Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4646

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1681
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet-ontvankelijk. Geen griffierecht betaald. Met de vernietiging van de aanslag is verweerder bovendien kennelijk aan de bezwaren van eiser tegemoetgekomen. De rechtbank is niet gebleken dat eiser nog belang heeft bij een rechterlijke uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/1681

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 26 februari 2020 (de bestreden uitspraak op bezwaar) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 48,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet (tijdig) betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

3. De griffier heeft eiser bij brief van 24 maart 2020 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 22 april 2020 heeft de griffier eiser een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Daarbij is eiser erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, hij het risico loopt dat het beroepschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard.

4. Eiser heeft het griffierecht niet betaald.

5. Bij brief van 29 juni 2020 heeft de griffier eiser in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken aan te tonen dat:

  • -

    het griffierecht is betaald binnen de termijn, of als eiser dat niet kan aantonen,

  • -

    het eiser niet kan worden aangerekend dat het griffierecht niet is betaald.

6.Eiser heeft niet op deze brief gereageerd. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen verontschuldiging is voor het verzuim.

7. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat verweerder naar aanleiding van het beroep van eiser ‘de naheffingsaanslag Parkeerbelastingen 2020, aanslagnummer [nummer] ’ (de aanslag) heeft vernietigd. Hierbij heeft verweerder duidelijk gemaakt dat het betaalde bedrag voor de aanslag door verweerder zal worden terugbetaald. Met de vernietiging van de aanslag is verweerder kennelijk aan de bezwaren van eiser tegemoetgekomen. De rechtbank is niet gebleken dat eiser nog belang heeft bij een rechterlijke uitspraak. De rechtbank overweegt hierbij dat eiser niet heeft gereageerd op de brief van de griffier van 7 juli 2020 waarin eiser wordt gevraagd om mede te delen of hij zijn beroep wil handhaven en indien dit het geval is, waarom hij dat wil.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Georgiades, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. Soylu, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.

De griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.