Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5729

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 6065
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

8:81 Awb, artikel 3, derde lid, onder c van de Bomenverordening, Noodkap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/6065

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker,

(gemachtigde: mr. A. Franken van Bloemendaal),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder,

(gemachtigde: mr. R. Osterwals en mr. M. Toornstra).

Procesverloop

Verweerder heeft, gelijktijdig met een mededeling aan de bewoners van de [straat] , met het noodkapbesluit van 19 november 2020 besloten dat twee iepen met de id-nummers [nummer 1] en [nummer 2] gelegen in de openbare ruimte aan de [straat] [huisnummers] worden gekapt.

Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 20 november 2020 via een Skype-verbinding. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [naam 1] (voorzitter). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. R. Osterwald, mr. M. Toornstra en [naam 2] .

Overwegingen

Connexiteit

1. Voorafgaande aan de zitting heeft de gemachtigde van verzoeker nog meegedeeld dat het verzoek ook is ingediend namens [verzoekers]

. Zoals op de zitting is nagevraagd hebben zij op persoonlijke titel geen bezwaarschrift ingediend. Het bezwaarschrift is ingediend namens [verzoeker] .

2. Op grond van het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste geldt als voorwaarde voor het kunnen treffen van een voorlopige voorziening dat een bodemprocedure - hetzij in de bezwaarfase, dan wel in de beroepsfase - aanhangig is. Omdat bovengenoemde personen geen bezwaarschrift hebben ingediend (en het bezwaar ook niet namens hen is ingediend) tegen het bestreden besluit, is hun verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit met een bezwaarprocedure.

3. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat het verzoek om een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld, omdat verzoeker wel bezwaar heeft ingediend. De voorzieningenrechter overweegt over dat verzoek als volgt.

Inhoudelijk

4. Verweerder heeft met de brief van 19 november 2020 meegedeeld aan de bewoners van de [straat] en omgeving, toestemming te geven voor het met spoed kappen van drie bomen. Het noodkapbesluit van 19 november 2020 vermeldt echter twee bomen. Op de zitting is gebleken dat het noodkapbesluit feitelijk ziet op twee bomen. Het gaat om de bomen op de [straat] ter hoogte van de [huisnummers] . Volgens verweerder moeten de bomen onder meer met spoed gekapt worden, omdat de constructie van de kademuur in zeer slechte staat is. Blijkens de vergunning kunnen, als de kade bezwijkt, de bomen worden meegetrokken wat grote gevolgen kan hebben voor de omgeving (passanten, werknemers en gebouwen). In het rapport van 18 november 2020 van Baars-CIPRO staat verder dat de kans op het bezwijken van de kademuur momenteel reëel is. Daarom moeten op korte termijn herstelwerkzaamheden aan de kademuur worden verricht in de vorm van het plaatsen van een damwand om zo de kademuren te versterken. De bomen vormen daarbij een risico, zowel tijdens het drukken van de damwand als bij het bezwijken van de kade met mogelijke schade aan opstal en letsel als gevolg, aldus het rapport.

5. Verzoeker is tegen de kap van de bomen, omdat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat het de kappen daarvan op dit moment noodzakelijk is. Volgens verzoeker is niet aannemelijk gemaakt dat met het bezwijken van de kademuur, het risico bestaat dat de bomen ook “meezakken”. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende onderzocht of alternatieve mogelijkheden bestaan en is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van spoedeisende belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen in de zin van artikel 3, derde lid, onder c, van de Bomenverordening 2014.

6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

6.1

Artikel 3, derde lid, onder c, van de Bomenverordening voorziet erin, dat zonder voorafgaande vergunning een houtopstand mag worden geveld in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen, mits het dagelijks bestuur daarvoor toestemming heeft verleend. Het moet dan gaan om acuut gevaar voor personen of goederen ten gevolge van onvoorziene omstandigheden, bijvoorbeeld omdat een boom als gevolg van noodweer dreigt om te vallen.

6.2

In dit geval is weliswaar geen sprake van noodweer waardoor de bomen dreigen om te vallen, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is wel sprake van dergelijk acuut gevaar. Vaststaat dat de kademuren in zeer slechte staat zijn en dat dat snel hersteld moet worden. Volgens de bomenspecialist de heer [naam 3] , waarvan verzoekers een verklaring hebben overgelegd, is het nog maar de vraag of dat gevolgen heeft voor de bomen. Hij leest nergens dat de bomen ook mee zijn scheefgezakt en daarnaast drukt normaal gesproken de boom nooit de kademuur weg. De voorzieningenrechter overweegt dat dat wel zo kan zijn, maar het risico dat de bomen wél “meezakken” als de kademuur bezwijkt, is, gelet op het rapport van Baars-CIPRO en de onderbouwing van verweerder op de zitting, een te groot risico, wat gelet op de veiligheidssituatie rondom de kademuur niet genomen kan worden. Dat risico kan ook niet worden genomen voor de aannemer en zijn medewerkers bij het uitvoeren van de werkzaamheden aan de kademuur.

6.3

Van de alternatieven die de heer [naam 3] heeft aangedragen heeft verweerder op de zitting genoegzaam uiteengezet dat die niet voldoen. Dat het onderzoek naar alternatieven en uitkomst niet dan wel onvoldoende duidelijk op papier is gezet, is vervelend, maar gelet op de spoedeisendheid van deze zaak voorstelbaar.

6.4

De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker graag een gedegen en uitgebreide onderbouwing had willen zien van het noodkapbesluit en met name het causaal verband tussen het bezwijken van de kademuur en het risico van “meezakken” van de bomen. Verweerder heeft echter met dit dossier en de toelichting op de zitting voldoende duidelijk gemaakt dat de veiligheid van personen en goederen rondom de kade in het geding is en dat snel handelen geboden is. Daarbij hoort het kappen van de twee bomen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding en evenmin om verweerder op te dragen het griffierecht aan verzoeker te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening voor zover ingediend door [verzoekers] niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [verzoeker] om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen per e-mail op: 20 november 2020.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.