Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4483

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
13/025890-20 (A), 13/115921-20 (B) (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 27-jarige man is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf onder meer omdat hij tussen september en december 2019 onder andere in Amsterdam 5 autodiestallen en 2 diefstallen van kentekenplaten heeft gepleegd. Ook moet hij ruim 4.000 euro schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/025890-20 (A), 13/115921-20 (B) (Promis)

Datum uitspraak: 10 september 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in [naam] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 mei 2020, 29 juli 2020 en 27 augustus 2020.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.M. Kolman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.L. van Gaalen naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging op de zitting – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

Zaak A

  1. medeplegen van diefstal van een auto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] ) van [naam 1] door middel van braak/verbreking/valse sleutel, in de periode van 17 september 2019 tot en met 18 september 2019 in Amsterdam;

  2. medeplegen van diefstal van kentekenplaten (kenteken [kenteken] ) van [naam 2] door middel van braak/verbreking, op 24 september 2019 in Amsterdam;

  3. medeplegen van diefstal van een auto (Peugeot 208, kenteken [kenteken] ) van [naam 3] door middel van braak/verbreking/valse sleutel, in de periode van 17 september 2019 tot en met 18 september 2019 in Zaandam;

  4. medeplegen van diefstal van een auto (Audi, kenteken [kenteken] ) van Arval B.V. door middel van braak/verbreking/valse sleutel, in de periode van 18 september 2019 tot en met 20 september 2019 in Koog aan de Zaan;

  5. medeplegen van diefstal van kentekenplaten (kenteken [kenteken] ) van [naam 5] en [naam 6] door middel van braak/verbreking, in de periode van 19 september 2019 tot en met 20 september 2019 in Amsterdam;

  6. medeplegen van diefstal van een kilometerteller uit een auto van [naam 7] door middel van braak/verbreking, in de periode van 1 juli 2018 tot en met 2 juli 2018 in Amsterdam;

  7. medeplegen van voorhanden hebben van een busje traangas en een ploertendoder op 28 januari 2020 in Amsterdam;

  8. medeplegen van opzet-/schuldheling van een telefoon in de periode van 15 augustus 2019 tot en met 28 januari 2020 in Amsterdam;

  9. medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van 66,3 gram hasjiesj op 28 januari 2020 in Amsterdam.

Zaak B

  1. medeplegen van diefstal van een auto (Volkswagen golf, kenteken [kenteken] ) van [naam 8] door middel van een braak/verbreking/valse sleutel, op 23 december 2019 in Amsterdam;

  2. medeplegen van diefstal van een auto (Audi, kenteken “ [kenteken] ”) van [naam 9] en diefstal van diverse goederen uit die auto door middel van braak/verbreking/valse sleutel, in de periode van 19 oktober 2019 tot en met 20 oktober 2019 in Amsterdam;

  3. medeplegen van diefstal van een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] ) van [naam 10] door middel van braak/verbreking/valse sleutel, in de periode van 23 juni 2019 tot en met 26 juni 2019 in Zaandam,

subsidiair medeplegen van opzet-/schuldheling van een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] ) van [naam 10] in de periode van 23 juni 2019 tot en met 28 januari 2020 in Amsterdam;

4. medeplegen van opzet-/schuldheling van autosleutels in de periode van 20 juli 2019 tot en met 28 januari 2020 in Amsterdam;

5. medeplegen van opzet-/ schuldheling van een navigatiesysteem in de periode van 10 juli 2017 tot en met 28 januari 2020 in Amsterdam.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Inleiding

In verband met de verdenking van het plegen van diefstallen, heling en handel in vuurwapens is in augustus 2019 een opsporingsonderzoek gestart, genaamd NEUMARK, gericht op de verdachte [verdachte] . In dat kader is een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] – waarvan uit onderzoek is gebleken dat verdachte de gebruiker van dit voertuig is (hierna: de Volkswagen Polo) – door de politie voorzien van een technisch hulpmiddel ten behoeve van plaatsbepaling (hierna: baken). Verder is uit onderzoek gebleken dat verdachte gebruiker is van het IMEI-nummer * [nummer] en telefoonnummer * [nummer] .

Tussen 18 september 2019 en 23 december 2019 zijn in Amsterdam en Zaanstad in totaal vijf auto’s en twee kentekenplaten van auto’s gestolen, en is uit één auto een kilometerteller gestolen. Opvallend is dat uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo in de periodes waarop de diefstallen plaatsvinden, op de locaties – vaak meerdere malen – aanwezig is geweest en uit de telecomgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte met de Volkswagen Polo heeft meebewogen.

Op zitting heeft verdachte bevestigd dat hij gebruik maakt van de Volkswagen Polo waarop het baken is geplaatst en heeft hij verklaard dat hij regelmatig nachtelijke ritten maakt. Verdachte heeft niet bestreden dat hij op de momenten dat de auto’s en kentekenplaten zijn weggenomen op de desbetreffende locaties is geweest.

