Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5793

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
13/202061-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 18 maanden voor handelen in strijd met artikel 26 Wwm. Onttrekking aan het verkeer van wapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/202061-20 (Promis)

Datum uitspraak: 18 november 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1987,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 november 2020. Verdachte heeft afstand gedaan van zijn recht ter terechtzitting aanwezig te zijn.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Ruijs en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. C. Crince Le Roy, naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 5 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, een wapen van categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten een pistool (van het merk J. Dressler, model REX, kaliber .22 Flobert) en/of munitie van categorie III onder de wet Wapens en munitie, te weten dertien patronen (kaliber .22 Flobert), voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 5 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, een wapen van categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten een revolver (model Bulldog .320, kaliber .320) en/of munitie van categorie III onder de wet Wapens en munitie, te weten zes patronen (kaliber .320, merk PS), voorhanden heeft gehad.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen. Gezien het standpunt van de officier van justitie en de raadsman behoeft dit oordeel geen verdere motivering.

De rechtbank acht op grond van de inhoud van de als bijlage I aan dit vonnis gehechte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1

op 5 augustus 2020 te Amsterdam een wapen van categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten een pistool (van het merk J. Dressler, model REX, kaliber .22 Flobert) en munitie van categorie III onder de wet Wapens en munitie, te weten dertien patronen (kaliber .22 Flobert ),

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 2

omstreeks 5 augustus 2020 te Amsterdam een wapen van categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten een revolver (model Bulldog, kaliber .320) en munitie van categorie III onder de wet Wapens en munitie, te weten zes patronen (kaliber .320, merk PS), voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

5 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Verdachte heeft twee wapens met bijbehorende munitie en een kogelwerend vest voorhanden gehad. Daar heeft hij volgens de officier van justitie geen goede uitleg over gegeven. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de in beslag genomen wapens worden onttrokken aan het verkeer.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de wapens niet geladen waren, dat verdachte geen wapen heeft getrokken en dat het voorhanden hebben van een kogelwerend vest niet strafbaar is, zodat dat niet strafverzwarend kan werken.

De raadsman heeft verder verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin een gevangenisstraf van 9 maanden is opgelegd voor het voorhanden hebben van twee wapens, aanzienlijk minder dan de oriëntatiepunten voor het voorhanden hebben van vuurwapens van de rechtbank Amsterdam.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens. Daarnaast heeft verdachte munitie voorhanden gehad die geschikt was om met deze vuurwapens afgeschoten te worden. Eén van de twee wapens werd samen met dertien patronen aangetroffen bij verdachte op straat in zijn heuptasje, het andere wapen en een zakje met zes patronen in verdachtes bagage, die hij in het hotel waar hij verbleef had achtergelaten.

De rechtbank acht het zeer gevaarlijk en zorgelijk dat verdachte met meerdere wapens en een dergelijke hoeveelheid bijhorende munitie naar Amsterdam komt, nu vuurwapens met daarbij behorende munitie veelal gebruikt worden bij het plegen van strafbare feiten. Het voorhanden hebben van wapens vormt een bedreiging voor de veiligheid van personen in de samenleving en maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Het is de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden met welke intentie verdachte met deze wapens en munitie naar Nederland is gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij bang was en dat hij niet wist dat de wapens die hij bij zich had verboden waren. De rechtbank ziet daarin echter geen rechtvaardiging voor wat verdachte gedaan heeft.

De rechtbank stelt vast dat verdachte in Nederland noch in Tsjechië eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Verdachte geldt daarom als ‘first offender’.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat aansluiting gezocht bij het Amsterdams oriëntatiepunt “vuurwapens en explosieven”. Hierin is als uitgangspunt bij het voorhanden hebben van een pistool/revolver een gevangenisstraf van zes maanden geformuleerd. Bij het voorhanden hebben van een pistool/revolver in een publieke ruimte is het uitgangspunt een gevangenisstraf van twaalf maanden. Zoals gezegd heeft verdachte één wapen en dertien patronen op straat en dus in een publieke ruimte bij zich gehad. Het andere wapen is met zes patronen in de bagage van verdachte in het kantoor van het hotel waar verdachte verbleef gevonden. De rechtbank is van oordeel dat van strafverzwarende omstandigheden geen sprake is. Omstandigheden die zouden moeten leiden tot vermindering van de straf, acht de rechtbank evenmin aanwezig. De rechtbank zal aan verdachte dan ook een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van het voorarrest opleggen.

7 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  1. STK Pistool (Omschrijving: 5952472)

  2. 13 STK Munitie (Omschrijving: 5952474)

  3. 1 STK Revolver (Omschrijving: 5953443)

  4. 6 STK Munitie (Omschrijving: 5953444)

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

telkens:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  1. STK Pistool (Omschrijving: 5952472)

  2. 13 STK Munitie (Omschrijving: 5952474)

  3. 1 STK Revolver (Omschrijving: 5953443)

  4. 6 STK Munitie (Omschrijving: 5953444).

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. J. Knol en F.W. Pieters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.R. Hofstee, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 november 2020.