Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:486

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-01-2020
Datum publicatie
31-01-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2409
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een Amsterdams café op het Damrak moet terecht een dwangsom betalen omdat het café op het terras ondanks herhaaldelijke waarschuwingen een menubord had geplaatst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/2409

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2020 in de zaak tussen

All Stars Café B.V., te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. M.H.J. van Riessen),

en

De Burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: S. van Gerven).

Procesverloop

Met het besluit van 26 oktober 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder een verbeurde dwangsom van € 2.500,- bij eiseres ingevorderd.

Met het besluit van 18 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 1] .

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging

1.1.

Op 9 maart 2017 heeft verweerder een exploitatievergunning aan eiseres verleend voor het exploiteren van een alcoholschenkend horecabedrijf met terras op Damrak 32 in Amsterdam. Volgens de exploitatievergunning mogen op het terras uitsluitend stoelen, tafels, banken, parasols en zijschotten staan.

1.2.

Nadat verweerder op 27 juli 2017 heeft geconstateerd dat eiseres het terras exploiteert in strijd met de vergunning door het terras groter uit te zetten dan is vergund en een standaard met daarop een menu op het terras te plaatsen, is eiseres op 8 augustus 2017 een bestuurlijke waarschuwing opgelegd.

1.3.

Op 24 augustus 2017 hebben twee handhavers van verweerder wederom geconstateerd dat het terras van eiseres buiten de toegestane terrasafmeting staat opgesteld en dat een los menubord op het terras is geplaatst. Verweerder heeft daarom op
13 september 2017 het voornemen aan eiseres kenbaar gemaakt om een last onder dwangsom op te leggen. Daarbij is eiseres in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze te geven. Eiseres heeft op 16 september 2017 een zienswijze ingediend.

1.4.

Vervolgens heeft verweerder eiseres op 19 september 2017 een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat als binnen een jaar nogmaals wordt geconstateerd dat eiseres het terras exploiteert in strijd met de exploitatievergunning, zij een dwangsom verbeurt van
€ 2.500,-. Hiertegen heeft eiseres geen bezwaar gemaakt.

1.5.

Op 16 augustus 2018 heeft een handhaver van verweerder geconstateerd dat op het terras van eiseres een tafel staat waar een menubord op/in gemonteerd is. Verweerder heeft daarom op 5 september 2018 het voornemen aan eiseres kenbaar gemaakt om de last onder dwangsom van € 2.500,- te innen en heeft eiseres daarbij in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze te geven. Op 18 september 2018 heeft eiseres van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

1.6.

Verweerder gaat vervolgens op 26 oktober 2018 over tot invordering van de verbeurde dwangsom.

Standpunt eiseres

2. Eiseres voert aan dat het gaat om een tafel met een menubord, en dat dit in overeenstemming is met het terrassenbeleid. Eiseres stelt dat dit volgt uit de e-mail van
20 september 2017 van [naam 2] , senior-medewerker Maatwerkvergunningen van de gemeente Amsterdam (hierna: [naam 2] ). Omdat in deze e-mail staat dat het plaatsen van een menubord op een tafel geen probleem is volgens het terrassenbeleid, doet eiseres een beroep op het vertrouwensbeginsel. Daarnaast is eiseres van mening dat niet dezelfde overtreding ten grondslag ligt aan zowel het opleggen als het verbeuren van de last onder dwangsom. De last onder dwangsom is namelijk opgelegd vanwege het plaatsen van een menubord op een staander en hier gaat het om een menubord dat gemonteerd is op een tafel. Eiseres voert verder aan dat toepassing van het beleid kan leiden tot schending van het verbod op willekeur. Uit het beleid volgt namelijk niet dat attributen zoals glazen, borden en asbakken zijn toegestaan op een terras, maar deze voorwerpen zijn door verweerder wel toegestaan.

Standpunt verweerder
3. Volgens verweerder is het gemonteerde menubord op/in de tafel niet toegestaan volgens het terrassenbeleid. Dat door eiseres tijdens de hoorzitting en in het beroepschrift is opgemerkt dat het menubord is bedoeld om gasten te werven, wijst er volgens verweerder op dat het menubord als hoofdsetting moet worden aangemerkt. Daarnaast stelt verweerder dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet kan slagen omdat eiseres tegenover [naam 2] niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft weergegeven. Eiseres heeft immers niet de constructie van het gemonteerde menubord op de tafel aan haar voorgelegd en dus heeft verweerder bij monde van [naam 2] daar geen uitspraken over kunnen doen waaraan eiseres vertrouwen kon ontlenen. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom in rechte vaststaat en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan van invordering moet worden afgezien.


Beoordeling door de rechtbank

4. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom van 19 september 2017. Dit betekent dat dit besluit in rechte vaststaat en dat de juistheid, zowel naar inhoud als wijze van totstandkoming, of de redelijkheid van dit besluit niet in deze procedure kan worden beoordeeld.1

5. Volgens vaste rechtspraak2 dient bij een besluit dat ziet op de invordering van een verbeurde dwangsom aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht te worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

6. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of verweerder terecht is overgegaan tot invordering van de opgelegde last onder dwangsom.

