Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4403

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
13/702047-18, 96/038102-18, 96/119384-18 en 96/209243-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen. Uitstel voor een periode van 80 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht


Teams Strafrecht

VI-zaaknummer : 99/001040-31
Parketnummer s : 13/702047-18, 96/038102-18, 96/119384-18 en 96/209243-17

Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie ex artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) tot het uitstellen van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van

[veroordeelde] (hierna: veroordeelde),
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] ,
thans gedetineerd in de [detentieplaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

De beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 augustus 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    de vordering ex artikel 6:2:12 Sv van de officier van justitie van 21 juli 2020 tot uitstel van de v.i.;

  • -

    het reclasseringsadvies van 16 juni 2020, opgemaakt door Reclassering Nederland, waarin de reclassering rapporteert dat zij adviseert veroordeelde in aanmerking te laten komen voor v.i. nadat hij in detentie de cursus Kiezen voor Verandering en de eventueel daaruit geadviseerde Cognitieve Vaardigheden-training in detentie heeft gevolgd. Indien veroordeelde dit nog niet voor zijn v.i.-datum heeft gevolgd, zal dit betekenen dat geadviseerd wordt zijn v.i. per 25 augustus 2020 uit te stellen totdat veroordeelde aan bovengenoemde verplichtingen heeft voldaan;

  • -

    het v.i.-advies van de [detentieplaats] van 16 juni 2020, waarin geadviseerd wordt tot uitstel/afstel van de v.i.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.E.A. Duyvendak, en van wat de veroordeelde en zijn raadsman, mr. B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft verder gehoord als deskundige [naam] , casemanager van de [detentieplaats] , en M.C. de Vries, reclasseringsmedewerker.

2 Procesgang

Bij onherroepelijk geworden vonnis van

  • -

    de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 6 december 2018;

  • -

    de kantonrechter van deze rechtbank van 21 maart 2019;

  • -

    de kantonrechter van deze rechtbank van 21 maart 2019;

  • -

    de kantonrechter van deze rechtbank van 21 maart 2019,

is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd van 36 maanden, met aftrek van de tijd die door de veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, en hechtenis opgelegd van in totaal 6 weken.

De tenuitvoerlegging van deze straffen is met ingang van 26 juni 2018 gestart.

Op grond van de artikelen 6:2:10 en 6:2:11 Sv zal veroordeelde op 25 augustus 2020 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld.

De schriftelijke vordering van het Openbaar Ministerie is op 21 juli 2020 op de griffie van de rechtbank ontvangen.

3 Inhoud van schriftelijke vordering

De vordering van het Openbaar Ministerie strekt ertoe dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld met een termijn van 120 dagen.

De gronden waarop de vordering berust houden kort gezegd in dat is gebleken dat veroordeelde zich na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf ernstig heeft misdragen en dat door het stellen van voorwaarden het recidiverisico voor misdrijven onvoldoende kan worden ingeperkt.

Veroordeelde heeft tijdens de tenuitvoerlegging van zijn straf twintig keer een disciplinaire straf opgelegd gekregen. Ook heeft veroordeelde bewust te kennen gegeven niet te willen meewerken aan de cursus Kiezen voor Verandering en de eventueel daaruit geadviseerde Cognitieve Vaardigheden-training. Zowel de reclassering als de DJI hebben deelname aan genoemde cursus als voorwaarde voor het laten ingaan van de v.i. geadviseerd, omdat het risico op recidive als hoog wordt ingeschat, er sprake is van een delictpatroon en er diverse risicofactoren zijn. Veroordeelde is niet gemotiveerd om zijn gedrag te veranderen.

4 Beoordeling

4.1.

V.i.-regeling

Volgens de v.i.-regeling geldt als uitgangspunt dat een veroordeelde, als is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:2:10 Sv, vervroegd in vrijheid wordt gesteld na het ondergaan van het in dit artikel omschreven deel van de gevangenisstraf. Op grond van het bepaalde in artikel 6:2:12 Sv kan de v.i. echter worden uitgesteld of achterwege blijven, als een of meer van de in dat artikel limitatief opgesomde omstandigheden zich voordoen. Deze beslissing wordt genomen door de rechtbank, op vordering van de officier van justitie.

4.2.

Verklaring van de deskundigen

De deskundige [naam] heeft verklaard dat de cursussen en trainingen in de P.I. vanwege corona een tijd hebben stilgelegen, maar dat deze volgende maand weer beginnen. De cursus Kiezen voor Verandering bevat in totaal acht bijeenkomsten (twee bijeenkomsten per week). Je kan voor deze cursus niet zakken, maar een actieve deelname wordt wel verwacht. De meerwaarde van deze cursus is dat bepaalde doelen worden geformuleerd waar een gedetineerde in detentie al mee aan de slag kan, opdat hij beter voorbereid aan zijn leven buiten detentie kan beginnen. Deze doelen zouden ook buiten detentie via contact met Inforsa kunnen worden geformuleerd, maar het doel is juist om in detentie al te werken aan veranderingen. Veroordeelde zou direct kunnen starten en de cursus binnen vier weken kunnen afsluiten. Aansluitend op de cursus Kiezen voor Verandering kan de Cognitieve Vaardigheden-training gevolgd worden.

De deskundige De Vries heeft verklaard dat veroordeelde liet blijken dat hij niet wist dat deelname aan de cursus Kiezen voor Verandering zoveel gewicht in de schaal zou leggen. Er is een v.i.-rapport met voorwaarden opgesteld waaraan veroordeelde zich tijdens de v.i. zou moeten houden. De Waag werkt ook binnen de P.I., dus dat traject zou ook kunnen worden opgestart.

4.3.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering tot uitstel van de v.i. gehandhaafd, maar gewijzigd, in die zin dat de officier van justitie heeft gevorderd dat de v.i. wordt uitgesteld met een termijn van 80 dagen.

4.4.

Standpunt van de verdediging

De veroordeelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich niet realiseerde dat het volgen van de cursus Kiezen voor Verandering zo belangrijk was voor zijn v.i. Hij wil de cursus wel volgen, maar alleen omdat hij dan sneller naar buiten kan.

De raadsman van veroordeelde heeft afwijzing van de vordering tot uitstel van de v.i. bepleit. Er zijn geen klemmende redenen waarom veroordeelde de cursus Kiezen voor Verandering in detentie zou moeten volgen. Veroordeelde is bereid zich aan voorwaarden te houden. Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht de vordering van de officier van justitie toe te wijzen met dien verstande dat de v.i. wordt uitgesteld met een termijn van 80 dagen.

4.5.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de reclassering het, mede gelet op het gevaar voor recidive, van belang vindt dat veroordeelde de cursus Kiezen voor Verandering volgt voordat hij in aanmerking kan komen voor v.i. Dat verdachte gemotiveerd zou zijn om zijn gedrag te veranderen, is de rechtbank niet gebleken. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat er termen zijn de vordering van de officier van justitie toe te wijzen.

Nu de deskundige [naam] heeft verklaard dat de cursus Kiezen voor Verandering vanaf volgende maand weer in de P.I. wordt gegeven en veroordeelde ongeveer een maand met deze cursus bezig zou zijn, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen in die zin dat de v.i. wordt uitgesteld met een termijn van 80 dagen.

5 Beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en bepaalt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld voor een periode van 80 dagen, te rekenen vanaf de oorspronkelijke datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Veroordeelde komt daardoor, gelet op artikel 6:2:10: Sv, op 13 november 2020 in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. R.A. Overbosch en M. Bakhuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 augustus 2020.

De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing staat géén rechtsmiddel open.