Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4693

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
25-09-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4805
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De burgemeester mocht een woning sluiten omdat daar 25 bakken met hennepwortels en –stengels zijn gevonden bij een politie-inval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/4805

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. T.P.A.M. Wouters),

en

de burgemeester van Uithoorn, verweerder

(gemachtigde: mr. S.H.J. Kuijper).

Procesverloop

Met het besluit van 4 september 2020 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester besloten tot sluiting van de woning aan het adres [adres] te [plaats] met ingang van

10 september 2020.

Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd te bepalen dat het bestreden besluit wordt geschorst. Het verzoek om het treffen van een ordemaatregel is door de voorzieningenrechter mondeling op 9 september 2020 afgewezen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2020. Verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek naar de zoon van verzoeker heeft de politie op 28 juli 2020 de woning aan het adres [adres] te [plaats] (de woning) doorzocht. In een van de slaapkamers van de woning heeft de politie een ingebouwde ruimte aangetroffen met daarin:

- 25 plantenbakken/potten die waren gevuld met afgeknipte stengels en wortels van hennepplanten;

- op de vloer resten van hennepplanten waaronder een afgeknipte henneptop;

- twee assimilatielampen, een koolstoffilter, een slakkenhuis en aan-afzuiginstallatie;

- een droognet.

2. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de burgemeester geconcludeerd dat er een handelshoeveelheid hennep in de woning aanwezig was en dat de ruimte in de slaapkamer van de woning was gebouwd, ingericht en gebruikt als hennepkwekerij met een bedrijfsmatig karakter. De burgemeester heeft op 13 augustus 2020 verzoeker laten weten dat hij het voornemen heeft om de woning te sluiten. Verzoeker heeft hierop gereageerd en vervolgens is de woning met het bestreden besluit met ingang van 10 september 2020 gesloten. De burgemeester heeft de sluiting gegrond op de artikelen 11a en 13b van de Opiumwet.

3. Verzoeker is het daar niet mee eens. Volgens hem er is geen handelshoeveelheid hennepplanten in de woning aangetroffen en is er geen sprake van strafbare voorbereidingshandelingen op grond van artikel 11a van de Opiumwet. Verzoeker heeft hobby-matig geprobeerd om hennep te kweken maar dat experiment is mislukt en hij is er mee gestopt. Niet duidelijk is hoe de burgemeester de aanwezigheid van een handelshoeveelheid hennep heeft vastgesteld. Dat verzoeker over voorwerpen beschikte om hennep te kweken wil niet zeggen dat ze daarvoor ook worden gebruikt. Sluiting van de woning is overigens in strijd met artikel 8 van het EVRM1 en de artikelen 4:84 en 3:2 en 3:4 van de Awb2.

Juridisch kader

4. Het voor deze uitspraak relevante juridische kader is opgenomen in de bijlage achter deze uitspraak.

Beoordeling voorzieningenrechter

5. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?

6.1

De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester bevoegd is een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten, als daarin een handelshoeveelheid drugs, die geacht wordt te zijn bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking, wordt aangetroffen. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een woning die groter is dan de hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor de verkoop, levering of verstrekking. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling)3 vallen ook hennepstekken onder artikel 13b van de Opiumwet.

6.2

Volgens het proces-verbaal van de politie van 30 juli 2020 zijn in de woning

25 potten met daarin wortels van hennepplanten en een afgeknipte stengel aangetroffen. Uit de aanwijzing Opiumwet4 blijkt dat bij een hoeveelheid van 5 hennepplanten of minder ervan wordt uitgegaan dat er geen sprake is van bedrijfsmatige teelt van hennep. In het geval van verzoeker waren dat er een stuk meer. Het betoog van verzoeker dat de hennepteelt bedoeld was als hobby en alleen bedoeld voor eigen gebruik is dan ook niet aannemelijk. Ook zijn er voorwerpen aangetroffen die wijzen op bedrijfsmatige teelt waaronder 2 assimilatielampen, een koolstoffilter, een slakkenhuis en aan-afzuiginstallatie en een droognet. Verzoeker heeft op de zitting ook verklaard dat hij twee maal hennep heeft gekweekt dan wel proberen te kweken.

6.3

Het aantreffen van een hennepplantage en hennepdrogerij in een woning levert een ernstig gevaar op voor de veiligheid van de woonomgeving en het leefklimaat waarmee de openbare orde ernstig wordt verstoord. Gelet hierop was de burgemeester dan ook bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet.

Waarschuwen of sluiten?

7.1

Op grond van het beleid van de burgemeester5 volgt onmiddellijke sluiting van de woning als daarin een handelshoeveel harddrugs, softdrugs en/of hennepplanten worden aangetroffen. Als een woning daadwerkelijk wordt bewoond, volgt in beginsel een waarschuwing. Alleen als sprake is van zodanig verzwarende omstandigheden dat van (spoedeisend) optreden in redelijkheid niet kan worden afgezien, kan de burgemeester zonder waarschuwing overgaan tot sluiting van de woning. Om te bepalen of er sprake is van een ernstig geval zijn in het beleid zogeheten indicatoren opgenomen, waarmee bij de afweging in ieder geval rekening wordt gehouden. De indicatoren die de burgemeester in dit geval op verzoeker van toepassing acht, is dat de inrichting van de aangetroffen ruimte een bedrijfsmatig karakter had en dat verzoeker de bedrijfsmatige teelt van hennep op elk moment weer zou kunnen hervatten.

