Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4704

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
25-09-2020
Zaaknummer
13/296808-19 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor oplichting van meerdere personen en deelname aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van 15 maanden. Geen toepassing ASR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/296808-19 (Promis)

Datum uitspraak: 24 september 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het [naam] te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 maart 2020, 2 juni 2020, 27 augustus 2020 en 24 september 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. van der Willigen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. L.M.E. Kleczewski naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na aanvulling op de zitting – ten laste gelegd – kort samengevat – dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting van 14 aangevers (feit 1) en ook dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten oplichting, witwassen en/of mensenhandel men betrekking tot een minderjarige (feit 2).

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Verbeterd lezen van de tenlastelegging

De rechtbank leest het ten aanzien van aangever [aangever 1] in het onder 1 ten laste gelegde vermelde geldbedrag van “€ 24.000,-” als “€ 34.000,-”, omdat van een kennelijke misslag sprake is, zoals ook door de officier van justitie is betoogd. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in zijn verdediging.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Inleiding

In de periode van januari 2018 tot en met december 2019 zijn er bij de politie Amsterdam meerdere aangiftes/meldingen gedaan van oplichting door ‘klusjesmannen’. Naar deze aangiftes/meldingen is onderzoek verricht onder de naam [naam 1] . Het onderzoek heeft zich gericht op een groep Engelssprekende klusjesmannen die in wisselende samenstelling hun diensten aanbiedt aan huiseigenaren. Verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn in beeld gekomen als leden van deze groepklusjesmannen Onderhavige zaak heeft betrekking op een deel, te weten op veertien, van alle aangiftes.

3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich – overeenkomstig haar overgelegde schriftelijke requisitoir – op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van oplichting van in ieder geval een groot deel van de in de tenlastelegging genoemde aangevers. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op herkenningen door zowel verbalisanten als aangevers, foto’s genomen door aangevers, politiecontroles, uitstralen van telefoons in de nabijheid van de respectievelijke plaatsen delict op de in de aangiftes genoemde data, communicatie met en contactgegevens van aangevers die zijn aangetroffen in uitgelezen telefoons en screenshots van bankbetalingen op telefoons. Ook heeft de officier van justitie gewezen op de verschillende gebruikte bedrijfsnamen in combinatie met de aangetroffen folders in de werkbussen, de afbeeldingen van die folders op telefoons die in gebruik zijn bij verdachten en communicatie met de uitgever over het drukken en bestellen van deze folders. Verdachte heeft daarbij nauw en bewust samengewerkt met de medeverdachten. Zo was hij bij de woningen aanwezig en is hij in veel gevallen degene geweest die het oorspronkelijk aangeboden werk uitvoerde, waarbij vervolgens een gebrek werd geconstateerd. Daar komt bij dat hij zich aan aangever [aangever 2] heeft voorgesteld met een valse naam en hij het eerste contact heeft gelegd met aangever [aangever 3] en daarbij heeft gezegd dat ze net klaar waren met een klus bij een school (hetgeen niet waar bleek te zijn). Verder moet het hem zijn opgevallen dat de medeverdachten – die familieleden van hem zijn – structureel andere namen gebruikten en de geconstateerde gebreken telkens niet werden uitgevoerd. Tot slot heeft de officier van justitie erop gewezen dat verdachte is herkend op een door aangever [aangever 4] gemaakte foto van twee klusjesmannen, dat aangevers [aangever 5] de indruk hadden dat verdachte door het raam naar binnen keek om te controleren wat aangever aan het doen was en alle medewerkers op de hoogte lijken te zijn van de werkwijze als zij de telefoon opnemen.

Op grond daarvan kan volgens de officier van justitie ook worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie. Het oogmerk van de criminele organisaties is het plegen van misdrijven, te weten oplichting en witwassen.

3.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich – overeenkomstig haar overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat niet ten aanzien van alle zaakdossiers kan worden vastgesteld dat verdachte bij de woningen van de desbetreffende aangevers aanwezig was. Ten aanzien van die zaaksdossiers waarbij hij wel aanwezig zou zijn geweest, is op basis van het dossier onvoldoende gebleken dat verdachte opzet op zowel de oplichting als op het medeplegen van de oplichting heeft gehad. Verdachte heeft slechts de taken uitgevoerd die aan hem zijn opgedragen. Hij heeft niets te maken met de foto’s die in de telefoons van de medeverdachte zijn aangetroffen en hij kan niet gelinkt worden aan het factuurblok, de e-mailadressen of de telefoonnummers. Op basis van zijn aanwezigheid op locaties kan hoogstens worden afgeleid dat hij had moeten weten wat er gebeurde, maar met een dergelijk voorwaardelijk opzet wordt niet het vereiste oogmerk gehaald. Voor het geval de rechtbank anders oordeelt in bepaalde zaken, heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet door middel van schakelbewijs tot een bewezenverklaring van de andere zaaksdossiers kan worden gekomen, nu verdachte niet overal aanwezig is geweest of verdachte weliswaar aanwezig was maar aan de oplichting geen bijdrage heeft geleverd. Om die redenen is er volgens de raadsvrouw ook geen sprake van opzet aan deelneming aan een criminele organisatie. De raadsvrouw heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte – als wordt aangenomen dat hij deel uitmaakte van de criminele organisatie – onderin de organisatie bungelde.

3.4.

Het oordeel van de rechtbank

3.4.1.

feit 1 (oplichting) 1

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van aangevers [aangever 6] (zaaksdossier 3), [aangever 7] en [aangever 8] (zaaksdossier 5), [aangever 4] (zaaksdossier7), [aangever 9] (zaaksdossier 9), [aangever 10] (zaaksdossier 10) en [aangever 14] (zaaksdossier 11) en [aangever 11] (zaaksdossier 12).

Wel kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van aangevers [aangever 2] (zaaksdossier 1), [aangever 3] (zaaksdossier 2), [aangever 12] en [aangever 1] (zaaksdossier 4), [aangever 5] (zaaksdossier 6) en [aangever 13] (zaaksdossier 8). De rechtbank zal hieronder uiteenzetten hoe zij tot haar oordeel is gekomen.

3.4.1.1. Afgifte geldbedragen – geen werkzaamheden verricht

Aangever [aangever 2] (19532, zaaksdossier 1) heeft verklaard dat hij eind juni 2019 de oprit van de tuin van zijn woning aan de [adres 1] heeft laten schoonspuiten voor € 8,- per vierkante meter. De chef, hij noemde zichzelf de manager, zei dat hij drie weken later terug zou komen voor een nabehandeling van de oprit. Hij noemde zich [naam 2] . Bij vertrek zei de manager dat [aangever 2] naar zijn dakpannen moest laten kijken. Begin augustus kwamen de werklieden terug. De manager informeerde naar het dak en toonde [aangever 2] boeken met werk dat zij eerder hadden gedaan. Twee mannen gingen het dak op voor inspectie en vervolgens werden [aangever 2] foto’s van het dak getoond. Volgens de manager zou een deel van de dakpannen vervangen moeten worden en een ander deel van het dak moeten worden schoongespoten, omdat aangever anders binnen een jaar met grotere problemen aan zijn dak geconfronteerd zou worden. De mannen boden aan dit voor € 5.800,- te doen. Dit zou een spotprijs zijn en ze konden die middag direct beginnen. Aangever moest ook direct en contant betalen. Aangever heeft die middag € 5.800,- contant betaald. De volgende dag kwam de manager met nog drie andere mannen terug. Na inspectie vertelde de manager dat er bij nader inzien nog veel meer werkzaamheden noodzakelijk waren. Aangever vroeg om de offerte. Die zou een man genaamd [naam 3] voor hem in orde maken. Uiteindelijk ging hij akkoord met een bijbetaling van € 19.000,-. Aangever moest dat bedrag wel direct voldoen omdat er materialen moesten worden ingekocht.

De volgende dag belde de manager om te vertellen dat er problemen waren met het materiaal. De manager belde aangever de volgende dag en vertelde dat er een vertraging was en hij een

dag later zou komen. Ze hadden niet al het materiaal op voorraad. Een dag later kwamen de mannen weer langs. [naam 3] vertelde dat er een vrachtwagen met materiaal onderweg was en dat een lift nodig was om alle materialen het dak op te krijgen. [naam 2] zei dat aangever hen kon helpen met extra geld zodat ze sneller een lift konden huren. Anders zou het weken duren voor ze aan het werk konden. Weer een dag later vertelde [naam 3] dat de vrachtwagen met materiaal door de politie in beslag was genomen vanwege verkeerde benzine in de tank van de vrachtwagen. Om de vrachtwagen terug te krijgen, moest een bedrag van € 9.380,- worden betaald aan de politie. [naam 2] heeft aangever toen onder druk gezet en aangever gevraagd om hem te helpen en € 9.380,- te betalen. Aangever heeft daarna nog enkele malen telefonisch contact gehad met [naam 3] , die vertelde dat [naam 2] en de vrachtwagenchauffeur, [naam 4] , vast zaten, dat zij op 18 november voor moesten komen bij de rechtbank en aangever tot die tijd niets zou horen. Rond 18 november heeft aangever nog gebeld met het nummer van [naam 3] , maar dit was geblokkeerd. Na 18 november heeft aangever helemaal niets meer van [naam 2] , [naam 3] dan wel [naam 4] vernomen.

Aangever heeft in totaal een bedrag van € 34.630,- betaald.3

Aangever [aangever 3] (1951, zaaksdossier 2) heeft verklaard dat op 20 augustus 2019 omstreeks 14.00 uur bij zijn woning aan de [adres 2] werd aangebeld door een Engelssprekende man. Deze man bood aan om voor € 150,- de voorgevel van de woning van aangever te reinigen en te fixeren. De man vertelde dat ze met werkzaamheden bij het Vlietland College bezig waren, maar dat het werk vier dagen stil lag en zij daarom voor die periode naar werk zochten. Aangever ging op het aanbod in, waarna er drie mannen aan het werk gingen. De werkzaamheden werden echter gestopt, omdat er water in de spouwmuur zou zitten. De baas kwam naar de woning van aangever en stelde zich voor als [naam 5] . Hij vertelde dat hij al negen jaar in Nederland werkte voor Ace Roofing and Cleaning. [naam 5] stelde voor om voor € 2.750,- schroten plastic op het dak aan te brengen, zodat er geen water meer in de spouwmuur kon lopen. Aangever ging op het aanbod in en deed een aanbetaling van € 1.800,-.

