Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5717

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-11-2020
Datum publicatie
04-12-2020
Zaaknummer
8375199 CV EXPL 20-4112
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verstek gedaagde sub 1 (hoofdaannemer): wanprestatie jegens opdrachtgever. Gedaagde sub 2 (onderaannemer) OD jegens opdrachtgever: beoordeling aan de hand van de aanknopingspunten genoemd in HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7496.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 8375199 / CV EXPL 20-4112

Uitspraak: 6 november 2020

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. T. Laro (Stichting Achmea Rechtsbijstand),

t e g e n

1 [gedaagde 1] h.o.d.n. [handelsnaam 1] ,

zaakdoende te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen,

2. [gedaagde 2] h.o.d.n. [handelsnaam 2],

wonende en zaakdoende te [plaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] , [gedaagde 1] (of [handelsnaam 1] ) en [gedaagde 2] .

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen van 2 maart 2020, met producties,

- het proces-verbaal van 10 maart 2020, waarin [gedaagde 2] heeft geantwoord op de dagvaarding,

- het tussenvonnis van 23 juni 2020, waarbij een bijeenkomst van partijen is bevolen,

- het proces-verbaal van de op 9 oktober 2020 gehouden bijeenkomt van partijen.

1.2.

Tegen [gedaagde 1] is verstek verleend.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

2 Feiten en omstandigheden

2.1.

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

2.2.

[gedaagde 1] drijft een eenmanszaak onder de naam [handelsnaam 1] die zorgt voor bouwinstallatie.

2.3.

[gedaagde 2] drijft een eenmanszaak onder de naam [handelsnaam 2] die diverse klussen uitvoert, waaronder tegels zetten.

2.4.

Op 2 juni 2019 heeft [eiseres] middels Facebook Messenger [handelsnaam 1] een opdracht gegeven voor het leggen van de door [eiseres] voor € 1.500,00 zelf aangeschafte tegels op de begane grond van haar woning voor een totaalbedrag van € 750,00.

2.5.

[gedaagde 1] heeft de opdracht uitbesteed aan [handelsnaam 2] .

2.6.

Op 4 en 5 juni 2019 heeft [handelsnaam 2] de tegels gelegd in de gang en in de woonkamer van [eiseres] .

2.7.

Op 5 juni 2019 heeft [eiseres] [handelsnaam 1] geschreven dat het tegelwerk niet goed is uitgevoerd.

2.8.

Op 8 juni 2019 heeft [handelsnaam 2] herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de tegelvloer.

2.9.

Diezelfde dag heeft [eiseres] [handelsnaam 1] bericht dat de tegelvloer niet is hersteld en heeft gevraagd of [handelsnaam 1] zelf kon komen kijken. Hierop is geen reactie gekomen.

2.10.

Bij brief van 14 juli 2019 heeft [eiseres] [handelsnaam 2] aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt als gevolg van de ondeugdelijke tegelvloer.

2.11.

In opdracht van [eiseres] heeft MrFix.nl B.V. (hierna: MrFix) een offerte opgesteld voor het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. MrFix heeft de volledige herstelwerkzaamheden aan de tegelvloer geschat op een bedrag van € 4.672,66.

2.12.

Bij brief van 3 oktober 2019 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde 1] - kort gezegd - geschreven dat de tegelvloer ondeugdelijk is gelegd en dat [eiseres] deze gebreken bij [handelsnaam 1] heeft gemeld. De gemachtigde van [eiseres] heeft in de brief [handelsnaam 1] verzocht om binnen 14 dagen na dagtekening van de brief een afspraak met [eiseres] in te plannen om de tegelvloer kosteloos te vervangen. Daarnaast heeft de gemachtigde van [eiseres] [handelsnaam 1] verzocht om binnen 14 dagen na dagtekening van de brief een schadebedrag van € 1.500,00 te betalen voor de aanschaf van nieuwe tegels.

2.13.