Op 28 januari 2020 is verdachte aangehouden en is de woning van verdachte, gelegen aan de [adres] , doorzocht. Op een plank in de box ruimte behorende bij de woning zijn een ploertendoder, pepperspray, een Apple iPhone 5 van [naam 11] en 66,3 gram hasjiesj aangetroffen. Daarnaast zijn in kasten in de slaapkamer van verdachte een autosleutel behorende bij een VW Golf van [naam 12] en een TomTom navigatiesysteem van [naam 13] aangetroffen.

3.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft – aan de hand van haar op schrift gestelde requisitoir – gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Daarbij heeft zij ten aanzien zaak B, feit 3 aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal van de auto, maar dat wel kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de auto, zoals subsidiair ten laste is gelegd.

3.3

Standpunt van de verdediging

Zaak A

De raadsman heeft zich – aan de hand van zijn op schrift gestelde pleitnota – ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 op het standpunt gesteld dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de auto’s en kentekenplaten. Enkel kan worden bewezen dat de auto waarvan verdachte gebruik maakte (hierna: Volkswagen Polo) in de periodes waarin de diefstallen zijn gepleegd, op de locaties aanwezig is geweest, maar dit levert onvoldoende bewijs op voor betrokkenheid bij de diefstallen. Mocht de rechtbank wel bewezen achten dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal, dan dient vrijspraak te volgen wegens gebrek aan bewijs voor medeplegen. Niet kan worden bewezen dat verdachte een grotere bijdrage heeft gehad dan het enkel vervoeren van personen. Er is geen bewijs dat hij feitelijk enige wegnemingshandeling heeft verricht, dan wel anderszins een substantiële bijdrage aan het medeplegen heeft geleverd. Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Tot slot heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor de feiten 7, 8 en 9 omdat niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de pepperspray, ploertendoder, iPhone en hasjiesj in de box ruimte, noch beschikkingsmacht had over deze goederen.

Zaak B

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1, omdat de bijdrage van verdachte onvoldoende substantieel is om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. Enkel kan worden vastgesteld dat verdachte heeft gefungeerd als chauffeur, maar bewijs van betrokkenheid bij het daadwerkelijk wegnemen van de auto ontbreekt.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de auto en evenmin blijkt dat hij überhaupt enige feitelijke gedragingen heeft verricht op basis waarvan hij als medepleger kan worden aangemerkt. Subsidiair heeft de raadsman verzocht verdachte partieel vrij te spreken van diefstal met braak/verbreking/valse sleutel nu daarvoor geen bewijs is.

Ook ten aanzien van feit 3 dient vrijspraak te volgen. Niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de auto, zodat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Daarnaast blijkt evenmin dat verdachte wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat de Volkswagen Polo uit onderdelen van de gestolen auto bestond, zodat verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten 4 en 5 op het standpunt gesteld dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij wetenschap had van de criminele herkomst van de goederen, dan wel dat hij had moeten weten dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Die wetenschap kan niet aan de goederen zelf worden ontleend. Daarnaast kan niet worden bewezen dat verdachte over de autosleutel en TomTom kon beschikken.

3.4

Oordeel van de rechtbank

3.4.1

Diefstallen van auto’s en kentekenplaten

3.4.1.1 Feiten en omstandigheden

Uit de wettige bewijsmiddelen welke zijn opgenomen in bijlage II bij dit vonnis, blijken naar het oordeel van de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden.

Zaak A, feit 1 en 2

Tussen 17 september 2019 omstreeks 22:00 uur en 18 september 2019 omstreeks 14:45 uur is een Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken] , gestolen op de Schoorlstraat in Amsterdam. Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo in de nacht van 18 september 2019 drie keer in (de buurt) van de Schoorlstraat heeft stilgestaan. Verder blijkt dat de Volkswagen Polo de desbetreffende nacht van en naar de adressen van de medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) is gereden en dat tussen de bezoeken aan de Schoorlstraat naar de adressen van verdachte en [medeverdachte 1] is gereden. Uit de telecomgegevens blijkt dat de telefoons van verdachte en [medeverdachte 1] met de Volkswagen Polo hebben meebewogen.

Op 24 september 2019 zijn tussen 16:00 uur en 21:30 uur de kentekenplaten ( [kenteken] ) van een Volkswagen Golf gestolen op de Senecastraat in Amsterdam. Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo omstreeks 20.36 uur heeft stilgestaan op de Senecastraat en daaraan voorafgaand langs de adressen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is gereden en heeft stilgestaan. Uit de telecomgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte en [medeverdachte 1] met de Volkswagen Polo hebben meebewogen.

