Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4052

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2020
Datum publicatie
21-08-2020
Zaaknummer
AMS 19/3331 en AMS 19/3824
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente Amsterdam heeft in redelijkheid een omgevingsvergunning mogen verlenen voor de transformatie van het oude gevangenisgebouw aan de Havenstraat tot schoolgebouw voor de British School of Amsterdam. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente voldoende rekening heeft gehouden met mogelijke geluidsoverlast door (onder andere) spelende kinderen. Ook heeft de gemeente voldoende onderbouwd dat vanuit een ruimtelijk oogpunt de invloed van de komst van de school op de verkeerssituatie ter plaatse toelaatbaar is. De beroepsgronden van de omwonenden slagen niet. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 19/3331 en AMS 19/3824

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiser 1] , te [woonplaats] , eiser 1,

[eiser 2] , te [woonplaats] , eiser 2,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. C.M. Delstra).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Real Estate British School, te Amsterdam, vergunninghouder.

Partijen worden hierna [eiser 1] , [eiser 2] , het college en de British School genoemd.

Procesverloop

In het besluit van 21 december 2018 heeft het college aan de British School een omgevingsvergunning verleend (de omgevingsvergunning).

In de beslissing op bezwaar van 5 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten.

[eiser 1] en [eiser 2] hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaken zijn gevoegd behandeld op de zitting van 6 juli 2020. [eiser 1] en [eiser 2] waren aanwezig. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [naam 1] (projectmanager). Namens de British School waren aanwezig [naam 2] (project director) en [naam 3] (financieel directeur).

Overwegingen

Waar gaan deze zaken over?

1. Op 21 december 2018 heeft de British School een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het project ‘Verbouwing en nieuwbouw voormalig gevangenis tot British School of Amsterdam’. De British School wil het voormalig Huis van Bewaring aan de Havenstraat in Amsterdam transformeren tot schoolgebouw.

2. De aanvraag heeft betrekking op bouwen, het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan en het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een gemeentelijk monument.1

3. De projectlocatie valt onder het bestemmingsplan ‘Olympisch Stadion e.o.’ en heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’. De gronden zijn onder andere bestemd voor onderwijs en schoolpleinen. Dit betekent dat het gebruik van de gronden als school en schoolpleinen binnen het bestemmingsplan past. Het bouwplan is echter op bepaalde punten in strijd met het bestemmingsplan, omdat er buiten het bouwvlak gebouwd wordt en de maximale bouwhoogte wordt overschreden.

4. Het college heeft aan de British School een vergunning verleend om op deze punten af te wijken van het bestemmingsplan, op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

5. [eiser 1] en [eiser 2] wonen aan de [adres] . De achterzijde van hun woningen is gelegen naast de projectlocatie. Zoals hiervoor overwogen heeft de afwijking van het bestemmingsplan betrekking op het bouwen buiten het bouwvlak en overschrijding van de bouwhoogte. De bebouwing komt daardoor dichter bij de woningen van [eiser 2] en [eiser 1] te liggen dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Het onbebouwde deel van het perceel tussen de woningen en de school, dat als schoolplein voor kinderen in de leeftijd van 5 tot 7 jaar zal worden ontwikkeld, wordt daardoor kleiner.

6. [eiser 1] en [eiser 2] zijn het niet eens met de vergunningverlening. Zij hebben hiertegen diverse bezwaren en vrezen onder andere voor geluidsoverlast van spelende kinderen op het schoolplein gelegen bij hun woning (de zogeheten infant playground) en voor luchtvervuiling en verkeersopstoppingen doordat veel kinderen met de auto zullen worden gebracht.

7. De rechtbank zal de beroepsgronden van [eiser 2] en [eiser 1] hieronder bij haar oordeel bespreken.

Het beoordelingskader

8. Het college kan met vergunningverlening van een bestemmingsplan afwijken als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het college heeft beslisruimte. Dat betekent dat het college de keuze heeft om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen. Bij die keuze moet het college de betrokken belangen afwegen. De rechtbank beoordeelt alleen of het college het besluit voldoende heeft gemotiveerd en de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen.

Het oordeel van de rechtbank

Het Omgevingsvergunningen A2-beleid

9. Het college heeft afgeweken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wabo in samenhang met artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Bor. Het college heeft voor deze zogenoemde ‘kruimelgevallenregeling’ beleid gemaakt: het Omgevingsvergunningen A2-beleid. Volgens [eiser 1] heeft het college in strijd met dit beleid gehandeld. [eiser 1] wijst op beleidsregel 4a. Volgens deze beleidsregel wordt voor bijbehorende bouwwerken geen ‘omgevingsvergunning-a2’ verleend wanneer deze in strijd zijn met het bestemmingsplan.

