik was toevallig niffo. Twaalf uur reden elf uur hiero, he ik zie die man een Porsche, hij zegt stop stop. Ik parkeer hiero, ik rij, ik stop.
[medeverdachte 1] : Jullie willen gewoon links rechts pakken, schijt aan kampoes.
[verdachte] : ntv, want die mannen stapten uit, ze rennen, ze rennen naar daaro. Ik maak doraa, doraa, zie ze opeens midden op de weg. Ik zeg samsa, ja struggle ik heb met ze gevochten dit dat bla bla gemiste kut, ik rij ntv weer naar links. Jullie maken zulke kanker..poging. Ik hou daar niet van.

5.3.8.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

5.3.8.1.1 Feit 2

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte de chauffeur van de vluchtauto is geweest, een rol die dusdanig essentieel van aard is dat van medeplegen kan worden gesproken. Zij wijst hierbij op de verklaring van [naam 8] die heeft verklaard dat hij die nacht op stap was met mensen uit Amsterdam-Noord en dat gebruik werd gemaakt van een zwarte Volkswagen Polo van een vriend hem. Daarnaast maakte de telefoon van verdachte blijkens de historische verkeersgegevens rondom het tijdstip van de straatroof gebruik van basisstations die in de buurt van de plaats delict zijn gelegen. Deze gegevens komen overeen met die van de telefoon van [medeverdachte 3] , die heeft bekend bij dit feit betrokken te zijn geweest. Ook heeft de officier van justitie gewezen op OVC-gesprekken van 8, 19 en 20 februari 2019 waarin over deze straatroof wordt gesproken.

De officier van justitie vindt dan ook dat een poging tot diefstal met geweld kan worden bewezen. Zij vraagt vrijspraak van de onder als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde poging tot afpersing.

5.3.8.1.2 Feit 3

De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat verdachte als medepleger van de mishandeling van [benadeelde partij 4] kan worden aangemerkt. Ook het geobjectiveerde gevolg (zwaar lichamelijk letsel) kan worden bewezen.

Verdachte was die avond doelbewust van plan iemand te beroven van een horloge, waarna de Porsche werd gespot. Van tevoren was bedacht en besproken wie wat zou gaan doen, waarbij ook geweld ter sprake kwam. Een van de risico’s van het plegen van een straatroof is dat omstanders zich ermee bemoeien, zoals ook in casu het geval was. Het wegduwen van [benadeelde partij 4] maakte deel uit van de poging om [benadeelde partij 3] te beroven. Het risico dat [naam 8] en [medeverdachte 3] geweld tegen omstanders zouden gebruiken, heeft verdachte op zijn minst genomen in de zin van voorwaardelijk opzet bewust aanvaard toen hij hen ter plaatse afzette en ondertussen de vluchtauto omkeerde.

5.3.8.2 Standpunt van de verdediging

5.3.8.2.1 Feit 2

De raadsman van verdachte heeft gewezen op de ontkennende verklaring van verdachte en zijn verklaring ter terechtzitting dat hij de auto van zijn moeder die avond had uitgeleend en dat zijn telefoon nog in de auto lag. De raadsman wijst daarbij op het feit dat [persoon] op 29 januari 2019 de Volkswagen Golf heeft geleend die op naam van de moeder van verdachte staat.

5.3.8.2.2 Feit 3

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat, ook als de rechtbank bewezen zou achten dat verdachte betrokken is geweest bij de straatroof, verdachte niet strafrechtelijk aansprakelijk is voor de daden van degenen die de straatroof hebben uitgevoerd en waarbij zij ook [benadeelde partij 4] ten val hebben gebracht, waardoor zij letsel heeft opgelopen.

5.3.8.3 Oordeel van de rechtbank

5.3.8.3.1 Feit 2

Uit het vonnis van deze rechtbank van 4 februari 2020 in de zaak van [naam 8]6 blijkt dat [naam 8] een van de twee personen is geweest door wie met name [benadeelde partij 3] is belaagd. Uit de OVC-gesprekken (waaronder die van 10 februari 2019 om 00:44 uur waarin [medeverdachte 3] - terwijl de auto ter hoogte van de Bronckhorststraat rijdt - spreekt over het daar uitdelen van een Porsche, het gepoogd was, dat er camera’s waren, hij in het zwart gekleed was en een capuchon op had) en de tapgespreken tussen [medeverdachte 3] en [neefje] die naar aanleiding van de uitzendingen van Opsporing Verzocht over deze straatroof zijn gevoerd, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] de tweede persoon is die te zien is op de beelden (de dader met de capuchon op). De vraag die nu voorligt, is of verdachte de persoon is geweest die volgens [naam 8] in de auto bleef wachten en als bestuurder van de vluchtauto fungeerde.

[naam 8] heeft verklaard dat een van de vrienden met wie hij was een zwarte Volkswagen Polo had waarmee zij gingen rijden, op zoek naar horloges. Uiteindelijk zagen zij op de Bronckhorststraat een Porsche voorbij rijden waarna ze besloten de bestuurder ervan, [benadeelde partij 3] , te beroven. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van verdachte blijkt dat zijn telefoon kort voor en tijdens de (mislukte) beroving gebruikmaakte van basisstations die in de omgeving van de plaats delict zijn gelegen. Deze gegevens komen gedurende de gehele avond één op één overeen met de historische verkeersgegevens van de telefoon van [medeverdachte 3] , een van de twee overvallers.

Verdachte heeft op de zitting pas voor het eerst verklaard dat hij die avond zijn auto, de Volkswagen Polo, had uitgeleend en dat zijn telefoon nog in de auto lag. Verdachte heeft niet willen vertellen aan wie hij de auto heeft uitgeleend, waardoor deze verklaring niet verifieerbaar is. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte in het licht van de voornoemde bewijsmiddelen en de modus operandi niet geloofwaardig en gaat daaraan voorbij.

Bij haar overweging betrekt de rechtbank ook de eerdergenoemde OVC-gesprekken die op 8 februari 2019 worden gevoerd als de auto langs de Bronckhorststraat rijdt. Verdachte spreekt hierin immers over een man in een Porsche die hij rond 12 uur ziet en over twee mannen die uitstappen, hetgeen overeenkomt met de verklaring van [benadeelde partij 3] en de beelden dat hij door twee mannen is belaagd. Daarnaast spreekt verdachte over een poging en wordt er gesproken over camera’s (campoes), twee details die overeenkomen met de ten laste gelegde poging tot straatroof.

Gelet op het voorgaande, tezamen en in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank de ten laste gelegde poging tot straatroof wettig en overtuigend bewezen. Zoals eerder in rubriek 5.3.3.3 is overwogen, merkt de rechtbank verdachte als bestuurder van de vluchtauto aan als medepleger. Ook bij dit feit zou verdachte evenredig delen in de buit. [naam 8] heeft verklaard dat de buit door drieën zou worden gedeeld.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op het duwen van [benadeelde partij 4] (het vierde gedachtestreepje). Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist dat [benadeelde partij 3] samen met [benadeelde partij 4] in de Porsche zat en dus een rol zou kunnen hebben bij de straatroof. In het opgenomen gesprek van 8 februari 2019 om 23:25 uur spreekt verdachte ook alleen over een man in een Porsche. Van enig oogmerk van verdachte op het tegen [benadeelde partij 4] gebruikte geweld is dan ook niet gebleken.

5.3.8.3.2 Feit 3

Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank verdachte integraal vrijspreken van de onder feit 3 ten laste gelegde (zware) mishandeling van [benadeelde partij 4] . Van (voorwaardelijk) opzet op (zware) mishandeling van [benadeelde partij 4] is niet gebleken.

5.3.9

Feit 4: zaaksdossier J.J. Viottastraat

[benadeelde partij 10] heeft aangifte gedaan van een straatroof die op 31 januari 2019 omstreeks 01:05 uur op de J.J. Viottastraat plaatsvond. Na een avond in een restaurant reed hij op zijn scooter, merk Piaggio Vespa Sprint, naar huis. Hij is ongeveer 1.92 meter lang. Toen [benadeelde partij 10] de voordeur wilde openen, hoorde hij een geluid en draaide hij zich om. Op dat moment zag [benadeelde partij 10] dat een jongen op hem af kwam rennen. Hij werd tegelijkertijd vastgepakt door twee anderen. [benadeelde partij 10] probeerde zichzelf te verdedigen, maar toen hij de woorden “laat los, anders schieten we” hoorde, staakte hij zijn verzet waarna zijn Rolex-horloge (type Daytona) werd weggenomen. Hierna renden de daders weg. De beroving duurde volgens [benadeelde partij 10] slechts 1 à 2 minuten.

De aangifte wordt ondersteund door camerabeelden van de J.J. Viottastraat/Cornelis Schuytstraat waarop te zien is dat rond 01:01 uur een Volkswagen Golf wordt geparkeerd en dat er drie mannen uitstappen. Om 01:02 uur rennen de mannen uit beeld, waarna zij één minuut later weer terugrennen naar de auto en vervolgens wegrijden.

Op de telefoon van verdachte is een filmpje van negen seconden aangetroffen dat is gemaakt op 31 januari 2019 om 01:30 uur. Op het filmpje zijn verdachte, [neefje] en [medeverdachte 1] te zien. Verdachte filmt zichzelf en de twee anderen terwijl zij in een shishalounge zijn. Op enig moment houdt [neefje] de arm van verdachte omhoog naar de camera en zegt “Daytona”. Op dat moment is om de arm van verdachte een Rolex-horloge type Daytona met een witte wijzerplaat zichtbaar. Het beeld draait naar [medeverdachte 1] waarna verdachte zegt “Caza ouwe, Caza, Caza” waarop [medeverdachte 1] reageert: “Jullie maken mij heet man”.

Uit de historische telefoongegevens van verdachte blijkt dat op 31 januari 2019 om 09:23 uur een sms bericht met de tekst “Welkom in België” is ontvangen. Op de telefoon van verdachte is een tweede filmpje van zes seconden aangetroffen dat is gemaakt op 31 januari 2019 om 10.01 uur waarop verdachte en [neefje] te zien zijn waarop beiden te zien zijn met een waaier contant geld. Op de achtergrond is de stem van [medeverdachte 1] te horen.

Verdachte heeft hierover niets willen verklaren.

5.3.9.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij heeft gewezen op de volgende omstandigheden en het schakelbewijs.

