Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5792

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
07-12-2020
Zaaknummer
8648245 CV EXPL 20-12732
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst alarminstallatie. Geschil over welke algemene voorwaarden van toepassing zijn. Gewijzigde algemene voorwaarden van verhuurder zijn niet van toepassing. Huurder heeft tijdig opgezegd en is daarom de gevorderde facturen niet verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8648245 CV EXPL 20-12732

vonnis van: 20 november 2020 (bij vervroeging)

fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INSIGHTSECURE B.V.

gevestigd te Dordrecht

eiseres

nader te noemen: Insightsecure

gemachtigde: mr. W.P. Groenendijk

t e g e n

1. de vennootschap onder firma [gedaagde 1]

gevestigd te [plaats] , alsmede diens vennoten

2. [gedaagde 2]

3. [gedaagde 3]

4. [gedaagde 4]

allen wonende te [plaats]

gedaagden

nader te noemen: [gedaagde]

verschenen bij [gedaagde 4] (gedaagde sub 4) namens allen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het procesdossier bestaat uit:

- de dagvaarding van 7 juli 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het instructievonnis van 31 juli 2020;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 november 2020. Insightsecure is verschenen bij haar directeur, [naam 1] , vergezeld door de gemachtigde. Voor [gedaagde] is [gedaagde 4] namens allen verschenen. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

Op 5 september 2007 heeft [gedaagde] met Insightsecure een overeenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] van Insightsecure een alarminstallatie huurde voor een periode van 5 jaar.

1.2.

Van de op voornoemde overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden (hierna: de oude voorwaarden) luidt artikel 5.1:
“De onderhavige Huurovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel voor een periode van 60 maanden. Het contract wordt na afloop van de overeengekomen periode geacht te zijn verlengd voor opeenvolgende periodes van één jaar, tenzij de overeenkomst uiterlijk drie maanden voor de datum van de afloop van de periode door één der partijen is opgezegd. De onderhavige Huurovereenkomst is voor beide partijen niet tussentijds opzegbaar.”

1.3.

Op 14 maart 2012 hebben partijen de huurovereenkomst verlengd, waarbij de draadloze radars zijn vervangen door bekabelde. Ook deze overeenkomst is aangegaan voor een periode van 5 jaar.

1.4.

Insightsecure heeft haar algemene voorwaarden op enig moment gewijzigd. Artikel 5.1 van de nieuwe algemene voorwaarden (hierna: de nieuwe voorwaarden) luidt:
“De onderhavige Huurovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel voor een periode van 60 maanden. Het contract wordt na afloop van de overeengekomen periode geacht te zijn verlengd voor opeenvolgende periodes van 60 maanden, tenzij de overeenkomst uiterlijk veertien maanden voor de datum van de afloop van de periode door één der partijen is opgezegd. De onderhavige Huurovereenkomst is voor beide partijen niet tussentijds opzegbaar.”

1.5.

Bij e-mail van 26 september 2017 heeft [gedaagde 4] namens [gedaagde] de overeenkomst met Insightsecure opgezegd.

1.6.

Van 1 december 2018 tot en met 1 maart 2020 heeft Insightsecure maandelijks facturen ter hoogte van ieder € 121,00 aan [gedaagde] toegestuurd. De facturen bedragen tezamen € 1.694,00 en worden in deze procedure gevorderd.

1.7.

[gedaagde] heeft de facturen niet betaald.

Vordering

2. Insightsecure vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 1.694,00 aan hoofdsom;
b. € 254,10 aan buitengerechtelijke incassokosten;
c. € 281,00 aan contractuele rente, berekend tot en met 14 mei 2020;
d. contractuele rente over € 2.290,10 vanaf 15 mei 2020;
e. de proceskosten.

3. Insightsecure stelt hiertoe dat partijen op 14 maart 2012 een overeenkomst hebben gesloten voor de duur van 60 maanden. [gedaagde] is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door na te laten de onder 1.6 bedoelde facturen te betalen. De huur is maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigd en bij het uitblijven van (tijdige) betaling is een overeengekomen rente van 1,5% per maand verschuldigd. Verder heeft Insightsecure buitengerechtelijke kosten gemaakt.
De overeenkomst is op 14 maart 2017 automatisch verlengd met 60 maanden, conform de algemene voorwaarden. De overeenkomst is niet tussentijds opzegbaar, dus de e-mail van 26 september 2017, waarbij de overeenkomst door [gedaagde] wordt opgezegd, doet niet af aan het feit dat de overeenkomst doorloopt tot 14 maart 2022.

Verweer

4. [gedaagde] heeft aangevoerd, kort weergegeven, dat de overeenkomst met Insightsecure op 26 september 2017 is opgezegd. Op grond van de algemene voorwaarden moet drie maanden voor de afloop van de overeenkomst worden opgezegd, anders wordt de overeenkomst met 12 maanden verlengd. Omdat de overeenkomst net was verlengd, heeft [gedaagde] nog 12 maanden doorbetaald, zoals overeengekomen. Insightsecure legt in deze procedure ineens andere algemene voorwaarden over dan de voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn. Dat heeft veel weg van fraude. Insightsecure probeert [gedaagde] in plaats van 12 maanden nog 60 maanden door te laten betalen.

