Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4270

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
8545722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 47 RV. Geen betekening ex artikel 46 Rv wegens coona. Als brievenbus ontbreekt verstuutr de deurwaardert de dagvaarding per post. Ongeldige betekening. Herstelexploot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2021/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: CV 20-9435

vonnis van: 20 augustus 2020

fno.: 178

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.,

gevestigd te Schiedam,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

t e g e n

[gedaagde] ,woonplaats hebbende te [woonplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Eiseres heeft bij dagvaarding van 8 mei 2020 een vordering tegen gedaagde ingesteld. Gedaagde is op deze dagvaarding niet verschenen.


GRONDEN VAN DE BESLISSING

  1. De deurwaarder heeft ten aanzien van de betekening van de dagvaarding verklaard dat hij in verband met de corona-pandemie geen contact heeft kunnen/mogen zoeken met iemand aan wie hij rechtsgeldig afschrift zou kunnen laten. Daar hij op het adres waarop gedaagde moest worden gedagvaard geen brievenbus aantrof heeft hij de dagvaarding op de voet van artikel 47 lid 1 Rv per post verzonden.

  2. Indien de deurwaarder niet in staat is een brievenbus te vinden aan het adres waar de dagvaarding moet worden uitgebracht, zal een postbode dat ook niet kunnen. Hieronder zal worden geoordeeld of de deurwaarder met de door hem gevolgde handelwijze heeft voldaan aan de wettelijke eisen die aan de betekening van dagvaardingen worden gesteld.

  3. In dat verband wordt het volgende overwogen. Het feit dat een deurwaarder onder de huidige omstandigheden geen direct contact met personen hoeft te zoeken aan wie hij rechtsgeldig een afschrift van de dagvaarding kan laten, betekent nog niet dat hij dit ook niet mag. Met voorts het uitgangspunt in het achterhoofd dat de bedoeling van de wettelijke betekeningsvoorschriften is dat de dagvaarding de betrokkene bereikt, had de deurwaarder in het geval van een ontbrekende brievenbus alsnog behoren aan te bellen, tenzij er gegronde redenen waren om dat niettemin na te laten. Dat laatste is hier niet het geval. Het adres in kwestie is een zg. briefadres waarop gedaagde indirect is te bereiken. Op het betreffende adres is, naar de kantonrechter ambtshalve bekend is, een instelling van de gemeente Amsterdam gevestigd (een zg. geïntegreerde voorziening). Ook in de huidige tijd kan niet gezegd worden dat een deurwaarder een onaanvaardbaar risico loopt als hij aan de balie van een dergelijke instelling een dagvaarding afgeeft. Pas als ook dat niet mogelijk zou blijken te zijn, kan hij de dagvaarding alsnog per post verzenden, maar dan niet naar het adres waar geen brievenbus aanwezig is, maar naar het postadres van de betreffende instelling. Dit is via internet eenvoudig te vinden.

  4. Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat de dagvaarding niet naar behoren is betekend en dus aan een gebrek lijdt dat nietigheid meebrengt. Hoewel het twijfelachtig is of de dagvaarding gedaagde heeft bereikt (maar misschien heeft de postbode wél aangebeld), zal de dagvaarding niet onmiddellijk nietig worden verklaard, maar wordt aan eiseres de gelegenheid gegeven om het gebrek te herstellen. Eiseres kan dit doen door, met inachtneming van het onder 3 overwogene, gedaagde bij exploot op te roepen voor de hieronder genoemde rolzitting om te verweer te voeren tegen de in de dagvaarding ingestelde vordering. Eiseres dient voor dit exploot de termijn en aanzeggingen te gebruiken die ook voor een dagvaarding gelden. Eiseres dient een kopie van de dagvaarding als productie bij het exploot te voegen alsmede dit vonnis te betekenen.

  5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.


BESLISSING

De kantonrechter:

draagt eiseres op om een herstelexploot uit te brengen en in te dienen als boven omschreven.

verwijst daartoe de zaak naar de openbare civiele terechtzitting van 17 september 2020 te 10:00 uur;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 augustus 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.