Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4775

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
02-10-2020
Zaaknummer
13/730012-20 (A) en 13/730025-20 (B) (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 23-jarige man is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk omdat hij een vrouw in Amsterdam heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen met mannen tussen december 2019 en maart 2020.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/730012-20 (A) en 13/730025-20 (B) (Promis)

Datum uitspraak: 29 september 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

nu gedetineerd in het [naam] te [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2020.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.A. van de Vliet, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J.R. Roethof, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is in zaak A – kort weergeven – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

Feit 1. het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] op 16 maart 2020 in Amsterdam;

Feit 2. het medeplegen van mishandeling van [slachtoffer] op 16 maart 2020 in Amsterdam;

Feit 3. een poging tot zware mishandeling (primair) dan wel mishandeling (subsidiair) van [slachtoffer] in de periode 14 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 in België en/of Nederland.

Aan verdachte is in zaak B – kort weergegeven – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel (primair) dan wel een poging daartoe (subsidiair) van [slachtoffer] in de periode 1 december 2019 tot en met 16 maart 2020 in Amsterdam.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage van dit vonnis.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Zaak A

Wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandelingen (feiten 1, 2 en 3)

Inleiding

Op vrijdag 13 maart 2020 is verdachte samen met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) met de auto naar België afgereisd. Zij hebben dat weekend in een huis verbleven, waar ook de zoon van [slachtoffer] was. Op zondag 15 maart 2020 zijn verdachte, [slachtoffer] en [naam 1] teruggereden naar Nederland. [slachtoffer] is door verdachte afgezet voor de ingang van de flat [naam flat]2 Vervolgens is zij de woning van haar vriendin [naam vriendin] (hierna: [naam vriendin] ) en haar moeder aan het adres [adres vriendin] binnengegaan.3

112-meldingen

In de ochtend van 16 maart 2020 kwam om 9:21 uur een 112-melding binnen van een onbekende vrouw. Zij praatte zacht en klonk bang. Er was gegil, geschreeuw en gestommel te horen. Later was een hyperventilerend geluid te horen, gevolgd door een vrouwenstem die zei: “Ze is knock out” en een mannenstem die zei: “Til die op”.4 De inbellende vrouw bleek later [slachtoffer] .5

Diezelfde ochtend om 9:22 uur heeft ook de bewoonster van [adres vriendin] 112 gebeld. Zij liet weten dat [slachtoffer] zojuist in haar slaapjurk uit de woning was gesleurd door haar vriend. Ze probeerde weg te rennen, maar haar vriend hield haar tegen.

Korte tijd later om 9:24 uur kwam een derde 112-melding binnen van [naam melder] .6 Deze melder [naam melder] is later als getuige gehoord en hij vertelde dat hij in de parkeergarage bij de [naam flat] een man had zien lopen samen met een licht getinte vrouw. Zij hadden tussen hen in een andere vrouw vast. Zij ondersteunden haar. Deze vrouw was door haar knieën op de grond gezakt. De man was de parkeergarage in gerend en kwam terug in een witte BMW. Hij stopte bij de twee vrouwen. De licht getinte vrouw riep naar hem: “Ze is out, ze is out”, waarna ze haar op de achterbank plaatsten, instapten en wegreden. Getuige heeft vervolgens telefonisch contact met de politie opgenomen en heeft een foto gemaakt van de witte BMW, die hij aan de politie toegezonden heeft. 7

Getuigenverklaringen

[naam vriendin] heeft – kort weergegeven – het volgende verklaard. [slachtoffer] stond op 15 maart 2020 bij haar op de stoep en wilde blijven slapen, omdat ze ruzie had gehad met haar vriend [verdachte] . Hij was in België vreemdgegaan met [naam 1] . [slachtoffer] vertelde dat ze was geslagen door verdachte. [naam vriendin] zag ook dat [slachtoffer] een dik oog had. De volgende ochtend werd [slachtoffer] gebeld door verdachte. Hij zou haar komen halen en zij moest naar beneden komen, maar zij wilde dat niet. Korte tijd later stond [naam 1] voor de deur. [naam vriendin] deed de deur open en ineens stond ook verdachte daar. Verdachte stormde de woning binnen. Hij sleurde [slachtoffer] mee naar buiten. Hij pakte haar bij haar arm, hoofd en nek. Op de galerij schreeuwde [slachtoffer] om hulp.8

