Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4590

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
688163 / FA RK 20-5004
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging. ECT-behandeling noodzakelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: 688163 / FA RK 20-5004

kenmerk: 1015257

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 11 augustus 2020 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te Niğde (Turkije),

wonende aan de [adres] te Amsterdam,

verblijvende bij GGZinGeest, locatie [adres] te Amsterdam,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M.C.J. Willemsen.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op

6 augustus 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2020 bij GGZinGeest, locatie [adres] te Amsterdam. De rechtbank heeft hier de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en A. Dönmez, tolk in de Turkse taal;

- de heer D. Linzen, behandelend psychiater;

- de heer J. Gehrels, behandelend arts;

- de nicht, tevens mentor van betrokkene.

Tijdens de mondelinge behandeling is door de advocaat van betrokkene een pleitnotitie overgelegd.

1.3.

De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

Het onderhavige verzoek is gelijktijdig behandeld met het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, bij de rechtbank bekend onder zaaknummer C/13/688130 / FA RK 20-4986.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie van het katatone type. Tijdens de mondelinge behandeling is uitgebreid gesproken over een eventuele tweede diagnose in de vorm van een autismespectrumstoornis. Door de behandelend psychiater is gemotiveerd uitgelegd dat de negatieve symptomen van de stoornis schizofrenie veel overeenkomsten vertonen met de negatieve symptomen die tot uiting komen bij een autismespectrumstoornis. Het verschil is echter dat in het geval van een autismespectrumstoornis deze negatieve symptomen al vanaf de vroege jeugd aanwezig zijn. In het geval van betrokkene is (nog) geen duidelijkheid of ook in zijn vroege jeugd sprake was van deze negatieve symptomen. De behandelend psychiater heeft voorts verklaard dat betrokkene lijdt aan een zeldzame (combinatie van) stoornis(sen) en dat in beide gevallen de negatieve symptomen moeilijk behandelbaar zijn.

2.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  • -

    levensgevaar;

  • -

    ernstig lichamelijk letsel;

  • -

    ernstige psychische en immateriële schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    maatschappelijke teloorgang;

  • -

    de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

  • -

    de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Recent en in het verleden hebben zich meerdere agressie-incidenten voorgedaan. Laatstelijk heeft zich op 24 juli en 29 juli 2020 een ernstig agressie incident voorgedaan. Betrokkene is naar aanleiding van het incident op 29 juli 2020 aangehouden voor mishandeling nadat een verpleegkundige als gevolg van het slaan van betrokkene kaakletsel heeft opgelopen. De agressie komt volgens de behandelaars voort uit het katatone beeld waarin het betrokkene niet lukt te communiceren. Betrokkene wordt op onverwachte momenten ernstig agressief. Voorts is betrokkene onderliggend psychotisch en heeft hij last van akoestische hallucinaties, achterdocht en angsten. Daarnaast heeft betrokkene veel stimulans nodig om te eten en drinken.

2.3.

Om het ernstig nadeel en een crisissituatie af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen en zodat betrokkene zoveel mogelijk zijn autonomie herwint heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Namens betrokkene is door zijn mentor en advocaat verweer gevoerd. De kern van dit verweer komt er volgens de rechtbank op neer dat zij zich verzetten tegen de door de behandelaars voorgestelde ECT-behandeling als vorm van verplichte zorg. Betrokkene is volgens hen op dit moment niet toe aan ECT-behandelingen en dient eerst met behulp van antipsychotica te stabiliseren. In het verleden heeft ECT-behandeling geen succes gehad en na een periode van rust en regelmaat en toediening van antipsychotica kon dit voorjaar ECT-behandeling afgewend worden. Indien behandelaars toch voornemens zijn om ECT-behandelingen in te zetten, zal dit een traumatisch effect hebben en volgens mentor en advocaat onvoldoende effect hebben op de onderliggende psychotische stoornis.

2.5.

Nu betrokkene zich verzet tegen de voorgestelde behandeling, blijkt dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank is met de behandelaars van oordeel dat om die reden verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder ook begrepen de inzet van ECT-behandeling. De rechtbank legt daaraan het volgende ten grondslag.

