Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:6082

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
Parketnummer 13-211139-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

openlijke geweldpleging en dreigen mer een mes. deels voorwaardelijk gevangenisstraf. De door de officier van justitie daarnaast geëiste taakstraf niet opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/211139-20

Datum uitspraak: 4 december 2020

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1996,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen en verblijvend op het adres

[adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 17 augustus 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op of aan de openbare weg, de Oudezijds Voorburgwal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[persoon] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, naar voornoemde [persoon] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- eenmaal of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp voorwerp, richting de borst en/of de rug, in elk geval in de richting van het lichaam, van voornoemde [persoon] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 augustus 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [persoon] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door eenmaal of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, richting de borst en/of de rug, in elk geval in de richting van het lichaam, van voornoemde [persoon] te steken;

2

hij op of omstreeks 17 augustus te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten, de Oudezijds Voorburgwal, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [persoon], welk geweld bestond uit het

- eenmaal of meermalen (met kracht) schoppen tegen de knieën, in elk geval op/tegen het lichaam, van voornoemde [persoon] en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) steken met een mes, althans een (scherp en/of puntig) voorwerp, richting de borst en/of de rug, in elk geval in de richting van het lichaam, van voornoemde [persoon] en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) slaan en/of schoppen op het hoofd en/of op de torso en/of op de armen, in elk geval op/tegen het lichaam, van voornoemde [persoon] en/of

- ( nadat voornoemde [persoon] op de grond was gevallen) eenmaal of meermalen (met kracht) slaan en/of schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [persoon];

en/of

hij op of omstreeks 17 augustus 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op of aan de openbare weg, de Oudezijds Voorburgwal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[persoon] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, naar voornoemde [persoon] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- eenmaal of meermalen (met kracht) tegen de knieën, in elk geval op/tegen het lichaam, van voornoemde [persoon] heeft/hebben geschopt en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) met een mes, althans een (scherp en/of puntig) voorwerp, richting de borst en/of de rug, in elk geval in de richting van het lichaam, van voornoemde [persoon] heeft/hebben gestoken en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) op het hoofd en/of op de torso en/of op de armen, in elk geval op/tegen het lichaam, van voornoemde [persoon] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of

- ( nadat voornoemde [persoon] op de grond was gevallen) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het lichaam van voornoemde [persoon] heeft/hebben geslagen en/of geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 augustus 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [persoon] heeft mishandeld door

- eenmaal of meermalen (met kracht) tegen de knieën, in elk geval op/tegen het lichaam, van voornoemde [persoon] te schoppen en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) met een mes, althans een (scherp en/of puntig) voorwerp, richting de borst en/of de rug, in elk geval in de richting van het lichaam, van voornoemde [persoon] te steken en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) op het hoofd en/of op de torso en/of op de armen, in elk geval op/tegen het lichaam, van voornoemde [persoon] te slaan en/of te schoppen en/of

- ( nadat voornoemde [persoon] op de grond was gevallen) eenmaal of meermalen (met kracht) op het lichaam van voornoemde [persoon] te slaan en/of te schoppen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank herstelt de kennelijke misslag dat in feit 2 primair geen jaartal is opgenomen door hier 17 augustus 2020 te lezen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak 1 primair

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Zij overweegt daartoe dat uit de processen-verbaal met beschrijvingen van de camerabeelden, de verklaring van verdachte en de aangifte van

[persoon] naar voren komt dat verdachte op enige afstand van aangever heeft gestaan toen hij stekende bewegingen maakte met een mes in de richting van aangever, terwijl verdachte volgens aangever bang, twijfelachtig en amateuristisch overkwam. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest van een aanmerkelijke kans op het overlijden van de aangever dan wel op het verkrijgen van zwaar lichamelijk letsel. Naar de uiterlijke verschijningsvorm vallen deze handelingen dan ook niet te kwalificeren als opzet op de dood van of zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, ook niet in voorwaardelijke vorm.

