Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5764

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
AMS - 19 _ 4459
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag exploitatievergunning alcoholschenkend horecabedrijf met terras. Beperking openingstijden terras tot 23.00 uur. Belangenafweging exploitant en omwonenden niet onredelijk. Geen strijd met Dienstenrichtlijn. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/4459

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] te [plaatsnaam] , eiseres (hierna: [eiseres] )

(gemachtigde: [naam] )

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester)

(gemachtigde: [naam] ).

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:

[naam] te [plaatsnaam] (gemachtigde: [naam] ) en

[naam] (hierna samen ook: de omwonenden).

Procesverloop

Met het besluit van 11 januari 2019 (het primaire besluit) heeft de burgemeester aan [eiseres] een exploitatievergunning verleend voor een alcoholschenkend horecabedrijf met terras aan de gevel en (maatwerk)terras aan het water.

[eiseres] , [naam] en [naam] hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Met het besluit van 11 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het bezwaar van [eiseres] deels gegrond verklaard. De burgemeester heeft daarbij het primaire besluit herroepen en een drietal voorwaarden uit de vergunning geschrapt. Voor het overige is de vergunning onder aanvulling van de motivering in stand gelaten. De burgemeester heeft het bezwaar van [naam] en [naam] ongegrond verklaard.

[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. [naam] en [naam] hebben een reactie op het beroepschrift ingediend. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2020. Namens [eiseres] zijn [naam] en [naam] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij [naam] heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij [naam] is verschenen, samen met [naam] .

Overwegingen

1.1.

In het pand aan het [adres 1] in [plaatsnaam] werd voorheen een [(soort) bedrijf] (met terras) geëxploiteerd. Sinds juli 2018 is [(soort) bedrijf] [eiseres] gevestigd in het pand. In de straat bevinden zich voornamelijk woonhuizen. Er zijn twee restaurants : restaurant [naam] en restaurant [naam] . Restaurant [naam] heeft een terras aan het water met 40 zitplaatsen. Restaurant [naam] heeft geen terras, de aanvraag daarvoor is in april 2018 afgewezen.

1.2.

[eiseres] heeft op 19 juli 2018 een exploitatievergunning aangevraagd voor een alcoholschenkend horecabedrijf met terras aan de gevel (8,14 m2) en maatwerkterras aan het water (38,25 m2). De burgemeester heeft de exploitatievergunning met het primaire besluit verleend, geldig tot 1 juni 2021, en daarbij de eindtijd van het terras beperkt tot 23.00 uur en de volgende voorwaarden aan de vergunning verbonden:

  1. Aanpassing van de afzuiger

  2. Tekst op de kassabon ‘rekening houden met de buren’

  3. Borden plaatsen met verzoek rekening te houden met de buren en fietsen netjes te plaatsen

  4. Medewerkers herinneren dat gasten op overlast worden geattendeerd

  5. Afspraken met leveranciers m.b.t. overlast

  6. Ramen en deuren gesloten houden

  7. Tafels aan de gevel rookvrij houden

  8. Glasbak voor 22.00 uur legen

  9. Geluiddempend materiaal onder de tafels aanbrengen.

1. Met het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van [eiseres] deels gegrond verklaard. Verweerder heeft de voorwaarden 1, 6 en 7 uit de vergunning geschrapt en de vergunning voor het overige gehandhaafd. Er is een omgevingsvergunning verleend voor Horeca 3. Dat betekent dat een café is toegestaan. Op grond van artikel 3.15, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam (de APV) kunnen de openingstijden van een horecabedrijf worden beperkt in het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Volgens de burgemeester is met de beperking van de sluitingstijd van het terras tot 23.00 uur en de aanvullende voorwaarden voldoende rekening gehouden met de bescherming van het woon- en leefklimaat. Voor de exploitant is het voorschrift niet onevenredig bezwarend, omdat de openingstijden van de binnenlokaliteit niet zijn beperkt.

3.1.

[eiseres] voert in beroep aan dat de burgemeester ten onrechte de openingstijd van het terras heeft beperkt tot 23.00 uur wegens vermeende aantasting van het woon- en leefklimaat. [eiseres] bestrijdt dat sprake is van niet duldbare overlast, er zijn bij een tweetal controles geen overtredingen geconstateerd. [eiseres] heeft consequent verantwoordelijkheid getoond, een coöperatieve houding aangenomen en open gestaan voor communicatie met de omwonenden. Bij andere vergunningen voor horeca met een terras aan het water wordt, ondanks klachten van omwonenden, de vergunning conform de openingstijden in de APV verleend. Ten slotte betoogt [eiseres] dat de vergunning verlening in strijd is met artikel 9 en 10 van de Dienstenrichtlijn.1 De burgemeester heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom een vergunningplicht gerechtvaardigd is en waarom de afgegeven vergunning een beperkte duur heeft. Het criterium ‘aantasting van het woon- en leefklimaat’ is in strijd de Dienstenrichtlijn, omdat niet vooraf kenbaar is gemaakt hoe aan dit criterium getoetst wordt.

3.2.

De omwonenden vinden dat aangepaste openingstijden moeten worden gehandhaafd. Buurtbewoners ervaren sinds de vestiging van [(soort) bedrijf] [eiseres] een grote toename van overlast. Er zijn vaak klachten ingediend i.v.m. geluidsoverlast door stemgeluid. Het woon- en leefklimaat, een verkeersluwe, rustige woonstraat, is onder aanzienlijke spanning komen te staan. De restaurants [naam] en [naam] zien op een ander type horeca. De aanvraag voor een terras van restaurant [naam] werd onder meer vanwege de aantasting van het woon- en leefklimaat afgewezen. De wijze van bedrijfsvoering draagt niet bij aan het verminderen van de aantasting van het woon- en leefklimaat.
Juridisch kader

4.