Betrokkene is, zo blijkt uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling door behandelaars is toegelicht, sinds november - december 2019 toenemend psychotisch. Er is in de voorbije maanden op verschillende manieren geprobeerd om betrokkene te stabiliseren, waaronder het starten van clozapine. Dit antipsychoticum heeft slechts een partieel effect gehad en betrokkene is zoals voornoemd beschreven toenemend agressief richting behandelaars en verplegend personeel. Door de behandelaars is voorts verklaard dat zij anders dan ECT-behandeling uitgeput zijn qua behandelingen.

De rechtbank begrijpt dat de inzet van ECT vergaand is, maar is er gelet op de motivering van de behandelaars van overtuigd dat dit op dit moment de enige therapie is die het toestandsbeeld van betrokkene kan opklaren en dat de door de advocaat bepleitte rust en regelmaat in combinatie met antipsychotica gelet op het huidig toestandsbeeld van betrokkene daartoe nu onvoldoende is. Door het katatone beeld loopt betrokkene een ernstig risico op dehydratie en andere somatische problematiek. Daarbij komt de eerder aangehaalde ernstige agressie van betrokkene als gevolg van zijn stoornis. De verwachting van de behandelaars is voorts dat indien het toestandsbeeld van betrokkene door middel van ECT opklaart, er gerichter behandeld kan worden. Gelet op het vorenstaande en het gebrek aan voor de rechtbank aanvaardbare alternatieven acht de rechtbank ECT-behandeling noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Dat een eerdere ECT behandeling in 1999 onvoldoende verbetering heeft laten zien doet daaraan niet af.

2.6.

Voor zover de advocaat van betrokkene heeft betoogd dat door de snelheid waarmee het verzoek is ingediend en ter zitting is behandeld, zij de onvoldoende tijd heeft gehad om de zaak voor te bereiden en betrokkene de kans wordt ontnomen om te klagen tegen de voorgenomen in te zetten vormen van verplichte zorg, acht de rechtbank het volgende van belang.

Uit de overgelegde pleitnotitie waarin de advocaat uitgebreid verweer heeft gevoerd, blijkt niet dat betrokkene in zijn verdediging is geschaad door de snelheid van indienen en behandelen van het verzoek.

Verder geldt dat op grond van artikel 8:9, eerste lid Wvggz de zorgverantwoordelijke alvorens hij overgaat tot het verlenen van verplichte zorg op grond van deze zorgmachtiging overleg dient te voeren met betrokkene en zich dient te vergewissen van de actuele gezondheidstoestand van betrokkene. Deze beslissing tot het verlenen van verplichte zorg dient op schrift gesteld te worden en ook door de zorgverantwoordelijke te worden gemotiveerd, aldus artikel 8:9, tweede lid Wvggz. Voor zover betrokkene niet in staat wordt geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van het verlenen van verplichte zorg, dient hij (de zorgverantwoordelijke) met de vertegenwoordiger van betrokkene hierover in overleg te treden, aldus artikel 1:5 Wvggz. Voorts verstrekt de geneesheer-directeur aan betrokkene, zijn vertegenwoordiger (in casu zijn mentor) en advocaat een afschrift van de beslissing en stelt hij hen schriftelijk op de hoogte van de klachtwaardigheid van het besluit en de mogelijkheid tot advies en bijstand van de patiënten vertrouwenspersoon of familievertrouwenspersoon. Een besluit op grond van artikel 8:9 Wvggz is klachtwaardig. Betrokkene kan dus nog klagen over de aan te zeggen ECT behandeling. Een kans daarop is hem niet ontnomen.

2.7.

Gelet op voorgaande acht de rechtbank op basis van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg die zijn gebaseerd op het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting daarop tijdens de mondelinge behandeling, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:

  • -

    toedienen van vocht, voeding en medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening (waaronder ECT-behandeling);

  • -

    beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    insluiten;

  • -

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    opnemen in een accommodatie.

2.8.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3
3. Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] te Niğde (Turkije), inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.7. genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 augustus 2021.

Deze beschikking is op 11 augustus 2020 mondeling gegeven door mr. A. Sissing, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J.M Vos als griffier en op 21 augustus 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.