De volgende dag kwamen er twee mannen om de beschadigde voegen in de voorgevel te herstellen. Aangever werd later die ochtend gebeld door een man die zich voorstelde als [naam 6] . Aangever legde hem zijn twijfels voor gezien de verhalen die hij kende over Engelse en Ierse klussers, waarna [naam 6] zei dat hij erg gelovig was en zulke dingen niet deed. [naam 6] vertelde dat er een probleem was met de dakkapel, waardoor ze niet aan het plastificeren van het dak waren begonnen. Rond 12:00 uur kwam [naam 5] met een andere man langs. [naam 5] stelde voor om de gehele dakkapel te vervangen. Alle werkzaamheden zouden bij elkaar € 7.000,- kosten. Aangever ging akkoord met het aanbod en overhandigde € 6.000,- aan [naam 5] . Aangever vroeg aan [naam 5] om zijn identificatie, waarna [naam 5] voorstelde om eerst het geld te tellen. Na het tellen vroeg aangever [naam 5] opnieuw om een identificatiebewijs, waarop [naam 5] zei dat hij dat uit de auto ging halen. Vervolgens reed [naam 5] met zijn collega weg. Op 22 augustus 2019 belde [naam 6] naar aangever en vertelde dat het niet zou lukken om die dag langs te komen omdat het zo druk was en dat ze de volgende dag terug zouden komen. Op 23 augustus 2019 werd aangever gebeld met de mededeling dat de volgende dag iemand zou langskomen. Dat gebeurde niet. Op 26 augustus 2019 belde aangever naar het telefoonnummer dat [naam 5] aan hem had gegeven, te weten [nummer ] . De telefoon werd opgenomen door een persoon die zich [naam 7] noemde. [naam 7] zou doorgeven dat aangever had gebeld.4 De klusjesmannen zijn niet meer teruggekomen om de werkzaamheden af te maken. Aangever heeft ook geen contact meer met ze gehad en heeft zijn geld niet teruggekregen.5

Aangever [aangever 6] (1978, zaaksdossier 3) heeft verklaard dat er op 25 november 2019 omstreeks 15.00 uur vier Engels sprekende Ierse mannen bij zijn woning aan de [adres 3] aanbelden en aanboden om voor € 110,- het dak schoon te maken. Ze klommen op het dak en zeiden vervolgens dat er veel meer moest gebeuren. Ze lieten hier foto's van zien en de schade op het dak zag er ernstig uit. De reparatie zou € 2.500,- gaan kosten en er moest meteen betaald worden zodat er materialen ingekocht konden worden. Aangever ging akkoord en betaalde € 2.500,- contant. Een man die zich [naam 8] / [naam 9] noemde belde aangever diezelfde avond en zei dat ze op 26 november 2019 terug zouden komen. Op 26 november 2019 kwam [naam 9] langs en zei dat hij extra geld nodig had om een kraan te huren. Aangever betaalde € 2.500,- en later nog € 1.000,- extra voor het vasthouden van de kraan. Aangever heeft anderhalf uur gewacht, maar de mannen kwamen niet terug. Aangever heeft nog een keer geprobeerd te bellen, maar hij kreeg de voicemail.6

Aangeefster [aangever 12] (1944, zaaksdossier 4) heeft verklaard dat op vrijdag 11 oktober 2019 omstreeks 14.00 uur door een Engelssprekende man werd aangebeld bij haar woning aan de [adres 4] . De man noemde zichzelf [naam 4] . Achter [naam 4] stond nog een man. [naam 4] bood aan om schoonmaak- en schilderwerkzaamheden te verrichten voor € 150,-. [naam 4] zei dat het bij de woning van aangeefster ‘wel erg was’ en dat de woning moest worden opgeknapt. [naam 4] vertelde dat hij al tien jaar in Nederland werkte en dat het bedrijf was gevestigd in Den Haag. Er stonden uiteindelijk vier Engelssprekende personen in de woning. Ze kwamen een bedrag van € 7.000,- voor alle werkzaamheden overeen. Aangeefster moest vooraf contant betalen en dan zouden de mannen zaterdag starten. Aangeefster maakte € 7.000,- over. Vervolgens zei [naam 4] dat er iets was misgegaan en dat ze het zo niet konden verwerken, waarna aangeefster € 7.000,- contant heeft betaald. De personen gingen toen weg en zijn op zaterdag niet op komen dagen. Aangeefster heeft in totaal € 14.000,- betaald.7

Aangeefster [aangever 1] (1946, zaaksdossier 4) heeft verklaard dat op vrijdag 11 oktober 2019 omstreeks 11.00 uur bij haar woning aan de [adres 5] werd aangebeld door een Engelssprekende man (persoon A). Hij bood aan de voor- en achterzijde van de woning van aangeefster schoon te maken voor € 40,-. Aangeefster ging akkoord, waarna de man aan de slag ging. Aangeefster zag opeens meerdere personen aan het werk. Persoon A vertelde aangeefster dat er problemen met het dak waren en dat hij zijn baas erbij wilde halen. Kort daarna zag aangeefster een andere man (persoon B). Personen A en B zeiden tegen aangeefster dat haar dak aan vervanging toe was en dat er een machine gehuurd moest worden die moest worden aanbetaald. Ze kwamen een bedrag van € 8.000,- overeen. Aangeefster vertelde dat zij dat niet in één keer kon pinnen, waarna persoon A haar adviseerde hoe zij haar limiet kon verhogen. Vervolgens pinde zij € 8.000,- en gaf dit aan persoon A.

Persoon B vertelde vervolgens dat de nok van het dak op instorten stond. Als de nok zou instorten en daarbij het dak van de buren zou meenemen, zou aangeefster een claim kunnen krijgen. Ook stonden de spouwmuren vol water. Aangeefster raakte in paniek en heeft twee maal € 8.000,- overgemaakt. Beide mannen hielpen haar met het overmaken. Aangeefster moest daarna nog eens € 10.000,- overmaken. Aangeefster had geen enkel idee waarvoor. Aangeefster heeft in totaal € 34.000,- overgemaakt. De mannen zouden de volgende dag aan de werkzaamheden beginnen. De volgende dag werd aangeefster gebeld met de mededeling dat de mannen pas dinsdag konden beginnen. 8 Aangeefster heeft aanvullend verklaard dat de mannen nooit meer zijn langs geweest, dat ze geen contact meer hebben opgenomen en dat aangeefster haar geld niet terug heeft gekregen.9

Aangever [aangever 7] (1942, zaaksdossier 5) heeft verklaard dat op donderdag 4 juli 2019 een Ierse man aan de deur van zijn woning aan de [adres 6] verscheen. De man zei dat hij [naam 6] heette en dat ze klaar waren met de schoonmaak van een dak in de buurt. Aangever zag dat er bij een busje, met kenteken [kenteken] , nog twee mannen aan het wachten waren. De man bood aan om voor € 750,- de gevel en het dak schoon te maken. Aangever ging akkoord met dit voorstel, waarna [naam 6] met de twee andere mannen het dak op is gegaan en is begonnen met het schoonmaken. Ze zouden de volgende dag terugkomen om het af te maken.

De volgende dag zijn ze het dak opgegaan en begonnen ze aan het verwijderen van de klimop. [naam 6] zei dat ze daarbij onder de dakpannen rotte pannenlatten hadden gevonden en dat er beestjes zaten. Hij liet een fotoboek zien waarin hij foto’s toonde van andere daken die ze hadden gerepareerd. Er werd in overleg besloten om aluminiumplaten op het dak te leggen met folie eronder. [naam 6] gaf aan dat hij een voorschot van € 8.000,- nodig had om de benodigde materialen te kunnen kopen. Aangever en zijn vrouw hebben dit bedrag bij de bank gepind. [naam 6] reed achter hen aan om het bedrag meteen in ontvangst te kunnen nemen want daarna moest hij weer terug naar Amersfoort om materialen voor de reparatie te gaan inkopen.

De volgende dag belde [naam 6] aangever om te zeggen dat het materiaal niet aanwezig was en het de volgende week pas zou worden. Dinsdag of woensdag belde [naam 6] aangever terug en zei dat de vrachtwagen met het bouwmateriaal was aangehouden bij de Belgische grens vanwege 'rode benzine' in de tank. [naam 6] vroeg aangever of hij € 6.000,- wilde voorschieten om de boete hiervoor te betalen. Aangever zei tegen [naam 6] dat hij dit niet wilde betalen, waarop [naam 6] aangaf dat er dan speciaal iemand uit Engeland of Ierland moest komen om de boete te betalen waardoor de reparatie uitgesteld zou worden.

De week daarop werd aangever gebeld door een Engelsman die zijn excuses aanbood. Aangever zei dat hij wilde dat zijn geld zou worden teruggestort. Er werd toegezegd dat het aanbetaalde geld teruggestort zou worden op de rekening van aangever. Na een aantal dagen belde aangever met dezelfde Engelsman om te zeggen dat het geld nog steeds niet op zijn rekening stond. De Engelsman zei dat er iets zou zijn misgegaan en dat het geld nog dezelfde dag zou worden overgemaakt. Hierna heeft aangever niets meer vernomen. Het geld is niet teruggestort.10

Aangever [aangever 5] (1946, zaaksdossier 6) heeft verklaard dat op donderdag 14 november 2019 omstreeks 10.30 uur bij zijn woning aan de [adres 7] werd aangebeld door een Engelssprekende man afkomstig uit Ierland. De man deed zich voor als [naam 6] en bood aan voor € 100,- aangevers dakkapellen schoon te spuiten. Aangever ging daarmee akkoord. Toen ze klaar waren, zei de man tegen aangever dat hij met zijn collega’s had geconstateerd dat het hout op het dak verrot was en dat dit moest worden vervangen om lekkage te voorkomen. De mannen boden aan om dit voor € 3.200,- te repareren. Aangever ging daarmee akkoord en betaalde € 3.200,- contant. Hierna vertrokken de mannen. Hij heeft de mannen nooit meer gezien en de werkzaamheden zijn niet uitgevoerd.11

Aangever [aangever 4] (1942, zaaksdossier 7) heeft verklaard dat op 14 augustus 2019 de schoorsteen van zijn woning aan de [adres 8] is schoongespoten door twee mannen van een Iers klussenbedrijf Ace Roofing & Cleaning. De afspraak was gemaakt met een andere man die zich uitgaf voor [naam 10] . Toen de twee mannen van het dak kwamen, zeiden ze dat er diverse reparaties aan het dak moesten worden uitgevoerd en dat ze daarvoor een uitvoerder zouden langsturen om een afspraak te maken. De mannen toonden foto’s van het dak. De volgende dag kwam de uitvoerder, die zich uitgaf voor [naam 6] , langs. De klus moest met spoed gedaan worden en dat kostte meer. Ze kwamen een bedrag van € 7.500,- overeen. Aangever moest de kosten vooruit betalen, omdat de mannen materialen moesten aanschaffen en omdat het een spoedklus was. Aangever maakte € 9.141,41 over. [naam 6] zou vrijdag langs komen voor de reparatie. Aangever werd vrijdag gebeld dat [naam 6] niet kon komen omdat er iemand van het dak was gevallen. Hij zou nog terugbellen. Sindsdien heeft aangever niets meer gehoord. Hij heeft zaterdag nog geprobeerd te bellen naar het telefoonnummer, maar het nummer was buiten gebruik.12

Aangeefster [aangever 13] (1940, zaaksdossier 8) heeft verklaard dat op 30 september 2019 werd aangebeld bij haar woning aan de voordeur aan de [adres 9] door een Engelsprekende man, NN1. Hij vond dat de woning aan de buitenkant schoongemaakt zou moeten worden want er groeide allemaal gras tussen de tegels. Ze kwamen een bedrag van € 400,- overeen. De man ging aan de slag. Hij was met twee anderen, NN2 en NN3. NN2 was op het dak geweest en zei dat het dak vreselijk slecht was. Het dak zou vernieuwd moeten worden. Aangeefster vertelde dat ze bezig was zonnepanelen aan te schaffen, waarop NN1 zei dat hij zonnepanelen kon leveren en dat aangeefster 50% korting zou krijgen. Aangeefster sprak met de mannen af dat zij een aantal werkzaamheden zouden doen: de tuin, het dak en de zonnepanelen. Om dit te kunnen betalen, heeft aangeefster vanaf drie verschillende rekeningen geld opgenomen en overgemaakt naar een bankrekeningnummer ten name van [naam 11] . Aangeefster verklaarde dat haar werd gezegd dat zij een gedeelte van de betalingen later weer terug krijgen, dit had iets te maken met btw werd haar verteld. De afgesproken werkzaamheden zijn niet uitgevoerd. De enige werkzaamheden die zij gedeeltelijk hebben uitgevoerd, zijn aan de tegels in de tuin. Op 2 oktober 2019 is € 14.000,- afgeschreven naar de rekening van [naam 11] . Dat heeft aangeefster pas later ontdekt. Ze weet niet hoe dit is gebeurd. Aangeefster heeft verklaard dat zij voor € 64.500,- is opgelicht.13

Aangever [aangever 9] (1972, zaaksdossier 9) heeft verklaard dat er op 27 november 2019 omstreeks 16:00 uur werd aangebeld bij zijn woning aan de [adres 10] door drie Engelssprekende mannen die aanboden voor € 250,- de goot en het dak schoon te maken. Ze vertelden dat ze ook hadden gewerkt voor de buren. De mannen begonnen na het afspreken van het bedrag gelijk met schoonmaken. Aangever liet één van de mannen een beschadiging zien aan het dak. De man vertelde dat hij eerst wilde overleggen met zijn baas. De baas kwam met de auto naar de woning. De man stelde zich voor als [naam 12] . Hij had een boek bij zich met voorbeelden van eerder uitgevoerde reparaties. Aangever en [naam 12] kwamen een bedrag van € 2.500,- voor de reparatie van het dak overeen. Aangever moest € 1.600,- direct betalen. De mannen zouden de volgende dag in de ochtend terugkomen voor de reparatie.