De moeder van [naam vriendin] heeft – kort weergegeven – het volgende verklaard over het voorval op 16 maart 2020. Die ochtend stond een man aan haar deur. Hij was op zoek naar [slachtoffer] . De man was haar woning binnengedrongen om [slachtoffer] te halen. [slachtoffer] wilde niet mee en probeerde zich te verstoppen. De man gaf [slachtoffer] klappen tegen het hoofd en trok haar aan de haren mee. De man riep: “Je moet mee, je moet mee, je moet mee… begin maar vast te lopen!”9

De buurman van [naam vriendin] heeft verklaard dat hij die ochtend een hoop tumult hoorde in de woning naast hem. Vanuit zijn raam zag hij een man en twee vrouwen op de galerij. De man sleurde één van de vrouwen mee.10

Camerabeelden flat [naam flat]

Op de camerabeelden van het flatgebouw is te zien dat een man op 16 maart 2020, samen met [naam 1] aanbelt bij de woning van [naam vriendin] . Vervolgens gaan zij de woning binnen en komen enkele minuten later met [slachtoffer] naar buiten. Daarbij vindt een worsteling plaats. [slachtoffer] wordt door de man bij de nek omklemd. Zij wordt gedwongen om in de richting van de lift te lopen. Zij valt daarbij op de grond, wordt weer vastgepakt en vervolgens enkele meters meegesleept. Ook maakt de man tweemaal een stompende beweging richting haar hoofd. Vervolgens is te zien dat de man de trap naar beneden neemt. [slachtoffer] en [naam 1] volgen hem. Hij rent dan terug en duwt [slachtoffer] hard in de rug. Ook maakt hij een slaande beweging richting haar hoofd. Vervolgens loopt de man verder de trap af, waarbij hij wordt gevolgd door [slachtoffer] en [naam 1] .11

Verklaringen [slachtoffer]

Op 16 maart 2020 is [slachtoffer] , samen met [naam 1] , door verbalisanten aangetroffen in de woning van verdachte aan de [adres] . Zij verklaarde toen hevige pijn te hebben en volgens verbalisanten had zij ook zichtbaar pijn. Volgens verbalisanten kwam zij verward over en zij legde een verklaring af over wat er die dag gebeurd zou zijn.12

Op 17 maart 2020 hebben verbalisanten een tweede gesprek gevoerd met [slachtoffer] , waarbij haar de verklaring van [naam vriendin] werd voorgehouden en werd gevraagd of die verklaring klopt. Ze gaf daarop geen antwoord en bleef naar haar schoot staren. Haar is nogmaals gevraagd naar de ruzie die zij zou hebben gehad met verdachte. [slachtoffer] liet toen weten dat zij inderdaad ruzie had gehad met verdachte, omdat zij dacht dat hij vreemdging met [naam 1] . Zij voelde zich veilig bij hem.13

[slachtoffer] heeft op 20 maart 2020 aangifte gedaan. Zij heeft toen – kort weergegeven – het volgende verklaard. Zij en verdachte hadden sinds december een relatie. In het begin was het heel gezellig, maar later kwam zijn jaloerse kant naar boven. [slachtoffer] mocht met niemand meer omgaan. Hij blokkeerde oude vrienden van haar. Ook sloeg hij haar. Zo ook in de nacht van 14 op 15 maart 2020, toen zij samen met verdachte en [naam 1] naar België was. Zij ontdekte daar dat verdachte vreemdging met [naam 1] . Ze is toen boos geworden en heeft een goede vriend gebeld. Verdachte kwam boos naar buiten. Hij pakte haar telefoon en zei dat ze mee moest komen. Hij heeft haar toen klappen in haar gezicht gegeven. Ook heeft hij haar bij de nek gepakt en haar tegen de muur geduwd en op de grond gegooid. Hij heeft haar uiteindelijk onder een koude douche gezet. Zij heeft daar ongeveer zes uur gezeten. De volgende dag zijn zij terug naar Nederland gereden. In de auto heeft hij haar weer in haar gezicht geslagen, tijdens het rijden. Hij heeft haar vervolgens afgezet bij [naam flat] , waarna zij naar haar vriendin [naam vriendin] is gegaan.14

