Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4472

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2020
Datum publicatie
06-01-2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 6592
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijstandsuitkering ingetrokken vanwege op geld waardeerbare werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/6592

uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres

(gemachtigde: [naam] ),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [naam] )

Conclusie

1. De rechtbank stelt [eiseres] (eiseres) niet in het gelijk. De gemeente mocht de bijstandsuitkering van eiseres beëindigen (intrekken) per 3 september 2019. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot haar oordeel is gekomen.

Wat is de aanleiding voor deze rechtszaak?

2.1.

Eiseres heeft een bijstandsuitkering sinds het jaar 2000. De gemeente ontving in 2019 een melding van het meldpunt fraude van de Belastingdienst dat eiseres zwart bijwerkte bij [naam] . De gemeente onderzocht vervolgens of eiseres nog wel recht had op een bijstandsuitkering. De gemeente voerde een gesprek met eiseres op 3 september 2019 en zij verklaarde dat ze een aantal dagen per week hielp bij [naam] . De gemeente beëindigde eiseres haar bijstandsuitkering vervolgens per 3 september 2019 in het besluit op bezwaar van 3 december 2019.1 Eiseres is het hier niet mee eens en startte daarom deze procedure bij de rechtbank.

2.2.

Eiseres vroeg opnieuw een bijstandsuitkering aan en kreeg deze per 10 september 2019. Deze uitkering is echter lager dan haar vorige bijstandsuitkering, omdat haar inwonende dochter wordt meegerekend voor de kostendelersnorm. In deze zaak gaat het om de vraag of de gemeente de bijstandsuitkering van eiseres mocht beëindigen.

Waarom is eiseres het niet eens met het besluit van de gemeente?

3. Eiseres voert samengevat aan dat zij in de betreffende periode niet werkte bij [naam] . Eiseres kon niet werken vanwege haar medische klachten. Eiseres had rugklachten, waarbij zij werd belemmerd in lopen, staan, lang in een houding zitten en duw- en trekkracht. Eiseres legt een brief over van haar fysiotherapeut waaruit haar klachten in de betreffende periode blijken. De gemeente had de bijstandsuitkering van eiseres dus niet mogen beëindigen alleen op basis van de verklaring van eiseres. De gemeente had onderzoek moeten doen naar de werkzaamheden van eiseres bij [naam] .

Wat zijn de regels?

4.1.

Om in een zaak te beslissen kijkt de rechtbank naar de wet- en regelgeving en naar wat de hogerberoepsrechter oordeelt in soortgelijke zaken. De hoger beroepsrechter oordeelt dat het besluit waarbij de gemeente een bijstandsuitkering beëindigt (intrekt), belastend is voor de burger. De gemeente moet daarom aannemelijk maken dat zij heeft voldaan aan de voorwaarden om de bijstandsuitkering in te trekken. De bewijslast rust dus op de gemeente.2

4.2.

Als iemand een bijstandsuitkering krijgt, zijn daaraan bepaalde verplichtingen verbonden. Eén daarvan is de inlichtingenplicht. Dit betekent dat de bijstandsgerechtigde op verzoek van de gemeente of zonder uitstel uit zichzelf bij de gemeente alle feiten en omstandigheden moet melden, waarvan het haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand (artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet). Als een bijstandsgerechtigde deze inlichtingenplicht niet nakomt en dit ertoe leidt dat aan haar ten onrechte een bijstandsuitkering werd verleend, trekt de gemeente de bijstandsuitkering in (artikel 54, derde lid, van de Participatiewet).

4.3.

De hoger beroepsrechter oordeelt dat als een bijstandsgerechtigde aanwezig is op een werkplek tijdens reguliere arbeidsuren, ervan wordt uitgegaan dat er ook daadwerkelijk op geld waardeerbare activiteiten zijn verricht. Het is dan aan de bijstandsgerechtigde om het tegendeel aannemelijk te maken. Of iemand met de werkzaamheden geld verdient of niet, maakt niet uit. Het gaat erom of er werkzaamheden zijn verricht, waarmee iemand geld had kunnen verdienen.3

Waarom stelt de rechtbank de gemeente in het gelijk?

5.1.

Eiseres verklaarde tijdens een gesprek bij de gemeente dat zij een aantal dagen per week hielp bij [naam] . Zij hielp daar af en toe in de horeca en had niet bijgehouden hoeveel uur ze daar precies aanwezig was. De gemeente nam eiseres haar verklaring op in een door de handhavers ondertekend rapport van bevindingen4. Eiseres ondertekende haar verklaring. De rechtbank oordeelt dat de gemeente met deze verklaring van eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij [naam] op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht. Omdat eiseres zelf al verklaarde over haar aanwezigheid bij [naam] , hoefde de gemeente hier geen verder onderzoek naar te doen.

5.2.

De aanwezigheid van eiseres in [naam] was namelijk genoeg voor de gemeente om te concluderen dat eiseres op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte. Zoals onder 4.3. opgemerkt is de enkele aanwezigheid op een werkplek tijdens reguliere arbeidsuren daarvoor immers al genoeg. Het is dan eiseres om het tegendeel aannemelijk te maken. Daarin is ze niet geslaagd. Ze ontkent haar aanwezigheid bij [naam] ook niet.

5.3.

Omdat eiseres haar werkzaamheden bij [naam] niet gelijk heeft gemeld bij de gemeente, heeft zij de inlichtingenplicht geschonden. Eiseres hield geen administratie bij van haar werkzaamheden, waardoor niet meer is vast te stellen of zij in de betreffende periode aanvullend recht had op bijstand. De gemeente heeft eiseres haar bijstandsuitkering daarom terecht beëindigd vanaf het moment dat zij verklaarde te hebben geholpen bij [naam] . Het beroep is ongegrond.

Krijgt eiseres de kosten van deze procedure vergoed?

6. Omdat de rechtbank eiseres niet in het gelijk stelt, heeft zij geen recht op een vergoeding van de kosten die zij maakte voor deze procedure door de gemeente.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Dit is de uitspraak van mr. Y. Moussaoui, rechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. A. Teggelaar, gerechtsjurist.

Gerechtsjurist (griffier bij zittingen)

Rechter

Verzonden op:

Bent u het niet eens met deze beslissing?

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Zij kunnen ook digitaal hoger beroep instellen (www.rechtspraak.nl).

Als hoger beroep is ingesteld, kunnen partijen bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening.5 Aan het instellen van hoger beroep en het indienen van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden.

1 De gemeente beëindigde de bijstandsuitkering van eiseres met het primaire besluit van 3 september 2019 en verklaarde het bezwaar van eiseres hiertegen ongegrond in het besluit op bezwaar van 3 december 2019.

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2046. Uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl

3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2364.

4 Het rapport van bevindingen heeft als afsluitdatum 6 september 2019.

5 Dit betekent dat de hoger beroepsrechter een voorlopige uitspraak kan doen, als partijen de uitkomst van de procedure in hoger beroep niet kunt afwachten vanwege een spoedeisend belang.