Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:5041

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
21-10-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4605
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig, besluit nog niet genomen. Beroep gegrond. Wel al besluit over ingebrekestelling en dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/4605

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: [naam] ),

en

het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

Procesverloop

Eiseres heeft op 24 augustus 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.1Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.2

3. Eiseres heeft met de brief van 27 november 2018 bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand aangevraagd. Met de fax van 24 juni 2020 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens is eiseres op 24 augustus 2020 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Verweerder heeft meegedeeld dat er inderdaad nog niet is beslist op de aanvraag. Wel heeft verweerder op 3 september 2020 een beslissing genomen over de ingebrekestelling en daarmee samenhangende dwangsom.

4. De Participatiewet (Pw) kent geen beslistermijn voor het aanvragen van bijzondere bijstand. Daarom is de in de Awb opgenomen redelijke beslistermijn van 8 weken van toepassing.3 De rechtbank stelt met partijen vast dat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder na die beslistermijn in gebreke heeft gesteld en meer dan twee weken daarna in beroep is gegaan.

5. Het beroep is dus gegrond.

6. Als het beroep gegrond is en er nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb). Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en heeft dan ook geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht. Dat betekent dat verweerder uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend moet maken.

7. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 250,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    draagt verweerder op binnen 14 dagen na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 250,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

1 Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.

2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb

3 Artikel 4:13, eerste lid, van de Awb.