De auto op de camerabeelden komt qua type, kleur en merk overeen met de Volkswagen Golf, op naam van de moeder van verdachte, die op 29 januari 2019 bij een andere straatroof in beeld kwam. Het is aannemelijk dat de personen die uit de auto stappen ook degenen zijn die de straatroof plegen. De historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte komen om 01:46 uur overeen met de kentekenregistratie van de auto. Ook wordt op de telefoon van verdachte een filmpje aangetroffen waarop te zien is dat verdachte een horloge draagt dat lijkt op het horloge dat minder dan een half uur daarvoor is gestolen. Verder wijst de officier van justitie op een sms-bericht dat de telefoon van [verdachte] de volgende dag om 09:23 uur ontvangt met de tekst ‘welkom in België’ en een filmpje dat om 10:01 uur is gemaakt waarop [neefje] en verdachte met een waaier bankbiljetten te zien zijn. [medeverdachte 1] is op de achtergrond te horen. Vermoedelijk zijn zij naar België gereden om het horloge te verkopen. Tot slot lijken verdachte en [medeverdachte 1] op 18 februari meermalen over de beroving te spreken.

5.3.9.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Op geen enkele manier is gebleken dat de auto op de camerabeelden de Volkswagen Golf is, de auto van de moeder van verdachte. Bovendien zijn de camerabeelden vaag. [benadeelde partij 10] heeft de daders summier beschreven en de telefoongegevens van verdachte zijn nietszeggend. De genoemde OVC-gesprekken wijzen ook niet op een directe betrokkenheid van verdachte. Tot slot kunnen de op de telefoon van verdachte aangetroffen filmpjes op geen enkele wijze worden gekoppeld aan deze beroving, ook niet met de schakelbewijsconstructie.

5.3.9.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat op het filmpje dat in de telefoon van verdachte is aangetroffen te zien is dat verdachte, minder dan een half uur nadat [benadeelde partij 10] van zijn Rolex-horloge type Daytona is beroofd, in een shishalounge in Zaandam eenzelfde soort horloge draagt. Dit is opvallend. Een Rolex-horloge is op zichzelf al een exclusief horloge, maar dit specifieke type is dat des te meer. Bovendien komen ook de kenmerken van het horloge dat is weggenomen en het horloge dat verdachte om zijn pols heeft exact overeen (zilveren band en witte wijzerplaat). Verdachte heeft geen enkele verklaring willen geven voor het feit dat hij vlak na de beroving met een exact gelijkend horloge om zijn pols te zien is op een filmpje.

Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen (of in dit geval: soortgelijke goederen) niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de (verdere) feiten en omstandigheden van het geval van belang. Voor medeplegen van diefstal geldt hetzelfde.

Een rol kan spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het voorhanden hebben van het gestolen goed. De omstandigheid dat de verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden ter zake van het voorhanden hebben van de goederen kan op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien de verdachte voor zo’n omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken.7

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de volgende gesprekken in de auto zijn opgenomen.

Op 8 februari 2019 zegt verdachte (A) om 11:29 uur in de auto het volgende in een gesprek met een onbekende man:

[verdachte] : Broer ik ben afgelopen week 5 keer naar Antwerpen gegaan.

[verdachte] : Voor wat? Daytona he broer. Nieuwste Batman 8

Op 11 februari 2019 zegt verdachte (A) om 18:18 uur in de auto het volgende in een gesprek met [medeverdachte 3] (K) en een onbekende man:

[verdachte] : Dit was… welke datum was dittuh? 27 januari, 27 januari toch? Ok, daarna… dit is weer een andere 29 januari, 2 dagen later.
Onbekende man: België?
[verdachte] : Ja, 30 januari weer een andere.
[medeverdachte 3] : Scan hem [naam 4] (fon) allemaal Green touch scan hem broer scan hem allemaal Green touch, kijk.
[verdachte] : Scan
[medeverdachte 3] : Allemaal groentjes, allemaal groentjes kijk die kleine rat achter, helemaal NTV
[verdachte] : Daytona, Daytona broer.

Op 18 februari 2019 voeren verdachte (A) en [medeverdachte 1] (B) om 18:50 uur het volgende gesprek:

[medeverdachte 1] : (…) Dat wij die Daytona hebben gepakt is gewoon geluk hoor NTV
[verdachte] : Toch leipe NTV
[medeverdachte 1] : Is gewoon shar vriend (fon) man op brommers zo laat nog, was gewoon een sceary (fon)
[verdachte] : Ik zag hem niet eens, ik wist niet eens dat het een Daytona was, ik zie iets leips glimmen ik zag gelijk (maakt fluitgeluid)

Om 19:02 uur zeggen verdachte en [medeverdachte 1] het volgende.

[medeverdachte 1] : Huh op die Vespa toch
[verdachte] : Moet gelijk weer denken aan die Daytona

Om 19:51 uur wordt het volgende besproken.

[medeverdachte 1] : Snel. Is ie 1 man? Oude man?
[verdachte] : 1 man, oude man. Hij … die grote..eeeh.. van die Daytona. Zo groot is ie.

Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte meermalen over de beroving van [benadeelde partij 10] en zijn betrokkenheid daarbij praat. Enkele details kloppen: het type Rolex-horloge, het feit dat [benadeelde partij 10] alleen op zijn Vespa-scooter naar huis reed en dat [benadeelde partij 10] een grote man is (1.92 meter lang). Ook praat verdachte over een Daytona in combinatie met de datum 30 januari. De beroving van [benadeelde partij 10] vond weliswaar op 31 januari 2019 plaats, maar dit was kort na middernacht. Gelet op de gesprekken van 8 februari 2019, het sms-bericht “Welkom in België” dat verdachte de ochtend na de straatroof heeft ontvangen op zijn telefoon en het filmpje waarop hij te zien is met een grote hoeveelheid contant geld, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte het gestolen Rolex-horloge de dag erna in België heeft verkocht.

Gelet op het korte tijdsbestek tussen de beroving van [benadeelde partij 10] en verdachte die een soortgelijk horloge draagt, het uitblijven van een aannemelijke verklaring van verdachte en bovengenoemde OVC-gesprekken is de rechtbank van oordeel dat verdachte een van de daders is geweest die [benadeelde partij 10] van zijn Rolex-horloge hebben beroofd. Al deze omstandigheden samen schreeuwen als het ware om uitleg. Verdachte heeft deze echter niet gegeven. De rechtbank betrekt dit gebrek aan uitleg in haar overwegingen, in die zin dat zij er bij gebreke van een alternatieve verklaring van uitgaat dat het gegaan is zoals het er op basis van de bewijsmiddelen uitziet, namelijk dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan een straatroof.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook voornoemde straatroof past in de door de verdachten gehanteerde modus operandi zoals beschreven in rubriek 5.3.1.

5.3.10

Feit 5: zaaksdossier Sloterkade

[benadeelde partij 2] heeft aangifte gedaan van een straatroof die op 29 januari 2019 tussen 03:00 uur en 04:00 uur op de Sloterkade plaatsvond en waarbij onder andere zijn Rolex-horloge, iPhone en MacBook zijn weggenomen. Na een avond uit met een vriend in de stad, eindigend in café de Mazzeltov, werd [benadeelde partij 2] door de chauffeur van een Uber op de Baarsjesweg afgezet. Op de hoek van de Sloterkade werd hij plotseling aangevallen. Iemand pakte hem bij zijn arm en iemand schopte tegen zijn benen, waardoor hij op de grond viel. [benadeelde partij 2] werd drie à vier keer in zijn rug geschopt en iemand stompte drie à vier keer met een vuist in zijn gezicht. Hij denkt dat twee of drie personen hem schopten en sloegen. Iemand zei: “Schiet hem gewoon neer”. Hierdoor stopte [benadeelde partij 2] met tegenstribbelen. Een persoon pakte zijn tas en rukte zijn sleutels uit zijn hand. Een tweede persoon pakte zijn linkerarm en deed zijn Rolex-horloge af. Hierna zijn de daders richting de Baarsjesweg weggerend.

De vriend van [benadeelde partij 2] , [vriend] , heeft gezien dat [benadeelde partij 2] door twee jongens werd aangevallen. Hierna kwam er nog meer jongens bij. [vriend] denkt dat [benadeelde partij 2] in totaal door drie of vier jongens is aangevallen. Zij schopten en sloegen hem. Ook heeft hij gehoord dat een van de jongens zei: “Schiet hem neer”.

Op camerabeelden is om 03:32 uur, enkele minuten voor de straatroof, een zwarte Volkswagen Golf, modeltype 4, zichtbaar.

Daarnaast blijkt uit de OVC-gesprekken dat verdachte (A), [medeverdachte 1] (B), [medeverdachte 2] (C) en [medeverdachte 3] (K) op 19 februari 2019 om 18:16 uur het volgende gesprek voeren:

[verdachte] : Mocro helemaal kapot geslagen Zuid. NTV. Gewoon Macbook meegenomen. Was een makelaar.
[medeverdachte 2] : Mocro?
[medeverdachte 1] : Had je meegenomen?
[verdachte] : Ja man. Mocro.
[medeverdachte 1] : Had je die watcha meegenomen?
[verdachte] : Ja, natuurlijk! Ik praat je serieus he. Lijpe NTV een Macbook, kijken naar die agenda van hem. Ik zie lijpe bedragen, 15 doesoe, 30 doesoe, makelaar. Lijpe bedragen. Macbook geseert (fon) 6 barkie en die watcha was hoeveel, 4 ofzo.
[medeverdachte 2] : Gekke gasten, jullie pakken gewoon mocro’s.
[verdachte] : Mocro, helemaal kapot, die man wou niet afstaan die kanker.

[verdachte] : Het was een kale gast.

[verdachte] : Hij was met een Hollander. Die mocro was met een Hollander. Die je niffootje gedaan NTV.

[verdachte] : Hij ging lijp praten tegen je niffootje. Je niffootje pakte hem zo. Zie je die andere man eeh die Casa.
[medeverdachte 2] : [neefje] pakt hem gewoon zo.
[verdachte] : Ja! Die mocro, hij was groot he!
[medeverdachte 3] : [neefje] is gek!
[verdachte] : Die mocro was groot he! Kale
[medeverdachte 1] : Stil, stil.
[verdachte] : Hij had NTV. [neefje] pakt hem zo, die andere man pakt hem van achter. Geven hem twee pompers, BAM BAM! Die man gaat naar de grond, die kleine probeert die watcha d’r uit te trekken. Ik geef hem leverstoot, zo BAM! Omdat ie naar beneden te gaan, ik geef hem op zijn hoofd. Hij wilt niet. Hij zit met zijn benen te… te spatteren datdatdatdadat. Hé wat moeten we met deze man, geef hem een punter, punter op zijn hoofd, een punter. Kankerlange actie 2, 3 minuten gewoon gevochten met die man.
[medeverdachte 3] : Punter, dat zijn die [verdachte] dingen.
[verdachte] : Wanneer die watcha was losgetrokken, ik trek hem los. Bam. Loesoe. Andere Hollander ging ie NTV, ging ie weg, ha broer.

[verdachte] : ik pakte z’n telefoon.