7.2

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd dat sluiting van de woning noodzakelijk was met het oog op de openbare orde, de bescherming van het woon-leefklimaat en het afgeven van een signaal dat strikt wordt opgetreden tegen de productie en handel in verdovende middelen. Dat verzoeker heeft nagelaten om de hennepplantage te ontmantelen en daarmee, al dan niet terecht, de schijn heeft opwekt dat deze elk moment weer kan worden opgestart, komt voor zijn rekening en risico.

Strijd met 8 EVRM?

8. Anders dan verzoeker betoogt, is de sluiting niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. Op grond van dit artikel is inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van het in het eerste lid neergelegde recht toegestaan, voor zover bij de wet voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk voor, onder meer, het voorkomen van strafbare feiten of het beschermen van de rechten van anderen. De bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten staat in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Gelet op de verzwarende omstandigheden was de sluiting noodzakelijk ter voorkoming van strafbare feiten en de bescherming van de rechten van anderen.

Proportionaliteit

9.1

Het bevel om de woning te sluiten voor de duur van drie maanden is in overeenstemming met het beleid van de burgemeester. Dit betekent niet zonder meer dat de burgemeester in redelijkheid tot sluiting voor deze periode heeft kunnen besluiten. De burgemeester moet ook beoordelen of de gevolgen van een sluiting wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de sluiting. Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

9.2

De burgemeester heeft bij de belangenafweging om de woning drie maanden te sluiten de nadruk gelegd op het professionele karakter van de hennepkwekerij en het feit dat verzoeker de hennepplantage niet heeft ontmanteld nadat hij met het kweken van hennep was gestopt. Uit de stukken en uit wat is besproken op de zitting blijkt echter dat de hennepplantage al langer, meer dan een half jaar, buiten gebruik was toen de politie een inval deed. Dit wordt ook erkend door de burgemeester. Dit komt ook overeen met de verklaring van verzoeker dat hij in de periode september tot en met november 2019 hennep heeft geteeld en dat hij daarna daarmee is gestopt. De voorzieningenrechter vindt in dat kader ook van belang dat uit de aanwezigheid van 25 potten met hennepstekken, hoewel dit een handelshoeveelheid is, niet blijkt van een grootschalige teelt van hennep. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de duur van woningsluiting te beperken tot een periode van zes weken in plaats van drie maanden.

Conclusie

10.1

Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het bestreden besluit schorsen voor dat deel waarin de woning wordt gesloten voor de duur van drie maanden en in de plaats daarvan te bepalen dat de woning wordt gesloten voor de duur van zes weken.

10.2

Omdat het verzoek wordt toegewezen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de burgemeester te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van

€ 525,- en een wegingsfactor 1). Vanwege de uitkomst van de zaak ziet de voorzieningenrechter ook aanleiding te bepalen dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit voor dat deel waarin de woning is gesloten voor drie

maanden en bepaalt dat in plaats daarvan de woning wordt gesloten voor de duur van zes weken;

- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 178,- aan verzoeker te

vergoeden;

- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Bijlage

1. Volgens artikel 5:31, eerste lid van de Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit besluit van overeenkomstige toepassing.

2. Op grond van artikel 3, onder b, van de Opiumwet is het verboden om hennep te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren. Hennep staat op lijst II ( hennep, elk deel van de plant van het geslacht Cannabis) (hennep) waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden).

3. In artikel 11, derde lid, van de Opiumwet staat dat hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met artikel 3, onder b, gegeven verbod, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van de vijfde categorie.

4. In artikel 11a, van de Opiumwet staat dat hij die stoffen of voorwerpen bereidt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimtes, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbare gestelde feiten wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of een geldboete van de vijfde categorie.

5. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

6. Volgens Beleidsregel ex artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de toepassing van artikel 13b Opiumwet (drugs-overtredingen/hennepteelt) en artikel 174 Gemeentewet (voorbereidende handelingen/growshops), onder 2.1.3, kan de burgemeester, indien er sprake is van zodanig verzwarende omstandigheden dat van (spoedeisend) optreden in redelijkheid niet kan worden afgezien, besluiten om zonder waarschuwing over te gaan tot sluiting van de woning. Daarbij kunnen onder meer de volgende factoren van belang zijn:

- de inrichting en het bedrijfsmatig karakter van de hennepplantage (bijvoorbeeld illegaal stroom aftappen, aanwezige hennepresten van een vorige productie en randapparatuur voor het in standhouden van een hennepplantage);

- de wijze waarop de aangetroffen drugs zijn verpakt;

- of er sprake is (geweest) van brandgevaar of enig ander gevaar;

- aantreffen van handelsgeld en of aanwezigheid van (vuur)wapens;

- de omstandigheid dat de woning als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert; dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen;

- overlast vanuit de woning;

- ondeugdelijke of ondoorzichtige huurconstructies en niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen;

- ( de vrees voor) herhaling;

- overige feiten en omstandigheden van het geval.

1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2 Algemene wet bestuursrecht.

3 Zie onder meer de uitspraak van 19 juni 2013 met ECLI:NL:RVS:2013:CA3702.

4 Artikel 3.2.1.

5 Beleidsregel ex artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de toepassing van artikel 13b Opiumwet (drugs-overtredingen/hennepteelt) en artikel 174 Gemeentewet (voorbereidende handelingen/growshops).