Op 28 november 2019 omstreeks 11:30 uur waren de werklui er nog steeds niet. Aangever belde [naam 12] op en kreeg zijn voicemail. Aangever sprak uiteindelijk om 13:00 uur met [naam 12] en hij vertelde dat de buurtbewoners hem agressief hadden opgebeld en dat ze niet de straat in durfden en er werd afgesproken dat ze op 29 november 2019 omstreeks 09:00 uur zouden langskomen.

Op 29 november 2019 omstreeks 09:00 uur waren de werklui niet aanwezig. Aangever belde [naam 12] meerdere keren en stuurde meerdere sms-berichten. Omstreeks 12:00 uur beantwoordde een man de telefoon, hij zei zijn naam niet. Hij zei dat hij de baas was van [naam 12] , en dat ze op zijn laatst op 30 november 2019 het bedrag terug zouden geven. Dit is niet gebeurd.

Op 30 november 2019 belde aangever weer naar [naam 12] en sprak zijn voicemail in. Aangever dreigde met het doen van aangifte bij de politie. De mannen zijn niet meer teruggekomen voor de reparatie van het dak.14

Aangeefster [aangever 10] (1963, zaaksdossier 10) heeft verklaard dat op maandag 10 juni 2019 rond 14:00 uur een Engelssprekende jongen bij haar woning aan de [adres 11] aanbelde en zei dat ze aan het werk waren bij een school, dat ze de werkzaamheden bijna hadden afgerond en nog veel materialen over hadden. Hij bood aan het tegelwerk rond het huis schoon te spuiten. Ze spraken een prijs af van € 700,- en de jongen ging aan het werk. Inmiddels was er een andere man bij gekomen. Dit was een echte ‘sales guy’. Toen de jongen klaar was met spuiten, begon de ‘sales guy’ over mos op het dak dat lekkage zou gaan veroorzaken. Het dak zou snel gereinigd moeten worden omdat ze in de buurt waren. Ze spraken af dat de mannen de volgende dag het dak zouden schoonspuiten voor € 1.100,-. Aangever heeft de € 700,- voor het schoonspuiten van het tegelwerk afgerekend.

De volgende dag rond 11.00 uur meldden de mannen zich weer. De ‘sales guy’ vertelde dat het dak in slechte staat was. Voor € 7.000,- konden ze het hele dak vernieuwen. Ze zouden de volgende dag direct kunnen beginnen en het zou in één dag klaar zijn. Hij gaf aan dat ze wel een voorschot van € 3.000,- nodig hadden, om de materialen in te kopen. Het was inmiddels 17:00 uur en aangeefster zei dat ze daar helemaal geen tijd meer voor zouden hebben. De ‘sales guy’ zei dat ze de materialen diezelfde avond nog in België zouden gaan ophalen in een depot maar dan moest aangeefster wel direct de aanbetaling doen. Aangeefster en haar man besloten om dat te doen. Aangeefster betaalde € 4.100,-, bestaande uit € 1.100,- voor het schoonspuiten van het dak en € 3.000,- als voorschot voor de dakmaterialen.

De volgende morgen verscheen er niemand. Aangeefster heeft nog enkele malen gebeld met het nummer dat zij had gekregen (06 51321240) en telefonisch contact gehad met de ‘sales guy’ en een andere man, maar de mannen zijn nooit teruggekomen. Voor de laatste € 3.000,- die ze heeft betaald zijn nooit enige diensten geleverd.15

Aangever [aangever 14] (1953, zaaksdossier 11) heeft verklaard dat op 29 augustus 2019 een Ierse man aan de deur kwam van zijn woning aan de [adres 12] en dat deze man een aanbieding deed om het dak schoon te maken voor € 1.000,-. Aangever ging hiermee akkoord. De man stelde zich voor als [naam 6] en hij was de leider. Tijdens de bezigheden ontdekten medewerkers dat het dak deels verrot was. Aan aangever werden filmpjes en foto’s van het dak getoond. Daarna werden er andere zichtbare gebreken aan het dak besproken. De dakkapellen aan de voor- en achterzijde moesten worden vervangen. Alles zou voor € 62.000,- kunnen worden gedaan. Om materialen in te kopen, wilden de mannen een voorschot van € 30.000,-. Aangever overhandigde € 10.000,- en € 20.00,- aan [naam 6] . Om de chef van [naam 6] akkoord te laten gaan, moest er ook een bedrag van € 47.500,- worden overgemaakt, zodat de materialen en werkzaamheden ook tegenover de Ierse overheid verantwoord konden worden. Dit bedrag maakte aangever over naar een rekeningnummer ten name van Alan Mc Nerney. Die avond vermoedde aangever dat hij was opgelicht. Hij heeft contact opgenomen met zijn bank en die probeerde het overgemaakte bedrag in Ierland te blokkeren. Aangever wordt nog dagelijks gebeld door [naam 6] en vermoedt daarom dat het bedrag inderdaad is geblokkeerd.16

Aangever [aangever 11] (1942, zaaksdossier 12) heeft verklaard dat op 17 augustus 2019 een Engelssprekende man aan de deur kwam van zijn woning aan het [adres 13] . De man stelde zich voor als [naam 6] en bood aan zijn gevel te reinigen en overhandigde hem een flyer van ACE Roofing & Cleaning. Aangever ging op het aanbod in en kwam met [naam 6] een bedrag van € 500,- overeen. Op enig moment kwam [naam 6] naar hem toe en vertelde dat de dakranden slecht waren. Overeengekomen werd dat [naam 6] dit voor € 3.500,- zou herstellen. Aangever mocht dit niet verder vertellen omdat dit normaal gesproken € 5.000,- kostte. [naam 6] wilde het bedrag direct hebben vanwege de materiaalkosten en aangever heeft het bedrag gepind en aan [naam 6] betaald. Aangever kreeg een kwitantie. Twee dagen later kwam [naam 6] met drie andere mannen terug. [naam 6] zei op enig moment dat er een balk in het midden van het dak aan het doorzakken was en dat er bij de dakkapellen een

beschadiging in de lasnaad van de bitumen was. Hij liet daarbij een foto zien van een

donkere streep op het dak bij de dakkapellen. Aangever is met [naam 6] het dak op gegaan en

zag dat de mannen de kiezelstenen van het dak bij elkaar hadden geveegd. Aangever zag dat de overlappingen bij de randen overal los lagen. Een half jaar geleden was dat nog niet het geval. [naam 6] zei dat het dak kon gaan lekken en dat hij het voor nog eens € 9.000,- kon repareren. [naam 6] vertelde dat hij ook bij de buren op nummer 3 het dak had gerepareerd en dat zij tevreden waren. De schoonzoon van aangever vroeg [naam 6] of hij een Kamer van Koophandel nummer had en dat bevestigde [naam 6] . Aangever ging navraag doen bij de buren en die verklaarden dat er niets aan hun dak was gerepareerd. Toen aangever terug kwam, waren

[naam 6] en de drie mannen verdwenen.

De mannen hebben slechts enkele uren gewerkt en de beloofde en betaalde werkzaamheden niet uitgevoerd, terwijl aangever € 3.500,- heeft betaald. Het schoonmaken van de gevel is ook om de struiken gedaan en niet er achter.17

Tussenoverweging rechtbank: Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de aangevers geld hebben gegeven (contant en/of giraal) aan klusjesmannen voor het verrichten van werkzaamheden aan het dak van hun woning, terwijl de werkzaamheden nooit (volledig) zijn uitgevoerd.

De rechtbank stelt vast dat de aangevers de volgende geldbedragen hebben betaald aan klusjesmannen voor werkzaamheden die niet zijn uitgevoerd, terwijl zij dit geld niet hebben teruggekregen:

- aangever [aangever 2] (zaaksdossier 1): € 34.630

- aangever [aangever 3] (zaaksdossier 2): € 7.800,- (€ 1.800,- en € 6.000,-);

- aangever [aangever 6] (zaaksdossier 3): € 6.000,- (€ 2.500,- en € 3.500,-);

- aangeefster [aangever 12] (zaaksdossier 4): € 14.000,- (€ 7.000,- en € 7.000,-);

- aangeefster [aangever 1] (zaaksdossier 4): € 34.000,- (€ 8.000,-, € 16.000,- en

€ 10.000,-);

- aangever [aangever 7] (zaaksdossier 5): € 8.000,-

- aangever [aangever 5] (zaaksdossier 6): € 3.200,-;

- aangever [aangever 4] (zaaksdossier 7): € 9.141,41;

- aangeefster [aangever 13] (zaaksdossier 8): € 64.500,-;

- aangever [aangever 9] (zaaksdossier 9): € 1.600,-;

- aangever [aangever 10] (zaaksdossier 10): € 3.000,-

- aangever [aangever 14] (zaaksdossier 11): € 77.500,- (€ 30.000,- en € 47.500,-).

- aangever [aangever 11] (zaaksdossier 12): € 3.000,-

3.4.1.2. Betrokkenheid van verdachte

De rechtbank ziet zich – ten aanzien van de afzonderlijke zaaksdossiers – voor de vraag gesteld of verdachte telkens één van de klusjesmannen is geweest waarover de aangevers hebben verklaard of op andere wijze betrokken is geweest bij de niet nagekomen werkzaamheden.

Bedrijfsnamen

Aangever [aangever 2] (zaaksdossier 1) heeft verklaard dat ‘ [naam 2] ’ hem vertelde dat hij voor het bedrijf Eco Roofing werkte en dat hij hiervan een kaartje had.18 Op de door aangever ontvangen flyer staat de bedrijfsnaam Eco Roofing & Cleaning Ltd.19 Ook aangevers [aangever 7]20 (zaaksdossier 5) en [aangever 10]21 (zaaksdossier 10) hebben een kaartje overhandigd gekregen met daarop de bedrijfsnaam Eco Roofing & Cleaning Ltd.