Het DNA van [neefje] (het neefje van [medeverdachte 2] die tijdens bovengenoemd gesprek ook in de Volkswagen Polo zat) is op de mouw van de jas van aangever aangetroffen.

Uit de OVC-gesprekken van 18 februari 2019 om 22:43 uur volgt dat op het moment dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] over het scannen bij café de Mazzeltov praten verdachte het volgende vertelt:

[verdachte] : Ik heb daar eentje gegeven.

[verdachte] : Mocro gasten

[verdachte] : Ik heb hem helemaal kapot geslagen die gast. Hij wou hem niet afstaan a broer.

Uit de OVC-gesprekken volgt verder nog dat verdachte (A) aan [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 19 februari 2019 om 22:52 uur het volgende vertelt:

[verdachte] : Mazzeltof gaan we daar effe kijken.

[verdachte] : Daar heb ik die Mocro gast getimerd.

[medeverdachte 1] : Waar heb je hem gegeven?

[verdachte] : Achtervolgd in taxi.

[verdachte] : We hebben hem bij NTV gegeven, bij eeeh Osdorp daarzo.

[verdachte] : Daar in de buurt.

Tot slot is uit een technische actie op het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [persoon] , gebleken dat [persoon] op 1 februari 2019 omstreeks 02:38 uur een gesprek voert met verdachte waarin verdachte zegt: “Die doekoe van de macbook geef ik je morgen”.

Verdachte heeft pas op de zitting een verklaring omtrent een en ander gegeven. Hij heeft verklaard dat hij zijn auto had uitgeleend aan drie jongens uit de buurt. Hij kreeg de auto de volgende ochtend terug toen hij samen met de jongens ging ontbijten. Verdachte zag bij het ontbijt een koffer/laptoptas staan met een laptop. De jongens vertelden dat ze de laptop en een horloge in Amsterdam-Zuid hadden weggenomen van een kale grote Marokkaan die met een Hollander was. Verdachte hoorde later dat het bij de Sloterkade was. De jongens vertelden ook dat ze meerdere keren hadden geslagen. Hij stelt de laptop niet te hebben geopend, maar in de koffer/laptoptas lag ook een losse zwarte agenda, waarin hij heeft gekeken. Verdachte zag zodanige bedragen dat hij ervan uitging dat de man een makelaar was. De jongens vroegen aan verdachte of hij de laptop kon verkopen. Verdachte kende een jongen uit de buurt die handig was met laptops. De laptop is uiteindelijk verkocht voor € 275,-, en niet voor € 600,-, zoals verdachte in een opgenomen gesprek vertelt. Verdachte heeft later in de auto het verhaal verteld alsof hij het was geweest. Hij deed dit om stoer over te komen.

5.3.10.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij vindt de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, gelet op de specifieke details die verdachte in de OVC-gesprekken noemt en het feit dat hij spreekt in de ik-vorm. Verdachte laat zich op meerdere dagen gedetailleerd uit over de beroving, ook in het bijzijn van [medeverdachte 2] , terwijl diens eigen neef betrokken was. [medeverdachte 2] had dus meteen kunnen verifiëren of het klopte wat verdachte zei. Dat het enkel stoerdoenerij was , wordt niet geloofd, ook al omdat de aard van de details niet bij stoerdoenerij passen.

Uit de aangifte, getuigenverklaring en de OVC-gesprekken blijkt dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders, waarbij hij aan het geweld en de diefstal heeft deelgenomen. Overigens vertoont de aard van het geweld overeenkomsten met het geweld dat is toegepast op de Bronckhorststraat en de J.J. Viottastraat; de beroving past binnen de modus operandi.

5.3.10.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gelet op de verklaring van verdachte vrijspraak bepleit. Op 29 januari 2019 zijn [neefje] en [persoon] in de Volkswagen Golf van de moeder van verdachte gezien bij een tankstation. Later die avond is een persoon die bij dat tankstation is geweest van zijn Rolex beroofd. Hiervoor is [neefje] veroordeeld. Hieruit blijkt dat verdachte in die periode de Volkswagen Golf van zijn moeder uitleende.

5.3.10.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat hij niet betrokken is geweest bij de beroving en in de auto heeft gedaan alsof hij dat wel was om stoer over te komen, in het licht van de bewijsmiddelen ongeloofwaardig en gaat hieraan voorbij.

De rechtbank heeft eerder overwogen dat voorzichtigheid moet worden betracht bij de interpretatie van opgenomen gesprekken. Tegelijkertijd heeft verdachte niet ontkend dat voornoemde gesprekken over de in de aangifte genoemde beroving gaan. De rechtbank heeft ook eerder overwogen dat zij oog heeft voor de sfeer die in de auto moet hebben geheerst en dat zij het niet onaannemelijk acht dat er onderling verhalen worden verteld om stoer te doen. De rechtbank heeft echter geen aanleiding om te veronderstellen dat die verhalen daarmee niet (op zijn minst genomen ten dele) waar zouden zijn. Daarbij betrekt zij het feit dat hetgeen verdachte in de beslotenheid van een auto – niet wetende dat de gesprekken werden opgenomen – heeft verteld, het karakter heeft van een beeldend en enthousiast daderverslag: een verslag van iemand die uit eigen wetenschap vertelt over zijn daden, op een aantal punten zeer gedetailleerd (bijvoorbeeld het feit dat het slachtoffer een Marokkaan was die in gezelschap was van een Hollandse man, dat het slachtoffer kaal en groot was, dat er een MacBook met daarin genoemde geldbedragen en een telefoon zijn weggenomen, hij hem in een taxi heeft gevolgd vanuit de Mazzeltov en in de buurt van Osdorp heeft beroofd) en overeenkomend met de aangifte van [benadeelde partij 2] . Ook spreekt verdachte tegen [medeverdachte 2] over [neefje] , ‘je niffootje’, ‘die hem gewoon zo pakt’. Het DNA van [neefje] is ook op de kleding van aangever aangetroffen . Ook dat deel van het verhaal van verdachte blijkt dus te kloppen. Uit het vonnis van deze rechtbank van 4 maart 20209 blijkt dat [neefje] , het neefje van [medeverdachte 2] , voor deze beroving is veroordeeld.

Daarbij komt dat verdachte pas bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak voor het eerst heeft verklaard, ruim anderhalf jaar later en nadat hij ruimschoots de gelegenheid heeft gehad de inhoud van het dossier tot zich te nemen.

Op grond van aangifte en de aangehaalde OVC-gesprekken acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan deze straatroof.

5.3.11

Feit 6: zaaksdossier Club Bells

[melder] heeft op 27 januari 2019 melding bij de politie gedaan van een beroving van [benadeelde partij 11] waarbij diens Rolex-horloge zou zijn weggenomen. Hij zou dit achteraf van [benadeelde partij 11] hebben gehoord. Wanneer de politie bij [benadeelde partij 11] en zijn moeder langsgaat, bevestigen zij de beroving. [benadeelde partij 11] was in de nacht van 26 op 27 januari 2019 met vrienden bij Club Bells geweest en is daarna met hen naar het hotel van familie in de stad gegaan. Daarna is hij door drie personen (een wat langere, een wat kortere en een bolle jongen) beroofd van zijn horloge. [benadeelde partij 11] heeft geen aangifte willen doen, omdat hij niet wil dat de daders er achter komen dat hij aangifte heeft gedaan.

Uit de OVC-gesprekken blijkt dat verdachte (A) met [medeverdachte 3] (K), een onbekende man genaamd [naam 4] (NN [naam 4] ), [medeverdachte 1] (B) en [medeverdachte 2] (C) op 11, 18 en 19 februari 2019 over deze beroving lijkt te praten.

11 februari 2019 om 18 :17 uur

NN [naam 4] : Ben bang he
[verdachte] : Kankerzooi
NN [naam 4] : Wat zooi he niffo (fon) als ik weet er is doekoe
[verdachte] : Kennelijk ook NTV met [benadeelde partij 11] (fon) ook BN’er
[medeverdachte 3] : Broer die NTV zit alleen maar in green site
[verdachte] : Dit was… welke datum was dittuh? 27 januari, 27 januari toch? Ok, daarna… dit is weer een andere 29 januari, 2 dagen later

11 februari 2019 om 18:30

NN [naam 4] : Waar is [naam 6] (fon), waar is die, waar is hij?
[verdachte] : Huh , Amstel hotel, bij de Nederlandse bank
NN [naam 4] : is hij daaro?
[verdachte] : Wattuh
[medeverdachte 3] : Daar hebben wij die watche afgepakt
[verdachte] : Daar hebben wij die afgepakt, vanaf een BN’er. Ik ben matties met hem geworden, nak hem gelijk he broer. [benadeelde partij 11] (fon), hij is een mattie van [naam 9] (fon) NTV
[medeverdachte 3] : [naam 9] (fon) fresh, Montana (fon) is ook NTV gelijke doekoe
[verdachte] : Waar is die kankerding
[medeverdachte 3] : Man is multi, multi multimiljonair. Bezit honderden miljoenen.
[verdachte] : Ze vader ja. Scan, scan niffo (fon) NTV. Dit is die gast [benadeelde partij 11] (fon)
[medeverdachte 3] : Kijk hem hiero
[verdachte] : Laat zien, mijn telefoon is kapot. Scan [naam 4] , scan. Zie je die gast, daar komen chika’s (fon) als het goed is gaat er nu iemand kanker snel naar binnen rennen, is [medeverdachte 2] (fon), die kleine.
[medeverdachte 3] : Kleine scan

[medeverdachte 3] : Hij rent een (met harde stem). Dan zie je [verdachte] en nog een andere gast. NTV rustig
[verdachte] : Ik ben rechts, deze
[medeverdachte 3] : Dat is zo
[verdachte] : Dat is [naam 10] (fon)10, rechts is die ikke
NN [naam 4] : Deze
[verdachte] : Dat is [naam 10] , ik ben die andere die rechter. Maar eh er zijn ook andere beelden van deze ik heb ze gezien he, op de trap zelf. Op de trap. Op de trap zelf zijn ze ook he.
[medeverdachte 3] : waar dan ?
[verdachte] : Ik heb mijzelf ook op de trap gezien maar dan zie je alsnog niet NTV
NN [naam 4] : Waar is dit?
[verdachte] : Amstel hotel , bij de Nederlandse bank

[verdachte] : Nee niet die Amstel, ik weet welke jij bedoelt, nee niet die. Jij bedoelt die groooote bij die viaduct. Nee niet die. Bij Nederlandse bank.