Tijdens een observatie op 24 september 2019 wordt vanaf 21:19 uur door verbalisanten het volgende gezien: De Volkswagen Polo rijdt naar Tilburg, staat op de Dijksterhuisstraat naast een Volkswagen Golf, voorzien van kenteken beginnend met [kenteken] stil, vervolgens stapt iemand uit de Volkswagen Polo, wordt de Volkswagen Golf gestart en rijdt deze met hoge snelheid weg, waarna de Volkswagen Polo achter de Volkswagen Golf aan rijdt. De bakengegevens bevestigen dat de Volkswagen Polo op de Dijksterhuisstraat is geweest. Tevens blijkt hieruit dat de Volkswagen Polo daarna nog enkele minuten heeft stilgestaan op het Rosmolenplein te Tilburg. Dit is de locatie waar op 25 september 2019 de gestolen Volkswagen Golf, met daarop de gestolen kentekenplaten ( [kenteken] ) bevestigd, is aangetroffen.

Zaak A, feit 3

Tussen 17 september 2019 omstreeks 14:00 uur en 18 september 2019 omstreeks 15:15 uur is een Peugeot 208, voorzien van het kenteken [kenteken] , gestolen vanaf de Brandaris in Zaandam. Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo in de nacht van 18 september 2019 twee keer in de nabije omgeving van de Brandaris heeft stilgestaan. Verder blijkt dat de Volkswagen Polo daaraan voorafgaand bij het adres van medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) heeft stilgestaan en tussen de twee bezoeken nabij de Brandaris naar het adres van [medeverdachte 1] is gereden. Uit de telecomgegevens blijkt dat de telefoons van verdachte en [medeverdachte 1] met de Volkswagen hebben meebewogen.

Op 24 september 2019 wordt op camerabeelden van tankstation BP op de Zuiderzeeweg gezien dat de Volkswagen Polo naast een Peugeot 208, voorzien van kenteken [kenteken] , parkeert, waarbij verdachte uit de Volkswagen Polo stapt en iets in de kofferbak van de Peugeot 208 legt. Deze Peugeot 208 voorzien van kenteken [kenteken] wordt op 30 december 2019 in Haarlem aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat dit de in Zaandam gestolen Peugeot 208 betreft, waarop het originele kenteken [kenteken] hoort. De auto bleek te zijn voorzien van gekloonde kentekenplaten.

Zaak A, feit 4 en 5

Tussen 18 september 2019 omstreeks 21:00 uur en 20 september 2019 omstreeks 15:00 uur is een Audi A1, voorzien van kenteken [kenteken] , gestolen op de Kogersluisstraat in Koog aan de Zaan. Tussen 19 september 2019 omstreeks 18:00 uur en 20 september omstreeks 07:00 uur zijn de kentekenplaten ( [kenteken] ) van een Audi A1 gestolen op de L.J.M. Beelstraat in Amsterdam. Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo in de nacht van 18 op 19 september 2019 meermalen op en nabij de locaties waar de Audi A1 en de kentekenplaten zijn gestolen, heeft stilgestaan. Verder blijkt dat de Volkswagen Polo die nacht zowel voorafgaand aan, tussendoor, als nadien van en naar het adres van [medeverdachte 1] en het adres van verdachte rijdt. Uit de telecomgegevens blijkt dat de telefoons van verdachte en [medeverdachte 1] met de Volkswagen hebben meebewogen. Daarnaast heeft er op 19 september 2019 omstreeks 18:20 uur een gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] plaatsgevonden waarin is gesproken over ‘die witte ding´ die moest worden gebracht.

Zaak B, feit 1

In de nacht van 23 december 2019 is een Volkswagen Golf op de parkeerplaats van het Corendon City-Hotel gestolen in Amsterdam, waarbij de tellerunit uit de auto is gehaald. Op diezelfde dag, enkele uren later, wordt de auto aangetroffen op de Herman Robbersstraat in Amsterdam. Bij het uitkijken van de camerabeelden van het Corendon City-Hotel is gezien dat op 23 december 2019 om 03:21 uur twee mannen de Volkswagen Golf openen en hiermee wegrijden. Deze twee mannen zijn eerder die avond bij een tankstation gezien waarbij zij samen met verdachte uit de Volkswagen Polo stapten. Deze mannen zijn herkend als [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ).

Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo desbetreffende nacht meermalen op de Aletta Jacobslaan stil heeft gestaan, waaronder ook op het moment dat de Volkswagen Golf is weggenomen en de Volkswagen Polo die nacht van en naar de adressen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] is gereden en tussen de bezoeken aan de Aletta Jacobslaan terug naar de adressen van verdachte en [medeverdachte 1] wordt gereden. Verder blijkt dat de Volkswagen Polo direct na het tijdstip dat de auto wordt gestolen zonder te stoppen naar de Herman Robbersstraat rijdt en enige tijd stilstaat. Uit de telecom gegevens blijkt dat de telefoon van verdachte met de Volkswagen Polo heeft meebewogen.