Aangever [aangever 3] (zaaksdossier 2) heeft verklaard dat de baas ‘ [naam 5] ’ vertelde dat hij al negen jaar in Nederland werkt voor Ace Roofing and Cleaning.22

Aangever [aangever 4] (zaaksdossier 7) heeft een invoice ontvangen van het bedrijf Ace Roofing & Cleaning.23

Aangever [aangever 6] (zaaksdossier 3) heeft verklaard dat hij een factuur en een flyer heeft ontvangen met daarop de bedrijfsnaam A-Class Cleaning & Roofing.24

Zaaksdossier 9 bevat een invoice met als klantennaam [aangever 9] en met daarop de bedrijfsnaam A-class Cleaning & Roofing.25

Aangever [aangever 5] (zaaksdossier 6) heeft verklaard dat hij een factuur heeft ontvangen van het bedrijf Amazing Cleaning & Roofing.26

Aangever [aangever 14] (zaaksdossier 11) heeft een e-mail ontvangen met een invoice van het bedrijf Custom Roofing & Cleaning.27

Uit onderzoek in het register van de Kamer van Koophandel blijkt dat A-Class Cleaning & Roofing dan wel een overeenkomstige bedrijfsnaam niet is ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel.28

Blok met opdrachtformulieren

Getuige dhr. [getuige 1] heeft in zaaksdossier 9 verklaard dat hij woont in de straat [adres getuige] en dat diverse wijkbewoners op 27 november 2019 foto’s hebben gemaakt van een bestelbus met kenteken [kenteken] in de wijk.29

De verzekering van deze bestelbus staat op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] .30 Tijdens de doorzoeking van deze bestelbus werd een ingebonden blok opdrachtformulieren inbeslaggenomen waarop de bedrijfsnaam A-Class Cleaning & Roofing staat. Op de achterste pagina van het blok werden handgeschreven notities aangetroffen: onder andere de naam [aangever 6] , het telefoonnummer van de aangever + [nummer ] en de naam [aangever 9] met telefoonnummer + [nummer ] . Verbalisanten hebben verder gerelateerd dat het factuurblok zeer veel overeenkomsten vertoont met de factuur genoemd in de aangifte van dhr. [aangever 5] (zaaksdossier 6) waarbij de bedrijfsnaam Amazing Cleaning & Roofing is vermeld en enige gelijkenis vertoont met de factuur van aangever [aangever 11] (zaaksdossier 12) met de bedrijfsnaam Ace Roofing & Cleaning.31

Telefoonnummers

Op grond van de aangiftes zijn verschillende telefoonnummers van de klusjesmannen naar voren gekomen. Uit de aangiftes van aangevers [aangever 2]32 (zaaksdossier 1), [aangever 3]33 (zaaksdossier 2), [aangever 4]34 (zaaksdossier 7) en [aangever 14]35 (zaaksdossier 11) komt het nummer [nummer ] naar voren als telefoonnummer van de klusjesmannen.

Aangevers [aangever 7]36 (zaaksdossier 5) en [aangever 10]37 (zaaksdossier 10) hebben [nummer ] gekregen als telefoonnummer van de klusjesmannen.

Op de factuur die aangever [aangever 5] (zaaksdossier 6) heeft ontvangen stond het handgeschreven nummer [nummer ] .38

Aangevers [aangever 6]39 (zaaksdossier 3) en [aangever 9]40 (zaaksdossier 9) hebben contact gehad met de klusjesmannen via het nummer [nummer ] .

Aangeefsters [aangever 12]41 en [aangever 1]42 (zaaksdossier 4) hebben verklaard dat zij [nummer ] hebben gekregen als telefoonnummer van één van de klusjesmannen.

Aangeefster [aangever 13] (zaaksdossier 8) heeft verklaard dat [nummer ] het telefoonnummer is van één van de mannen.43

Nokia prepaid - + [nummer ]

Op 11 december 2019 zijn verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] aangehouden in een hotelkamer van het hotel Corendon.44 Op het nachtkastje naast het bed van medeverdachte [medeverdachte 1] lag een Nokia gsm. Het bijbehorende nummer bleek te zijn + [nummer ] . Tussen de inkomende sms-berichten bevond zich een sms-bericht van + [nummer ] op 25-11 met de tekst: “Hi [naam 8] . This is [aangever 6] ( [adres 3] ) Please ensure your team also fix the short wall just outside the front gate as discussed, as currently it is not on the contract invoice. Maybe I can show you when you are here”.

Een ander sms-bericht is een bericht van + [nummer ] op 13 december, met de tekst: “this is the last chance to return the money before police and legal are involved”. De eigenaar van dit nummer blijkt dhr. [aangever 9] te zijn.45

Samsung gsm van medeverdachte [medeverdachte 1]

In de hotelkamer, op het bed waarin medeverdachte [medeverdachte 1] sliep, lag een Samsung gsm. Deze telefoon zat in een hoesje met een pinpas op naam van [medeverdachte 1] en er stonden diverse foto’s van hem in de telefoon. Ook zijn op de telefoon meerdere e-mailaccounts gevonden met e-mails gericht aan [medeverdachte 1] . Op de gsm stonden daarnaast foto’s van (verpakkingen) van simkaarten van 4 prepaid gsm nummers: [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] .46

Onbekend gebleven gsm – IMEI nummer [nummer ]

Uit onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de nummers # [nummer ] en # [nummer ] in de periode 18 mei 2019 tot en met 18 november 2019 is gebleken dat deze telefoonnummers zijn gebruikt met een mobiele telefoon met IMEI nummer [nummer ] . Deze mobiele telefoon heeft in de bevraagde periode ook de telefoonnummers # [nummer ] en # [nummer ] gebruikt.47

Herkenningen

Met de aangevers uit de zaaksdossiers zijn enkelvoudige fotoconfrontaties uitgevoerd, waarbij aan de aangevers foto’s van verdachten zijn getoond.

Aangever [aangever 2] (zaaksdossier 1) heeft verdachte (foto 4) herkend als ‘ [naam 6] ’. Aangever heeft medeverdachte [medeverdachte 1] (foto 3) herkend als [naam 3] . Hij heeft daarbij toegelicht dat hij veel met [naam 3] heeft gesproken. Hij was de baas of wel supervisor. Hij ging over de groep die bij aangever aan het werk was. Aangever werd regelmatig door [naam 3] gebeld. Hij hoorde dan de stem van [naam 3] , maar de persoon stelde zich voor als [naam 2] . [naam 3] was ook degene die de factuur opstelde. Aangever.48

Aangever [aangever 3] (zaaksdossier 2) heeft verdachte (foto 4) herkend als de man die aanbelde en de aanbieding deed om de gevel te reinigen. Aangever heeft medeverdachte [medeverdachte 1] (foto 3) herkend als ‘ [naam 6] ’. Aangever heeft [medeverdachte 1] ook aangewezen als de tweede man links op groepsfoto 1 en toegelicht dat hij de chef was en werd gebeld toen er problemen waren. 49

Aangever [aangever 6] (zaaksdossier 3) heeft medeverdachte [medeverdachte 1] (foto 3) herkend als ‘ [naam 9] ’, de baas. Aangever heeft ook [naam 13] herkend (foto 2 en 6) als de persoon die als eerste aan de deur kwam en vroeg of ze konden schoonmaken.50

Aangeefster [aangever 12] (zaaksdossier 4) heeft verdachte (foto 4) herkend. Aangever heeft medeverdachte [medeverdachte 1] (foto 3) herkend als de man die de hoofdrol had. Ze heeft [medeverdachte 1] ook herkend op groepsfoto 1, als de tweede man van links. Aangeefster heeft toegelicht dat [medeverdachte 1] de man is die zich heeft voorgesteld als ‘ [naam 4] ’ en met haar sprak over de kosten. 51

Aangever [aangever 5] en zijn echtgenote (zaaksdossier 6) hebben verdachte (foto 4) herkend als een man die meehielp met schoonmaken. Aangevers hebben medeverdachte [medeverdachte 1] (foto 3) herkend als ‘ [naam 6] ’. Aangever heeft toegelicht dat [medeverdachte 1] er niet direct bij was maar kwam toen ze problemen aan het dak constateerden en dat hij de baas is. [naam 13] is volgens de aangevers de man die aanbelde en aanbood om het dakgoot schoon te maken.52

Aangever [aangever 4] en zijn echtgenote (zaaksdossier 7) hebben op groepsfoto 1 en foto 3 medeverdachte [medeverdachte 1] herkend. Aangever heeft daarbij toegelicht dat [medeverdachte 1] de mooiprater is die vertelde dat hij gelovig is en dat ze hem konden vertrouwen. De echtgenote van aangever heeft toegelicht dat [medeverdachte 1] het overboeken van het geld regelde en meeliep naar de computer. [naam 13] heeft zij op de groepsfoto herkend als de man die als eerste het woord nam, de financiën regelde en aan wie zij het geld heeft betaald. Hij was ook degene met wie zij gebeld hebben. Aangever heeft op de groepsfoto ook [naam 14] herkend als één van de mannen53

Aangever [aangever 9] (zaaksdossier 9) heeft bij de rechter-commissaris medeverdachte [medeverdachte 1] herkend op de foto op pagina 0020 van zaaksdossier 2. Aangever heeft daarbij toegelicht dat hij [medeverdachte 1] herkent als de chef, de persoon die personen aanstuurde. Aangever heeft met hem gesproken over het dak en het reinigen en hij is degene die [naam 9] heeft gebeld.54

Aangeefster [aangever 10] (zaaksdossier 10) en haar echtgenoot hebben medeverdachte [medeverdachte 1] (foto 3) herkend als de sales guy en de baas. Op de groepsfoto heeft aangeefster [naam 14] herkend als de man die aanbelde.55

Aangever [aangever 14] (zaaksdossier 11) heeft medeverdachte [medeverdachte 1] en [naam 13] op groepsfoto 1 aangewezen als de personen die de leiding hadden. [naam 15] heeft aangever herkend als de man die als eerste kwam en aanbood om het dak schoon te maken. [naam 14] is door aangever herkend als de jongen die het dak ging schoonmaken.56

Zendmastgegevens

De Samsung die is aangetroffen op het bed van medeverdachte [medeverdachte 1] is een dual sim telefoon en is voorzien van twee imeinummers: [nummer ] en [nummer ] .57

In de hotelkamer van verdachten is ook een Samsung telefoon aangetroffen waarop diverse afbeeldingen te zien zijn waarop verdachte is herkend door een verbalisant. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat deze telefoon van hem is.58

De Samsung telefoon is een dual sim telefoon en is voorzien van twee imeinummers: [nummer ] en [nummer ] .59 Deze telefoon heeft vanaf 3 november 2019 de eerste registraties. Vanaf die datum wordt de telefoon gebruikt met het telefoonnummer [nummer ] . Van 15 juli 2019 tot en met 3 november 2019 is dit telefoonnummer gebruikt met de telefoon met imeinummer [nummer ] . Op basis daarvan is het vermoeden ontstaan dat verdachte in de periode van 15 juli 2019 tot en met 3 november 2019 gebruik heeft gemaakt van de telefoon met imeinummer [nummer ] en dat deze telefoon daarna in gebruik is genomen door medeverdachte [medeverdachte 3] .60 De telefoon met dit imeinummer is op 11 december 2019 inbeslaggenomen in de hotelkamer van verdachten. De telefoon lag naast medeverdachte [medeverdachte 3] .

De telefoons van vermoedelijk verdachte (imei [nummer ] ) en vermoedelijk medeverdachte [medeverdachte 1] (imei [nummer ] ) hebben op 11 oktober 2019 cell-id’s gebruikt op locaties in de omgeving van de [adres 4] (zaaksdossier 4).61

Op 30 september 2019 hebben deze telefoons gebruik gemaakt van cell-id’s op locaties in de omgeving van [adres locatie] (zaaksdossier 8).62

Op 14 november 2019 hebben deze telefoons van vermoedelijk verdachte (imei [nummer ] ) en van medeverdachte [medeverdachte 1] cell-id’s gebruikt op locaties in de omgeving van de [adres 7] (zaaksdossier 6).63

Nader onderzoek Samsung medeverdachte [medeverdachte 1]

In de Samsung telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn foto’s aangetroffen van computer-schermen en een gsm scherm waarop websites van internetbankieren te zien zijn.

Op een van de foto’s is een internetbankierpagina te zien waarbij het bedrag van afboeking en de woonplaats passen bij de aangifte van [aangever 4] , te weten € 9.141,41 en [plaats] .