Beoordeling

5. Insightsecure stelt dat op de tussen partijen op 14 maart 2012 gesloten overeenkomst de nieuwe voorwaarden van toepassing zijn. [gedaagde] heeft dat gemotiveerd betwist. [gedaagde] voert aan dat de oude voorwaarden op achterzijde van de overeenkomst van 14 maart 2012 zijn gedrukt en daarom van toepassing zijn. De nieuwe – voor Insightsecure gunstigere – voorwaarden kreeg [gedaagde] voor het eerst bij dagvaarding onder ogen, aldus [gedaagde] .

6. Nu Insightsecure stelt dat de nieuwe voorwaarden van toepassing zijn, maar [gedaagde] dat gemotiveerd betwist, rust op Insightsecure de plicht haar stelling te onderbouwen, en zo nodig te bewijzen. In dat kader is van belang dat niet gesteld of gebleken is op welk moment Insightsecure haar algemene voorwaarden heeft gewijzigd. Daarnaast is niet vast komen te staan dat, en zo ja, wanneer de nieuwe voorwaarden aan [gedaagde] kenbaar zijn gemaakt. Duidelijk is in ieder geval [gedaagde] de nieuwe voorwaarden niet heeft geaccepteerd. Insightsecure heeft ter zitting aangevoerd dat [gedaagde] nooit tegen de nieuwe voorwaarden heeft geprotesteerd, maar dat lijkt te impliceren dat de nieuwe voorwaarden niet op de overeenkomst van 14 maart 2012 van toepassing waren en Insightsecure haar algemene voorwaarden gedurende de looptijd van de overeenkomst heeft gewijzigd. Anders gezegd, de stelling dat [gedaagde] nooit tegen de nieuwe voorwaarden heeft geprotesteerd is onverenigbaar met het eveneens door Insightsecure ingenomen standpunt dat de nieuwe voorwaarden op de overeenkomst van 14 maart 2012 van toepassing zijn. In dat geval had [gedaagde] namelijk niet kunnen protesteren, omdat de nieuwe voorwaarden dan simpelweg deel zouden uitmaken van de op 14 maart 2012 gesloten overeenkomst, die [gedaagde] dan (mogelijk) niet zou hebben gesloten.

7. Aangezien de toepasselijke voorwaarden op de achterzijde van de ondertekende overeenkomst staan gedrukt, had Insightsecure, gelet op het verweer van [gedaagde] , de gehele discussie omtrent de vraag welke algemene voorwaarden van toepassing zijn kunnen wegnemen door de originele, door [gedaagde] ondertekende overeenkomst van 14 maart 2012 mee te nemen naar de zitting. Dat heeft Insightsecure niet gedaan.

8. Gelet op het voorgaande, in combinatie met de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] , waarbij [gedaagde] de (oude) voorwaarden heeft overgelegd die volgens haar op de achterzijde van de originele overeenkomst van 14 maart 2012 staan gedrukt, is niet vast komen te staan dat de nieuwe voorwaarden van toepassing zijn. Daarom wordt uitgegaan van de toepasselijkheid van de oude voorwaarden. Dat betekent dat er een opzegtermijn van drie maanden geldt en dat de overeenkomst bij het uitblijven van een opzegging telkens met twaalf maanden wordt verlengd.

9. Aangaande de opzegging heeft de directeur van Insightsecure ter zitting verklaard dat Insightsecure nooit een opzegging van [gedaagde] heeft ontvangen. Deze verklaring is echter niet te verenigen met de stelling in de dagvaarding dat [gedaagde] de overeenkomst bij e-mail van 26 september 2017 heeft opgezegd. De betreffende e-mail is ook door Insightsecure overgelegd, zodat vaststaat dat de opzegging Insightsecure daadwerkelijk heeft bereikt. De geloofwaardigheid van de verklaringen namens Insightsecure staat met deze onjuiste mededeling van de directeur ernstig onder druk.

10. De overeenkomst van 14 maart 2012 is aangegaan voor een periode van 5 jaar en zou daarom aflopen op 14 maart 2017. Bij gebreke van een (tijdige) opzegging is de overeenkomst verlengd met 12 maanden en zou dus aflopen op 14 maart 2018. [gedaagde] heeft de overeenkomst op 26 september 2017 opgezegd, waarbij, gelet op de datum waarop de (verlengde) overeenkomst zou aflopen, de opzegtermijn van drie maanden in acht is genomen. De overeenkomst is daarmee op 14 maart 2018 ten einde gekomen. Aangezien [gedaagde] tot 1 december 2018 heeft betaald, is [gedaagde] de in deze procedure gevorderde facturen niet verschuldigd.

11. De door Insightsecure eerst ter zitting opgeworpen aanvullende grondslag voor haar vordering, namelijk dat [gedaagde] nog over apparatuur beschikt en er op grond daarvan een maandelijkse betalingsverplichting geldt, leidt niet tot een andersluidend oordeel. Redengevend daartoe is dat Insightsecure ter zitting desgevraagd te kennen heeft gegeven nooit te hebben verzocht om teruggave van de apparatuur, ondanks dat de overeenkomst al op 26 september 2017 was opgezegd. Los daarvan volgt uit de overeenkomst geen betalingsverplichting voor het enkel in bezit hebben van apparatuur.

12. De vordering van Insightsecure wordt op grond van het voorgaande integraal afgewezen.

13. Bij deze uitkomst wordt Insightsecure als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , die tot op heden worden begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Insightsecure in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.