De gestolen Volkswagen Golf wordt op 23 december 2019 omstreeks 15:00 uur vanaf de Herman Robbersstraat weggesleept. Uit de bakengegevens blijkt dat verdachte zich op dat moment nabij de Herman Robbersstraat bevindt. Dit vindt steun in de berichten en de foto die verdachte via WhatsApp – vermoedelijk naar medeverdachte [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] – stuurt.

Zaak B, feit 2

Tussen 19 oktober 2019 rond 20:00 uur en 20 oktober rond 01:45 uur is een Audi A3, voorzien van kenteken ‘ [kenteken] ’, met daarin een tas met verschillende goederen, gestolen op een parkeerplaats bij Heesterveld in Amsterdam. Op 25 oktober 2019 wordt de gestolen auto aangetroffen op de Kelbergen in Amsterdam.

Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen Polo in de nacht van 19 op 20 oktober twee keer heeft stilgestaan op Heesterveld waar de Audi A3 die nacht is weggenomen en vervolgens direct naar de Kelbergen rijdt waar de auto enkele dagen later door politie is aangetroffen. Verder blijkt dat de Volkswagen Polo voordat deze naar Heesterveld rijdt bij de woning van [medeverdachte 3] is gestopt en tussen de twee bezoeken aan Heesterveld gestopt is bij tankstation Total. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij samen met [medeverdachte 3] die nacht bij tankstation Total is geweest. Dit vindt steun in de camerabeelden van het tankstation waarop is gezien dat [medeverdachte 3] aan de passagierszijde uit de Volkswagen Polo stapt.

De tas van aangever die in de gestolen Audi A3 lag ten tijde van de diefstal is op 29 januari 2020 in de Volkswagen Polo aangetroffen.

4.4.1.2 Bewijsoverweging

Verklaring verdachte

Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij de gebruiker is van de Volkswagen Polo waarop het baken is geplaatst en dat hij daarmee regelmatig nachtelijke ritten maakt. Gevraagd naar een verklaring voor zijn aanwezigheid op de plaatsen en tijdstippen van de diefstallen, heeft verdachte zich herhaaldelijk op zijn zwijgrecht beroepen.

Conclusie

Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden en in aanmerking genomen dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het aanwezig zijn op de plaatsen en tijdstippen van de diefstallen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de diefstallen en komt de rechtbank tot bewezenverklaring van de in zaak A onder 1, 2, 3, 4 en 5 en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Aan dit oordeel draagt bij dat de modus operandi in alle gevallen gelijk is: verdachte vertrekt met de Volkswagen Polo vanaf zijn woning, haalt vervolgens een of meer medeverdachten op, begeeft zich daarna meermalen naar de plaats delict waarbij tussendoor terug wordt gereden naar de woning van verdachte en/of een medeverdachte. Vervolgens is de verdachte ook aanwezig op de locaties waar de gestolen auto’s en kentekenplaten kort daarna worden aangetroffen. Daarnaast hebben de diefstallen in een kort tijdsbestek van slechts vier maanden plaatsgevonden en komen de auto’s en de auto’s waarvan de kentekenplaten worden gestolen overeen qua type en model.

Medeplegen

Verdachte is steeds samen met één of meer medeverdachten ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] ) in de Volkswagen Polo vanuit hun woningen naar de plaatsen delict gereden, waarbij telkens tussendoor terug wordt gereden naar de woningen van verdachten en medeverdachten en verdachte vervolgens ook aanwezig is op de locaties waar de voertuigen koud worden weggezet.

De rechtbank ziet dit als een grotere rol dan het enkel ter beschikking stellen van een auto of het helpen bij de vlucht. De rechtbank leidt uit de onverklaarde rijbewegingen en de aanwezigheid van verdachte op alle voor het plegen van belang zijnde locaties een substantiële bijdrage af. Anders dan de raadsman heeft bepleit, is de rechtbank ook van oordeel dat hiermee de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan, hoewel niet is gebleken van een gezamenlijke uitvoering van de wegnemingshandeling.

3.4.2

Diefstal kilometerteller, voorhanden hebben wapens en softdrugs, en heling van goederen.

