Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4133

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
25-08-2020
Zaaknummer
13/730027-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie; wel wetenschap, geen beschikkingsmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2021/54
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/730027-20 (Promis)

Datum uitspraak: 20 augustus 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats [adres] , [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 augustus 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van de Vliet en van wat de raadsman van verdachte mr. P. Scholte naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode vanaf 16 mei 2020 tot en met 22 mei 2020, althans op 22 mei 2020, te Leiden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen van categorie III, te weten:

- een pistool van het merk Glock, model 26, kaliber 9mm x 19 en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van categorie III, te weten:

- 2, althans een of meerdere patronen, kaliber 9mm x 17, merk Sellier & Bellot, model volmantelrondneus en/of

- 5, althans een of meerdere patronen, kaliber 9mm x 19, merk Sellier & Bellot, model volmantelrondneus

voorhanden heeft gehad.

3 Vrijspraak

3.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Volgens de officier van justitie was verdachte zich bewust van de aanwezigheid van het wapen en de munitie in de auto en heeft hij hierover ook beschikkingsmacht gehad.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Niet kan worden bewezen dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over het wapen en de munitie. Daarnaast is er geen sprake van medeplegen, nu er geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte).

3.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen en overweegt hiertoe als volgt. Aangezien verdachte heeft bekend dat hij van de aanwezigheid van het wapen wist is de vraag die de rechtbank nog moet beantwoorden of verdachte ook de beschikkingsmacht had over het wapen en de bijbehorende munitie.

Het volgende is daarbij van belang. Het wapen is aangetroffen in een tas die in de auto lag waarin verdachte samen zat met (onder meer) de medeverdachte. In de tas zaten verder een paspoort op naam van de medeverdachte en een sleutel van de woning van de vader van de medeverdachte. DNA-onderzoek naar sporen op het wapen heeft wel een match opgeleverd met de medeverdachte, maar niet met de verdachte in deze zaak.

Deze omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat het wel zo moet zijn dat verdachte over het wapen kon beschikken. Daarbij overweegt de rechtbank ten overvloede dat het de rechtbank ambtshalve bekend is dat de medeverdachte verklaard heeft dat het wapen en de munitie aan hem toebehoorde (13/730019-20).

Het feit dat zich in het dossier een foto bevindt waarop verdachte is te zien terwijl hij een vergelijkbare tas draagt als die waarin het wapen is aangetroffen, maakt het voorgaande niet anders, nu niet kan worden vastgesteld dat het wapen op dat moment al in de tas zat.

Nu niet kan worden bewezen dat verdachte beschikkingsmacht had over het wapen met munitie, zal verdachte worden vrijgesproken.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.W. Pieters, voorzitter,

mrs. A.C.J. Klaver en J.M.R. Vastenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.P.H. Borghans, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 augustus 2020.