18 februari om 21:29 uur

[verdachte] : Hij zegt (vermoedelijk die [naam 11] ) zegt [naam 12] , hij heeft zich versproken met die [naam 13] (onverstaanbaar).. dat ik [benadeelde partij 11] z’n watch heb genakt.
[medeverdachte 1] : Welke die hollander die boscoe?
[medeverdachte 3] : Nee [benadeelde partij 11] , dat papa’s kindje van zuid
[medeverdachte 1] : Hoeveel hebben jullie gekregen?
[verdachte] : 4 doezoe .
[medeverdachte 3] : Die man draagt alleen maar precious en (slecht te verstaan) caza.
[medeverdachte 3] en A spreken over man die kwam van Bells club.
[verdachte] : Amstelhotel .

18 februari om 23:16 uur

[verdachte] : NTV Waar is Nederlandse bank? Hier toch?
[medeverdachte 3] : Nee , hier heb je die J (fon) gegeven
[medeverdachte 1] : Huh ?
[medeverdachte 3] : Hebben die J gegeven, die is wel heet man NTV
[verdachte] : Kampoe ( fon) NTV
[medeverdachte 3] : Ja man , kanker veel kampoe
?: NTV
[medeverdachte 1] : Welke gasten waren NTV?
[verdachte] : [naam 9] ( fon) van [benadeelde partij 11] , die kleine gaat

[medeverdachte 3] : Kleine is kanker gestoord, kleine rende NTV
[verdachte] : Deze links , deze dinges
[medeverdachte 3] : Scan , je ziet die kleine
[verdachte] : Amstelhotel , is van zijn vader
[medeverdachte 3] : Hiero

[verdachte] : hier links .
[medeverdachte 3] : Zelf die kleine NTV
[verdachte] : Die gast
[medeverdachte 3] : NTV je gaat die kleine er tussen zien
[verdachte] : Die gast [neefje] (fon) ga je nu NTV zien rennen
[medeverdachte 3] : [neefje] ( fon) kankersnel pap. Daarna zie je [verdachte] (fon)
[verdachte] : Moet mijn waggie nog parkeren, alles. Ik ben rechts en links is die bolle
[medeverdachte 1] : Waar is dit, hotel?
[verdachte] : Ja , hiero

[verdachte] : NTV gevolgd van Bells

19 februari 2019 om 14:46 uur

[medeverdachte 3] : Hé , scan je neefje en enzo en hoe heet het. Scan
?: [naam 14]
[medeverdachte 3] : Scan . Gast, die is uitgedeeld. Scan, je gaat nu neefje zien rennen naast die smatjes. Scan die neefje, hij is kankersne;.
[verdachte] : Die broertje rent naar boven.
[medeverdachte 3] : Z ’n broertje nog duurdere ansjo, alles
[medeverdachte 2] : Wie is dit, met die capuchon?
[verdachte] : Capuchon ? Ik ben rechtsoes. Als je goed kijkt zie je 2 personen
[medeverdachte 3] : En die andere is die dikzak uit Nieuwendam
[verdachte] : Rechtse ben ik, links was die andere met wie Casa zat met hem gisteren. Eergisteren.
[medeverdachte 2] : [neefje] ( fon) is kankersnel, je ziet hem hier
[medeverdachte 3] : ja ! Kankersnel.
[medeverdachte 2] : Maar wat gingen jullie doen?
[verdachte] : Watcha !
[medeverdachte 3] : Ansjo uitgedeeld .
[medeverdachte 2] : Jullie hebben hem al uitgedeeld?
[verdachte] : Ja , we gingen naar boven, toen hadden we hem uitgedeeld. Weet je wie? Die gast van De Liefde. Kijken, deze gast.
[medeverdachte 2] : Wolla . Had ie NTV?
[verdachte] : Ja watcha , origine ja.
[medeverdachte 3] : Ze dragen allen maar origine watcha’s. maar ze hadden ‘poebie’ aan, normaal draagt ie een NTV enzo.
[medeverdachte 2] : Jullie hebben hem daar gegeven?
[verdachte] : Ja man .

Verdachte heeft over de beschuldiging ten aanzien van deze beroving niets willen verklaren.

5.3.11.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde diefstal met geweld wettig en overtuigend kan worden bewezen, met uitzondering van het deel van de tenlastelegging dat ziet op bedreiging met een mes. Van de ten laste gelegde afpersing moet verdachte worden vrijgesproken.

De verklaring van [benadeelde partij 11] dat hij beroofd is van zijn horloge wordt ondersteund door de melding van [melder] en de moeder van [benadeelde partij 11] . Uit de OVC-gesprekken blijkt dat verdachte op 11, 18 en 19 februari 2019 in de auto over deze beroving praat. In deze gesprekken wordt gesproken over daderinformatie. Ook wijst verdachte zichzelf aan op de opnames die kennelijk van het feit zijn gemaakt. Tot slot zijn op de telefoon van verdachte filmpjes aangetroffen van 31 januari 2019 waarop hij met [medeverdachte 3] en [neefje] in een luxueuze hotelkamer lijkt te zijn. Dit komt overeen met de verklaring van de moeder van [benadeelde partij 11] die dergelijke filmpjes had gezien .

Het geweld heeft , gelet op de modus operandi, minstens bestaan uit het vastpakken van de arm van [benadeelde partij 11] en het van zijn arm trekken van het horloge. In de gesprekken wordt bovendien gesproken over het ‘uitdelen’ van een ‘ansjo’.

5.3.11.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. De informatie afkomstig van [benadeelde partij 11] , zijn moeder en [melder] is summier. De beelden van deze beroving die kennelijk circuleren, zitten niet in het dossier. Het is gevaarlijk om alleen op basis van OVC-gesprekken te bepalen wie betrokken waren bij deze beroving. [benadeelde partij 11] heeft met vrienden bepaalde mensen benaderd, omdat deze personen ervan werden verdacht betrokken te zijn geweest bij de beroving, maar verdachte is met rust gelaten.

5.3.11.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de voornoemde OVC-gesprekken samen met het proces-verbaal van bevindingen waarin de verklaring van [benadeelde partij 11] is opgenomen voldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren voor de ten laste gelegde straatroof. Verdachte noemt in de gesprekken meermalen opvallende details die kloppen met de verklaring over de toedracht van de beroving, zoals de datum, de naam van het slachtoffer, de locatie en het feit dat de vader van het slachtoffer erg rijk zou zijn. Daarbij komt dat er kennelijk meermalen een filmpje van de beroving wordt bekeken waarop verdachte zichzelf aanwijst. Hij zegt bovendien op 18 februari dat hij “ [benadeelde partij 11] z’n watch heeft genakt”.

De rechtbank interpreteert deze gesprekken (opnieuw) als een beeldend en enthousiast daderverslag dat wordt verteld in de beslotenheid van een auto, niet wetende dat de gesprekken werden opgenomen. Verdachte heeft hierover desgevraagd niets willen verklaren. Hij heeft niet willen uitleggen hoe de rechtbank de gesprekken anders zou moeten interpreteren dan hiervoor vermeld.

Op grond van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat bij de straatroof gebruik is gemaakt van een mes, zodat verdachte van dit deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

5.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met anderen vijf straatroven, twee pogingen daartoe en een mishandeling heeft gepleegd. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis is de bewezenverklaring opgenomen in bijlage 3 die achter dit vonnis is gevoegd. Deze geldt als hier ingevoegd.

6 De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is daarvoor strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven jaren gevorderd, met aftrek van voorarrest.

7.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft een andere afdoening bepleit dan door de officier van justitie is gevorderd. Centraal staat daarbij het aantal feiten dat de rechtbank bewezen zal verklaren.

7.3

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

7.3.1

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een periode van iets minder dan een maand schuldig gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten, te weten straatroven, pogingen daartoe en een mishandeling. De (beoogde) buit betrof in de meeste gevallen een duur Rolex-horloge dat voor sommige slachtoffers ook emotionele waarde had.

Uit de OVC-gesprekken volgt het beeld dat verdachte zich in de genoemde periode heeft ingelaten met een aantal personen in verschillende leeftijdscategorieën met wie hij als een groep hongerige geldwolven op zoek was naar ‘snel geld’. Om dat te verkrijgen, reed hij in de auto’s van zijn moeder constant rondjes door de stad, en dan met name in Amsterdam-Zuid, op zoek naar slachtoffers met dure horloges, waarna met geweld werd toegeslagen.

Verdachte en zijn mededaders hadden maar oog voor één ding en dat was om zo snel mogelijk het dure horloge te pakken te krijgen. De slachtoffers werden onverhoeds van achteren aangevallen, veelal met een nekklem, soms voor de deur van hun eigen woning. Er werd dan hard aan de arm van het slachtoffer getrokken om maar zo snel mogelijk het horloge los te krijgen. Als het slachtoffer zich verzette werd het slachtoffer ook nog eens geschopt en/of geslagen. Wapens zijn niet gebruikt, maar daar is wel mee gedreigd. De slachtoffers bij wie werd gedreigd verkeerden daardoor in de veronderstelling dat zij zouden worden neergeschoten en staakten hun verzet. Bij [benadeelde partij 1] was door de klap van [medeverdachte 2] verzet niet eens mogelijk. Verdachte en zijn mededaders hebben er niet bij stilgestaan wat de impact van deze berovingen moet zijn geweest op de slachtoffers. Integendeel : de berovingen werden in de auto uitgebreid nabesproken, waarbij er werd gelachen en grappen werden gemaakt ten koste van het zojuist beroofde slachtoffer. Dat de slachtoffers letterlijk doodsangsten hebben uitgestaan, is voor verdachten blijkbaar niet van belang geweest op hun jacht naar het ‘snelle geld’.

Dat de impact groot was en dat deze berovingen diepe sporen in het leven van de slachtoffers hebben achtergelaten, blijkt wel uit de verschillende slachtofferverklaringen.

Wat betreft fysiek letsel beschrijft [benadeelde partij 1] dat er een leven voor en na de beroving is. In het afgelopen anderhalf jaar heeft hij veel bezoeken aan het ziekenhuis gebracht en meermalen per week fysiotherapie moeten volgen. Nog steeds heeft [benadeelde partij 1] dagelijks pijn, onder meer aan zijn nek en kaak, en is zijn smaak- en reukvermogen verminderd. In de komende periode staat hem nog een neusoperatie te wachten en moeten er nog vele restauratieve behandelingen voor zijn gebit plaatsvinden. Zijn gezicht voelt alsof het niet van hem is.

[benadeelde partij 4] beschrijft dat zij als gevolg van de fractuur haar arm niet meer omhoog kan bewegen en dat deze nauwelijks nog roteert in het schoudergewicht. Dit betekent dat zij niet meer kan volleyballen, yoga’en en een borstcrawl kan doen. Ook kan zij dingen waarvoor het nodig is dat er twee armen boven schouderhoogte zijn niet meer doen, zoals een zware doos op een plaats boven haar hoofd plaatsen, haar haar in model föhnen of haar toekomstige kind voor haar gezicht optillen. [benadeelde partij 4] voelt zich gehandicapt. Zij heeft een litteken van haar schouder tot haar bovenarm opgelopen en moet op korte termijn nog een keer worden geopereerd. [benadeelde partij 3] beschrijft dat hij na het incident zijn kiezen weken niet op elkaar kreeg. Ook had hij een hersenschudding opgelopen.