4.2.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde:

op 17 augustus 2020 te Amsterdam, [persoon] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door meermalen met een mes in de richting

van het lichaam van voornoemde [persoon] te steken;

ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde:

op 17 augustus 2020 te Amsterdam openlijk, te weten op de Oudezijds Voorburgwal, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [persoon], welk geweld bestond uit het

  • -

    met kracht schoppen tegen de knieën van voornoemde [persoon] en

  • -

    meermalen met kracht slaan en/of schoppen op het hoofd en/of op de torso en/of op de armen, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [persoon] en

  • -

    nadat voornoemde [persoon] op de grond was gevallen meermalen met kracht slaan en/of schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [persoon];

en

op 17 augustus 2020 te Amsterdam op of aan de openbare weg, de Oudezijds Voorburgwal, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [persoon] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, naar voornoemde [persoon] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader

  • -

    met kracht tegen de knieën voornoemde [persoon] heeft/hebben geschopt en

  • -

    meermalen met kracht op het hoofd en/of op de torso en/of op de armen, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [persoon] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en

  • -

    nadat voornoemde [persoon] op de grond was gevallen meermalen met kracht op/tegen het lichaam van voornoemde [persoon] heeft/hebben geslagen en/of geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf en maatregelen

Ten aanzien van de op te leggen straf

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 primair en 2 primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 45 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 5 november 2020; en

- een taakstraf van 200 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten en dat verdachte de detentie als zeer zwaar heeft ervaren. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft hij zich meewerkend opgesteld. Hij heeft een baan als orderpicker bij de [naam bedrijf] en werkt aan het aflossen van zijn schulden. Er kan wat de raadsman betreft worden volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijk strafdeel gelijk aan het voorarrest, gecombineerd met een voorwaardelijk deel met reclasseringstoezicht maar zonder de handhaving van elektronisch toezicht.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan een ernstige mishandeling, waarbij het slachtoffer zelfs toen hij op de grond lag is geschopt en geslagen. Ook heeft verdachte het slachtoffer bedreigd met een mes. Dit geweld op straat is door diverse mensen gezien. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst en onveiligheid. Mede gelet op het huidige klimaat van toenemend geweld in Amsterdam en omstreken, waarbij steeds vaker messen wordt gebruikt, dient een duidelijke normstelling in de vorm van een stevige strafrechtelijke reactie te volgen.

Slachtoffers van dit soort feiten hebben daar vaak langere tijd psychisch last van. Dat blijkt in dit geval ook uit de vordering tot schadevergoeding die namens het slachtoffer is ingediend. Hieruit blijkt dat hij aangeslagen was en lange tijd angst en spanningen heeft ervaren, met name in de openbare ruimte.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 22 oktober 2020. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 5 november 2020 van GGZ Reclassering Inforsa betreffende verdachte, opgemaakt door S.I. Niehe, waarin wordt geadviseerd tot een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en op het feit dat zij minder bewezen acht dan de officier van justitie, aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd, in die zin dat zij naast de gevorderde gevangenisstraf geen taakstraf zal opleggen. Zij weegt daarbij mee dat verdachte een betaalde baan heeft weten te verkrijgen en dat het belangrijk is dat hij deze behoudt. De rechtbank zal daarom volstaan met de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, waaronder het meewerken aan elektronische controle op het locatiegebied. De vrijheidsbeperkende maatregel van elektronisch toezicht acht de rechtbank, als ondersteuning van het locatiegebod, slechts voor een relatief korte periode van de proeftijd noodzakelijk. Het contactverbod met het slachtoffer zal de rechtbank niet als bijzondere voorwaarde opleggen, nu hier geen noodzaak meer toe wordt gezien.

Ten aanzien van het beslag

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder verdachte in beslaggenomen mes zal worden onttrokken aan het verkeer

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het in beslaggenomen mes.

Oordeel van de rechtbank

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten: een mes, dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp het onder 1 subsidiair bewezen geachte is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [persoon] vordert € 87,- aan vergoeding van materiële schade en € 3.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De hoogte van het schadebedrag is met name bepaald door het ontbreken van uitzicht op restloos herstel, het psychisch lijden is geheel buiten beschouwing gelaten.

Daarnaast vordert de benadeelde partij verdachte te veroordelen in de kosten van dit geding ter hoogte van € 922,- te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 199,-.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering van de benadeelde partij betwist, met uitzondering van de verzochte kosten die verband houden met het eigen risico en een geschatte schade van € 200.

De raadsman acht de immateriële schade buitensporig hoog en onvoldoende onderbouwd. Hij heeft daartoe onder meer gewezen op het eigen aandeel van de benadeelde partij bij het ontstaan en in stand blijven van de situatie waardoor de beweerdelijke strafbare feiten hebben plaatsgevonden. Wel acht de raadsman voldoende aannemelijk dat schade en kneuzingen zijn ontstaan bij het vallen van het slachtoffer. Die schade zou in billijkheid kunnen worden vastgesteld op een bedrag van bijvoorbeeld € 200.