7. In het Terrassenbeleid 2011 staat in hoofdstuk 4 ‘Vergunningvoorwaarden’ in paragraaf 4.1 ‘Ongebouwd terras’ onder 1 dat op het terras uitsluitend zitmeubilair, tafels, parasols en terrasschotten (maximaal 1,5 meter hoog en gelijk aan diepte van het terras) mogen worden geplaatst. Hieruit volgt dat het voor eiseres duidelijk moet zijn geweest dat het plaatsen van menuborden op het terras niet is toegestaan: menuborden worden immers niet genoemd in voornoemde opsomming. Zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven, behoren menukaarten tot de gangbare inventaris van een terras en zijn deze om die reden toegestaan, evenals borden, glazen, bestek, en dergelijke.

8. De vraag is vervolgens of het plaatsen van een menubord in/op een tafel door middel van de door eiseres gekozen constructie volgens het Terrassenbeleid 2011 wél is toegestaan, omdat het menubord moet worden aangemerkt als een op de tafel geplaatste menukaart. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Uit het beroepschrift volgt dat het menubord ook nu was geplaatst met het doel gasten te werven. Het enige verschil met het eerdere, losse menubord is de tafel die om het menubord heen is geplaatst. De rechtbank ziet dit als een truc van eiseres om de last onder dwangsom te omzeilen. Het menubord was slechts op één tafel gemonteerd, de tafel stond op een plek waar passerende toeristen het goed konden zien en door de omvang van het menubord konden gasten niet op een normale manier aan de tafel gaan zitten. Van een “menukaart” in de gebruikelijke zin van het woord - die behoort tot het gangbare inventaris op een terras en dus is toegestaan - was dan ook geen sprake: op basis van de foto’s is het dossier kan geconcludeerd worden dat de omvang van het bord de gebruikelijke afmetingen van een menukaart in ruime mate overschrijdt en ook niet eenvoudig van hand tot hand kan worden overgedragen en ingekeken. De rechtbank concludeert dan ook dat het geplaatste menubord niet kan worden aangemerkt als een reguliere menukaart en dat de gekozen constructie niet viel onder de volgens het Terrassenbeleid op een terras toegestane voorwerpen.

9. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel kan niet slagen. Een toezegging vereist een welbewuste standpuntbepaling van het bestuur over de manier waarop een bevoegdheid al dan niet zal worden uitgeoefend. Ook moet de betrokkene te goeder trouw zijn.3 Van beide aspecten is in dit geval geen sprake.

10. Niet gebleken is immers dat de constructie van het gemonteerde menubord op de tafel aan verweerder is voorgelegd. Dat dit, zoals eiseres stelt, telefonisch is gebeurd, is niet aangetoond. Uit de e-mail van 20 september 2017 kan ook niet worden afgeleid dat deze constructie volgens verweerder in overeenstemming was met het terrassenbeleid. De rechtbank vindt ook niet aannemelijk dat met deze constructie zou zijn ingestemd, aangezien het beleid juist bedoeld is om op terrassen zo min mogelijk voorwerpen te laten plaatsen. Zoals door verweerder ter zitting is toegelicht is het beleid bedoeld om de veiligheid te waarborgen en mogen daarom alleen de strikt noodzakelijke spullen op een terras staan.

11. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar standpunt dat het niet expliciet opnemen in het beleid dat een menubord verbonden aan een tafel niet is toegestaan leidt tot willekeur, nu uit het beleid duidelijk blijkt dat alleen noodzakelijke objecten zijn toegestaan. Als verweerder deze constructie had toegestaan, dan was de constructie wel in het beleid opgenomen.

12. Voor zover eiseres stelt dat de overtreding niet overeenkomt met de overtreding die ten grondslag ligt aan het opleggen van de last onder dwangsom, gaat dit betoog eveneens niet op. De last vermeldt dat het plaatsen van een menubord niet is toegestaan. Het enkele feit dat het menubord op een tafel is gemonteerd, maakt niet dat het niet binnen de reikwijdte van de last valt. Omdat het eerder geplaatste menubord niet is toegestaan, had het voor eiseres kenbaar moeten zijn dat ook de constructie van een menubord gemonteerd in/op een tafel niet is toegestaan. Zoals hiervoor gezegd, beschouwt de rechtbank de gekozen constructie als een truc om niet onder de last te vallen. Die truc is naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd.

13. Van bijzondere omstandigheden om van invordering af te zien is de rechtbank niet gebleken.

14. Gelet op het voorgaande is verweerder terecht overgegaan tot invordering van de opgelegde last onder dwangsom.

Conclusie

15. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van
mr.L. Stoelinga, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (de Afdeling) van
28 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2830.

2 Zie de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1062.

3 Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694.