[benadeelde partij 2] heeft dagenlang last gehad van pijn aan zijn rug en zijn hoofd.

[benadeelde partij 5] beschrijft dat hij twee weken lang hoofdpijn en pijnklachten bij de oren en het linkeroog heeft gehad. [benadeelde partij 6] heeft ruim een maand bloeduitstortingen in zijn gezicht gehad. Hij omschrijft zijn gezicht in de eerste week als een grote ballon. Ook kon hij zijn nek zes weken lang niet vrijuit bewegen, omdat de wond in zijn halsstreek anders zou openscheuren. [benadeelde partij 6] heeft aan het geweld ook een doof gevoel in zijn bovenlip en klachten in zijn linkerduim overgehouden. Ook heeft hij littekens in zijn gezicht en hals.

Daarnaast spreken alle hiervoor genoemde slachtoffers over geestelijk letsel. Zij zijn angstig geworden en durven minder over straat, omdat zij zich onveilig voelen. De slachtoffers beschrijven dat zij zich nu realiseren dat veiligheid niet meer vanzelfsprekend is. Zij scannen de omgeving op verdachte personen of vluchtmogelijkheden, zijn angstig als er meerdere personen tegelijk in hun omgeving zijn en vinden het niet prettig om alleen op straat te lopen, met name als het donker is. Bij meerdere slachtoffers is uiteindelijk een posttraumatische stressstoornis geconstateerd, of in elk geval symptomen daarvan.

De rechtbank stelt vast dat de slachtoffers, nu ruim anderhalf jaar na dato, nog dagelijks worden geconfronteerd met hetgeen hen is overkomen: een fysieke confrontatie door een litteken of pijn en/of een mentale confrontatie. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.

De overige slachtoffers hebben niet kenbaar gemaakt wat de impact van de beroving op hen is geweest, maar het spreekt voor zich dat een dergelijk misdrijf een traumatische ervaring met zich meebrengt.

Naast de impact die de berovingen op alle slachtoffers heeft gehad, hebben deze voor grote maatschappelijke onrust gezorgd. De (landelijke) media besteedden aandacht aan de berovingen en met name in Amsterdam-Zuid durfden inwoners hun horloge, waarvoor ze soms jarenlang hadden gewerkt of dat ze graag droegen vanwege de emotionele waarde, buitenshuis nauwelijks meer te dragen. De berovingen hebben sterk afbreuk gedaan aan het gevoel van veiligheid in steden als Amsterdam.

7.3.2

Persoonlijke omstandigheden

Uit het strafblad van verdachte van 28 april 2020 volgt dat hij eerder op 1 april 2019 voor het handelen in harddrugs en op 10 juli 2014 voor zakkenrollerij is veroordeeld. Voor delicten als nu aan de orde is hij nog niet eerder veroordeeld. In zoverre zal hij voor het bepalen van de strafmaat als first offender worden aangemerkt.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van de rapporten die zijn opgemaakt door een psycholoog, een psychiater en Reclassering Nederland.

Advies van de NIFP-deskundigen

Uit de rapporten van psycholoog Schoenmaker en psychiater Westerborg blijkt, samengevat, dat verdachte geneigd is om zijn handelen af te stemmen op de groep waarin hij verkeert en bij wil horen, ook als binnen de groep antisociale normen worden gehanteerd. Hij neemt als het ware het geweten van de groep over, waardoor zijn oordeelsvermogen afneemt. Hoewel verdachte wel weet wat goed en fout is, is zijn geweten nog vloeibaar: normen en gedrag zijn afhankelijk van de context waarin verdachte verkeert. Verder is verdachte een jongen die zichzelf overschat wat betreft zijn vermogen om zich te onttrekken aan negatieve beïnvloeding en die daarin ook door zijn ouders wordt overschat. Ook is hij beïnvloedbaar.

De psycholoog concludeert dat sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De gewetensontwikkeling van verdachte is nog onrijp. Daarnaast beschikt hij over te weinig autonomie en vaardigheden om zichzelf te distantiëren van negatieve beïnvloeding en is hij berekenend en naïef als het gaat om het afwegen van consequenties van zijn gedrag. Volgens de psycholoog voldoet verdachte niet geheel aan de criteria van een normoverschrijdende gedragsstoornis.

De psychiater komt tot de conclusie dat wel sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis. Daarbij moet worden opgemerkt dat het gedrag van verdachte daardoor antisociale aspecten bezit, waarin verdachte te weinig (of soms te laat) rekening houdt met het effect van zijn handelingen op de ander.

Beide deskundigen concluderen dat de gebrekkige ontwikkeling respectievelijk de stoornis de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloedde.

Zij adviseren bij een (gedeeltelijke) bewezenverklaring het tenlastegelegde verdachte in licht/enigszins verminderde mate toe te rekenen waarbij uitdrukkelijk enkel melding wordt gemaakt van de zaaksdossiers Apollolaan en Bar Botanique en, in het geval van de psychiater, nog het zaaksdossier Volendammerweg. Over de andere ten laste gelegde feiten hebben de deskundigen geen uitspraken gedaan, omdat verdachte zich ten aanzien van die feiten op zijn zwijgrecht heeft beroepen.

Het algemene recidiverisico wordt ingeschat als laag tot matig en is afhankelijk van de combinatie van interne en externe controle en bescherming. De psycholoog merkt op dat verdachte zich op dit moment in een grensgebied begeeft, waarbij er een risico is dat hij afglijdt, maar het ook mogelijk is dat hij, met ondersteuning, de positieve weg inslaat.

Om het recidiverisico te verminderen, moet verdachte de consequenties van zijn gedrag ervaren, aldus de deskundigen. Verder is het van belang dat hij meer individuele vaardigheden leert en moeten er grenzen aan zijn beïnvloedbaarheid worden gesteld. Daarbij zal ook de morele ontwikkeling van verdachte beter tegen het licht moeten worden gehouden en worden versterkt. Een behandeling door een instelling als De Waag is noodzakelijk. Ook is, zeker voorlopig, externe controle noodzakelijk, mede omdat de indruk bestaat dat verdachte zich niet direct zal uitspreken en zich goed zal voordoen. Een traject met toenemende verantwoordelijkheid is passend, waarbij verdachte moet laten zien dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt en de juiste keuzes kan maken. Externe controle kan worden geboden doordat ouders meer toezicht houden en, bij een (gedeeltelijke) bewezenverklaring, door de inzet van elektronische controle. Op dit moment overschatten de ouders hun zoon. Zij zijn wel betrokken bij verdachte en willen zich inzetten. Om deze reden is psycho-educatie en ondersteuning voor hen belangrijk. De inschatting is dat er mogelijkheden zijn voor verdachte om zich in positieve zin te ontwikkelen vanuit zijn huidige systeem en dat hij leert om zich in die omgeving te handhaven.

Beide deskundigen adviseren een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden dat verdachte moet meewerken aan een behandeling door een instelling zoals De Waag en elektronische controle. Ook wordt toezicht door de reclassering wenselijk geacht.

Advies van Reclassering Nederland

Reclassering Nederland sluit zich in haar rapport wat betreft het advies voor een voorwaardelijk strafdeel en een ambulant behandeltraject aan bij de psycholoog en de psychiater.

Gezien het negatief sociaal netwerk waarin verdachte zich begeeft, alsmede de hoge mate van beïnvloedbaarheid, wordt ook een contactverbod met de mededaders geadviseerd. Zolang verdachte geen ambulante behandeling heeft ondergaan, wordt het recidiverisico en het risico op letsel ingeschat als gemiddeld. Het verplicht continueren van schoolgang, in combinatie met een locatiegebod in de avonduren, zal naar de mening van de reclassering het recidiverisico verder inperken en bijdragen aan het geadviseerde contactverbod.

R. Voorburg, reclasseringswerker van Reclassering Nederland en toezichthouder van verdachte, heeft in een e-mail nader gerapporteerd over het toezicht tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. Samengevat houdt verdachte zich aan de gemaakte afspraken en voorwaarden, komt hij op tijd, is hij proactief in zijn handelen en communicatie en is hij zichtbaar gemotiveerd. Verdachte is werkzaam voor Febo en Uber en heeft zijn studie aan de Hogeschool van Amsterdam hervat. Ook is hij sinds 21 juli 2020 gestart bij De Waag. Voorburg geeft aan dat zij het recidiverisico en het risico op letselschade lager inschat dan in eerdere rapportages. Deze inschatting doet zij op basis van de gevoerde gesprekken, de inzichten die verdachte geeft, de zichtbare motivatie die hij toont en de feedback van zijn behandelaar bij De Waag.

Tot slot heeft Reclassering Nederland in een nadere rapportage aangegeven geen meerwaarde te zien in een gedragsbeïnvloedende maatregel ex artikel 38z lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Indien verdachte een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd krijgt, zal dit naar verwachting geen afbreuk doen aan zijn welwillendheid en motivatie om mee te werken aan behandeling. Wanneer een deels voorwaardelijke straf wordt opgelegd, kan in dat kader de behandeling bij De Waag binnen de Penitentiaire Inrichting (hierna: PI) gecontinueerd worden, afhankelijk van de locatie waar verdachte in detentie wordt geplaatst. Mocht de rechtbank een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, dan biedt het faseringsprogramma binnen de PI voldoende mogelijkheden voor behandeling.

7.3.3

Straf

Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 19 jaar oud en dus meerderjarig. Op een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het plegen van een strafbaar feit meerderjarig is, maar jonger dan 23 jaar, kan het adolescentenstrafrecht worden toegepast als sprake is van omstandigheden gelegen in de persoon van verdachte of in de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd die daartoe aanleiding geven. Psycholoog Schoenmaker, psychiater Westerborg en Reclassering Nederland zien geen aanleiding het adolescentenstrafrecht toe te passen en adviseren dan ook toepassing te geven aan het volwassenenstrafrecht. De raadsman van verdachte heeft ook niet verzocht om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De rechtbank onderschrijft het advies van de deskundigen en zal aldus beslissen. Zij zal ook het advies overnemen om verdachte als enigszins verminderd toerekenbaar te beschouwen.