Zaak A, feit 6

De rechtbank acht op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen – de aangifte, processen-verbaal van herkenningen en het NFI rapport – bewezen dat verdachte het in zaak A onder 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Uit de bewijsmiddelen is niet gebleken dat verdachte het feit in vereniging met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

Zaak A, feit 7

De rechtbank acht op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen bewezen dat verdachte het in zaak A onder 7 ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat kan worden vastgesteld dat verdachte wist van de aanwezigheid van de wapens in de box ruimte en hij over deze wapens kon beschikken. De wapens zijn aangetroffen in de box ruimte behorende bij de woning waar verdachte samen met zijn ouders en jongere broertje woont. Verdachte heeft verklaard dat meerdere personen toegang tot de box ruimte hadden. De rechtbank acht deze verklaring echter niet aannemelijk nu – nota bene – zijn eigen ouders hebben verklaard dat zij in de zes tot twaalf maanden voorafgaand aan de doorzoeking niet meer in de box zijn geweest en hun jongere zoon in die periode ook geen gebruik heeft gemaakt van de box. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat verdachte de enige gebruiker van de box ruimte was.

Uit de bewijsmiddelen is niet gebleken dat verdachte het feit in vereniging met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

Zaak A, feit 8

De rechtbank acht op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen bewezen dat verdachte het in zaak A onder 8 ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de in de box ruimte aangetroffen iPhone 5 van misdrijf afkomstig is. De iPhone 5 blijkt in 2019 op het parkeerterrein van het festival Lowlands uit de auto van aangeefster te zijn gestolen. Nu de telefoon is aangetroffen in de box ruimte waarvan enkel verdachte gebruik maakte, zoals is vastgesteld in zaak A, feit 7, wordt vastgesteld dat verdachte de iPhone voorhanden heeft gehad. Gelet op het feit dat de telefoon gekoppeld was aan de Apple-ID van, aangeefster, [naam 11] en verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben van de iPhone, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het goed wist dat deze van misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

Uit de bewijsmiddelen is niet gebleken dat verdachte het feit in vereniging met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

Zaak A, feit 9

De rechtbank acht op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen bewezen dat verdachte het in zaak A onder 9 ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

Nu in zaak A, feit 7 is vastgesteld dat verdachte de enige is geweest die in de periode voorafgaand aan de doorzoeking gebruik maakte van de box ruimte, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de hasjiesj, die ook in de box ruimte zijn aangetroffen, opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Uit de bewijsmiddelen is niet gebleken dat verdachte het feit in vereniging met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

Zaak B, feit 3

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij het plegen van de diefstal van de Volkswagen Polo tussen 23 en 26 juni 2019 in Zaandam. Hij zal daarom worden vrijgesproken van het onder 3 primair ten laste gelegde.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde eveneens niet bewezen. Hoewel het bepaald niet aannemelijk is, bevat het dossier onvoldoende bewijs om vast te stellen dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de Volkswagen Polo uit onderdelen van de gestolen auto bestond. De rechtbank zal verdachten daarom ook van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

Zaak B, feit 4 en 5

De rechtbank acht op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen bewezen dat verdachte het in zaak B onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de autosleutel en TomTom van misdrijf afkomstig zijn. Uit aangiften blijkt dat de autosleutel op 20 juli 2019 uit een auto is gestolen en de TomTom op 10 juli 2017 uit een auto is gestolen. Nu de autosleutel en TomTom in kasten in de slaapkamer van verdachte zijn aangetroffen, wordt vastgesteld dat verdachte deze goederen voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij de autosleutel en TomTom samen bij een vuilnisplaats in Amsterdam heeft gevonden, terwijl de goederen niet op dezelfde plek, niet op hetzelfde tijdstip, en bovendien 2,5 jaar respectievelijk 1,5 jaar eerder zijn gestolen, hoogst onaannemelijk. Wegens het ontbreken van een aannemelijke, hem ontlastende verklaring voor het voorhanden hebben van de goederen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat deze van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank concludeert dan ook tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde opzetheling.

Uit de bewijsmiddelen is niet gebleken dat verdachte het feit in vereniging met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Zaak A, feit 1:

op 18 september 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (te weten een Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken] ) toebehorende aan [naam 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders voornoemde auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, namelijk door gebruik te maken van een sleutel(voorwerp), welke niet behoorde bij voornoemde auto;

Zaak A, feit 2:

op 24 september 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een auto (te weten een Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen kentekenplaten, toebehorende aan [naam 2] , waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

Zaak A, feit 3:

op 18 september 2019 te Zaandam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (te weten een Peugeot 208, voorzien van kenteken [kenteken] ) toebehorende aan [naam 3] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich voornoemde auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, namelijk door gebruik te maken van een sleutel(voorwerp), welke niet behoorde bij voornoemde auto;

Zaak A, feit 4:

op 20 september 2019 te Koog aan de Zaan, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (te weten een Audi voorzien van kenteken [kenteken] ), toebehorende aan Arval B.V., waarbij verdachte en zijn mededader(s) voornoemde auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, namelijk door gebruik te maken van een sleutel(voorwerp), welke niet behoorde bij voornoemde auto;

Zaak A, feit 5:

op 19 september 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een auto (te weten een Audi voorzien van kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen kentekenplaten toebehorende aan [naam 5] en [naam 6] , waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

