Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5188

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
28-10-2020
Zaaknummer
RK 19/6523
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering ongegrond verklaard, kantonrechter heeft voertuig al verbeurd verklaard

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

RK: 19/6523

Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw,

mr. W.P.A. Vos,

[adres advocatenkantoor] ,

klager, niet zijnde de beslagene.

1 Procesgang

Het klaagschrift is op 19 november 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op 19 maart 2020 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 29 september 2020 de gemachtigde raadsvrouw en de officier van justitie, mr. S.A. van de Vliet, in openbare raadkamer gehoord.

Klager is, hoewel rechtsgeldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Beslagene [naam beslagene] is blijkens het GBA-overzicht geëmigreerd naar het buitenland en is dus niet opgeroepen voor de zitting.

2 Inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van de in beslag genomen snorfiets Piaggio Vespa Sprint, met kenteken [kentekennummer] (goednummer: 5657474).

In het klaagschrift heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat klager eigenaar is van de snorfiets. Klager heeft daartoe een kentekenbewijs bij het klaagschrift gevoegd. Klager heeft de snorfiets aan een bekende uitgeleend en heeft de snorfiets niet meer teruggekregen. De bekende heeft klager lange tijd ontweken toen klager hem aansprak om zijn snorfiets terug te geven. Uiteindelijk is klager erachter gekomen dat de snorfiets door de politie in beslag is genomen.

Klager heeft zijn snorfiets nodig voor zijn werkzaamheden en wordt door de voortduring van het beslag onredelijk in zijn belangen geschaad. Klager meent verder dat er geen strafvorderlijk belang bestaat welke de voortzetting van de inbeslagneming rechtvaardigt.

De raadsvrouw van klager heeft naar aanleiding van het standpunt van het Openbaar Ministerie en ter toelichting op het klaagschrift kort samengevat het volgende aangevoerd. Klager heeft geen stukken ontvangen over de inbeslagneming van de snorfiets en hij is niet op de hoogte gebracht van de zitting bij de kantonrechter. Klager heeft recht op teruggave van de snorfiets, nu dat niet mogelijk is heeft hij recht op de waarde van het beslag. De raadsvrouw heeft verzocht het klaagschrift gegrond te verklaren.

3 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft – onder verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – verklaard zich te verzetten tegen teruggave van de in beslag genomen snorfiets aan klager en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Op 30 december 2018 is er tegen de bestuurder van de snorfiets, [naam beslagene] , een proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden zonder rijbewijs, art. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994. De snorfiets werd in beslag genomen omdat de bestuurder al vaker staande is gehouden voor het rijden zonder rijbewijs. De snorfiets was ook niet verzekerd en kreeg op 30 december 2018 een WOK-melding, omdat de snorfiets de maximale constructiesnelheid overschreed met meer dan 15 kilometer per uur. De snorfiets is, gelet op het voorgaande, terecht in beslag genomen.

De snorfiets is middels een door de officier van justitie afgegeven machtiging ex. art. 117 Sv vervreemd. De snorfiets is er dus feitelijk niet meer. De inbeslagname dateert van eind 2018 en pas op 19 november 2019 (bijna een jaar later) is door klager een klaagschrift ingediend. De kantonrechter heeft zich inmiddels al over de zaak gebogen en heeft de verbeurdverklaring van de snorfiets uitgesproken. De officier van justitie heeft, gelet op het voorgaande, gevorderd het beklag ongegrond te verklaren.

4 De beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.

Op 30 december 2018 is op de voet van artikel 94 Sv voornoemde snorfiets in beslag genomen bij [naam beslagene] . Tegen hem werd een proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden zonder rijbewijs, art. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat [naam beslagene] vaker heeft gereden zonder rijbewijs. De snorfiets behoort toe aan klager. Dit blijkt uit het kentekenbewijs dat klager bij zijn klaagschrift heeft gevoegd.

Op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer blijkt het volgende. Op 29 mei 2019 heeft de kantonrechter [naam beslagene] veroordeeld terzake van het rijden zonder rijbewijs en de verbeurdverklaring van de snorfiets bevolen. Dit vonnis is nog niet onherroepelijk.

Nu er al een (niet-onherroepelijke) beslissing van een rechter ligt over de verbeurdverklaring van de snorfiets, dient het beklag ongegrond te worden verklaard. Klager heeft de mogelijkheid om op basis van artikel 552b Sv zich te beklagen over de onherroepelijke verbeurdverklaring van hem toekomende voorwerpen.

5 De beslissing

De rechtbank komt tot de volgende beslissing.

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door

mr. L. Dolfing, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier

en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2020.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,

in te stellen bij de griffie van deze rechtbank,

binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.