Op 4 oktober 2019 heeft [gedaagde 1] per e-mailbericht gereageerd. Daarin heeft hij ontkend dat hij het tegelwerk heeft uitgevoerd.

2.14.

Bij e-mailbericht van 7 oktober 2019 heeft de gemachtigde van [eiseres] op de berichten van [gedaagde 1] gereageerd. Daarnaast heeft de gemachtigde [gedaagde 1] nogmaals gesommeerd de tegelvloer kosteloos te vervangen en het schadebedrag van € 1.500,00 te betalen.

2.15.

Op 7 oktober 2019 heeft [gedaagde 1] een tweetal grievende e-mailberichten verstuurd, waarin hij nogmaals heeft ontkend dat hij het tegelwerk heeft uitgevoerd.

2.16.

Op 21 oktober 2019 heeft de gemachtigde van [eiseres] het volgende geschreven aan [gedaagde 1] , voor zover relevant:

“(…)

U bent in verzuim. U [hebt] de kans gehad om de gebreken deugdelijk te herstellen. U hebt echter aangegeven niet aan dit verzoek te willen voldoen omdat u de werkzaamheden niet zelf hebt uitgevoerd. Ik heb u echter uitgelegd dat cliënte met u de overeenkomst heeft gesloten en u voor de werkzaamheden heeft betaald waardoor u het aanspreekpunt van cliënte bent. Nu u in verzuim bent, heeft cliënte het recht om de herstelwerkzaamheden door een derde te laten uitvoeren. Cliënte maakt dan ook aanspraak op vervangende schadevergoeding conform artikel 6:87 BW. Dit betekent dat cliënte de kosten verbonden aan de herstelwerkzaamheden op u verhaalt. (…)”

2.17.

In opdracht van [eiseres] heeft ZNEB Expertise en Taxatie B.V. (hierna: ZNEB) op 27 november 2019 een expertiseonderzoek uitgevoerd naar de tegelvloer. [gedaagde 1] is hierbij, ondanks de uitnodiging van de deskundige, niet aanwezig geweest.

2.18.

Uit het expertiseonderzoek van ZNEB is - kort gezegd - gebleken dat het tegelwerk ondeugdelijk is uitgevoerd (hierna: schaderapport). Er is onder andere sprake van hol klinkende tegels, hoogteverschillen tussen tegelranden en niet vlakvol uitgevoerd voegwerk. De kosten van volledige vervanging hiervan, inclusief de kosten voor aanschaf van nieuwe vloertegels, zijn begroot op € 4.819,00 inclusief btw en zijn als volgt gespecificeerd:

- verwijderen, reinigen en egaliseren van de vloer € 1.271,00

- leggen van de vloertegels en aanbrengen van voegwerk € 1.644,00

- aanschaf vloertegels € 1.680,00

- uitruimen, opslaan, inruimen, schoonmaken meubilair € 224,00

3 Vordering en verweer

3.1.

[eiseres] vordert - samengevat - dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis hoofdelijk zullen worden veroordeeld tot betaling van:

a. € 4.819,00 aan schadevergoeding;

b. € 606,90 aan buitengerechtelijke incassokosten;

c. € 1.358,23 aan expertisekosten;

d. de proces- en nakosten.

3.2.

[eiseres] stelt - kort weergegeven - dat [gedaagde 1] de overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen en dat [gedaagde 2] een onrechtmatige daad jegens haar heeft gepleegd. [eiseres] heeft daardoor schade geleden. [eiseres] heeft de schade door een deskundige laten begroten. Nu [gedaagde 1] noch [gedaagde 2] zijn overgegaan tot deugdelijke nakoming, vordert [eiseres] vervangende schadevergoeding op grond van artikel 6:87 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de kosten van het expertiseonderzoek. Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst [eiseres] naar het schaderapport.

3.3.

[gedaagde 2] voert verweer tegen de vordering.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 Beoordeling

De vorderingen jegens [gedaagde 1]

4.1.