Letselverklaring

Op 1 april 2020 is [slachtoffer] gezien door een arts. Deze arts heeft letsel bij haar waargenomen; een kneuzing aan de linkerzijde van de ribbenkast, een blauw plekje op het voorhoofd en een schaafwond op de onderrug.15

Zaak B

Mensenhandel in de periode 1 december 2019 tot en met 16 maart 2020

Verklaringen [slachtoffer]

is op 25 maart 2020 nogmaals gehoord. Zij heeft toen – kort gezegd en in aanvulling op haar eerdere verklaringen – het volgende verklaard. Zij moest ook andere dingen doen van verdachte. Hij zei dat hij haar ging helpen met haar schulden. Zij moest twee telefoonabonnementen op haar naam afsluiten. Zo zou zij van haar schulden afkomen. Zij heeft dit gedaan. De simkaarten moest zij hierna aan verdachte geven. Eén van de simkaarten mocht zij af en toe gebruiken om haar zoon te bellen. Ook moest zij van hem slapen met mensen voor geld. Hij had een website gemaakt. Hiervoor moest hij betalen. Zij mocht de website niet zien. Hij ging over de website en over de afspraken. In de slaapkamer van haar moeder hebben ze foto’s gemaakt. Op enig moment zei hij dat hij een afspraak had geregeld. [slachtoffer] wilde niet en probeerde onder de afspraken uit te komen. Zij liet weten dat haar moeder ziek was. Ook heeft ze een keer de metro gemist om de afspraak niet door te laten gaan. Hij werd dan boos op haar. Hij sloeg haar in het gezicht. Ook heeft hij haar een keer bij haar nek gepakt. Zij kon dan niet ademen. “Hij zei dat ik moest voelen want ik begrijp het niet. Hij zei dat ik dom was en een mongool. En een kaolo hoer.” Verder verklaarde [slachtoffer] dat verdachte overal mee naar toe wilde. Hij controleerde de berichten in haar telefoon. Ook nam hij af en toe haar telefoon mee. Hij zei dat hoe minder contact zij had met mensen, hoe beter het voor haar en hun toekomst zou zijn. Op de vraag waarom zij niet eerder bij verdachte is weggegaan, liet zij weten dat hij haar het gevoel gaf dat zij goed was en dat hij goed voor haar zou zorgen. “Hij was een engel die mij uit de problemen kon halen.”16

Naar aanleiding van deze verklaring rees het vermoeden dat sprake was van mensenhandel. Er heeft toen een slachtoffergesprek met [slachtoffer] plaatsgevonden, waarna zij aangifte heeft gedaan. Zij heeft toen – in aanvulling op haar verklaring van 25 maart 2020 – verklaard dat verdachte de eerste seksafspraak voor haar had geregeld in januari. Die afspraak was bij verdachte thuis. Zij moest van verdachte lingerie aandoen en een condoom gebruiken. De afspraak is uiteindelijk niet doorgegaan. Zij verzon telkens smoesjes, omdat zij geen seks wilde hebben met andere mannen. Verdachte moest geld op een site storten zodat zij sneller klanten zou krijgen. Zij heeft nooit haar lichaam willen verkopen, maar heeft uiteindelijk “ja” gezegd, zodat verdachte haar niet kon mishandelen.17

Website [naam website]