Zaak A, feit 6:

in de periode van 1 juli 2018 tot en met 2 juli 2018 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (te weten een Volkswagen Tiguan, voorzien van kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen een kilometerteller toebehorende aan [naam 7] waarbij hij het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Zaak A, feit 7:

op 28 januari 2020 te Amsterdam een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een busje traangas, en een wapen van categorie I, onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;

Zaak A, feit 8:

op 28 januari 2020 te Amsterdam, een telefoon (Iphone 5, zwart) heeft voorhanden gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Zaak A, feit 9:

op 28 januari 2020 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 66,3 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Zaak B, feit 1:

op 23 december 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een auto (te weten een Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen toebehorende aan [naam 8] , waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten gebruik hebben gemaakt van een sleutel(voorwerp), welke niet behoorde bij voornoemde auto;

Zaak B, feit 2:

hij in de periode van 19 oktober 2019 tot en met 20 oktober 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een auto (merk Audi voorzien van kenteken [kenteken] ) en goederen uit die auto (ondermeer een rugzak/rugtas en/of een auto-onderdeel (van een stuur)) heeft weggenomen, toebehorende aan [naam 9] , waarbij verdachte en zijn mededaders voornoemde auto en goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten gebruik hebben gemaakt van een sleutel(voorwerp), welke niet behoorde bij voornoemde auto;

Zaak B, feit 4:

op 28 januari 2020 te Amsterdam een autosleutel (behorende bij een auto, merk Volkswagen met kenteken [kenteken] ) heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat voornoemde autosleutel van een misdrijf afkomstig was;

zaak B, feit 5:

op 28 januari 2020 te Amsterdam tezamen een navigatiesysteem (Tom Tom) heeft voorhanden gehad, terwijl hij van het voorhanden krijgen wist dat voornoemde navigatiesysteem van een misdrijf afkomstig was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar in zaak A onder 1 tot en met 9 en in zaak B onder 1 tot en met 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

7.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om een aanzienlijk lagere straf op te leggen dan is geëist door de officier van justitie, nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit voor de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van zaak A, feit 6.

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten komt, heeft de raadsman aan de hand van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS-oriëntatiepunten) betoogd dat het strafmaximum in de buurt van 24 maanden ligt, waarbij uitgegaan moet worden van de uitgangspunten voor recidive in plaats van veelvuldige recidive.

7.3

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich in slechts vier maanden tijd schuldig gemaakt aan het plegen van vijf autodiefstallen, twee diefstallen van kentekenplaten en diefstal van een kilometerteller uit een auto. Dit zijn ernstige feiten die naast eventuele schade ook overlast voor de eigenaren daarvan veroorzaken. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen financieel gewin. Daarnaast heeft verdachte een ploertendoder, traangas en 66,3 gram hasjiesj voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van dergelijke wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en met het voorhanden hebben van de hasjiesj heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de handel in en verspreiding van een voor de samenleving schadelijke softdrugs. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van een iPhone, autosleutels en een TomTom. Door heling wordt het plegen van andere vermogensdelicten zoals diefstal bevorderd.

Uit het strafblad van verdachte van 29 april 2020 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor onder andere gekwalificeerde vermogensdelicten. De eerdere straffen die aan verdachte zijn opgelegd hebben hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee. Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd voor een recentere strafoplegging.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten met betrekking tot autodiefstallen en het voorhanden hebben van wapens en softdrugs. Met betrekking tot de auto- en kentekendiefstallen is de rechtbank, met de raadsman, van oordeel dat hierbij moet worden uitgegaan van het uitgangspunt voor recidive, in plaats van veelvuldige recidive. In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat er ten aanzien van de autodiefstallen en diefstallen van kentekenplaten sprake is van medeplegen. Ook de professionele werkwijze weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het advies en de persoonlijke omstandigheden, zoals die zijn gebleken uit het reclasseringsrapport van 11 mei 2020. Hieruit volgt dat het risico op recidive wordt ingeschat als hoog, maar gelet op de houding van verdachte ziet de reclassering geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. Geadviseerd wordt om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de omstandigheden dat de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie en aansluit bij de LOVS- oriëntatiepunten voor recidive, aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten moet van de gevangenisstraf worden afgetrokken.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

4. 1 DS; doosjes zonder tracker 5873022, TK-star

5. 1 STK Elektronica; Module 5900644, Continental

6. 1 STK Elektronica; Fvdi V2016 Module 5900651

7. 1 STK Elektronica; UPA USB Programmeer Module 5900652

8. 1 STK Elektronica; OBD Module ID: [nummer] 5900657, zwart

9. 1 STK Contactslot; Contactslot sleutel antenne 2 5900660

10. 1 STK Contactslot; Contactslot sleutel antenne 1 5900662

Uit het dossier blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer het stelen van auto’s. De onder verdachte in beslag genomen goederen kunnen gebruikt worden voor het onder andere kopiëren van digitale informatie uit autosleutels en het aanpassen van de informatie uit het instrumentenpaneel van een auto. Deze goederen kunnen derhalve dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang. De goederen zullen daarom worden onttrokken aan het verkeer.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