Op twee foto’s van internetbankieren is de naam [aangever 12] te [plaats] leesbaar.

Op een foto van een gsm-scherm is de naam van aangeefster [aangever 13] en een gedane overboeking van € 4.000,- en een af- en bijboeking van € 14.000,- leesbaar.

Op de telefoon stond ook een printscreen van een email van aangever [aangever 14] betreffende de overboeking naar een Ierse bank alsmede van een factuur/invoice van € 47.500,- op naam van [aangever 14] .64 Het emailadres staat op naam van ‘ [naam 16] ’.65

Op de telefoon is op 21 oktober 2018 via WeTransfer een bestand binnengekomen van een flyer van Eco Roofing & Cleaning. Op de telefoon staan ook WhatsApp-berichten die zijn verstuurd naar “Business cards Nunspeet” waarin staat: “Just wanted to check if you got the flyers ready” en “this is the Irish guy [medeverdachte 1] just checking to see if my flyers is done” en “you just had to change the phone number and the name too easy clean and Roofing”.

Door de verbalisant is gerelateerd dat de flyers op de telefoon sprekend lijken op de flyers van Amazing Roofing & Cleaning en A-Class Cleaning & Roofing.66

[naam 17] staat in de contactlijst.67

In de telefoon is geen correspondentie aangetroffen die duidt op werkopdrachten of contact met een leidinggevende met betrekking tot sturing of (werk)opdrachten.68

Politiecontrole

Op 20 augustus 2019 zijn bij de woning aan de [adres 14] klusjesmannen door de politie gecontroleerd. De mannen bleken te zijn verdachte, [medeverdachte 1] , [naam 15] en [naam 14] .69

Op 4 juli 2019 werd een bestelbus met kenteken [kenteken] door de politie gecontroleerd in Amstelveen. De inzittenden waren de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [naam 14] . De mannen hadden flyers bij zich van Eco Roofing & Cleaning.70

Op 30 september 2019 heeft de politie de inzittenden van de bus met kenteken [kenteken] gecontroleerd op 1300 meter van de Prof. Lorentzlaan te Amstelveen. In de bus zaten [naam 13] , [medeverdachte 3] en [verdachte] .71 Op 1 oktober 2019 is tijdens een politiecontrole op het Strandvliet te Amstelveen gezien dat [naam 14] door de wijk liep en een boekje met foto’s van straatwerk en dakwerkzaamheden bij zich had. Uit het busje met kenteken [kenteken] stapte verdachte. De verbalisanten merken op dat zij deze persoon de dag daarvoor ook al staande hadden gehouden. Het busje is gecontroleerd op 900 meter van de Prof. Lorentzlaan te Amstelveen.72

Eerdere klussen

De gebouwenbeheerder van het Vlietland College te Leiden heeft verklaard dat er geen Irish travellers bij de school zijn geweest of door de school zijn ingehuurd voor (bouw)werkzaamheden. In de zomermaanden vinden er wel (bouw)werkzaamheden aan de school plaats, maar nooit door buitenlandse bedrijven of werkers.73

Tussenoverweging rechtbank: Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte en/of zijn medeverdachten de klusjesmannen zijn geweest die op enig moment bij de woningen van de aangevers zijn geweest. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op basis van de aangiftes zoals weergegeven onder paragraaf 3.4.1.1. kan worden vastgesteld dat er sprake is van een vaste modus operandi. De aangevers – veel zijn op hoge leeftijd en alleenstaand – hebben allen verklaard dat een Engelssprekende man bij hun woning aanbelde en een aanbod deed om voor een klein bedrag een kleine klus te doen, bijvoorbeeld het schoonmaken van een dakgoot of gevel. Meestal belde één klusjesman aan en sloten er nog twee of drie mannen aan als de aangevers akkoord waren gegaan met het aanbod. Gedurende de (schoonmaak)-werkzaamheden werden er vervolgens ernstige schades en/of problemen aan het dak of gevel geconstateerd, die dringend gerepareerd zouden moeten worden. De ‘klusjesmannen’ boden aan om de reparaties uit te voeren. Wel moest meteen (bij voorkeur contant) worden betaald voor onder andere de aanschaf van materialen of huur van machines. In een aantal gevallen werden er extra problemen geconstateerd. De afgesproken werkzaamheden zijn echter nooit uitgevoerd, aangevers zijn veelal met smoesjes aan het lijntje gehouden en hebben hun geld niet hebben teruggekregen.

De rechtbank stelt voorts vast dat in alle zaaksdossiers – met uitzondering van zaaksdossiers 4 en 8 – bedrijfsnamen zijn gebruikt die een sterke gelijkenis met elkaar vertonen. Zo zijn alle bedrijfsnamen een variant van ‘Cleaning & Roofing’ of ‘Roofing & Cleaning’. Ook de flyers van die bedrijven vertonen zeer veel gelijkenissen met elkaar. In het register van de Kamer van Koophandel zijn echter geen bedrijven met vergelijkbare namen ingeschreven.

In de bestelbus met kenteken [kenteken] – die op naam staat van medeverdachte [medeverdachte 1] – is een ingebonden blok opdrachtformulieren aangetroffen waarop de bedrijfsnaam A-Class Cleaning & Roofing staat. De opdrachtformulieren vertonen overeenkomsten met de factuur genoemd in de aangifte van dhr. [aangever 5] (zaaksdossier 6) waarbij de bedrijfsnaam Amazing Cleaning & Roofing is vermeld en met de factuur van aangever [aangever 11] (zaaksdossier 12) met de bedrijfsnaam Ace Roofing & Cleaning.

Op de achterzijde van het blok staan handgeschreven notities die betrekking hebben op de aangevers [aangever 6] (zaaksdossier 3) en [aangever 9] (zaaksdossier 10).

Aangevers [aangever 6] en [aangever 9] hebben telefonisch contact gehad met het nummer # [nummer ] . Dit is het telefoonnummer van de Nokia telefoon die lag in de hotelkamer van verdachten, op het nachtkastje van medeverdachte [medeverdachte 1] .

In het bed van medeverdachte [medeverdachte 1] lag zijn Samsung telefoon. In die telefoon staan foto’s van (verpakkingen) van simkaarten van de telefoonnummers # [nummer ] , # [nummer ] , # [nummer ] en # [nummer ] . Deze telefoonnummers zijn te linken aan aangiftes uit – respectievelijk – zaaksdossiers 1, 2, 7 en 11, zaaksdossier 8, zaaksdossier 6 en zaaksdossiers 5 en 10.

Van deze vier telefoonnummers zijn drie telefoonnummers gebruikt door eenzelfde onbekend gebleven mobiele telefoon, te weten # [nummer ] , # [nummer ] en # [nummer ] . Deze onbekend gebleven telefoon is tevens gebruikt door het nummer # [nummer ] , genoemd in beide aangiftes van zaaksdossier 4.

Daarmee zijn ook de op basis van de uit de aangiftes naar voren gekomen telefoonnummers zowel aan elkaar als aan de medeverdachte [medeverdachte 1] te linken.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de klusjesmannen in alle zaaksdossiers behoren tot dezelfde groep. Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] collega’s zijn en samen kluswerkzaamheden hebben uitgevoerd, wordt niet betwist. Wel is door de verdediging betoogd dat niet ten aanzien van alle zaaksdossiers kan worden vastgesteld dat verdachte één van de klusmannen is. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte fysiek aanwezig is geweest bij de woningen van de aangevers in zaaksdossiers 1, 2, 4, 6 en 8.

In zaaksdossier 2 heeft de politie ter plaatse de identiteit van de aanwezige klusjesmannen bij de woning van aangever [aangever 3] gecontroleerd. Verdachte was één van deze klusjesmannen.

Dat verdachte in de zaaksdossiers 1, 4 (aangeefster [aangever 12] ) en 6 één van de aanwezige klusjesmannen is geweest, kan naar het oordeel van de rechtbank met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld op grond van de herkenningen van verdachte door de aangevers van de zaaksdossiers.

Ten aanzien van de herkenningen door de aangevers in zaaksdossiers 6 overweegt de rechtbank wel dat telkens met beide bewoners van de woning de fotoconfrontatie is uitgevoerd en dat de desbetreffende processen-verbaal de mogelijkheid openlaten dat de bewoners de foto’s van verdachten in elkaars aanwezigheid hebben bekeken. Dat is voor de rechtbank reden om behoedzaam met de deze herkenningen om te gaan. De rechtbank heeft – op basis van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien – evenwel geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de herkenningen te twijfelen. Daar komt bij dat de Samsung telefoon van verdachte paallocaties heeft aangestraald in de omgeving van de woning van de aangever op de dag dat de klusjesmannen aanwezig waren.

Aangeefster [aangever 1] (zaaksdossier 4) en aangeefster [aangever 13] (zaaksdossier 8) hebben verdachte niet herkend. Voor de vaststelling dat verdachte één van de klusjesmannen is die bij aangeefster [aangever 1] (zaaksdossier 4) zijn geweest, maakt de rechtbank evenwel – als schakelbewijs – gebruik van de herkenning door aangeefster [aangever 12] . De rechtbank overweegt daartoe dat deze aangeefsters buren van elkaar zijn, de klusjesmannen op dezelfde dag bij de woningen van aangeefsters zijn geweest, zij hetzelfde contactnummer hebben ontvangen en dat sprake is van dezelfde – voldoende specifieke – modus operandi. Het verweer van de raadsvrouw dat de modus operandi in essentie niet overeen komen en derhalve niet van schakelbewijs gebruik kan worden gemaakt, wordt verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat ook met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte bij de woning van aangeefster [aangever 13] (zaaksdossier 8) aanwezig is geweest, nu de Samsung telefoon van verdachte op 30 september 2019 en 1 en 2 oktober 2019 paallocaties aangestraald in de buurt van de woning van aangeefster. Daar komt bij dat op 1 oktober 2019 tijdens een politiecontrole is gezien dat verdachte uit het busje met kenteken [kenteken] stapte en dat hij samen met [naam 14] was. Laatsgenoemde had een boekje met foto’s van straatwerk en dakwerkzaamheden bij zich. Ze bevonden zich ongeveer 900 meter van de straat van de aangever. Dat verdachte ook op 30 september 2019 tijdens een politiecontrole op ongeveer 1300 meter van de straat van de aangeefster is gecontroleerd door de politie – en de vermelding van de geboortedatum van een oudere [verdachte] abusievelijk is – leidt de rechtbank af uit de toelichting van de verbalisant dat dezelfde persoon een dag eerder ook was gecontroleerd. Gelet op het aanstralen van de telefoon van verdachte in de buurt van de woning van aangeefster op diezelfde dagen, heeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de politiecontrole op 1 oktober 2019.