Vanuit het oogpunt van vergelding en om anderen ervan te weerhouden dergelijke strafbare feiten te plegen, is naar het oordeel van de rechtbank een langdurige gevangenisstraf passend en geboden. De vraag is of dat deze onvoorwaardelijk moet worden opgelegd, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, of dat deze een voorwaardelijke component moet bevatten, zoals de deskundigen adviseren. In dat laatste geval schrijft de wet voor dat slechts bij een gevangenisstraf van maximaal vier jaren een voorwaardelijk strafdeel kan worden opgelegd.

Gedurende de inhoudelijke behandeling van de strafzaak heeft de rechtbank twee gezichten van verdachte gezien.

Verdachte heeft zich gepresenteerd als een nette en beschaafde jongeman. Hij is een slimme jongen, heeft in het verleden op hoog niveau aan kickboksen gedaan, heeft in een bekende Nederlandse film gespeeld en heeft naast zijn school steeds bijbaantjes gehad. Daarnaast is verdachte nota bene eerder zelf slachtoffer geweest van een steekpartij, omdat hij een jong kind wilde helpen.

Anderzijds rijst uit het dossier het beeld op van een jongen die er alles aan wil doen om snel aan geld te komen, waarbij geweld niet wordt geschuwd. Hij kent het reilen en zeilen van de straat, weet waar hij gestolen goederen kan verkopen en uit zich in de auto, als hij zich onbespied waant, op een uitermate agressieve wijze. De rechtbank maakt zich zorgen over het circuit waar verdachte zich in lijkt te begeven.

Hoe deze twee gezichten zich tot elkaar verhouden en wat het risico op herhaling van zijn criminele gedrag is, heeft de rechtbank niet goed kunnen ontdekken. Het feit dat verdachte geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, heeft daaraan ook bijgedragen. Verdachte heeft enerzijds op zitting verklaard schoon schip te willen maken, maar anderzijds over een deel van de beschuldigingen geen vragen willen beantwoorden. De rechtbank heeft geen goed inzicht in zijn beweegredenen kunnen krijgen, ondanks dat verdachte hierover op zitting uitvoerig is bevraagd. Onduidelijk is gebleven hoe verdachte in een relatief korte periode betrokken is geraakt bij de excessieve jacht op dure horloges en hoe hij tegen zijn rol en de impact van zijn handelen op de slachtoffers aankijkt. De verklaring van verdachte dat hij spijt heeft van zijn handelen en schoon schip wil maken, is op de rechtbank dan ook niet geheel oprecht overgekomen.

De deskundigen overwegen dat het recidiverisico met ondersteuning kan worden verminderd en dat er nog mogelijkheden zijn om verdachte een positieve ontwikkeling te laten doormaken. Ook Reclassering Nederland ziet nog mogelijkheden om verdachte in een strak kader met bijzondere voorwaarden te begeleiden. Dit is in de periode dat de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst was (en nu nog steeds is) goed gegaan. Verdachte toont zich gemotiveerd en heeft zich eerder al bereid verklaard zich te houden aan iedere bijzondere voorwaarde die de rechtbank hem oplegt.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 40 maanden, waarvan 20 maanden voorwaardelijk. Dit komt er op neer dat verdachte terug zal moeten naar de PI om de consequentie van zijn handelen te ervaren, maar dat zal van minder lange duur zijn dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank acht hierbij van belang dat verdachte nog erg jong is, 19 jaar ten tijde van de feiten, en dat hij de feiten in een relatief kort tijdsbestek heeft gepleegd. Het strafblad van verdachte was voorafgaand aan die feiten ook beperkt. Het lijkt er op dat verdachte, zoals ook de deskundigen hebben opgemerkt, op een kruispunt in zijn leven staat waarbij hij met de nodige hulp nog kan terugkeren op het rechte pad, of zonder hulp de verkeerde kant op kan blijven gaan. Op dit moment lijkt verdachte de juiste afslag op het kruispunt te hebben genomen. Hij houdt zich aan zijn schorsingsvoorwaarden en is niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. Om ervoor te zorgen dat verdachte de motivatie behoudt om het rechte pad - dat hij op het kruispunt lijkt te hebben gekozen - verder te bewandelen, acht de rechtbank het van belang dat verdachte niet te lang meer in detentie zal verblijven. Juist de hulpverlening vanuit De Waag is noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in het handelen van verdachte, zodat recidive kan worden voorkomen. Om het succes op die behandeling te vergroten, is de rechtbank verder van oordeel dat een positieve dagstructuur in de vorm van school en een bijbaan daarvoor een essentiële bijdrage zijn. Een langere tijd in detentie draagt, gelet op al het voorgaande, dan niet bij aan het voorkomen van recidive, maar zal de kans daar op alleen maar vergroten. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden die de deskundigen en de reclassering hebben geadviseerd.

7.3.4

Voorlopige hechtenis

De officier van justitie heeft, gelet op haar strafeis, gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven.

De rechtbank overweegt dat de voorlopige hechtenis van verdachte na ruim een jaar voorarrest is geschorst. Aan deze schorsing was een aantal bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder ambulante behandeling bij De Waag en elektronische controle. Uit informatie van de toezichthouder blijkt dat verdachte zich aan alle voorwaarden heeft gehouden en dat zij het recidiverisico lager inschat dan in eerdere rapportages is vermeld.

De rechtbank is van oordeel dat, mede in het licht van deze feiten en omstandigheden, de enkele veroordeling van verdachte onvoldoende reden is om het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de Volkswagen Polo, twee telefoons, een slipper en een fles Jack Daniels in beslag genomen.

De rechtbank beslist dat de telefoon met goednummer 5711573 (iPhone 7) aan verdachte zal worden teruggegeven. De overige goederen zullen worden bewaard voor de rechthebbende, waaronder de Volkswagen Polo van de moeder van verdachte gelet op de vrijspraak van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen.

9 Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen

De rechtbank oordeelt tot toewijzing van de volgende bedragen:

[benadeelde partij 1] € 38.727 ,01
[benadeelde partij 5] € 1.000,-
[benadeelde partij 6] € 6.625,50
[benadeelde partij 3] € 5.809 ,95
[benadeelde partij 2] € 9.985 ,-

Totaal € 62. 147,46

Elk toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Ook wordt elk toegewezen bedrag hoofdelijk aan verdachte opgelegd.

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat verdachte van het ten laste gelegde feit ten aanzien waarvan zij een vordering tot schadevergoeding heeft ingediend wordt vrijgesproken. Zij kan haar vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9.1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (zaak A, feit 1 )

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert in totaal € 16 .727,01 aan materiële schadevergoeding en € 25.000, - aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is als volgt samengesteld.

Materiële schade
Medische kosten / eigen risico € 1.095,45
Ziekenhuisdaggeldvergoeding € 150,-
Jas € 424,15
Implantaten € 13.500,-
Overige (niet vergoede) medische kosten € 1.557,41

Totaal materiële schade € 16.727,01

Immateriële schade € 25.000,-

Totale schade € 41.727,01

De vordering van de benadeelde partij is onderbouwd met stukken en jurisprudentie. De raadsvrouw van de benadeelde partij, mr. E.P.H. van Esser, heeft de vordering op de zitting nader toegelicht.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft de kosten voor de implantaten betwist. Het is nu nog onduidelijk of deze voor vergoeding in aanmerking komen en hoe hoog de kosten zullen zijn. De vordering tot materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 3.227,01. Met betrekking tot de vordering tot immateriële schade is de raadsman van mening dat deze moet worden gematigd tot maximaal € 15.000,-.

9.1.1

Materiële schade

Implantaten

De rechtbank overweegt ten aanzien van deze schadepost dat de tandarts van [benadeelde partij 1] op 10 september 2020 heeft laten weten dat hij schat dat er bij [benadeelde partij 1] voor 14 tot 18 tanden en kiezen vormherstel zal moeten plaatsvinden om de functie van het gebit weer zo goed mogelijk te realiseren. De gemiddelde kosten per element zullen ongeveer € 750,- bedragen. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw namens [benadeelde partij 1] de vordering nog verder onderbouwd .

Naar het oordeel van de rechtbank is op dit moment voldoende onderbouwd dat aan 14 tanden en kiezen vormherstel zal moeten plaatsen. De rechtbank zal dan ook uitgaan van dat aantal en een bedrag van € 10.500,- aan vergoeding toewijzen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering verklaard nu het op dit moment niet zonder meer duidelijk is of deze kosten daadwerkelijk gemaakt zullen worden.

Overige posten

De schadeposten ‘Medische kosten / eigen risico’, ‘Ziekenhuisdaggeldvergoeding’, ‘Jas’ en ‘Overige (niet vergoede) medische kosten’ zijn door de benadeelde partij voldoende onderbouwd en niet betwist. De vordering ten aanzien van deze posten zal daarom worden toegewezen.

9.1.2

Immateriële schade

De rechtbank stelt op grond van het strafdossier, de onderbouwing van de benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring vast dat de benadeelde partij fysieke en psychische schade heeft geleden als gevolg van het in zaak A onder feit 1 bewezen verklaarde feit. [benadeelde partij 1] heeft ernstig letsel opgelopen, waarvoor hij anderhalf jaar later nog steeds behandeld moet worden. Ook zijn bij [benadeelde partij 1] symptomen van PTSS herkend. Wat betreft de toekenning van een schadebedrag betrekt de rechtbank in haar overweging de ernst van het feit en het bedrag dat in andere zaken met vergelijkbaar letsel als immateriële schadevergoeding wordt toegekend. Alles afwegende acht de rechtbank het gevorderde bedrag redelijk en toewijsbaar en ziet zij geen aanleiding om de gevorderde schade te matigen. De rechtbank zal het gevorderde bedrag integraal toewijzen.

9.1.3

Conclusie

Verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van in totaal € 38.727,01 (waarvan € 13.727,01 aan materiële schade en € 25.000,- aan immateriële schade) , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2019. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard.

9.1.4

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van [benadeelde partij 1] wordt als extra waarborg voor betaling aan hem de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd .

9.1.5

Hoofdelijk

Het te vergoeden bedrag van € 38 . 727 ,01, vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd, omdat hij als medepleger de straatroof heeft begaan.

9.2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] (zaak A , feit 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde)

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert in totaal € 945,- aan materiële schadevergoeding en € 2. 500 ,- aan immateriële schadevergoeding , te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel . Deze vordering is als volgt samengesteld.

Materiële schade
Contant geld € 250,-
iPhone 8 Plus € 95,-
Reis- en parkeerkosten € 600,-11

Totaal materiële schade € 945,-

Immateriële schade € 2.500,-

Totale schade € 3.455,-

De vordering van de benadeelde partij is onderbouwd met stukken en jurisprudentie. De raadsman van de benadeelde partij, mr. B. Pernot, heeft de vordering op de zitting nader toegelicht. Hij heeft daarbij verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van de schadepost ‘Reis- en parkeerkosten’ niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de benadeelde partij niet bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak aanwezig is geweest.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van een bedrag van € 196,80 aan toekomstige reis- en parkeerkosten. De benadeelde partij moet ten aanzien hiervan niet-ontvankelijk worden verklaard.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte betwist iets met dit feit te maken te hebben. Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, dan meent de raadsman dat de vordering tot immateriële schadevergoeding gematigd moet worden.