Op 5 januari 2020 is onder de naam [advertentienaam] , met e-mailadres [emailadres] en telefoonnummer * [nummer] een advertentie aangemaakt op [naam website] . In de tekst van de advertentie wordt een dame van 25 jaar aangeboden. Op 6 januari 2020 heeft deze [advertentienaam] een vijftal foto’s geüpload.18 Op deze foto’s heeft [slachtoffer] zichzelf herkend.19

Inbeslaggenomen telefoon verdachte

Onder verdachte is een iPhone inbeslaggenomen. Op de iPhone waren meerdere gebruikersaccounts opgeslagen, waaronder [account 1] , [emailadres] en [account 2] . Verder waren aan de iPhone twee telefoonnummers gekoppeld, waaronder * [nummer] . Dit telefoonnummer was gekoppeld aan de gebruikersnaam “ [gebruikersnaam 1] ”. De gebruiker van het telefoonnummer noemde zichzelf [verdachte] . Uit de WhatsApp-gesprekken bleek dat de gebruiker van het telefoonnummer in januari seksafspraken heeft willen maken. In die gesprekken werden foto’s van [slachtoffer] gestuurd. Ook werden geldbedragen genoemd en werd er gesproken over aanbetalingen. Daarnaast zijn in de iPhone een tweetal WhatsApp-gesprekken aangetroffen – die eveneens in januari hebben plaatsgevonden – met het telefoonnummer * [nummer] , gekoppeld aan de gebruikersnaam “ [gebruikersnaam 2] ”:

[gebruikersnaam 1] : En wanneer kom je terug

[gebruikersnaam 2] : Okey sorry schat

[gebruikersnaam 2] : Donderdag

[gebruikersnaam 2] : Ik had je gezegt gisteren hahha

[gebruikersnaam 1] : Hoe laat ben je er dan

[gebruikersnaam 2] : Weet niet waarom?

[gebruikersnaam 1] : Voor werk

[gebruikersnaam 1] : We kunnen geen afspraken maken als je er niet bent

[gebruikersnaam 2] : Okey

[gebruikersnaam 2] : Ik dacht je me wilde zien

[gebruikersnaam 2] : En Surinaame?

[gebruikersnaam 1] : Stel me geen kk domme vragen

[gebruikersnaam 2] : Sorry

[gebruikersnaam 1] : We hebben nog niet gewerkt

[gebruikersnaam 1] : [stuurt foto’s van mannen]

[gebruikersnaam 1] : Al dese mensen willen maar jij bent er niet

[gebruikersnaam 2] : Ow okey ik kpm donderdag schat

[gebruikersnaam 1] : Hoe laat wil ik weten

[gebruikersnaam 2] : Okey je weet dat ik alles voor jou doet schat, 3n ik wil maar jou en onze toekomt en famille, if you promis love

(…). 20

3.2

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich in zaak A schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 subsidiair. In zaak B kan het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend worden bewezen.

3.3

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

3.4

Oordeel van de rechtbank

Zaak A

Poging zware mishandeling op 14 en/of 15 maart 2020 (feit 3 primair)

De rechtbank vindt niet bewezen – gelet op de verklaringen van [slachtoffer] en de aard van het bij haar waargenomen letsel – dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling op 16 maart 2020 (feiten 1 en 2)

De rechtbank vindt op grond van de onder 3.1 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich op 16 maart 2020 samen met [naam 1] schuldig heeft gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling van [slachtoffer] .

Verdachte heeft ontkend dat sprake was van een wederrechtelijke vrijheidsberoving. Hij heeft verklaard dat het voorval bij de flat een toneelspel was. [slachtoffer] zou hem die ochtend hebben gebeld en gevraagd of hij haar wilde ophalen. Hij moest dan doen alsof hij haar tegen haar wil meenam. Dat heeft hij gedaan.

De rechtbank vindt deze verklaring niet geloofwaardig. De verklaring vindt ook geen steun in het dossier. Sterker nog, de verklaring van verdachte wordt op meerdere punten weersproken.