Vrijspraak zaaksdossier 3, 5, 7, 9, 10, 11 en 12

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte één van de klusjesmannen is geweest die bij de woning van de aangevers van zaaksdossiers 3, 5, 7, 9, 10, 11 en 12 zijn geweest en aldus direct betrokken is geweest bij de oplichting van die aangevers. Verdachte is in al deze zaaksdossiers niet herkend als één van de klusjesmannen. Ander bewijs waaruit de directe betrokkenheid van verdachte bij deze specifieke oplichtingen blijkt, bevat het dossier niet. In zaaksdossiers 7 en 12 heeft de telefoon van verdachte weliswaar die dag gebruik gemaakt van paallocaties in de omgeving van de woning van de aangever, maar dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om met voldoende mate van zekerheid te kunnen vaststellen dat verdachte bij de woning van de aangever is geweest. Verdachte zal van die onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Verder overweegt de rechtbank ten aanzien van zaaksdossier 5 (aangeefster [aangever 8] ) dat niet kan worden vastgesteld dat door aangeefster [aangever 8] is betaald voor werkzaamheden die niet zijn uitgevoerd. Aangeefster heeft € 1.300,- betaald voor het schoonmaken van haar tuinpad. Deze schoonmaakwerkzaamheden zijn verricht. Toen de mannen vervolgens tegen aangeefster zeiden dat de achterzijde van de woning en het dak ook gedaan zouden moeten worden, is aangeefster niet op het aanbod ingegaan, waarna de mannen zijn vertrokken. Enkele dagen later bleek het pad te verzakken. De rechtbank maakt daaruit op dat de werkzaamheden wel zijn uitgevoerd, maar mogelijk niet goed. Hoewel deze gang van zaken wellicht een wanprestatie in civielrechtelijke zin oplevert, is geen sprake van strafrechtelijke oplichting. Verdachte zal dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of er sprake is van oplichting. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

3.4.1.3. Oplichtingsmiddelen

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken.
Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

Aannemen van een valse naam

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachten niet hun echte namen hebben gegeven aan de aangevers, maar dat telkens een valse naam is opgegeven. Zo heeft ook verdachte telkens een valse naam opgegeven. Aangever [aangever 2] (zaaksdossier 1) heeft medeverdachte [medeverdachte 1] herkend als “ [naam 3] ” en verdachte als “ [naam 6] ”. In zaaksdossier 2 heeft medeverdachte [medeverdachte 1] zich voorgesteld als [naam 6] . Blijkens de verklaring van aangeefster [aangever 12] (zaaksdossier 4) heeft [medeverdachte 1] zich aan haar voorgesteld als ‘ [naam 4] ’. Aangever [aangever 5] en zijn echtgenote (zaaksdossier 6) hebben [medeverdachte 1] herkend als ‘ [naam 6] ’.

Aannemen van een valse hoedanigheid

Hiervoor heeft de rechtbank reeds vastgesteld dat de in de zaaksdossiers voorkomende bedrijven – waarvan de bedrijfsnaam telkens een variant is op “Cleaning & Roofing” – niet voor komen in het register van de Kamer van Koophandel. Verdachte heeft zich evenwel in zaaksdossiers 1, 2, en 6 voorgedaan als werkzaam bij die één van die bedrijven. Medeverdachte [medeverdachte 1] deed zich al dan niet als baas als baas voor en heeft tegen aangeefster [aangever 12] (zaaksdossier 4) verteld dat hij al tien jaar in Nederland werkt en dat het bedrijf is gevestigd in Den Haag.

Door telkens te wisselen van bedrijfsnaam en/of onjuiste informatie te verstrekken over dat bedrijf, is sprake geweest van het aannemen van een valse hoedanigheid.

Listige kunstgrepen en samenweefsel van verdichtsels

Ten aanzien van alle zaaksdossiers zijn de verdachten begonnen met het verrichten van een simpele klus, te weten reinigings- en schoonmaakwerkzaamheden. Aangevers betaalden hiervoor een klein bedrag van maximaal € 1.000,-. In alle zaaksdossiers zijn tijdens het verrichten van die simpele klus gebreken aan het dak, de gevel of het dakkapel geconstateerd. In sommige gevallen (zaaksdossiers 1 en 3) zijn ook foto’s van die gebreken getoond.

Na de constatering van het gebrek werd een voorstel gedaan om het gebrek te repareren. In sommige gevallen werd de druk opgevoerd door aan te geven dat het gebrek snel gerepareerd moest worden, bijvoorbeeld omdat aangever anders binnen een jaar met grotere problemen geconfronteerd zou worden (zaaksdossier 1) of het dak zou instorten en dan het dak van de buren zou meenemen (zaaksdossier 4). In ieder geval konden verdachten in alle gevallen direct beginnen.

Verdachten hebben vertrouwen gewekt door te wijzen op andere klussen, bijvoorbeeld bij een school (zaaksdossier 2). Ook hebben zij in een enkel geval een boek met voorbeelden van eerdere werkzaamheden laten zien (zaaksdossier 1). Na onderzoek is echter gebleken dat er geen klanten zijn gevonden bij wie grote werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Ook is er bij twijfelende aangevers verwezen naar het geloof (zaaksdossier 2) en is er grote korting gegeven (zaaksdossier 8).

Als aangevers er eenmaal van overtuigd waren geraakt dat reparaties noodzakelijk waren en zij akkoord waren gegaan met een prijs, moest door alle aangevers ofwel het gehele bedrag meteen worden betaald ofwel een - vaak substantiële - aanbetaling worden gedaan. In de meeste gevallen moest dit bedrag contant worden betaald, in een aantal gevallen werden geldbedragen naar een bankrekening overgemaakt. Er werden verschillende excuses opgevoerd voor het op voorhand moeten betalen. Zo zou het nodig zijn voor het direct kunnen aanschaffen van materialen of als voorschot voor het huren van een lift (zaaksdossiers 1) of een machine (zaaksdossier 4, aangeefster [aangever 1] ).

In een aantal gevallen is geprobeerd om de aangevers nog meer geld te laten betalen. Zo werden er extra gebreken geconstateerd in zaaksdossiers 2 en 4. In zaaksdossier 4 heeft aangeefster [aangever 12] het afgesproken bedrag twee keer moeten betalen (zowel contant als giraal) omdat er iets mis zou zijn gegaan met de eerste (girale) betaling. Ook aangeefster [aangever 1] heeft meer geldbedragen moeten overmaken, maar ze weet niet waarom (zaaksdossier 4). Aangeefster [aangever 13] heeft extra geld overgemaakt omdat dat nodig zou zijn vanwege de BTW (zaaksdossier 8).

In alle gevallen vertrokken verdachten als het geld eenmaal was overhandigd en/of was overgemaakt. In geen van de zaaksdossiers zijn verdachten teruggekomen met aangeschafte materialen voor de klus. In een aantal zaken is er helemaal geen contact meer geweest nadat de mannen waren vertrokken (zaaksdossiers 4, aangeefster [aangever 12] , 6 en 8), terwijl een aantal aangevers aan het lijntje werden gehouden door het geven van smoesjes waarom er vertraging was in de uitvoering van de werkzaamheden en/of waarom de mannen nog niet waren teruggekomen.

Zo werd tegen aangever [aangever 2] (zaaksdossier 1) gezegd dat de vrachtwagen met materialen was aangehouden door de politie omdat er verkeerde benzine in de vrachtwagen zat. [aangever 2] werd vervolgens gevraagd om het betalen van een extra geldbedrag. Tegen [aangever 2] werd gezegd dat dit nodig was om de vrachtwagen terug te krijgen. Ook werd aan hem gevraagd om losgeld te betalen voor de aangehouden mannen. De rechtszaak zou ook reden zijn geweest voor het niet kunnen starten met de werkzaamheden.

Daarnaast is als smoes gebruikt dat het te druk was om langs te komen (zaaksdossier 2) en het aan te schaffen materiaal op voorraad was (zaaksdossiers 1).

Door deze mededelingen en/of gedragingen van verdachten – hetgeen méér is dan een enkele leugen of een enkele misleidende gedraging – is telkens bij de aangevers een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen. Hierdoor zijn de aangevers bewogen tot het betalen van grote geldbedragen.

3.4.1.4. Oogmerk en medeplegen

De rechtbank stelt vast dat verdachten telkens hebben gehandeld volgens een bepaald patroon, waaruit een criminele intentie kan worden afgeleid. Verdachten hebben immers telkens een onjuiste voorstelling van zaken gegeven en daarmee aangevers geld afhandig gemaakt. Daarbij was er sprake van een vooropgezet plan. Verdachten hebben telkens gebruik gemaakt van een valse naam, zo ook verdachte. Hij heeft zich aan aangever [aangever 2] (zaaksdossier 1) immers voorgesteld als ‘ [naam 6] ’. Ook heeft verdachte een rol gehad bij het in scene zetten van de noodzaak van het verrichten van reparaties. Zo heeft aangever [aangever 3] (zaaksdossier 2) verdachte herkend als de persoon die bij zijn woning aanbelde en aanbood om de gevel van de woning te reinigen. Daarbij merkte verdachte op dat ze net klaar waren met werkzaamheden bij het Vlietland College. Uit onderzoek is echter gebleken dat er bij het Vlietland College geen buitenlandse bedrijven of werkers zijn ingehuurd voor (bouw)werkzaamheden. De aangevers [aangever 5] (zaaksdossier 6) hebben verklaard dat verdachte heeft geholpen met schoonmaken en in de dakgoot stond. Aangevers [aangever 5] hebben [naam 13] herkend als de persoon die bij hun woning aanbelde en aanbood om de dakgoot schoon te maken. In zaaksdossier 2 is verdachte de persoon geweest die het eerste contact met de aangever heeft gemaakt. De rollen van verdachten waren aldus inwisselbaar. In ieder geval is verdachte telkens betrokken geweest bij de uitvoering van de eerste ‘simpele’ klus, waarmee het vertrouwen van de aangevers werd gewonnen en waarbij een gebrek werd geconstateerd. Bovendien zijn de medeverdachten familieleden van verdachte, werkte hij al geruime tijd met hen in Nederland en deelden ze een hotelkamer. Het is bovendien onaannemelijk dat verdachte nooit heeft gehoord dat zijn familieleden zich met andere namen voorstelden. Dat verdachte door de medeverdachten werd afgeschermd met betrekking tot de oplichtingspraktijken, is niet gebleken.

De rechtbank concludeert dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat de aangevers opgelicht zouden worden. Nu verdachte ook daarbij aanwezig is geweest en zelf oplichtingshandelingen heeft uitgevoerd, kan worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad op het oplichten van de aangevers alsmede op de nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten daarbij. De verklaring van verdachte dat hij alleen de werkzaamheden uitvoerde die hem werden opgedragen en dat hij niet wist dat de aangevers opgelicht zouden worden, legt de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde.

Verdachten zijn nooit van plan geweest om de afgesproken werkzaamheden uit te voeren, maar hadden van meet af aan de bedoeling om de aangevers op te lichten.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een zodanig wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van de aangevers, dat kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van oplichting van aangevers [aangever 2] (zaaksdossier 1), [aangever 3] (zaaksdossier 2), [aangever 12] en [aangever 1] (zaaksdossier 4), [aangever 5] (zaaksdossier 6) en [aangever 13] (zaaksdossier 8). Dat niet is komen vast te staan dat verdachte alle in de tenlastelegging opgenomen oplichtingshandelingen zelf heeft uitgevoerd, staat aan een bewezenverklaring van medeplegen niet in de weg. Verdachte heeft zodanig nauw en bewust samengewerkt met de medeverdachten, dat ook de onderdelen van de tenlastelegging die niet door hem maar door medeverdachten zijn uitgevoerd, bewezen kunnen worden verklaard.

3.4.2.

Feit 2 (deelneming aan een criminele organisatie)

Gelet op het hiervoor gegeven oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van oplichting, de feiten en omstandigheden waarop dat oordeel is gebaseerd en hetgeen daartoe is overwogen, kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden bewezen dat de aangevers van alle zaaksdossiers te maken hebben gehad met klusjesmannen van dezelfde organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven – te weten oplichting – en dat verdachte aan die criminele organisatie heeft deelgenomen. Gedurende enige tijd – in de periode van 10 juni 2019 tot en met 11 december 2019 – heeft er een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur bestaan tussen verdachte en zijn medeverdachten, gericht op het creëren van een onjuiste voorstelling van zaken waardoor personen werden bewogen geld te betalen voor het verrichten van kluswerkzaamheden. Het was evenwel nimmer de bedoeling van verdachten dat deze werkzaamheden zouden worden uitgevoerd en verdachte was daarvan op de hoogte.

