Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:4021

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2020
Datum publicatie
20-08-2020
Zaaknummer
13/751750-18
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Poolse rechststaat. Heropent en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de antwoorden op de gestelde prejudiciële vragen in voornoemde tussenuitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2020:3776) af te wachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751750-18

RK nummer: 20/2667

Datum uitspraak: 13 augustus 2020

TUSSEN

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 mei 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 3 augustus 2018 door the District Court in Włocławek (Polen)

en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats:

oude [adres] [plaats 1],

gedetineerd in Justitieel Complex [plaats 2],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 juli 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. Guman, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

Gelet op de maatregelen die de rechtbank wegens de uitbraak van het coronavirus heeft genomen, is de opgeëiste persoon via een videoverbinding gehoord vanuit de Penitentiaire Inrichting.


De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van de volgende vonnissen:

Zaak I: the cumulative sentence van the Regional Court in Włocławek van 5 juni 2013 (referentie: II K 2137/12).

A – the verdict issued by the Regional Court in Lipno van 22 juli 2009

(referentie: II K 526/09).

B - the verdict issued by the Regional Court in Lipno van 25 februari 2010

(referentie: II K 8/10).

Zaak II: the verdict issued by the Regional Court in Włocławek van 26 juli 2013,

(referentie: II K 877/13).

Zaak III: the verdict issued by the Regional Court in Lipno van 19 februari 2016,

(referentie: II K 656/14).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van verschillende vrijheidsstraffen te ondergaan op het grondgebied van de opgeëiste persoon.

De straffen betreffen:

Ten aanzien van zaak I

een voorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en vijf maanden. Hiervan is op 25 mei 2015 door het Regional court Lipno de tenuitvoerlegging bevolen;

Ten aanzien van zaak II

een voorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. Hiervan is op 25 mei 2015 door het Regional court Lipno de tenuitvoerlegging bevolen;

Ten aanzien van zaak III

Een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. Van deze straf resteren volgens het EAB nog elf maanden en 28 dagen.

De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.

De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Deze rechtbank heeft op 31 juli 2020 (in een andere zaak) een tussenuitspraak gewezen (ECLI:NL:RBAMS:2020:3776). In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank drie prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese unie (HvJ EU), die – kort gezegd – betrekking hebben op de recente ontwikkelingen met betrekking tot de Poolse rechtsstaat en in het verlengde daarvan de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in Polen.

De rechtbank is van oordeel dat de antwoorden op die prejudiciële vragen ook in de onderhavige zaak relevant zijn. De rechtbank zal derhalve het onderzoek ter zitting heropenen en voor onbepaalde tijd aanhouden, teneinde de beantwoording van de in voornoemde zaak gestelde prejudiciële vragen aan het HvJ EU af te wachten. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de antwoorden op de gestelde prejudiciële vragen in voornoemde tussenuitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2020:3776) af te wachten;

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemd nader te bepalen datum en tijdstip.

Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. J.P.W. Helmonds en C.W.M. Giesen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Drent, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2020.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.