Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4759

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
13-137671-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke ISD

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13-137671-20

Datum uitspraak: 26 augustus 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1987,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het (post)adres

[adres 1] , [plaats 1] ,

ingevolgde de schorsingsvoorwaarden verblijvende op het adres:

[adres 2] , [plaats 2] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. G.M. Kolman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.A.C. van Tuinen, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 22 mei 2020 heeft schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal in een filiaal van Albert Heijn in de [adres 3] te Amsterdam.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend de hem ten laste gelegde winkeldiefstal te hebben gepleegd. Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het feit bewezen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 22 mei 2020 te Amsterdam, flesjes wijn en een flesje bier en een blikje bier en verpakkingen babyvoeding en verpakkingen luiers (Pampers) en een verpakking sushi, toebehorende aan winkelketen Albert Heijn, filiaal [adres 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, voorwaardelijk.

7.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Verdachte heeft vooral behoefte aan hulp bij het vinden van huisvesting en het op orde krijgen van zijn financiën. Indien de rechtbank een voorwaardelijke ISD-maatregel zal opleggen, kan worden volstaan met een proeftijd van 1 jaar.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een hinderlijk en veel voorkomend feit dat schade en overlast bij de detailhandel veroorzaakt. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte in de afgelopen jaren met grote regelmaat voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een rapport van GGZ Reclassering Inforsa van 4 augustus 2020, opgemaakt door mevrouw N. Tuijn, reclasseringswerker. Hierin is te lezen dat verdachte als peuter met zijn familie zijn geboorteland [geboorteland] is ontvlucht naar Nederland. Verdachte heeft als oudste zoon al vroeg de verantwoordelijkheid voor zijn moeder, broer en zussen op zich moet nemen omdat zijn vader het gezin plotseling in de steek had gelaten. Nadat zijn vader was vertrokken is het gezin naar [plaats 3] verhuisd. Ondanks de verantwoordelijkheid die verdachte voor zijn moeder en de andere gezinsleden heeft gevoeld en getoond, kreeg hij weinig waardering van hen. De verhouding met zijn familie werd slechter. Op zijn vijftiende had verdachte een eerste depressieve periode. Toen hij 23 jaar was, volgde een tweede depressieve periode waarbij hij psychische hulp heeft gekregen. Op zijn vijfentwintigste jaar is hij uit huis gegaan en uiteindelijk raakte hij het contact met zijn familie kwijt. In Amsterdam kreeg hij een relatie met een vrouw en ging met haar samenwonen. In Amsterdam is hij ook begonnen aan de studie literatuurwetenschappen. Nadat de relatie met zijn vriendin was verbroken raakte hij dakloos. Tot zijn aanhouding verbleef verdachte bij vrienden of sliep hij in een tuinhuisje van een van deze vrienden. Er was sprake van alcohol en speedgebruik. Vanaf 2017 pleegt verdachte met regelmaat winkeldiefstallen. In 2019 heeft hij bij een ongeluk een schedelbasisfractuur opgelopen.

Inmiddels voldoet verdachte aan de harde criteria voor het opleggen van de ISD-maatregel. Verdachte zou volgens eigen zeggen in het verleden meermalen in klinieken zijn opgenomen voor zijn alcohol, softdrugs-en harddrugsgebruik.

De reclassering is van mening dat het middelengebruik gezien zijn levensloop in combinatie met zijn depressieve klachten zorgwekkend is. Er zijn problemen op een aantal leefgebieden. Hoewel verdachte open staat voor een behandeling, lijkt hij zijn middelengebruik enigszins te bagatelliseren.

Verdachte ziet in dat hij op sommige leefgebieden ondersteuning nodig heeft en is bereid om zich hiervoor te laten behandelen. Omdat zijn probleembesef, met name op het gebied van alcohol, op dit moment nog onvoldoende is zal een behandeling in een drangkader moeten plaatsvinden.

Aanvankelijk was de reclassering van mening dat verdachte ook aan de zogenoemde zachte criteria voor de ISD-maatregel voldeed, maar inmiddels is de situatie gewijzigd. Tijdens zijn detentie heeft verdachte gereflecteerd op zijn leven en heeft hij het aangedurfd zijn familie te informeren over zijn problemen. Zijn familieleden hebben aangegeven dat zij verdachte willen ondersteunen. Na zijn detentie kan hij, zo staat in het rapport, bij een zus in [plaats 3] verblijven en kan hij zich op haar woonadres laten inschrijven.

De reclassering ziet daarom nog mogelijkheden voor een kader binnen een regulier drangkader. De reclassering adviseert om de behandeling van de strafzaak voor zes maanden aan te houden, met behoud van de ISD-beoordeling, waarbij verdachte onder voorwaarden uit zijn voorlopige hechtenis wordt geschorst. Als bijzondere voorwaarden adviseert de reclassering een verplicht reclasseringscontact bij Reclassering Iriszorg te [plaats 3] , een ambulante behandeling bij Iriszorg forensische ambulante zorg en begeleid wonen. In deze zes maanden kan worden beoordeeld of het drangkader voldoende is of dat toch een meer stringent kader nodig is.