Mishandeling op 14 en/of 15 maart 2020 (feit 3 subsidiair)

De rechtbank vindt op grond van de onder 3.1 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich in de periode van 14 tot en met 15 maart 2020 schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer] .

Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer] heeft mishandeld. Hij heeft verklaard dat [slachtoffer] het letsel waarschijnlijk heeft opgelopen tijdens een gevecht met zijn ex, [naam ex] uit [woonplaats] .

De rechtbank vindt deze verklaring echter niet geloofwaardig, nu deze op geen enkel punt steun vindt in het dossier. Verdachte heeft deze verklaring bovendien pas op zitting gegeven en kon deze vervolgens ook niet nader toelichten. Zo kon hij niet vertellen wat de achternaam van [naam ex] was of waar [naam ex] woonde. Zijn verklaring kon dus ook niet worden geverifieerd.

Zaak B

Mensenhandel in de periode 1 december 2019 tot en met 16 maart 2020

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, onder 1, 4, 6 en/of 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), zoals aan hem is ten laste gelegd.

Beoordelingskader

In artikel 273f, eerste lid, onder 1, 4, 6 en/of 9 van het Sr gaat het – kort gezegd en voor zover hier relevant – om: het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen van een ander met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting (onder 1); een ander zich beschikbaar doen stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard (onder 4); het voordeel trekken uit de (seksuele) uitbuiting van een ander (onder 6); en het een ander doen afstaan van de opbrengsten uit diens seksuele handelingen met een derde (onder 9).

Ten aanzien van de varianten onder 1, 4 en 9 moet worden vastgesteld of sprake was van dwang, geweld, een andere feitelijkheid, dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie en/of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft. Bij de variant onder 6 is een dergelijk dwangmiddel niet vereist.

Voor een bewezenverklaring van de varianten onder 1, 4 en 6 is verder (een oogmerk van) uitbuiting vereist. Ook bij de variant onder 9 speelt uitbuiting een rol, maar dan indirect. De daar genoemde handelingen zijn namelijk alleen strafbaar als die zijn begaan onder omstandigheden waarin uitbuiting kan worden verondersteld.

Beoordeling

Uit het dossier volgt niet dat sprake was van een situatie zoals uiteengezet onder 1, 6 of 9. Zo heeft verdachte [slachtoffer] niet geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van seksuele uitbuiting (onder 1). Ook blijkt uit het dossier niet dat er daadwerkelijk seksuele handelingen zijn verricht door [slachtoffer] , waardoor ook niet kan worden gezegd dat verdachte voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting (onder 6) of dat opbrengsten uit seksuele handelingen aan hem zijn afgestaan (onder 9). Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

De onder 4 genoemde variant van mensenhandel, het een ander zich beschikbaar doen stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard, is hier wel aan de orde.

De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaringen van [slachtoffer] . Haar verklaringen zijn consistent en vinden op essentiële onderdelen steun in de overige bewijsmiddelen. Verder is ook niet gebleken van enig belang dat zij zou hebben bij het valselijk afleggen van een verklaring die belastend is voor verdachte. De rechtbank ziet daarom geen reden om aan de juistheid van haar verklaringen te twijfelen.

