Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5830

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
09-12-2020
Zaaknummer
C/13/676095 / HA ZA 19-1244
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Mondeling vonnis, onrechtmatig handelen gemeente, geen aansprakelijkheid; geen causaal verband tussen gemaakte fout en gestelde schade, wlz-traject, pgb

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0940
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/676095 / HA ZA 19-1244

Proces-verbaal van mondeling vonnis van 28 september 2020

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. H.J.J. Hendrikse te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE UITHOORN,

zetelend te Uithoorn,

gedaagde,

advocaat mr. R. Hoeneveld te Haarlem.

Partijen zullen hierna [eisers] en de gemeente worden genoemd.

Tegenwoordig zijn mr. H.J. Schaberg, rechter, en mr. R. Hafith, griffier.

De rechter gaat over tot de mondelinge uitspraak.

1 De beoordeling

1.1.

Het geschil gaat, kort samengevat, om de vraag of de gemeente aansprakelijk is jegens [eisers] door hen niet te wijzen op een cliëntondersteuner nadat zij voor hun zoon [naam zoon] een zorgaanvraag hadden ingediend bij de gemeente en of de gemeente gedane toezeggingen niet is nagekomen. [eisers] vorderen in deze procedure dat de rechtbank voor recht verklaart dat i) de gemeente onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld en dat ii) de gemeente aansprakelijk is voor de schade die [eisers] als gevolg daarvan hebben geleden. Ook vorderen [eisers] dat de gemeente wordt veroordeeld tot betaling aan [eisers] van de geleden materiële en immateriële schade primair groot € 49.800,00, subsidiair nader op te maken bij staat, en in de proceskosten.

1.2.

De klacht dat de gemeente [eisers] eerder had moeten wijzen op een cliëntondersteuner is al gegrond verklaard. De gemeente heeft erkend dat zij op grond van de wet en in het kader van de zorgaanvraag [eisers] in 2014 had moeten wijzen op de mogelijkheid van een cliëntondersteuner. Dat heeft de gemeente niet gedaan en daarmee heeft de gemeente een fout gemaakt. De rechtbank verklaart dan ook voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld.

1.3.

Een verklaring voor recht dat de gemeente aansprakelijk is jegens [eisers] zal echter worden afgewezen. Voor het aannemen van aansprakelijkheid is nodig dat een causaal verband bestaat tussen de gemaakte fout en de gestelde schade. Dat is hier niet het geval. Niet gebleken is dat [naam zoon] het wlz-traject eerder zou zijn ingegaan als [eisers] al in 2014 op een cliëntondersteuner zouden zijn gewezen, omdat niet is komen vast te staan dat een cliëntondersteuner vanaf het begin van het zorgtraject een pgb binnen de wlz zou hebben geadviseerd. Andere zorgverleners, die waren betrokken bij de zorgvraag voor [naam zoon] , hebben ook niet geadviseerd dat [naam zoon] meteen het wlz-traject zou moeten ingaan. Ook is niet gebleken dat zorgverleners achteraf hebben gesteld dat [naam zoon] al in 2014 het advies van het wlz-traject had moeten krijgen. Dat hij uiteindelijk een pgb voor de wlz heeft gekregen is onvoldoende om aan te nemen dat hij dat vanaf het begin af aan zou hebben gehad. De gemeente heeft immers gemotiveerd aangevoerd dat bij een zorgaanvraag als die van [naam zoon] altijd eerst de lichtere maatregelen moeten worden onderzocht voordat een wlz-traject kan worden ingegaan, vanwege het zware en definitieve karakter daarvan. [eisers] hebben daar niet inhoudelijk op gereageerd, bijvoorbeeld met verklaringen van hulpverleners die in die eerdere of juist in die latere fase bij [naam zoon] betrokken zijn geweest. Ook is onvoldoende gebleken dat [eisers] met hun verzoek om een pgb in 2014 hetzelfde pgb zouden hebben gekregen zoals dat bestaat binnen de wlz, en of [naam zoon] aan de hand van voornoemd verzoek al meteen de hulp binnen de wlz zou hebben gekregen. De wlz is immers geregeld door een andere instantie dan de gemeente en is geregeld in een andere wet.

1.4.

Nu aansprakelijkheid aan de zijde van de gemeente niet kan worden aangenomen, zal de door [eisers] gevorderde (materiële en immateriële) schadevergoeding worden afgewezen.

1.5.

De rechtbank overweegt daarnaast dat geen sprake is van het niet nakomen van toezeggingen. Het gaat niet om een beroep op het vertrouwensbeginsel in bestuursrechtelijke zin, maar om de vraag of de gemeente [eisers] concreet iets heeft beloofd, dat zij daarna niet is nagekomen. In dit geval zijn op de hoorzitting slechts beloftes gedaan door de gemeente om een en ander te onderzoeken. Dat zijn meer procesafspraken. [eisers] kunnen daaraan geen rechten ontlenen. Vervolgens is het proces om meerdere redenen toch weer anders gelopen, maar het is ook niet gebleken dat [eisers] dáárdoor schade hebben geleden, zodat ook op die grond geen aansprakelijkheid aan de zijde van de gemeente bestaat.

1.6.

Nu beide partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2 De beslissing

De rechtbank

2.1.

verklaart voor recht dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisers] ,

2.2.

wijst het meer of anders gevorderde af,

2.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.