Mevrouw Tuijn heeft op 11 augustus 2020 een aanvullend reclasseringsadvies opgesteld, waarin te lezen is dat de familie van verdachte uiteindelijk heeft besloten dat verdachte op dit moment toch niet bij hen kan verblijven. De reclassering heeft vervolgens een overbruggingsplek voor verdachte geregeld.

Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij niet terug naar [plaats 3] wil. Zijn familielieden zijn zeer religieus en hun opvattingen botsen met die van verdachte. Het liefste wil verdachte in Amsterdam blijven om zijn studie af te maken.

Ter terechtzitting is mevrouw Tuijn als deskundige gehoord. Zij omschrijft verdachte als een vriendelijke en meewerkende man, die ondanks zijn capaciteiten toch in de problemen is geraakt. In het huis van bewaring gedraagt hij zich als een modelgevangene. Verdachte kan vanaf heden terecht bij Vast en Verder in [plaats 2] , waarbij hij begeleiding zal krijgen bij zelfstandig wonen. De deskundige denkt dat een verblijf in Amsterdam niet goed is gezien de alcohol- en drugsproblemen van verdachte. Daarom had zij als uitstroomplek [plaats 3] gekozen. Omdat verdachte niet terug naar [plaats 3] wil zal gekeken moeten worden of verdachte in de buurt van [plaats 2] kan uitstromen.

Desgevraagd heeft de deskundige verklaard dat ook een voorwaardelijke ISD-maatregel een goede optie kan zijn.

Verdachte heeft op de zitting met enige aarzeling verklaard dat wonen in [plaats 2] hem een goed idee lijkt, ondanks dat deze stad hem niet echt aantrekt. Hij heeft zich bereid verklaard om mee te werken aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, inclusief een ambulante behandelverplichting.

De rechtbank heeft op de terechtzitting van 12 augustus 2020 de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van 13 augustus 2020 geschorst, onder de voorwaarden dat hij bij Vast en Verder te [plaats 2] zal verblijven, dat hij zich zal melden bij de reclassering en dat hij mee zal werken aan een ambulante behandeling.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 7 juli 2020 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 7 juli 2020 is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Daarnaast eist de veiligheid van goederen in beginsel het opleggen van deze maatregel, gezien het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.

Aldus is aan de formele eisen voor het opleggen van een ISD-maatregel voldaan.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de ISD-maatregel in dit geval ook als meest passend moet worden beschouwd.

Op grond van de bevindingen van mevrouw Tuijn en de indruk die de rechtbank van verdachte heeft gekregen, heeft de rechtbank er vertrouwen in dat verdachte binnen het door de reclassering geboden strakke kader zijn leven op orde weet te krijgen.

Ondanks de geconstateerde problemen op diverse leefgebieden, is verdachte een man met veel capaciteiten. Hij lijkt in staat tot reflectie en komt over een als een sociaal en vriendelijk persoon die de oorzaak van zijn problemen niet buiten zichzelf legt. Dit biedt hoop dat verdachte met hulp van de reclassering, ambulante zorg en begeleid wonen zijn criminele leven achter zich weet te laten en dat het ondergaan van een (onvoorwaardelijke) ISD-maatregel niet nodig zal blijken te zijn. Een strak kader is echter wel geboden, en als het met deze voorwaarden toch niet blijkt te werken, dan is tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nodig, om de maatschappij tegen verdachte te beschermen en verdachte de hulp te bieden die hij nodig heeft

De rechtbank zal daarom aan verdachte een geheel voorwaardelijke ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest. In afwijking van de eis van de officier van justitie zal zij daarbij een proeftijd stellen van één jaar omdat zij deze duur gelet op het door verdachte te doorlopen traject passend acht. Daarbij gelden als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling en verblijf bij Vast en Verder te [plaats 2] .

De rechtbank zal de door de officier van justitie gevorderde dadelijke uitvoerbaarheid niet bevelen, nu daarvoor niet aan de wettelijke vereisten is voldaan.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 38p en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 1 (één) jaar vast.

Stelt als algemene voorwaarden:

- Veroordeelde zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

- Veroordeelde zal bij de naleving van de hierna te noemen bijzondere voorwaarden, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- Meldplicht bij reclassering

Betrokkene meldt zich binnen vijf werkdagen bij GGZ Reclassering Inforsa tussen 09:00 en 12:00 uur op het volgende adres: [adres 1] [plaats 1] . Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

- Ambulante behandeling

Betrokkene laat zich behandelen door Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

- Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Betrokkene verblijft bij Vast & Verder, [adres 2] te [plaats 2] of een andere beschermde woonvorm of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering.

Geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en betrokkene daarbij te begeleiden.

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. L. Dolfing, voorzitter,

mrs. S. Djebali en E.G.C. Groenendaal, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 augustus 2020.

[...]