4.1.

Op grond van het tweede lid van artikel 3.11 van de APV kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf, de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf.

4.2.

Op grond van het derde lid houdt de burgemeester bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond – voor zover van belang – rekening met:
a. het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen;
b. de aard van het horecabedrijf;
c. de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat.

4.3.

Op grond van artikel 3.14 is het verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben of daarop bezoekers toe te laten op andere tijdstippen dan in de exploitatievergunning staan aangegeven. De burgemeester geeft in de exploitatievergunning voor een terras als tijdstip uiterlijk 01.00 uur en in het weekend uiterlijk 02.00 uur aan.

4.4.

Op grond het eerste lid van artikel 3.15 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat de openingstijden van het horecabedrijf beperken.
Beperking van de openingstijd van het terras tot 23.00 uur

5.

5.1.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de burgemeester bij de afweging van de belangen van [eiseres] en de belangen van de omwonenden in het kader van het woon- en leefklimaat in redelijkheid de openingstijd van het terras heeft kunnen beperken tot 23.00 uur. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. De burgemeester heeft daarbij in aanmerking kunnen nemen dat de aard van het horecabedrijf is veranderd van een buurt- naar een [(soort) bedrijf] . [eiseres] is immers onderdeel van een keten van [(soort) bedrijf] cafés. De rechtbank acht het niet onredelijk dat de burgemeester daarvan verwacht dat het terras relatief luidruchtige bezoekers aantrekt, ook uit andere delen van de stad. De burgemeester heeft bij de belangenafweging ook kunnen betrekken dat het terras is gelegen in een relatief rustige woonbuurt, dat al vroeg in het aanvraagproces zienswijzen en klachten zijn ontvangen over geluidsoverlast en dat de avondperiode vanaf 23.00 uur bestemd moet kunnen zijn voor de nachtrust. De burgemeester heeft ook bij de belangenafweging kunnen betrekken dat de openingstijden van de binnenlokaliteit niet beperkt zijn, zodat geen sprake is van onevenredige benadeling voor [eiseres] . Dat er, zoals [eiseres] stelt, slechts een tweetal controles zou zijn geweest en dat er geen overtredingen zijn geconstateerd, doet aan het voorgaande niet af. Aan [eiseres] wordt immers niet tegengeworpen dat er overtredingen zouden zijn begaan.

5.2.

[eiseres] heeft een lijst overgelegd met horeca ondernemingen met een terras die kennelijk een onbeperkte terrasvergunning hebben. Deze lijst is door de burgemeester niet weersproken, maar is geen reden om in dit geval, op deze plaats het terras anders te vergunnen. Eiser heeft gesteld noch onderbouwd dat de ondernemingen op deze lijst in volledig gelijke omstandigheden (ligging, aard van de onderneming e.d.) anders door verweerder zijn behandeld. Per geval maar ook per buurt kunnen de terrastijden worden beperkt als dit uit oogpunt van bescherming van het woon- en leefklimaat noodzakelijk wordt geacht. De rechtbank volgt ook niet de stelling van [eiseres] dat het terras van [(soort) bedrijf] [naam] alleen vanwege zogenoemde fietsnietjes is geweigerd. Uit de uitspraak van 9 mei 2019 van deze rechtbank2 volgt dat de burgemeester bij de weigering van dat terras ook de aantasting van het woon- en leefklimaat heeft getoetst.
Dienstenrichtlijn

6.

6.1.

Uit artikel 3.11 van de APV volgt dat het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid de belangen zijn die worden beschermd met een horeca exploitatievergunning. De burgemeester heeft terecht onder verwijzing naar overweging 40 van de Dienstenrichtlijn gesteld dat de openbare orde en de openbare veiligheid worden erkend als dwingende reden van algemeen belang, net als de bescherming van het stedelijk milieu. De rechtbank is met de burgemeester van oordeel dat dit begrip verband houdt met de bescherming van het woon- en leefklimaat. Daarmee is de rechtvaardiging van een vergunningstelsel voor de exploitatie van horecabedrijven naar het oordeel van de rechtbank gegeven. Uit artikel 11, aanhef, eerste lid en onder c, van de Dienstenrichtlijn volgt daarnaast dat beperking van de geldigheidsduur is toegestaan als dit is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang.

6.2.

Anders dan [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat in beginsel voldoende duidelijk is wanneer wordt voldaan aan de weigeringsgrond dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf door de aanwezigheid van dat bedrijf of een bijbehorend terras nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester zal per geval moeten motiveren waarom daarvan sprake is. Daartoe zijn concretiserende regels gesteld in artikel 3.11, derde lid, van de APV en het Terrassenbeleid.3 Van strijd met de Dienstenrichtlijn is dan ook geen sprake.
Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F. Ferdinandusse, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, gerechtsjurist. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

gerechtsjurist

rechter

(griffier op de zitting)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als uw zaak spoedeisend is, kunt u de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter vragen om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Richtlijn 2006/123/EG.

2 ECLI:NL:RBAMS:2019:8828. De uitspraak is bevestigd in de uitspraak van de Afdeling van 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1457.

3 Vgl. de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2019, RVS:2019:4412.