De kantonrechter zal een verstekvonnis wijzen tegen de niet verschenen gedaagde sub 1 [gedaagde 1] . Bij een verstekvonnis wordt het gevorderde toegewezen indien het de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

4.2.

Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.

De vorderingen jegens [gedaagde 2]

4.3.

In geschil is of [gedaagde 2] een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens [eiseres] . De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.4.

Vooropgesteld wordt dat een tekortschieten in de nakoming van haar verplichtingen door een onderaannemer jegens de hoofdaannemer op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever oplevert. De hoofdregel is nu eenmaal dat een overeenkomst alleen de partijen bij die overeenkomst jegens elkaar bindt. Indien sprake is van een overeenkomst van onderaanneming staat het de onderaannemer echter niet altijd vrij om de belangen van de opdrachtgever (wederpartij van de hoofdaannemer, in casu [eiseres] ) geheel te verwaarlozen. Bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde 2] in dit geval onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld moet de kantonrechter op grond van een arrest van de Hoge Raad (HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7496) rekening houden met de terzake dienende omstandigheden van het geval, waaronder de hoedanigheid van alle betrokken partijen, de aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst, de wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken, de vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was, de vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien, de vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden, de aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt en de vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt.

4.5.

[eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde 2] de onderaannemer is. Volgens [gedaagde 2] heeft hij de klus echter samen met een tweede persoon uitgevoerd. Hij heeft aangevoerd dat hij de oude vloertegels heeft verwijderd en vervolgens de lijm heeft aangebracht voor het leggen van de nieuwe tegels. Iemand anders heeft de tegels daadwerkelijk gelegd. [eiseres] heeft ter zitting toegelicht dat het een nieuwbouwwoning betrof die casco werd opgeleverd en dat er dus geen oude vloertegels zijn verwijderd. [eiseres] heeft erkend dat de klus door twee mannen is uitgevoerd. Volgens haar werkte [gedaagde 2] samen met [naam] . [gedaagde 2] en [naam] hebben [eiseres] verteld dat ze samen een klusbedrijf waren gestart onder de naam [handelsnaam 2] . Nu dit door [gedaagde 2] niet is weersproken, wordt er in dit geding vanuit gegaan dat [gedaagde 2] de onderaannemer was.

4.6.

Gelet op het (niet voldoende weersproken) schaderapport, gaat de kantonrechter ervan uit dat de tegels ondeugdelijk zijn gelegd. De enkele omstandigheid dat sprake is van ondeugdelijk werk is evenwel onvoldoende voor het aannemen van onrechtmatige daad. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde 2] onrechtmatig jegens haar gehandeld doordat hij onzorgvuldig met de belangen van [eiseres] is omgegaan gelet op de aard en de ernst van de tekortkoming. Daarnaast heeft hij de gebreken niet hersteld en is op enig moment ook van de radar verdwenen.

4.7.

Ten aanzien van de aard en de ernst van de tekortkoming is volgens de kantonrechter van belang dat [eiseres] via Facebook Messenger een overeenkomst van aanneming heeft gesloten met [gedaagde 1] waarbij er voor € 750,00 euro een tegelvloer zou worden gelegd. Desgevraagd heeft [eiseres] ter zitting toegelicht dat dit niet een uitzonderlijk lage prijs is voor het werk. [eiseres] had meerdere aanbiedingen voor € 15,00 per vierkante meter. Omdat [gedaagde 1] meteen kon beginnen, heeft ze voor hem gekozen. Vriendinnen van [eiseres] hadden ook op deze wijze voor een soortgelijk bedrag tegels laten leggen door derden en die tegels waren wel deugdelijk gelegd, aldus [eiseres] . Volgens [eiseres] is de vloer zo ondeugdelijk dat die geheel moet worden vervangen. De vloer is niet alleen lelijk, maar ook gevaarlijk. Haar moeder is slecht ter been en is al een keer gestruikeld over de ongelijke tegels. Volgens [eiseres] kan zij haar moeder niet meer thuis ontvangen, zolang de vloer niet hersteld is.