9.2.1

Materiële schade

Reis- en parkeerkosten

De gevorderde kosten voor de zittingen van 26, 27, 30, 31 maart en 1 april 2020 (€ 403,20) worden afgewezen, omdat deze zittingen geen doorgang hebben gevonden.

De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde ‘extra’ kosten (€ 196,80) niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard, nu op dit moment niet duidelijk is dat deze kosten daadwerkelijk zullen worden gemaakt.

Overige posten

Ten aanzien van de schadeposten ‘Contant geld’ en ‘iPhone 8 plus’ zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, omdat verdachte van het in zaak A onder feit 2 tenlastegelegde, dat ziet op het weggenomen geld en de iPhone, wordt vrijgesproken.

9.2.2

Immateriële schade

De rechtbank acht het op grond van het strafdossier, de onderbouwing van de benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij fysieke en psychische schade heeft geleden als gevolg van de in zaak A onder feit 2 bewezen verklaarde mishandeling. Wat betreft de toekenning van een schadebedrag betrekt de rechtbank in haar overweging de ernst van het feit en het bedrag dat in andere zaken met vergelijkbaar letsel als immateriële schadevergoeding wordt toegekend. Alles afwegende acht de rechtbank een bedrag van € 1.000,- redelijk en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

9.2.3

Conclusie

Verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 5] een schadevergoeding betalen van in totaal € 1.000,- (aan immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2019. De benadeelde partij zal voor het bedrag van € 196,60 niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. Het resterende gedeelte van de vordering (€ 403,20) wordt afgewezen.

9.2.4

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van [benadeelde partij 5] wordt als extra waarborg voor betaling aan hem de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

9.2.5

Hoofdelijk

Het te vergoeden bedrag van € 1. 000 ,- , vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd, omdat hij als medepleger de mishandeling heeft begaan.

9.3

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] (zaak A, feit 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde)

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] vordert in totaal € 10 .005,- aan materiële schadevergoeding en € 5. 500 ,- aan immateriële schadevergoeding , te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is als volgt samengesteld.

Materiële schade
Jas Moose Knuckles € 400,-
Blouse Ralph Lauren € 50,-
Broek DSQRD € 160,-
Halsketting € 50,-
Rolex Oyster Perpetual Datejust € 7.500,-
Contant geld € 350,-
iPhone 8 plus € 125,-
Medische kosten € 770,-12
Reis- en parkeerkosten € 600,-13

Totaal materiële schade € 10.005,-

Immateriële schade € 5.500,-

Totale schade € 15.505,-

De vordering van de benadeelde partij is onderbouwd met stukken en jurisprudentie. De raadsman van de benadeelde partij, mr. B. Pernot, heeft de vordering op de zitting nader toegelicht. Hij heeft daarbij verzocht om ten aanzien van de schadepost ‘Medische kosten’ € 385,- toe te wijzen en de benadeelde partij voor het overige gedeelte van deze schadepost voor toekomstige kosten niet-ontvankelijk te verklaren.

Ook heeft de raadsman verzocht om ten aanzien van de schadepost ‘Reis- en parkeerkosten’ € 80,50 toe te wijzen en de benadeelde partij voor het overige gedeelte van deze schadepost niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de benadeelde partij niet bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak aanwezig is geweest en het overige deel ziet op toekomstige kosten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van een bedrag van € 385,- aan toekomstige medische kosten en een bedrag van € 116,30 aan toekomstige reis- en parkeerkosten. De benadeelde partij moet ten aanzien hiervan niet-ontvankelijk worden verklaard.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte betwist iets met dit feit te maken te hebben. Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, dan meent de raadsman dat de vordering tot immateriële schade gematigd moet worden.

9.3.1

Materiële schade

Kleding en halsketting

Ten aanzien van de schadeposten die zien op kleding overweegt de rechtbank dat het aannemelijk is dat als gevolg van het in zaak A onder feit 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde de kleding van de benadeelde partij is beschadigd. Wat betreft de gouden ketting overweegt de rechtbank dat uit het dossier, meer specifiek het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , blijkt dat de benadeelde partij onder zijn T-shirt een gouden halsketting droeg die kapot getrokken was.

De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 660,- voldoende onderbouwd en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

Rolex-horloge, contant geld en iPhone 8 plus

Ten aanzien van de schadeposten die zien op het Rolex-horloge, het geld en de telefoon zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, omdat verdachte van het in zaak A als feit 2 tenlastegelegde dat ziet op het wegnemen van deze goederen, wordt vrijgesproken.

Medische kosten

Deze schadepost is wat betreft het bedrag van € 385,- door de benadeelde partij voldoende onderbouwd en door de raadsman van verdachte niet betwist. De vordering ten aanzien hiervan zal daarom worden toegewezen.

De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde ‘extra’ kosten (€ 385,-) niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. Deze kosten zijn op dit moment nog niet gemaakt en op dit moment is onvoldoende onderbouwd dat deze kosten ook daadwerkelijk gemaakt zullen worden.

Reis- en parkeerkosten

De gevorderde reis- en parkeerkosten naar het ziekenhuis en het gesprek met de officier van justitie in april 2019 respectievelijk op 3 maart 2020 (€ 80,50) zullen worden toegewezen nu deze rechtstreeks verband houden met de in zaak A onder feit 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde mishandeling.

De gevorderde kosten voor de zittingen van 26, 27, 30, 31 maart en 1 april 2020 (€ 403,20) worden afgewezen, omdat deze zittingen geen doorgang hebben gevonden.

De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde ‘extra’ kosten (€ 116,30) niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. Deze kosten zijn op dit moment nog niet gemaakt en onduidelijk is of deze ook daadwerkelijk gemaakt zullen worden.

9.3.2

Immateriële schade

De rechtbank acht het op grond van het strafdossier, de onderbouwing van de benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij fysieke en psychische schade heeft geleden als gevolg van de in zaak A onder feit 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde mishandeling. Op de kleurenfoto die bij de pleitnota van de raadsman van de benadeelde partij is overgelegd, is duidelijk een grote snijwond net onder de kin van [benadeelde partij 6] te zien , die gehecht moest worden . Uit de letselverklaring volgt ook verder letsel. Al hoewel uit de onderbouwing van de vordering niet volgt dat [benadeelde partij 6] is behandeld voor psychische klachten is de rechtbank van oordeel dat op basis van deze foto en de overige stukken in het dossier voldoende vast is komen te staan dat de mishandeling ernstige gevolgen moet hebben gehad voor het psychische welzijn van [benadeelde partij 6] . Alles afwegende acht de rechtbank een bedrag van € 5.500,- redelijk en ziet geen aanleiding om dit bedrag te matigen. De vordering zal daarom worden toegewezen.

9.3.3

Conclusie

Verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 6] een schadevergoeding betalen van in totaal € 6.625,50 (waarvan € 1.125,50 aan materiële schade en € 5.500, - aan immateriële schade ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2019 . De benadeelde partij zal voor het bedrag van € 8.476,30 niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. Het resterende gedeelte van de vordering (€ 403,20) wordt afgewezen.

9.3.4

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van [benadeelde partij 6] wordt als extra waarborg voor betaling aan hem de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

9.3.5

Hoofdelijk

Het te vergoeden bedrag van € 6. 625 ,50 , vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd, omdat hij als medepleger de mishandeling heeft begaan.

9.4

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (zaak B, feit 2)

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert in totaal € 8.350,84 aan materiële schadevergoeding en € 10.000, - aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is als volgt samengesteld .

Materiële schade
Sjaal € 49,95
Medische kosten € 760,-
Toekomstige medische kosten € 5.000,-
Toekomstige reiskosten € 2.500,-
Cadeaus Olga in ziekenhuis € 40,89

Totaal materiële schade € 8.350,84

Immateriële schade € 10.000,-

Totale schade € 18.350,84

De vordering van de benadeelde partij is onderbouwd met stukken en jurisprudentie. De raadsvrouw van de benadeelde partij, mr. C.M. Bijl, heeft de vordering op de zitting nader toegelicht. Zij heeft daarbij aangegeven dat op dit moment niet wordt verzocht om de toekomstige kosten toe te wijzen, maar om deze niet-ontvankelijk te verklaren.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van de schadeposten die zien op toekomstige kosten. De benadeelde partij moet ten aanzien hiervan niet-ontvankelijk worden verklaard. Wat betreft de vordering tot immateriële schade heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een vergoeding van € 8.000,- redelijk en billijk is.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte betwist iets met dit feit te maken te hebben. Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, dan meent de raadsman dat de vordering tot immateriële schadevergoeding gematigd moet worden tot € 5.000,-.

9.4.1

Materiële schade

Sjaal

De rechtbank overweegt ten aanzien van deze schadepost dat uit de beelden die zich in het dossier bevinden volgt dat de benadeelde partij een sjaal om had. Ook volgt uit het proces-verbaal van bevindingen op p. 11038 van het zaaksdossier dat hij heeft verklaard dat zijn sjaal is gescheurd en nog op straat ligt. Het is aldus voldoende aannemelijk dat zijn sjaal is beschadigd als gevolg van de bewezen verklaarde poging tot straatroof. De vordering is voldoende onderbouwd en niet betwist en zal daarom worden toegewezen.

Medische kosten

De gevorderde kosten ten aanzien van deze schadepost zijn door de benadeelde partij voldoende onderbouwd en door de raadsman van verdachte niet betwist. De vordering ten aanzien van deze post zal daarom worden toegewezen.

Toekomstige medische kosten en toekomstige reiskosten

De benadeelde partij zal ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. De gevorderde kosten zijn op dit moment nog niet gemaakt en op dit moment is onvoldoende onderbouwd dat deze kosten ook daadwerkelijk gemaakt zullen worden.

Cadeaus

De kosten voor de cadeaus zullen worden afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat deze schade rechtstreeks verband houdt met het in zaak B als feit 2 bewezen verklaarde.

9.4.2

Immateriële schade

De rechtbank acht het op grond van het strafdossier, de onderbouwing van de benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij fysieke en psychische schade heeft geleden als gevolg van het in zaak B als feit 2 bewezen verklaarde. Wat betreft de toekenning van een schadebedrag ziet de rechtbank aanleiding de hoogte van de vordering te matigen gelet op de ernst van het feit en het bedrag dat in andere zaken met vergelijkbaar letsel als immateriële schadevergoeding wordt toegekend. Alles afwegende acht de rechtbank een bedrag van € 5.000,- redelijk en toewijsbaar en stelt de schade naar billijkheid in elk geval op dat bedrag vast.