De schade aan de broek wordt betwist nu in het dossier niet is te zien dat de broek is beschadigd.

Voor wat betreft de gevraagde vergoeding kosten rechtsbijstand heeft de raadsman aangegeven dat, nu nog onduidelijk is of aangever in aanmerking komt voor een toevoeging voor kosten rechtsbijstand, deze proceskosten niet kunnen worden toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten door de benadeelde partij zijn gemaakt ten behoeve van het toelichten van de vordering tot schadevergoeding. Dat de benadeelde partij mogelijk een toevoeging kan krijgen, doet hieraan niet af.

Oordeel van de rechtbank

Materiële en immateriële schade

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht.

De rechtbank zal de gevorderde materiële schade toewijzen, nu ter zitting schade aan de broek door een foto nader is onderbouwd en het bedrag aan eigen risico niet is betwist.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien

- de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen;

  • -

    er een ernstige inbreuk is gepleegd op zijn lichamelijke integriteit;

  • -

    verdachte het oogmerk had leed/angst toe te brengen.

De hoogte van de schade is ter terechtzitting betwist. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden dat hij letsel heeft opgelopen aan zijn oog, torso en ringvinger, dat er daarmee inbreuk is gemaakt op zijn lichamelijke integriteit en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 1000,-. De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [persoon], naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1087,- (duizend zevenentachtig euro).

Kosten rechtsbijstand

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Of de benadeelde partij in aanmerking komt voor een toevoeging ten aanzien die kosten weegt niet mee bij de beoordeling of verdachte die kosten moet betalen. De rechtbank begroot deze kosten als volgt.

Kosten van rechtsbijstand komen in aanmerking voor vergoeding op grond van artikel 532 Wetboek van Strafvordering (Sv). Een redelijke uitleg van artikel 532 Sv brengt mee dat bij de begroting van deze kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. De rechtbank zal de kosten aan de hand van het liquidatietarief, uitgaande van het toegewezen bedrag aan schadevergoeding, bepalen op € 922,- (2 punten à € 461,-).

Hoofdelijkheid

De rechtbank zal bepalen dat indien de medeverdachte een bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 63, 141, 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;

ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

en

poging tot medeplegen van zware mishandeling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 47 dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden :

Meldplicht bij reclassering (na afspraak)

Betrokkene meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met betrokkene opnemen voor de eerste afspraak.

Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)

Betrokkene laat zich behandelen door het Forensisch Ambulante Zorgteam van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling zal gericht zijn op het delictgedrag, beïnvloedbaarheid en middelengebruik van betrokkene. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. Dan kan de

reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie

verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

Contactverbod

Betrokkene heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met de medeverdachte [medeverdachte] ([geboortedag 2]2004), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

Locatiegebod

Betrokkene is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met betrokkene en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft betrokkene op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van maximaal 14 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat minimaal 2 uur. In de weekenden heeft betrokkene een aaneengesloten blok van maximaal 8 uur per dag vrij te besteden. De vrij te besteden uren worden ingepland tussen 6:00 uur en 23:00 uur.

Betrokkene werkt mee aan elektronische controle op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres]. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft.

Betrokkene gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische controle nodig is dat betrokkene in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het

locatiegebod laten vervallen. De elektronische controle geldt voor de duur van ten hoogste 3 maanden.

Overige voorwaarden het gedrag betreffende:

meewerken aan schuldhulpverlening

Betrokkene werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in

zijn financiën en schulden.

meewerken aan middelencontrole

Betrokkene werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol/drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek

(blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt

gecontroleerd.

meewerken aan dagbesteding

Betrokkene spant zich maximaal in om een zinvolle dagbesteding te verkrijgen en te behouden en werkt mee aan het traject dat hem geboden wordt door de Gemeente Amsterdam.

Geeft aan GGZ Reclassering Inforsa de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: een mes.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon] toe tot een bedrag van

€ 87,-- (zevenentachtig euro) aan vergoeding van materiële schade en

€ 1.000,-- (duizend euro) aan vergoeding van immateriële schade,

te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 augustus 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op de dag van de uitspraak begroot op € 922,-- (negenhonderd en tweeëntwintig euro).

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [persoon] aan de Staat € 1.087,-- (duizend zevenentachtig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 augustus 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of de medeverdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. P.K. Oosterling-van der Maarel en H.E. Hoogendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 december 2020.