Uit de verklaringen van [slachtoffer] blijkt dat verdachte bewust een situatie heeft gecreëerd, waarin [slachtoffer] geen andere keuze had dan zich voor hem beschikbaar te stellen voor het verrichten van seksuele diensten met anderen. Zo vertelde hij haar – op dwingende wijze – wat zij moest doen. Hij mishandelde haar als hij boos was of als zij niet deed wat hij zei. Verdachte liet haar na afloop steeds weten dat hij haar geen pijn wilde doen. Hij zei dat hij voor haar wilde zorgen en dat hij van haar hield. Ondertussen zorgde verdachte ervoor dat [slachtoffer] ook alleen nog met hem omging. Hij wilde altijd bij haar zijn. Hij controleerde de berichten op haar telefoon. Ze was bang om mishandeld te worden, maar ook om hem kwijt te raken. [slachtoffer] was verliefd op verdachte, vertrouwde hem volledig, voelde zich veilig bij hem en wilde haar schulden afbetalen en een toekomst met verdachte opbouwen. Zij heeft twee telefoonabonnementen moeten afsluiten, zodat ze van haar schulden af kon komen. Hij wilde haar hierbij helpen. Verdachte heeft een advertentie met foto’s van haar op [naam website] gezet, deze advertentie beheerd en “omhoog geplaatst” en via WhatsApp met anderen (potentiële klanten) seksafspraken gemaakt en foto’s van haar doorgestuurd. Verdachte bracht haar door dit alles in een kwetsbare en afhankelijke positie en maakte daar vervolgens misbruik van.

Gelet op het voorgaande, vindt de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer] in de periode 1 december 2019 tot en met 16 maart 2020 als gevolg van dwang, geweld en andere feitelijkheden, misbruik van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen tot het zich beschikbaar stellen voor diensten van seksuele aard. Dat het uiteindelijk niet heeft geleid tot de betaalde seks doet aan het voorgaande niets af.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank vindt op grond van de onder 3.1 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van zaak A:

Feit 1

op 16 maart 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk G.

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader,

- die [slachtoffer] , hardhandig vastgegrepen aan haar armen en aan haar hoofd en aan haar nek en met kracht die [slachtoffer] aan haar haren getrokken en haar meegesleurd en

- die [slachtoffer] , gestompt en/of geslagen tegen/in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] in een auto geduwd en vervolgens met die [slachtoffer] in die auto is gaan rijden.

Feit 2

op 16 maart 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] , met kracht aan haar haren te trekken en die [slachtoffer] hardhandig vast te grijpen aan haar armen, hoofd en nek en die [slachtoffer] mee te sleuren en die [slachtoffer] te stompen/te slaan tegen/in de richting van het hoofd.

Feit 3

Subsidiair:

in de periode van 14 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 op meer plaatsen, in een huis in België en in een auto onderweg naar/in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]

- in/tegen het gezicht te slaan en

- hardhandig bij haar nek te pakken en

- hardhandig tegen een muur aan te duwen en

- hardhandig op de grond te gooien.

Ten aanzien van zaak B:

in de periode van 1 december 2019 tot en met 16 maart 2020 te Amsterdam [slachtoffer] geboren [geboortedatum] ,

met meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en geweld en een andere feitelijkheid, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard,

die dwang en dat geweld en één of meer andere feitelijkheden en dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en dat misbruik van een kwetsbare positie hebben bestaan uit:

- het aangaan van een liefdesrelatie met die [slachtoffer]

- met gebruikmaking van de gevoelens van die [slachtoffer] voor hem, verdachte, die [slachtoffer] ertoe aangezet tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden en

- het mishandelen van die [slachtoffer] door die [slachtoffer] met kracht te slaan en aan de haren van die [slachtoffer] te trekken en

- het zich op boze of agressieve en anderszins dreigende en overheersende toon/wijze te uiten tegen die [slachtoffer] en

- het onder controle houden en onder druk zetten van die [slachtoffer] onder andere door het toezicht houden op die [slachtoffer] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Hij heeft daarnaast gevorderd dat aan het voorwaardelijk strafdeel – naast de algemene voorwaarden – de volgende bijzondere voorwaarden worden verbonden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en een contactverbod met [slachtoffer] .

7.2

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft verzocht om bij een bewezenverklaring het adolescentenstrafrecht toe te passen en een lagere (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf op te leggen dan gevorderd.

7.3

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezen beschuldigingen, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in de periode van 14 tot en met 15 maart 2020 schuldig gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer] door haar te slaan, bij haar nek te pakken, tegen de muur te duwen en op de grond te gooien. Eén dag later heeft hij zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] door haar met geweld uit de woning van haar vriendin te sleuren, in een auto de duwen en weg te rijden. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] door op [naam website] een advertentie te plaatsen met foto’s van haar, deze advertentie te beheren en “omhoog te plaatsen”, en vervolgens seksafspraken te maken met potentiële klanten.