Benadeelde partij [benadeelde partij] (zaak A, feit 4)

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een bedrag van € 150,00 aan materiële schade (eigen risico leasebedrijf), te vermeerderen met de wettelijke rente.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak A onder 4 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

In het geval een ander of anderen worden veroordeeld om dezelfde schade te vergoeden, hoeft verdachte alleen het bedrag te betalen dat niet al door of namens die ander of anderen is betaald.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [benadeelde partij] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook deze schadevergoedingsmaatregel wordt hoofdelijk opgelegd.

9.2

Benadeelde partij [naam 7] (zaak A, feit 6)

De benadeelde partij [naam 7] vordert een bedrag van € 163,44 aan materiële schade en een bedrag van € 249,96 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering omdat de vordering niet met stukken is onderbouwd. De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering; primair omdat de gestelde schade geen rechtstreeks verband houdt met de diefstal van de kilometerteller, subsidiair omdat de vordering niet is onderbouwd.

De rechtbank oordeelt als volgt. De benadeelde partij heeft de door hem gestelde schade niet met stukken onderbouwd. Nu de vordering niet is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden, wordt geconcludeerd dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

9.3

Benadeelde partij [naam 8] (zaak B, feit 1)

De benadeelde partij [naam 8] vordert een bedrag van € 2.594,46, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan materiële schade, bestaande uit:

  1. weggenomen goederen uit auto € 157,41

  2. taxikosten € 20,-

  3. benzinekosten gestolen auto € 10,-

  4. benzinekosten i.v.m. ophalen uit België € 60,-

  5. pechhulp Amsterdam € 207,52

  6. pechhulp Amsterdam-België € 500,-

  7. transportkosten auto woonplaats-garage € 50,-

  8. kosten aanschaf nieuwe kilometerteller € 1.094,53

  9. kosten arbeid monteur € 20,24

  10. reparatiekosten bumper € 250,-

  11. kosten hotelovernachting € 127,-

  12. snelheidsovertreding door dieven € 115,-

Daarnaast wordt een bedrag van € 2.614,70 aan proceskosten gevorderd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering ten aanzien van de gevorderde proceskosten, de uit de auto weggenomen goederen (a), de reparatiekosten bumper (j), de kosten hotelovernachting (k) en de snelheidsovertreding (l), omdat deze posten niet zijn onderbouwd of anderszins aannemelijk zijn geworden. Ten aanzien van de taxikosten (b), benzinekosten (c, d), pechhulp (e, f) en de transportkosten (g) heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze posten kunnen worden toegewezen, omdat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij deze kosten heeft moeten maken. Ook de kosten voor de aanschaf van een nieuwe kilometerteller (h) dienen te worden toegewezen omdat aannemelijk is dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden en het gevorderde bedrag een redelijk bedrag is. De officier heeft gevorderd een totaal bedrag van € 1.942,05, vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor de aanschaf van een nieuwe kilometerteller (h) moeten worden afgewezen omdat de nota niet op naam van de benadeelde partij is gesteld, en bovendien onduidelijk is waarop deze kosten betrekking hebben waardoor niet kan worden vastgesteld dat deze kosten verband houden met het ten laste gelegde. Ten aanzien van de kosten arbeid monteur (i) heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de overige materiële schadeposten heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze posten ook moeten worden afgewezen omdat deze posten niet met stukken zijn onderbouwd.

De rechtbank oordeelt als volgt. Vast staat dat de benadeelde partij door het in zaak B onder 1 ten laste gelegde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De taxikosten (b), benzinekosten (c, d), pechhulp (e, f), transportkosten (g), kosten aanschaf nieuwe kilometerteller (h) en de kosten arbeid monteur (i) zijn voldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 1.962,29 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

In het geval een ander of anderen worden veroordeeld om dezelfde schade te vergoeden, hoeft verdachte alleen het bedrag te betalen dat niet al door of namens die ander of anderen is betaald.

Ten aanzien van de overige materiële schadeposten (a, j, k) en de proceskosten oordeelt de rechtbank dat deze posten niet zijn onderbouwd. De benadeelde partij zal voor dit deel niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [naam 8] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook deze schadevergoedingsmaatregel wordt hoofdelijk opgelegd.