10. Het college heeft aangegeven dat deze beleidsregel in dit geval niet van toepassing is. Deze beleidsregel is geschreven ter bescherming van binnentuinen in gesloten bouwblokken. Een dergelijke situatie is hier volgens het college niet aan de orde.

11. De rechtbank volgt het college in het standpunt dat de beleidsregel in dit geval niet van toepassing is. Het Omgevingsvergunningen A2-beleid is geschreven om veelvoorkomende aanvragen snel af te kunnen handelen. Uit de toelichting bij beleidsregel 4a volgt duidelijk dat deze beleidsregel tot doel heeft het dichtslibben van gesloten bouwblokken te voorkomen en daar groen te kunnen behouden. In dit geval is geen sprake van een gesloten bouwblok. Ook is de aanvraag die de British School heeft ingediend geen veelvoorkomende situatie waarvoor het beleid is opgesteld. Het college heeft daarom in dit geval terecht een individuele afweging gemaakt.

Geluidsoverlast door spelende kinderen

12. [eiser 1] en [eiser 2] vrezen voor geluidsoverlast door spelende kinderen op de infant playground. Zij zijn bang voor een klankkast-effect omdat de infant playground door de bouw buiten het bouwvlak aan drie zijden wordt omsloten door muren. [eiser 1] voert daarnaast aan dat in de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) een richtafstand wordt aanbevolen van 30 meter tussen woningen en een schoolplein.

13. De rechtbank oordeelt dat de afweging die het college op dit punt heeft gemaakt voldoende is gemotiveerd. In dit geval is gebruik van de gronden als schoolplein op grond van het bestemmingsplan reeds toegestaan. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan is dus al een afweging gemaakt over de afstand tussen de woningen en een eventueel schoolplein. De richtafstanden uit de VNG-brochure gelden daarom niet. Uit de geluidsonderzoeken van Deerns (van 22 november 2018 en 20 maart 2020) volgt verder dat de geluidsbelasting door buiten spelende kinderen in de situatie waarin het bouwvlak wordt overschreden gelijk is aan de geluidsbelasting die zou ontstaan als het bouwvlak niet zou worden overschreden. In beide gevallen is sprake van een geluidsbelasting van 64 dBA, welke belasting nog met 3 dBA wordt teruggebracht door het voornemen van de British School om niet meer dan 80 kinderen op de infant playground te laten spelen. Bij de meting is door Deerns ook rekening gehouden met echoputwerking. Gelet op deze onderzoeksresultaten en op de ruimte die het bestemmingsplan wat betreft gebruik al biedt, is de rechtbank van oordeel dat de afweging die het college op dit punt heeft gemaakt voldoende is gemotiveerd

14. Voor zover [eiser 2] heeft aangevoerd dat iedere woning een geluidsluwe zijde moet hebben, geldt dat dit niet volgt uit geldende wettelijke voorschriften. Deze beroepsgrond kan dus niet slagen.

Normen luchtkwaliteit

15. [eiser 1] heeft aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met de luchtvervuiling die zal ontstaan door een toename van verkeer in een gebied dat al een zeer hoge verkeersintensiteit kent. Er is volgens [eiser 1] onvoldoende rekening gehouden met nieuwe wetenschappelijke inzichten op dit punt.2 Daarnaast wijst [eiser 1] erop dat de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie dateren uit 2005 en dat deze inmiddels achterhaald zijn.

16. De rechtbank volgt [eiser 1] niet in zijn stellingen op dit punt. Voorop wordt gesteld dat een beoordeling van de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, tweede lid, onder g, van de Wet milieubeheer in verbinding met artikel 2.8 van het Bor in een zaak als deze niet wettelijk vereist is. Het college heeft verder gemotiveerd overwogen dat op de locatie ruimschoots wordt voldaan aan de jaargemiddelde norm van stikstof en fijnstof. Eisers hebben deze berekening ook niet bestreden. De grond slaagt niet.

Verkeerssituatie

17. Eisers vrezen verkeerschaos door de komst van de British School. Zij wijzen erop dat veel kinderen zullen worden gehaald en gebracht met de auto. Het verkeerscirculatieplan van de British School is gebaseerd op het bestemmingsplan Havenstraatterrein dat op 28 maart 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is vernietigd.3 Volgens eisers zijn de Havenstraat en de omliggende straten er niet op ingericht om het verkeer vanaf en naar de British School te verwerken.