4.8.

Nu het voorgaande door [gedaagde 2] niet is weersproken, moet worden aangenomen dat de vloer dusdanig ondeugdelijk is gelegd dat de hele vloer er uit moet en dat de schade voor [eiseres] aanzienlijk is. De ondeugdelijke tegels moeten worden verwijderd en er moeten nieuwe tegels worden aangeschaft en gelegd.

4.9.

Verder is van belang dat de contacten tussen [eiseres] en [gedaagde 2] hoofdzakelijk via [gedaagde 1] verliepen en dat [gedaagde 2] geen Nederlands spreekt en nauwelijks Engels. Onweersproken is echter gebleven dat [gedaagde 2] samenwerkte met iemand die wel de Nederlandse taal machtig was ( [naam] ) en dat er ook via hem contact is geweest met [gedaagde 2] . Op verzoek van [gedaagde 1] is [gedaagde 2] nog een keer bij [eiseres] langs geweest om herstelwerkzaamheden te verrichten, maar onweersproken is gebleven dat hij daarna niets meer van zich heeft laten horen. Dat de herstelwerkzaamheden niet afdoende waren, blijkt uit het schaderapport. Dit schaderapport is opgemaakt nadat [gedaagde 2] de herstelwerkzaamheden heeft verricht. [gedaagde 2] heeft verder aangevoerd dat er iemand die voor de badkamer kwam over de net gelegde tegels heeft gelopen. Dit wordt door [eiseres] betwist. Nu dit verder niet is onderbouwd, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Dat de door [eiseres] gekochte tegels, zoals door [gedaagde 2] is gesteld en door [eiseres] is betwist, van zeer slechte kwaliteit waren dat de tegels bij het vastpakken al braken, blijkt nergens uit, zodat ook daaraan voorbij wordt gegaan.

4.10.

Tot slot is niet weersproken dat [gedaagde 2] de opdracht geheel zelfstandig uitvoerde. [eiseres] heeft aangegeven dat zij [gedaagde 1] nooit op het werk heeft gezien.

4.11.

Bij weging van de door de Hoge Raad genoemde gezichtspunten en de overige omstandigheden van het onderhavige geval zijn naar het oordeel van de kantonrechter in het onderhavige geval al met al voldoende aanknopingspunten aanwezig om [gedaagde 2] uit hoofde van onrechtmatige daad jegens [eiseres] aansprakelijk te achten. Aangezien het schadebedrag voortvloeiend uit het schaderapport niet is weersproken, zal de kantonrechter het gevorderde toewijzen.

4.12.

[eiseres] heeft daarnaast de kosten van het expertiseonderzoek van € 1.358,23 gevorderd op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Deze kosten zullen als onbestreden worden toegewezen.

4.13.

[eiseres] heeft voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 606,90 gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. [eiseres] heeft met verwijzing naar en onder overlegging van de brieven van 14 juli 2019 en van 21 oktober 2019 voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Dit is ook niet betwist. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met in het Besluit bepaalde tarief, zodat de kantonrechter het gevorderde bedrag zal toewijzen.

Proceskosten

4.14.

Bij deze uitkomst van de procedure worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] . Deze kosten worden tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 217,08

  • -

    griffierecht € 236,00

  • -

    salaris gemachtigde € 600,00 (2 punten × tarief € 300,00)

totaal € 1.053,08

4.15.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betaalt, de ander is bevrijd, tot betaling aan [eiseres] van:
- € 4.819,00 aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 606,90 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- € 1.358,23 aan expertisekosten.

II. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betaalt, de ander is bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.053,08,

III. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betaalt, de ander is bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft/hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris gemachtigde en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

IV. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

V. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. J.M. van Hall, kantonrechter, bijgestaan door mr. M. Sahin, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2020.

De griffier De kantonrechter