9.4

Benadeelde partij [naam 9] (zaak B, feit 2)

De benadeelde partij [naam 9] vordert een bedrag van € 2.774,43, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan materiele schade, bestaande uit:

  1. koffer en gestolen goederen in koffer € 1.166,44

  2. goederen in de auto € 357,99

  3. retributie kentekenplaten € 1.030,-

  4. reiskosten € 220,-

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk moet worden toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en veel vragen oproept. Zo kan niet worden vastgesteld welke goederen ten tijde van de diefstal in de auto lagen en welke goederen uiteindelijk zijn geretourneerd aan de benadeelde partij, is geen rekening gehouden met afschrijving van de goederen, zijn enkele bonnen in de Franse taal opgesteld zodat deze niet als onderbouwing kunnen dienen, is niet gebleken dat de radardetector een rol heeft gespeeld bij de opsporing van de auto en is uit het dossier niet af te leiden dat er geen kentekenplaat meer op de auto zat zodat de kosten voor retributie kentekenplaten (c) geen verband houdt met het ten laste gelegde. Gelet hierop heeft de raadsman primair verzocht de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk te verklaren, en subsidiair verzocht om de vordering af te wijzen.

De rechtbank oordeelt als volgt. Vast staat dat de benadeelde partij door het in zaak B onder 2 ten laste gelegde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de gevorderde goederen in de auto en de koffer (a, b) zijn weggenomen en acht deze schade voldoende onderbouwd. Echter, rekening dient te worden gehouden met een redelijke afschrijving van deze goederen. Nu geen inzicht is geboden in de aanschafdata van de goederen gaat de rechtbank uit van een afschrijving van 50% en zal de rechtbank de kosten matigen tot een bedrag van €762,22. De posten retributie kentekenplaten (c) en de reiskosten (d) acht de rechtbank voldoende onderbouwd. De vordering tot materiële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van in totaal € 2.012,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

In het geval een ander of anderen worden veroordeeld om dezelfde schade te vergoeden, hoeft verdachte alleen het bedrag te betalen dat niet al door of namens die ander of anderen is betaald.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [naam 9] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook deze schadevergoedingsmaatregel wordt hoofdelijk opgelegd.

9.5

Benadeelde partij [naam 10] (zaak B, feit 3)

De benadeelde partij [naam 10] vordert een bedrag van € 3.247,63 aan materiële schade en een bedrag van € 385,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte wordt vrijgesproken van het in zaak B onder 3 ten laste gelegde.

9.6

Benadeelde partij [naam 12] (zaak B, feit 4)

De benadeelde partij [naam 12] vordert een bedrag van € 2.040,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met de heling van de autosleutel. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

9.7

Benadeelde partij [naam 13] (zaak B, feit 5)

De benadeelde partij [naam 13] vordert een bedrag van € 15.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met de heling van de TomTom. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het in zaak B onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 tot en met 9, en het in zaak B onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van zaak A, feit 1, 3 en 4 en zaak B, feit 1 en 2:

telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van zaak A, feit 2 en 5:

telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Zaak A, feit 6:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Zaak A, feit 7:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

ten aanzien van zaak A, feit 8 en Zaak B, feit 4 en feit 5:

telkens: opzetheling;

Zaak A, feit 9:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

4. 1 DS; doosjes zonder tracker 5873022, TK-star

5. 1 STK Elektronica; Module 5900644, Continental

6. 1 STK Elektronica; Fvdi V2016 Module 5900651

7. 1 STK Elektronica; UPA USB Programmeer Module 5900652

8. 1 STK Elektronica; OBD Module ID: [nummer] 5900657, zwart

9. 1 STK Contactslot; Contactslot sleutel antenne 2 5900660

10. 1 STK Contactslot; Contactslot sleutel antenne 1 5900662

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van € 150,- (honderdvijftig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 20 september 2019, tot aan de dag van de algehele vergoeding.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander of anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij], aan de Staat € 150,- (honderdvijftig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 20 september 2019, tot aan de dag van de algehele vergoeding, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander/anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verklaart [naam 7] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 8] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.962,29 (duizendnegenhonderdtweeënzestig euro en negenentwintig cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 23 december 2019, tot aan de dag van de algehele vergoeding.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam 8] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander of anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [naam 8] aan de Staat € 1.962,29 (duizendnegenhonderdtweeënzestig euro en negenentwintig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 23 december 2019, tot aan de dag van de algehele vergoeding. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 29 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 9] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 2.012,22 (tweeduizendentwaalf euro en tweeëntwintig cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 20 oktober 2019, tot aan de dag van de algehele vergoeding.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam 9] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander of anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [naam 9] aan de Staat € 2.012,22 (tweeduizendentwaalf euro en tweeëntwintig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 20 oktober 2019, tot aan de dag van de algehele vergoeding. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 30 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verklaart [naam 10] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart [naam 12] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart [naam 13] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Djebali, voorzitter,

mrs. R.A. Overbosch en L. Dolfing, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.P.H. Borghans, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2020.

De jongste rechter is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.