18. Ook deze grond slaagt niet. In het bestemmingsplan Havenstraat was op het Havenstraatterrein de ontwikkeling van 500 woningen gepland. In het kader van dit bestemmingsplan heeft Goudappel Coffeng een onderzoek gedaan naar de verkeerssituatie na de ontwikkeling van de British School en het Havenstraatterrein. Uit dit onderzoek volgt dat de verkeerseffecten van de ontwikkeling van het Havenstraatterrein en de vestiging van de British School op de bestaande wegenstructuur in de directe omgeving van het gebied beperkt zijn. Hoewel het bestemmingsplan Havenstraat door de Afdeling is vernietigd, heeft de Afdeling zich niet uitgelaten over dit onderzoek. Dit onderzoek is dan ook nog steeds toepasbaar.

19. Doordat het bestemmingsplan Havenstraatterrein door de Afdeling is vernietigd, heeft de ontwikkeling van dit plangebied vertraging opgelopen. Dit betekent dat voorlopig geen doorgang wordt gecreëerd naar de Karperweg, waardoor het verkeer vanaf de British School niet in deze richting kan wegstromen. Het college heeft daarom in kaart gebracht wat de gevolgen zijn voor de verkeersafwikkeling in de situatie dat de British School in gebruik is genomen en het Havenstraatterrein niet ontwikkeld is. Uit dit memo blijkt dat de toename van het verkeer ten behoeve van de British School op de Havenstraat wordt gecompenseerd door het uitblijven van de woningbouw. In de avondspits zal de verkeersafwikkeling verbeteren. In de ochtendspits wordt de uitstroom van de Havenstraat naar de Amstelveenseweg weliswaar iets zwaarder belast, maar deze belasting is beperkt omdat het gaat om een toename van slechts 30 motorvoertuigen.

20. Naar het oordeel van de rechtbank zijn het onderzoek van Goudappel Coffeng en het memo verkeersafwikkeling tijdelijke situatie BSA van 28 november 2019 inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd. Eisers hebben deze onderzoeken verder onvoldoende gemotiveerd bestreden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college voldoende heeft onderbouwd dat vanuit een ruimtelijk oogpunt de invloed van de komst van de British School op de verkeerssituatie ter plaatse toelaatbaar is.

Geluidsoverlast door luchtbehandelingskasten

21. [eiser 2] heeft aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met de geluidsoverlast die zal worden veroorzaakt door de luchtbehandelingskasten die inpandig worden gerealiseerd boven de gymzaal en de klaslokalen aan de noordzijde van het gebouw.

22. De rechtbank volgt [eiser 2] hierin niet. Het geluidsniveau dat de kasten zullen maken is onderzocht. Uit de rapportage van Deerns van 29 mei 2019 volgt dat het geluidsniveau dat de luchtbehandelingskasten overdag, in de avond en in de nacht produceren voldoet aan de eisen die worden gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer.4

Tot slot

23. [eiser 2] voert aan dat de bezwaarschriftencommissie heeft overwogen dat ook binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan een grootschalig schoolgebouw kan worden gerealiseerd met een vergelijkbaar aantal leerlingen.

24. De overweging van de bezwaarschriftencommissie betekent niet dat het onredelijk is dat het college van het bestemmingsplan heeft afgeweken. Het college moet beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning en heeft bij de keuze om al dan niet mee te werken aan afwijking van het bestemmingsplan beslisruimte. De rechtbank is van oordeel dat de afweging die het college in dit geval heeft gemaakt redelijk is, gelet op de ambitie van het college om het gebouw een nieuwe bestemming te geven, de eisen die zijn gesteld vanuit welstandsoogpunt en de wensen die de British School heeft ten aanzien van een schoolgebouw gelet op het curriculum.

25. Ook de beroepsgrond dat de British School geen binding zou hebben met de buurt kan niet tot een ander oordeel leiden. Een school is op basis van het bestemmingsplan immers toegestaan op deze locatie. Daarbij is niet vereist dat een deel van de leerlingen uit de Schinkelbuurt of de directe omgeving daarvan komt.

Conclusie

26. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Voor een vergoeding van het griffierecht bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.E. Wijnker, voorzitter, en mr. F.L. Bolkestein en mr. D. Sullivan, leden, in aanwezigheid van mr. A.R. Vlierhuis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Zie artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, en artikel 2.2, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Erfgoedverordening Amsterdam.

2 [eiser 1] wijst op onderzoeken van prof. J. Lelieveld en prof. F. Meysman.

3 ECLI:NL:RVS:2019:960.

4 Zie tabel 2.17a bij artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.