Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4273

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-2020
Datum publicatie
04-09-2020
Zaaknummer
C/13/688875 / KG ZA 20-759 AB/EB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Theater Carré hoeft de reorganisatie die zij in gang heeft gezet, niet op te schorten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1052
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/688875 / KG ZA 20-759 AB/EB

Vonnis in kort geding van 31 augustus 2020

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding op verkorte termijn van 25 augustus 2020,

advocaat mr. M.C. Rosier te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ CARRÉ tevens handelend onder de naam KONINKLIJK THEATER CARRÉ,

gevestigd te Amsterdam,

2. de ondernemingsraad

DE ONDERNEMINGSRAAD VAN KONINKLIJK THEATER CARRÉ,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. W.M. Hes te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Carré worden genoemd. Afzonderlijk zullen gedaagden worden aangeduid als het theater en de OR.

1 De procedure

Op de zitting van 28 augustus 2020 heeft [eiser] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Carré heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend. Vonnis is bepaald op heden.

Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. Rosier. Aan de zijde van Carré waren aanwezig [naam 1] (directeur van het theater), [naam 2] (lid van de OR) en mr. Hes.

2 Het geschil

2.1.

[eiser] vordert, kort gezegd:

I. afgifte van:

a. een kopie van het OR reglement

b. een kopie van de adviesaanvraag

c. een kopie van de notulen van de in 2020 gehouden OR vergaderingen, inclusief de overlegvergaderingen met het theater

d. een kopie van het door de OR verstrekte advies;

II. het theater te veroordelen de reorganisatie te schorsen voor de duur van twee maanden dan wel een andere redelijke termijn;

III. het theater te veroordelen de gevolgen van de reorganisatie voor wat betreft de theatertechnici ongedaan te maken binnen drie kalenderdagen nadat een technicus heeft laten weten zijn of haar huidige functie te zullen blijven vervullen, mits die mededeling uiterlijk 1 november 2020 wordt gedaan;

al het voorgaande op straffe van verbeurte van dwangsommen;

IV. een andere passende voorziening te treffen;

V. het theater en de OR hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

2.2.

Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag, samengevat weergegeven, dat er aanwijzingen zijn dat de reorganisatie niet op juiste wijze wordt doorgevoerd om het afspiegelingsbeginsel te ontduiken dat volgens hem moet worden toegepast. In plaats daarvan wordt de ‘stoelendansmethode’ gehanteerd. Daardoor bestaat de kans dat hij na bijna 24 jaar trouwe dienst als theatertechnicus op onterechte gronden op straat komt te staan. Hij heeft de gevraagde stukken nodig om zijn rechtspositie te kunnen beoordelen.

2.3.

Carré voert als verweer, kort gezegd, dat er geen rechtsgrond is voor schorsing van de reorganisatie in kort geding door een individuele werknemer. Hooguit kan de OR dat doen bij de Ondernemingskamer. Voor ongegrond ontslag hoeft [eiser] niet te vrezen. Hij zal een eventuele voordracht voor ontslag kunnen laten toetsen door het UWV en daarna door de kantonrechter. De gevraagde stukken heeft Carré inmiddels al grotendeels aan [eiser] verstrekt. Aan afgifte van de adviesaanvraag heeft zij redelijke voorwaarden gesteld, waaraan [eiser] niet heeft willen voldoen.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Op de zitting bleken alle stukken waarvan afgifte wordt gevorderd inmiddels te zijn verstrekt, behalve de adviesaanvraag aan de OR. Omdat die bedrijfsgevoelige informatie bevat wil Carré deze alleen verstrekken als [eiser] een geheimhoudingsverklaring met een boetebeding tekent. Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over een geheimhoudingsverklaring voor de duur van zes maanden met een boete van € 5.000,00. Gebruik in een procedure en overleg over de adviesaanvraag met andere geheimhouders vallen niet onder de verplichting tot geheimhouding. Na ondertekening door [eiser] van een zo spoedig mogelijk door Carré op te stellen verklaring zal hem per omgaande een afschrift van de adviesaanvraag worden verstrekt. Daarmee hoeft de vordering tot afgifte van stukken niet meer te worden behandeld. Nu Carré bij monde van haar advocaat aanvankelijk afgifte van alle gevraagde stukken heeft geweigerd en daartoe pas is overgegaan nadat een datum voor dit kort geding was aangevraagd en de concept dagvaarding aan haar was toegezonden, is zij de op dit punt in het ongelijk gestelde partij.

3.2.

De coronacrisis heeft Carré gedwongen tot een reorganisatie waarbij naar het zich laat aanzien 15 ontslagen zullen vallen. Daarover is advies ingewonnen bij de OR, die positief heeft geadviseerd. Niet alleen vanwege de doorlopende kosten, maar ook omdat iedereen zo snel mogelijk moet weten waar hij/zij aan toe is, pakt Carré dit voortvarend aan. Eigenlijk had zij de uitslag al bekend willen maken, maar dat is opgeschort in afwachting van de uitspraak in dit kort geding.

3.3.

Voor [eiser] is nog veel te veel onduidelijk over de voorgenomen reorganisatie. Bovendien signaleert hij tal van tekortkomingen bij de aanpak van Carré. Zo lijkt het erop dat ten onrechte een ‘stoelendans’ gaat worden gehouden in plaats van hantering van het afspiegelingsbeginsel. Hij wil tijd om zich hierover te kunnen beraden en zolang moet de reorganisatie met de gevolgen daarvan worden stilgelegd.

3.4.

Carré heeft er terecht op gewezen dat [eiser] bij het UWV terecht kan als hij het niet eens is met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en dat daarna de weg naar de kantonrechter voor hem openstaat. Recht op een nieuwe functie heeft hij sowieso niet. Er gebeurt voor hem dus niets onomkeerbaars als de reorganisatie doorgaat. Zelfs als de aanpak van Carré tekortkomingen zou vertonen is er dus geen grond om de reorganisatie, waarmee zoals gezegd grote belangen zijn gemoeid voor zowel Carré als haar werknemers, stil te leggen alleen om [eiser] meer tijd te gunnen om zich te beraden. Deze vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

3.5.

Nu partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden verrekend zoals hierna is vermeld.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

4.2.

verrekent de proceskosten tussen partijen in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2020.1

1 type: eB coll: MvG