Dat verdachte zal worden vrijgesproken van oplichting van de zaaksdossiers 3, 5, 7, 9, 10, 11 en 12 omdat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte bij die oplichtingen fysiek aanwezig is geweest (zoals overwogen onder paragraaf 4.3.1.2.), doet niets af aan zijn deelname aan de criminele organisatie met betrekking tot die zaaksdossiers. Verdachte wist immers dat en hoe bewoners van woningen opgelicht zouden worden door de criminele organisatie waarvan hij deel uitmaakte.

Voor die "deelneming" is voldoende als kan worden vastgesteld dat verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Daarmee is nog niet vereist dat hij wetenschap heeft van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd of dat zijn opzet is gericht op het plegen van die concrete misdrijven. Omdat verdachte bij een aantal van de oplichtingen daadwerkelijk betrokken is geweest (zoals hiervoor overwogen), hij een nauwe band had met de overige leden van de organisatie en moet hebben geweten waar zij mee bezig waren, volgt dan ook het opzet van de verdachte gericht was op het deelnemen aan de organisatie.

Partieel vrijspraak

De rechtbank zal verdachte vrijspreken voor zover in de tenlastelegging is opgenomen dat de criminele organisatie witwassen en/of mensenhandel als oogmerk had, nu daarvan onvoldoende in het dossier is gebleken. In het bijzonder overweegt de rechtbank ten aanzien van het oogmerk witwassen, dat uit het dossier geen aanknopingspunten zijn gebleken om vast te kunnen stellen wat er met het door de aangevers afgegeven geld is gebeurd.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Feit 1

in de periode van 10 juni 2019 tot en met 11 december 2019 te Amstelveen en Leiden en Aerdenhout en Haarlem en Oudorp en Bergen NH, in elk geval in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

  • -

    [aangever 2] (1953) ZD1

  • -

    [aangever 3] (1951) ZD2 en

  • -

    [aangever 12] (1944) en [aangever 1] (1946) ZD4 en

  • -

    [aangever 5] (1946) ZD6 en

  • -

    [aangever 13] (1940) ZD8

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld, te wetende de afgifte van een totaalbedrag van ongeveer €151.130,00 onderverdeeld in

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) € 34.630 (ZD1 [aangever 2] ) en

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) € 7.800,- (ZD2 [aangever 3] ) en

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) €34.000,- (ZD4 [aangever 1] ) en

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) € 7.000,- (ZD4 [aangever 12] ) en

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) € 3.200,- (ZD6 [aangever 5] ) en

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) €64.500,- (ZD8 [aangever 13] ) en

door

  • -

    zich voor te doen als baas en/of werknemer van een bonafide bouw- en/of onderhoudsbedrijf en

  • -

    daarbij niet zijn echte naam en/of die van zijn medewerkers te noemen en

  • -

    aan de deur te gaan bij genoemde personen met het scherpe aanbod om direct reinigingswerkzaamheden en/of een schoorsteen te vegen en/of reparatiewerkzaamheden aan de woning aan te bieden en vervolgens

  • -

    aan genoemde personen mede te delen dat diens dak en/of voegen en/of dakkapel en/of dakranden en/of enig ander onderdeel van diens woning in slechte staat is/zijn en gerepareerd dient/dienen te worden en/of aan genoemde personen foto's van een te repareren onderdeel van een woning te tonen en hierbij aan te geven dat hij, dan wel het bouwbedrijf, per direct tijd heeft en

  • -

    met genoemde personen een overeenkomst aan te gaan voor reparatiewerkzaamheden en

  • -

    aan genoemde personen een aanbetaling en/of een voorschot voor aan te schaffen dan wel te huren (bouw-)benodigdheden te vragen en te ontvangen, en

  • -

    na deze aanbetaling en dit ontvangen voorschot de overeengekomen werkzaamheden niet te verrichten onder vermelding van telkens wisselende en/of leugenachtige redenen en

  • -

    genoemde personen een substantieel bedrag in contanten te laten betalen en/of over te laten maken naar een bepaald rekeningnummer.

Feit 2

in de periode van 10 juni 2019 tot en met 11 december 2019 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [naam 18] en [naam 19] en [naam 14] en/of een of meer andere natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten oplichting.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij het formuleren van de strafeis aansluiting gezocht bij de Richtlijn voor strafvordering mobiel banditisme. Hieruit volgt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 18 weken per slachtoffer en bij een benadelingsbedrag van € 10.000,-.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de richtlijn voor strafvordering mobiel banditisme ziet op daders die op strooptocht door Europa zijn. In het geval van verdachte is daarvan geen sprake. Hij is al vanaf zijn 15e werkzaam in Nederland en had hier een vaste verblijfplaats. De raadsvouw heeft de rechtbank verzocht het adolescentenstrafrecht toe te passen op verdachte, gelet op zijn jeugdige leeftijd en beïnvloedbaarheid.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan een reeks van oplichtingen. Verdachte en zijn medeverdachten opereerden in wisselende samenstellingen, maar wel steeds op min of meer dezelfde wijze. Zij zijn op een doortrapte manier te werk gegaan door zich voor te doen als een betrouwbaar klusbedrijf met het aantrekkelijke aanbod voor een schappelijk bedrag een kleine (schoonmaak)klus uit te voeren. Vervolgens lieten verdachte en zijn medeverdachten de slachtoffers geloven dat uitgebreidere werkzaamheden noodzakelijk waren en dat zij die op korte termijn konden uitvoeren. Zij hebben telkens op slinkse wijze het vertrouwen van hun slachtoffers gewonnen en hen vervolgens onder valse voorwendselen forse bedragen laten aanbetalen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers daarna steeds enige tijd aan het lijntje gehouden en in veel gevallen zelfs meerdere aanbetalingen laten verrichten. Uiteindelijk kwamen verdachte en zijn medeverdachten niet meer opdagen en waren zij voor de slachtoffers niet meer te bereiken. Verdachte en zijn medeverdachten zijn er met het aanbetaalde geld vandoor gegaan, zonder de afgesproken reparaties (volledig) uit te voeren.

De slachtoffers zijn met lege handen achtergebleven. Een deel van de slachtoffers is door de oplichting in financiële problemen geraakt. Zo verklaart één van de slachtoffer dat zij, op een leeftijd van 76 jaar, een krantenwijk heeft moeten aannemen om haar rekeningen te kunnen betalen. Naast de grote bedragen, tot wel € 77.500,- die verdachte en zijn medeverdachten de slachtoffers afhandig hebben gemaakt, rekent de rechtbank verdachte ook zwaar aan dat hij en zijn medeverdachte met hun handelswijze het vertrouwen van de slachtoffers ernstig hebben geschaad. De slachtoffers voelen zich belazerd en gaan gebukt onder een gevoel van schaamte dat zij zich door de mooie praatjes van verdachte en zijn medeverdachte hebben laten misleiden en ‘er in zijn getuind’. De rechtbank vindt dit alles zeer kwalijk.

De officier heeft bepleit dat voor de soort en hoogte van de straf moet worden gekeken naar de Richtlijn voor strafvordering mobiel banditisme. Deze richtlijn voor het openbaar ministerie, waaraan de rechtbank dus niet gebonden is, ziet op internationaal rondreizende daders van bepaalde typen vermogenscriminaliteit. De rechtbank vindt deze richtlijn niet goed passen bij het type en de omvang van de oplichting waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt. Het betreft hier bovendien een dadergroep die al geruime tijd (alleen) in Nederland verbleef en actief was. De rechtbank zal deze richtlijn dus niet als uitgangspunt nemen.

Voor het delict oplichting zijn binnen de rechtspraak geen oriëntatiepunten ontwikkeld die kunnen dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Er bestaan wel oriëntatiepunten voor delicten in de categorie fraude, waarmee de oplichting waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt zich enigszins laat vergelijken. Voor fraude met een benadelingsbedrag van

€ 151.130,00 geldt als oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank vindt dat een straf van die orde geen recht doet aan deze zaak en ziet aanleiding een langere gevangenisstraf op te leggen. Het betreft hier namelijk niet één geval maar een reeks van oplichtingen. Verdachte is keer op keer de fout ingegaan, zonder op enig moment tot inkeer te komen. De veelal hoge leeftijd van de slachtoffers doet daarnaast vermoeden dat verdachte en zijn medeverdachten het bij hun oplichtingspraktijken specifiek voorzien hadden op – veelal alleenstaande - ouderen, een kwetsbare groep, en van die kwetsbaarheid misbruik hebben gemaakt. Daarbij neemt de rechtbank ook in beschouwing dat de feiten steeds werden gepleegd bij de slachtoffers thuis, bij uitstek de plek waar iemand veilig zou moeten zijn. Het veiligheidsgevoel van de slachtoffers heeft hierdoor een extra deuk opgelopen.

De reclassering heeft onderzocht of verdachte in aanmerking zou moeten komen voor toepassing van het adolescentestrafrecht. In een advies van 21 augustus 2020 schrijft de reclassering dat verdachte ontvankelijk lijkt voor beïnvloeding door volwassenen, zowel in positieve als negatieve zin, respect toont voor de regels die binnen het gevangenisregiem gelden en dat verdachte bij het plegen van de strafbare feiten mogelijk heeft gehandeld onder groepsdruk. Alhoewel de reclassering maar over beperkte informatie beschikt, krijgt verdachte het voordeel van de twijfel en adviseert de reclassering verdachte te straffen op grond van het jeugdstrafrecht.

De rechtbank overweegt echter dat uit het dossier naar voren komt dat verdachte al vanaf jonge leeftijd deelneemt aan de overzeese criminele familieactiviteiten en dus al jaren lang, min of meer zelfstandig, in het buitenland verblijft. Daarnaast heeft verdachte er geen blijk van gegeven verantwoordelijkheid te nemen voor zijn handelen. De rechtbank ziet in die omstandigheden aanleiding om af te wijken van het reclasseringsadvies en zal verdachte een straf opleggen op grond van het volwassene strafrecht. De rechtbank zal, in het voordeel van verdachte, wel rekening houden met zijn jeugdige leeftijd en zijn rol in de criminele organisatie en bij het plegen van de oplichtingen. De rechtbank neemt ook in overweging dat de betrokkenheid van verdachte in vergelijking met zijn medeverdachte [naam 19] bij aanzienlijk minder zaaksdossiers bewezen is geacht. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte een blanco strafblad heeft.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen en gaat er vanuit dat verdachte een andere koers in zal slaan en voortaan op het rechte pad blijft. De rechtbank komt tot een lagere straf dan is geëist door de officier van justitie, omdat de rechtbank veel minder feiten bewezen acht en anders dan de officier niet is uitgegaan van de richtlijn voor strafvordering mobiel banditisme.

8 Vorderingen van benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De navolgende benadeelde partijen hebben een vordering tot vergoeding van materiële schade ingediend:

  • -

    [aangever 2] : € 34.600,- als vergoeding voor materiële schade;

  • -

    [aangever 3] : € 7.650,- als vergoeding voor materiële schade;

  • -

    [aangever 6] : € 6.000,- als vergoeding voor materiële schade;

  • -

    [aangever 12] : € 14.000,- als vergoeding voor materiële schade;

  • -

    [aangever 1] : € 34.000,- als vergoeding voor materiële schade en

: € 1.000,- als vergoeding voor immateriële schade;

- [aangever 7] : € 8.200,- als vergoeding voor materiële schade;

- [aangever 5] : € 3.500,- als vergoeding voor materiële schade;

- [aangever 4] : € 9.141,41 als vergoeding voor materiële schade;

- [aangever 13] : € 64.500,- als vergoeding voor materiële schade;

- [aangever 11] : € 3.500,- als vergoeding voor materiële schade,

De benadeelde partijen hebben allemaal gevorderd dat de te vergoede schade – bij toewijzing van de vordering – zal worden vermeerderd met de wettelijke rente.