9.4.3

Conclusie

Verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van in totaal € 5.809,95 (waarvan € 809,95 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2019. De benadeelde partij zal voor het bedrag van € 7.500,- niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. Het resterende gedeelte van de vordering (€ 40,89) wordt afgewezen.

9.4.4

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van [benadeelde partij 3] wordt als extra waarborg voor betaling aan hem de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

9.4.5

Hoofdelijk

Het te vergoeden bedrag van € 5. 809 ,95 , vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd, omdat hij als medepleger de poging tot straatroof heeft begaan.

9.5

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] (zaak B, feit 2)

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] vordert in totaal € 9.360,34 aan materiële schadevergoeding en € 25.000 ,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet- ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat verdachte van de in zaak B onder feit 2 ten laste gelegde (zware) mishandeling integraal wordt vrijgesproken.

9.6

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (zaak B, feit 5)

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert in totaal € 8.485,- aan materiële schadevergoeding en € 1. 500,- aan immateriële schadevergoeding , te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is als volgt samengesteld.

Materiële schade
Eigen risico verzekering € 150,-
Rolex Submariner € 7.850,-
Vervanging sloten huis/kantoor € 485,-

Totaal materiële schade € 8.485,-

Immateriële schade € 1.500,-

Totale schade € 9.985,-

De vordering van de benadeelde partij is onderbouwd met stukken en jurisprudentie. De raadsvrouw van de benadeelde partij, mr. E.P.H. van Esser, heeft de vordering op de zitting nader toegelicht. Zij heeft daarbij aangegeven dat vergoeding van eerder gevorderde kosten voor audiovisuele apparatuur en computerapparatuur, een leren computertas en een zonnebril niet meer wordt gevraagd, omdat deze door de verzekeraar zijn vergoed. De rechtbank hoeft over deze posten dan ook geen beslissing te nemen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte betwist iets met dit feit te maken te hebben.

9.6.1

Materiële schade

De gevorderde kosten ten aanzien van de schadeposten ‘Eigen risico verzekering’, ‘Rolex Submariner’ en ‘Vervanging sloten huis/kantoor’ zijn door de benadeelde partij voldoende onderbouwd en door de raadsman van verdachte niet betwist. De vordering ten aanzien van deze posten zal daarom integraal worden toegewezen.

9.6.2

Immateriële schade

De rechtbank acht het op grond van het strafdossier en de onderbouwing van de benadeelde partij voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden als gevolg van het in zaak B als feit 5 bewezen verklaarde. Wat betreft de toekenning van een schadebedrag betrekt de rechtbank in haar overweging het bedrag dat in andere zaken met vergelijkbaar letsel als immateriële schadevergoeding wordt toegekend. Alles afwegende acht de rechtbank het gevorderde bedrag van € 1.500,- redelijk en zal dit toewijzen.

9.6.3

Conclusie

Verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van in totaal € 9.985,- (waarvan € 8.485,- aan materiële schade en € 1. 500,- aan immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019.

9.6.4

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van [benadeelde partij 2] wordt als extra waarborg voor betaling aan hem de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

9.6.5

Hoofdelijk

Het te vergoeden bedrag van € 9.985 ,-, vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd, omdat hij als medepleger de straatroof heeft begaan.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 63, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het

  • -

    in zaak A als feit 2 primair, feit 2 subsidiair eerste cumulatief/alternatief, feit 3 eerste cumulatief/alternatief en feit 4 tenlastegelegde;

  • -

    in zaak B als feit 2 eerste cumulatief/alternatief, feit 3 en feit 6 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde

niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5.4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Zaak A

feit 1

diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

feit 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief

medeplegen van mishandeling;

feit 3 primair tweede cumulatief/alternatief

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

Zaak B

feiten 1 en 6

telkens: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

feit 2 tweede cumulatief/alternatief

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

feiten 4 en 5

telkens: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Straf

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht , bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 20 (twintig) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

Als algemene voorwaarde geldt dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich binnen een werkdag na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland meldt op het adres Wibautstraat 12 te Amsterdam. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt;

  2. zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

  3. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft met de medeverdachten in onderhavige strafzaak, te weten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag] 1990, [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag] 1995, en [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag] 2002, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

  4. op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres, zolang de reclassering dit noodzakelijk vindt . De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met veroordeelde en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 12 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van 4 uur per dag vrij te besteden. Veroordeelde werkt mee aan elektronische controle op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische controle nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen. De aansluiting van het elektronisch controlemiddel kan plaatsvinden op de datum waarop veroordeelde uit detentie zal komen. De aansluiting zal plaatsvinden op het opgegeven verblijfadres;

  5. een opleiding volgt, zolang de reclassering dat nodig vindt;

  6. over dagbesteding beschikt voor minimaal 8 dagdelen per week. Hieronder valt het volgen van onderwijs en de behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling.

Voorts geldt dat veroordeelde:

  1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  2. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslag

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

1 STK GSM, merk: Apple 7, goednummer 5711573.

Gelast de bewaring voor de rechthebbende van:

  1. STK Personenauto, [kenteken] , Volkswagen , bouwjaar 2011, goednummer 5641548 ;

  2. 1 STK Telefoontoestel , merk Apple A1688, goednummer 5711556;

7 . 1 1 STK Schoeisel, goednummer 5706172;

7. 1 1 FLS Fles, merk: Jack Daniels, goednummer 5706173.

Vorderingen tot schadevergoeding

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 38 .727,01 (achtendertigduizendzevenhonderdzevenentwintig euro en één cent ), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 13.727,01 (dertienduizendzevenhonderdzevenentwintig euro en één cent) aan materiële schade en € 25.000,- (vijfentwintigduizend euro) aan immateriële schade.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor het overige niet- ontvankelijk in zijn vordering.

Veroordeelt verdachte aan [benadeelde partij 1] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat , ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] , te betalen de som van € 38.727,01 (achtendertigduizendzevenhonderdzevenentwintig euro en één cent) , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 228 (tweehonderdachtentwintig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 13.727,01 (dertienduizendzevenhonderdzevenentwintig euro en één cent) aan materiële schade en € 25.000,- (vijfentwintigduizend euro) aan immateriële schade.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] toe tot een bedrag van € 1 . 000,- (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade ( 10 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening . Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] voor het bedrag van € 196,60 (honderdzesennegentig euro en zestig cent) niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Wijst de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5] voor het overige af.

Veroordeelt verdachte aan [benadeelde partij 5] voornoemd , het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 5] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte de verplichting op , aan de Staat , ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] , te betalen de som van € 1.000,- ( duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 20 (twintig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat immateriële schade.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] toe tot een bedrag van € 6.625,50 (zesduizendzeshonderdvijfentwintig euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 1.125,50 (duizendhonderdvijfentwintig euro en vijftig cent) aan materiële schade en € 5.500,- (vijfduizendvijfhonderd euro) aan immateriële schade.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 6] voor het bedrag van € 8.476,30 (achtduizendvierhonderdzesenzeventig euro en dertig cent) niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] voor het overige af .

Veroordeelt verdachte aan [benadeelde partij 6] voornoemd , het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 6] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte de verplichting op , aan de Staat , ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] , te betalen de som van € 6.625,50 (zesduizendzeshonderdvijfentwintig euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 68 (achtenzestig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.125,50 (duizendhonderdvijfentwintig euro en vijftig cent) aan materiële schade en € 5.500,- (vijfduizendvijfhonderd euro) aan immateriële schade.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] toe tot een bedrag van € 5.809,95 (vijfduizendachthonderdnegen euro en vijfennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 809,95 (achthonderdnegen euro en vijfennegentig cent) aan materiële schade en € 5.000,- (vijfduizend euro) aan immateriële schade.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] voor het bedrag van € 7.500,- (zevenduizendvijfhonderd euro) niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] voor het overige af .

Veroordeelt verdachte aan [benadeelde partij 3] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte de verplichting op , aan de Staat , ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] , te betalen de som van € 5.809,95 (vijfduizendachthonderdnegen euro en vijfennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 februari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 64 (vierenzestig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 809,95 (achthonderdnegen euro en vijfennegentig cent) aan materiële schade en € 5.000,- (vijfduizend euro) aan immateriële schade.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 9. 985, ( negenduizendnegenhonderdvijfentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 januari 2019 ) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 8.485 , - (achtduizendvierhonderdvijfentachtig euro) aan materiële schade en € 1.500,- (duizendvijfhonderd euro) aan immateriële schade.

Veroordeelt verdachte aan [benadeelde partij 2] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken , tot op heden begroot op nihil.

De schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat , ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] , te betalen de som van € 9.985,- (negenduizendnegenhonderdvijfentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 84 (vierentachtig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 8.485,- (achtduizendvierhonderdvijfentachtig euro) aan materiële schade en € 1.500,- (duizendvijfhonderd euro) aan immateriële schade.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Voorlopige hechtenis

Wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en M. van der Kaay, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 december 2020.

1 Vergelijk gerechtshof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2016:4251.

2 HR 8 september 1897, NJ 1988, 612.

3 De officier van justitie heeft verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 22 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2113.

4 ECLI:NL:HR:2020:1380.

5 HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1956.

6 De zaak heeft het parketnummer 13/237476-19.

7 HR 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3022.

8 Opmerking rechtbank: een Rolex-horloge type Batman is bij de straatroof op de [adres] (zaak B feit 1) weggenomen.

9 Parketnummers 13/094485-19 en 13/178238-19.

10 De rechtbank begrijpt dat dit de bijnaam is van [persoon] .

11 Omdat de vordering van [benadeelde partij 5] bij een eventueel hoger beroep niet kan worden verhoogd, heeft de raadsman bij deze schadepost een extra bedrag van € 196, 80 genoteerd om de rechten en mogelijkheden bij een eventueel hoger beroep veilig te stellen. Het bedrag van € 600,- is inclusief dit extra bedrag.

12 Omdat de vordering van [benadeelde partij 6] bij een eventueel hoger beroep niet kan worden verhoogd, heeft de raadsman bij deze schadepost een extra bedrag van € 385,- genoteerd om de rechten en mogelijkheden bij een eventueel hoger beroep veilig te stellen. Het bedrag van € 770,- is inclusief dit extra bedrag.

13 Omdat de vordering van [benadeelde partij 6] bij een eventueel hoger beroep niet kan worden verhoogd, heeft de raadsman bij deze schadepost een extra bedrag van € 116,30 genoteerd om de rechten en mogelijkheden bij een eventueel hoger beroep veilig te stellen. Het bedrag van € 600,- is inclusief dit extra bedrag.