Uit de vordering van de benadeelde partij en de toelichting daarop door de raadsvrouw, blijkt dat [slachtoffer] – zowel lichamelijk als psychisch – tot op de dag van vandaag last heeft van hetgeen er is gebeurd. Zo heeft zij – als gevolg van de opgelopen hersenschudding – nog altijd hoofdpijn en is zij nog steeds bang dat verdachte haar komt opzoeken.

Verdachte heeft op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Hij heeft alles ontkend en een alternatief scenario bedacht, waarmee hij [slachtoffer] in een kwaad daglicht heeft proberen te zetten. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de door GZ-psycholoog S.A. Moonen opgestelde Pro Justitia rapportages van 25 augustus 2020 en 27 mei 2020. Daarin heeft de psycholoog gerapporteerd dat in het verleden een hechtingsstoornis, een oppositionele gedragsstoornis, een (antisociale) gedragsstoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken bij verdachte werden vastgesteld. Deze eerdere diagnoses lijken in heftigheid te zijn afgevlakt, maar er is nog steeds sprake van antisociale en narcistische trekken in de persoonlijkheid, die in de basis zijn terug te voeren op de in het verleden vastgestelde hechtingsstoornis. Geconcludeerd wordt dat er bij verdachte geen sprake (meer) is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. Om die reden wordt geadviseerd om de tenlastegelegde feiten, bij een bewezenverklaring, volledig toe te rekenen.

Verdachte wordt in staat geacht om met hulp en steun naar behoren te functioneren. Een reclasseringstoezicht wordt daarom wenselijk geacht. Zij adviseert verder toepassing van het volwassenstrafrecht, omdat een pedagogische aanpak en beïnvloeding volgens haar niet meer aan de orde zijn.

N. Boogaard van Reclassering Nederland heeft op 9 september 2020 een adviesrapport uitgebracht. Ook hij denkt dat hulpverlening en reclasseringsbemoeienis geïndiceerd zijn. Hij adviseert reclasseringsbegeleiding, in combinatie met een ambulante behandeling en een begeleid wonen-traject. Hij ziet verder eveneens geen ruimte voor toepassing van het adolescentenstrafrecht, omdat pedagogische beïnvloeding volgens hem niet meer aan de orde is.

Andere relevante omstandigheden

Bij het bepalen van de hoogte van de straf is gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, alsmede naar het strafblad van verdachte. Uit het strafblad blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaar voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten één keer eerder is veroordeeld voor een mishandeling. Bij de rechtbank is het beeld ontstaan dat verdachte op een kruispunt in zijn leven staat, waarbij hij de keuze heeft om al dan niet over te gaan tot gedragsverandering. De rechtbank maakt zich grote zorgen over de mate van agressie en ontremd gedrag dat verdachte heeft vertoond jegens het slachtoffer. De hoop is dat verdachte, gezien zijn relatief jonge leeftijd, met de juiste hulp een ommekeer in zijn leven kan maken. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij weer een opleiding wil gaan volgen en hulp wil.

De straf

Alles afwegende, wordt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd, te weten een meldplicht bij de reclassering, een behandelverplichting, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met het slachtoffer en meewerken aan het verkrijgen van dagbesteding. Met oplegging van een fors voorwaardelijk strafdeel wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds rekening gehouden met de persoon van verdachte.

8 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding van in totaal € 3.779,89, waarvan € 279,89 aan vergoeding van materiële schade en € 3.500,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade tot de dag van de algehele voldoening.

De officier van justitie vindt dat de hele vordering moet worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat – bij een bewezenverklaring – de gevorderde immateriële schade moet worden gematigd.