Materiële schade

Vast staat dat aan de benadeelde partijen door het onder 1 en 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht.

De rechtbank overweegt ten aanzien van benadeelde partijen [aangever 6] , [aangever 7] , [aangever 4] en [aangever 11] in het bijzonder dat aan hen rechtstreeks materiële schade is toegebracht door de criminele organisatie waarvan verdachte deel uitmaakte (het onder 2 bewezenverklaarde). Verdachte wordt weliswaar voor de onder 1 ten laste gelegde oplichting van [aangever 6] , [aangever 7] , [aangever 4] en [aangever 11] vrijgesproken, maar gelet op de deelneming van verdachte aan de criminele organisatie is de rechtbank van oordeel dat verdachte (mede) aansprakelijk is voor de door [aangever 6] , [aangever 7] , [aangever 4] en [aangever 11] geleden materiële schade.

De rechtbank overweegt voorts ten aanzien van de vordering van [aangever 11] dat deze deels ziet op een bedrag € 500,- voor herstelwerkzaamheden die [aangever 11] heeft laten uitvoeren omdat de klusjesmannen vernielingen aan zijn dak zouden hebben aangebracht. Dit deel van de vordering is betwist. Ter onderbouwing van dit deel van zijn vordering heeft [aangever 11] enkel een factuur van de firma [naam firma] overlegd met een totaalbedrag van € 1.593,59. Daarmee is onvoldoende onderbouwd dat de klusjesmannen daadwerkelijk schade aan zijn dak hebben aangebracht. De rechtbank zal [aangever 11] ten aanzien van dit deel van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren. [aangever 11] kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het overige deel van de vordering van [aangever 11] (€ 3.000,-) alsmede de vorderingen van de andere benadeelde partijen zijn voor zover deze zien op materiële schade niet betwist. De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom telkens – hoofdelijk – worden toegewezen en telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de strafbare feiten zijn gepleegd.

Immateriële schade

Ten aanzien van de door benadeelde partij [aangever 1] gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Dat rechtbank kan zich voorstellen dat de bewezenverklaarde oplichting impact op [aangever 1] heeft gehad en dat zij daarvan thans nog steeds de gevolgen ondervindt. Om voor vergoeding van door een strafbaar feit opgelopen geestelijk letsel in aanmerking te komen moet evenwel met concrete en objectieve gegevens worden onderbouwd dat er sprake is van geestelijk letsel. Nu een dergelijke onderbouwing ontbreekt, zal [aangever 1] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tot vergoeding van immateriële schade. [aangever 1] kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van alle benadeelde partijen wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen ten aanzien van iedere benadeelde partij, aangezien verdachte jegens iedere slachtoffer, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1 en/of 2 bewezen geachte feiten is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op de volgende bedragen:

  • -

    [aangever 2] : € 34.600,-;

  • -

    [aangever 3] : € 7.650,-;

  • -

    [aangever 6] : € 6.000,-;

  • -

    [aangever 12] : € 14.000,-;

  • -

    [aangever 1] : € 34.000,- ;

- [aangever 7] : € 8.200,-;

- [aangever 5] : € 3.500,-;

- [aangever 4] : € 9.141,41

- [aangever 13] : € 64.500,-;

- [aangever 11] : € 3.000,-.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die iedere benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank ten aanzien van elk van de benadeelde partijen begroot op nihil, en in de kosten die iedere benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Benadeelde partij [aangever 14]

Ook de benadeelde partij [aangever 14] heeft een vordering tot vergoeding van materiële schade ingediend, te weten € 77.500,-. De vordering is bij het Openbaar Ministerie binnengekomen op 26 augustus 2020. De rechtbank heeft deze vordering echter ontvangen nadat de zaak op 27 augustus 2020 ter terechtzitting is behandeld en daarmee is geen van de partijen in staat geweest zich uit te laten over deze vordering. Het nu alsnog beoordelen van deze vordering zou betekenen dat partijen weer moeten worden opgeroepen om zich ter zitting over de vordering uit te laten. De rechtbank overweegt dat dit een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en verklaart daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. Uiteraard kan de benadeelde partij zich wenden tot de burgerlijke rechter.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 140 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn – met uitzondering van artikel 36f – toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

 Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

 Wijst de vorderingen van de benadeelde partij tot vergoeding toe als volgt:

- [aangever 2] : € 34.600,- (vierendertigduizendzeshonderd euro);

- [aangever 3] : € 7.650,- (zevenduizendzeshonderdvijftig euro);

- [aangever 6] : € 6.000,- (zesduizend euro);

- [aangever 12] : € 14.000,- (veertienduizend euro);

- [aangever 1] : € 34.000,- (vierendertigduizend euro);

- [aangever 7] : € 8.200,- (achtduizendtweehonderd euro);

- [aangever 5] : € 3.500,- (drieduizendvijfhonderd euro)

- [aangever 4] : € 9.141,41 (negenduizendhonderdeenenveertig euro en

eenenveertig cent)

- [aangever 13] : € 64.500,- (vierenzestigduizendvijfhonderd euro);

- [aangever 11] : € 3.000,- (drieduizend euro),

bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente van het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten:

- [aangever 2] : vanaf 6 augustus 2019;

- [aangever 3] : vanaf 21 augustus 2019;

- [aangever 6] : vanaf 25 november 2019;

- [aangever 12] : vanaf 11 oktober 2019;

- [aangever 1] : vanaf 11 oktober 2019;

- [aangever 7] : vanaf 5 juli 2019;

- [aangever 5] : vanaf 14 november 2019;

- [aangever 4] : vanaf 15 augustus 2019;

- [aangever 13] : vanaf 30 september 2019;

- [aangever 11] : vanaf 17 augustus 2019.

Bepaalt dat de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Bepaalt dat de benadeelde partij [aangever 11] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Bepaalt dat de benadeelde partij [aangever 14] niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Veroordeelt verdachte tot hoofdelijke betaling van de toegewezen bedragen aan voornoemde benadeelde partijen voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door iedere benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op te betalen aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen als volgt:

- [aangever 2] : € 34.600,- (vierendertigduizendzeshonderd euro);

- [aangever 3] : € 7.650,- (zevenduizendzeshonderdvijftig euro);

- [aangever 6] : € 6.000,- (zesduizend euro);

- [aangever 12] : € 14.000,- (veertienduizend euro);

- [aangever 1] : € 34.000,- (vierendertigduizend euro);

- [aangever 7] : € 8.200,- (achtduizendtweehonderd euro);

- [aangever 5] : € 3.500,- (drieduizendvijfhonderd euro)

- [aangever 4] : € 9.141,41 (negenduizendhonderdeenenveertig euro en

eenenveertig cent)

- [aangever 13] : € 64.500,- (vierenzestigduizendvijfhonderd euro);

- [aangever 11] : € 3.000,- (drieduizend euro),

Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van:

- [aangever 2] : 208 (tweehonderdacht) dagen

- [aangever 3] : 73 (drieënzeventig) dagen

- [aangever 6] : 65 (vijfenzestig) dagen

- [aangever 12] : 105 (honderdvijf) dagen

- [aangever 1] : 205 (tweehonderdvijf) dagen

- [aangever 7] : 76 (zesenzeventig) dagen

- [aangever 5] : 45 (vijfenveertig) dagen

- [aangever 4] : 80 (tachtig) dagen

- [aangever 13] : 333 (driehonderd drieëndertig) dagen

- [aangever 11] : 40 (veertig) dagen

De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. M.C. Eggink en J.M.R. Vastenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.D. Riggelink, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 september 2020.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer ADFA018015 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De inhoud van de processen-verbaal is telkens zakelijk weergegeven;

2 De rechtbank vermeldt bij iedere aangever zijn of haar geboortejaar, zoals die in de aangiften zijn opgenomen, en zal in de strafmotivering daaraan verdere aandacht besteden;

3 ZD01, pagina’s 0001-0005;

4 ZD-02, pagina’s 0001-0003;

5 ZD-02, pagina’s 0014-0015;

6 ZD-03- pagina’s 0001-0002,

7 ZD-04, pagina’s 0001-0002;

8 ZD04, pagina’s 0025-0028;

9 ZD04, pagina 0043;

10 ZD05, pagina’s 0001-0003;

11 ZD06, pagina’s 0001-0002;

12 ZD07, pagina’s 0001-0003;

13 ZD08, pagina’s 0001-0003;

14 ZD09, pagina’s 0001-0004;

15 ZD10, pagina’s 0001-0006;

16 ZD11, pagina’s 0001-0003;

17 ZD12, pagina’s 0001-0007;

18 ZD01, pagina 0001;

19 ZD01, pagina’s 0006 en 0007 (bijlage);

20 ZD-05, pagina 0001;

21 ZD-10, pagina 0001;

22 ZD02, pagina 0001;

23 ZD02, pagina’s 0001 en 00005 (bijlage);

24 ZD03, pagina’s 0002 en 0003-0004 (bijlagen);

25 ZD09, pagina 0004;

26 ZD06, pagina’s 0001 en 0003 (bijlage);

27 ZD11, pagina 0014;

28 Procesdossier, pagina’s 142-143;

29 ZD09, pagina 0006;

30 Los proces-verbaal met documentcode 12373447;

31 Algemeen dossier, pagina’s 0291-0294;

32 ZD01, pagina’s 0001-0005

33 ZD-02, pagina’s 0001-0003;

34 ZD07, pagina’s 0001-0003;

35 ZD11, pagina’s 0001-0003;

36 ZD05, pagina’s 0001-0003;

37 ZD10, pagina’s 0001-0006;

38 ZD06, pagina’s 0001-0002;

39 ZD-03- pagina’s 0001-0006, met bijlage;

40 ZD09, pagina’s 0001-0004, met bijlage;

41 ZD-04, pagina’s 0001-0002;

42 ZD04, pagina’s 0025-0028;

43 ZD08, pagina’s 0001-0003;

44 Algemeen dossier, pagina’s 0233-0235;

45 Algemeen dossier, pagina’s 0274-0276;

46 Algemeen dossier, pagina’s 0323-0324;

47 Algemeen dossier, pagina’s 0647-0648;

48 ZD01, pagina’s 0008-0018, met bijlagen;

49 ZD02, pagina’s 0016-0026, met bijlagen;

50 ZD03, pagina’s 0009-0019, met bijlagen;

51 ZD04, pagina’s 0004-0014, met bijlagen;

52 ZD06, pagina’s 0004-0014, met bijlagen;

53 ZD07, pagina’s 0007-0017, met bijlagen;

54 Een proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 9] van de rechter-commissaris van 24 augustus 2020;

55 ZD10, pagina’s 0011-0032;

56 ZD11, pagina’s 0016-0026;

57 Algemeen dossier, pagina 0361;

58 Een proces-verbaal van de terechtzitting van 27 augustus 2020;

59 Algemeen dossier, pagina 0516;

60 Algemeen dossier, pagina’s 0608-0609;

61 ZD04, pagina 0018;

62 ZD08, pagina 0065;

63 ZD06, pagina 0080;

64 Algemeen dossier, pagina’s 0323-0324;

65 ZD11, pagina 0014;

66 Algemeen dossier, pagina’s 0302-0303;

67 Algemeen dossier, pagina 0364;

68 Algemeen dossier, pagina 0324;

69 ZD02, pagina 0005;

70 ZD05, proces-verbaal relaas, pagina 3;

71 Een geschrift, zijnde een mutatierapport, ZD08, pagina 0007 en ZD08, relaas pv pagina 1;

72 Een geschrift, zijnde een mutatierapport, ZD08, pagina 0009 en ZD08, relaas pv pagina 1;

73 ZD02, pagina 0027;