Vast staat dat aan de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks immateriële en materiële schade is toegebracht, aangezien de benadeelde partij als gevolg van de bewezen verklaarde feiten lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen. Het door de benadeelde gevorderde bedrag van € 3.779,89 zal, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot de dag van de algehele voldoening, geheel worden toegewezen, nu dit bedrag voldoende is onderbouwd en niet is betwist.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 300, 273f en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het tenlastegelegde in zaak A onder feit 3 primair niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde in zaak A onder feiten 1, 2 en 3 subsidiair en het primair tenlastegelegde in zaak B heeft begaan, zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van zaak A, feit 1 en feit 2:

eendaadse samenloop:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en;

medeplegen van mishandeling

Ten aanzien van zaak A, feit 3:

mishandeling, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van zaak B:

mensenhandel.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich meldt bij Reclassering Nederland aan de Wibautstraat 12 te Amsterdam wanneer hij opgeroepen wordt voor een gesprek. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Gedurende deze periode moet de veroordeelde zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Dit betekent dat de toezichthouder de veroordeelde adviezen geeft die betrekking hebben op zijn handel en wandel. Met als doel om hem zowel te begeleiden bij de naleving van de bijzondere voorwaarden, als ook te kunnen controleren of hij zich aan de naleving van de bijzondere voorwaarden houdt;

  • -

    wordt verplicht om mee te werken aan een diagnostiek en een behandeling bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    verblijft in een nader te noemen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start wanneer de reclassering dat nodig acht. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

  • -

    op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met het slachtoffer en haar gezinsleden in onderhavige zaak, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

  • -

    de inspanningsverplichting heeft tot het hebben van een structurele dagbesteding in de vorm van werk of een opleiding.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd :

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken;

  • -

    zich meldt bij voornoemde reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 3.779, 89 (drieduizendzevenhonderdnegenenzeventig euro en negenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade tot de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat voor € 279,89 (tweehonderdnegenenzeventig euro en negenentachtig eurocent) uit materiële schade en voor € 3.500,00 (drieduizendvijfhonderd euro) uit immateriële schade.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 3.779, 89 (drieduizendzevenhonderdnegenenzeventig euro en negenentachtig eurocent) te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 47 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. P.P.C.M. Waarts en E.G.M.M. van Gessel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, ` griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 september 2020.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (“ [naam dossier] ”) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte ter terechtzitting d.d. 15 september 2020.

3 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 20 maart 2020 (p. 104-109).

4 Proces-verbaal van bevindingen uitwerking 112 meldingen d.d. 25 maart 2020 (p. 83-87).

5 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon [slachtoffer] d.d. 21 april 2020 (p. 177-179).

6 Proces-verbaal van bevindingen uitwerking 112 meldingen d.d. 25 maart 2020 (p. 83-87).

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam melder] (p. 135-137).

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam vriendin] d.d. 16 maart 2020 (p. 13-16).

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 18 maart 2020 (p. 17-18)

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 16 maart 2020 (p. 11-12).

11 Proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [naam flat] d.d. 18 maart 2020 (p. 34-38).

12 Proces-verbaal van bevindingen gesprek slachtoffer [slachtoffer] , inclusief fotobijlagen d.d. 17 maart 2020 (p. 25-30).

13 Proces-verbaal van bevindingen gesprek met [slachtoffer] d.d. 18 maart 2020 (p. 31-33).

14 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 20 maart 2020 (p. 104-109).

15 Een geschrift, inhoudende een letselverklaring d.d. 1 april 2020, opgemaakt door V.C. Jansen, SEH-arts (p.153-155).

16 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 25 maart 2020, inclusief (foto-)bijlagen (p. 113-132).

17 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 13 mei 2020 (p. 23-30).

18 Proces verbaal van bevindingen verstrekking [naam B.V.] t.a.v. [naam website] advertentie (p. 170-171).

19 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 15 maart 2020, inclusief (foto-)bijlagen (p. 113-132).

20 Proces-verbaal van bevindingen chatgesprek aanbieden seks, inclusief bijlagen (p. 90-103).