Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3915

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-08-2020
Datum publicatie
14-08-2020
Zaaknummer
8620900 KK EXPL 20-384
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een bedrijf dat een vrouw voor ruim 6600 euro een tweedehands Canta verkocht die ook na diverse reparaties niet goed reed, moet haar het aankoopbedrag terugbetalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8620900 KK EXPL 20-384

vonnis van: 10 augustus 2020

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. M.I. L'Ghdas

t e g e n

1. de vennootschap onder firma Riminicars vof

gevestigd te Numansdorp

nader te noemen: Riminicars

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats]

nader te noemen: [gedaagde 2]

3. [gedaagde 3] ,

wonende te [woonplaats] ,
nader te noemen [gedaagde 3]
4. [gedaagde 4] ,
nader te noemen [gedaagde 4]

allen gedaagden, gezamenlijk ook als gedaagden geduid,

voor gedaagden is verschenen: [bedrijfsleider] , bedrijfsleider bij gedaagde sub 1.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 7 juli 2020, met producties, heeft [eiseres] een vordering in kort geding ingesteld.

Ter zitting van 3 augustus 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiseres] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde en de heer [naam tolk] (tolk). Voor gedaagden is [bedrijfsleider] , bedrijfsleider bij Riminicars, verschenen. Hij heeft een machtiging overgelegd. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

[eiseres] heeft op 27 november 2019 met Riminicars een koopovereenkomst gesloten. De koopovereenkomst heeft betrekking op de koop door [eiseres] van een Canta LX (hierna: de Canta), bouwjaar 2008 van Riminicars tegen betaling van een koopprijs van € 6.601,72. [eiseres] heeft de Canta gefinancierd vanuit een toelage van de gemeente op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (hierna: WMO).

1.2.

Riminicars heeft de Canta op 9 januari 2020 aan [eiseres] geleverd. Er is een garantietermijn van zes maanden overeengekomen. Die termijn vangt aan op de dag van levering.

1.3.

Kort na levering ontdekte [eiseres] verschillende mankementen aan de Canta. De achteruitversnelling werkte niet, de Canta trilde en er ontplofte een voorband. Een door [eiseres] ingeroepen garage in verband met de klapband, Aroba, constateerde dat de stuurkogel links voor mogelijk de oorzaak van de slijtage van de band en de klapband is.

1.4.

[eiseres] heeft Riminicars telefonisch en per e-mail van de klachten op de hoogte gebracht. Per e-mail van 10 maart 2020 heeft [naam maatschappelijk werker] , maatschappelijk werker bij [naam instelling] , namens [eiseres] aan Riminicars het volgende bericht: “ Beste [bedrijfsleider] ( [bedrijfsleider] , ktr), Bij deze de foto’s van de banden. Stuurkogel links voor is stuk, versnellingsbak stuk, starten is moeilijk”.

1.5.

De Canta is daarna door Riminicars opgehaald voor reparatie. Nadat de Canta is teruggebracht, heeft [naam bedrijf] , in de persoon van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) op verzoek van [eiseres] de Canta onderzocht. Hij heeft een op 1 april 2020 gedateerde offerte uitgebracht met daarin de volgende te repareren punten: “Draagarm LV, Laswerk + materiaal, lagers draagarm.”

1.6.

Riminicars heeft daarna op basis van de offerte van [naam 1] (wederom) een aantal werkzaamheden aan de Canta uitgevoerd.

1.7.

De klachten waren volgens [eiseres] echter niet verholpen. Zij heeft vervolgens op 4 mei 2020 Carservice [naam Carservice] benaderd. De heer [naam 2] , werkzaam bij Carservice [naam Carservice] , heeft per e-mail van 8 mei 2020 aan de gemachtigde van [eiseres] het volgende bericht: “(…) belangrijkste gebreken die ik heb geconstateerd zijn de stuurinrichting is niet in orde. Wiel ophanging is ook niet in orde (rechtervoorwiel). Ook belangrijk is dat de snelheid van de auto niet in orde is (…) ik heb ook gezien dat deze canta veel roest aan de onderkant heeft gehad. (…) mijn algemene indruk over deze auto is niet goed. De hele voorneus van de auto is scheef. Hierdoor slijt de voorband niet op normale wijze. De slijtage gaat abnormaal snel er brokkelen letterlijk stukken van de band af. (…) mevrouw moet de band zeker om de paar weken vervangen. (…) ik vind deze canta zeker niet veilig op de weg, de band slijt heel snel en brokkelt af. Stuur inrichting is ook niet veilig (stabiel) (…) ik heb mevrouw geadviseerd om de auto niet te gebruiken.”

1.8.

Per brief van 18 mei 2020 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan Riminicars bericht dat de Canta nog steeds gebreken vertoont in de vorm van snelle slijtage van de voorband en een te lage snelheid. Tevens deelt de gemachtigde mee dat [eiseres] is geadviseerd de Canta in verband met de veiligheid niet te gebruiken. Riminicars wordt in de gelegenheid gesteld om binnen 15 dagen de gebreken in kaart te brengen en te verhelpen. Voorst wordt ontbinding van de overeenkomst aangekondigd, als Riminicars de gebreken niet herstelt.

1.9.

Per e-mail van 19 mei 2020 heeft [bedrijfsleider] namens Riminicars aan de gemachtigde van [eiseres] geschreven dat alle door [eiseres] opgegeven gebreken zijn gerepareerd en dat de Canta op juiste wijze is hersteld en afgeleverd.

1.10.

Per brief van 5 juni 2020 heeft de gemachtigde van [eiseres] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van de koopprijs gevorderd.

1.11.

Per e-mail van 8 juni 2020 heeft [bedrijfsleider] geschreven het met de buitengerechtelijke ontbinding niet eens te zijn.

Vordering

2. [eiseres] vordert dat gedaagden hoofdelijk bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zullen worden om:

2.1.

aan [eiseres] € 6.601,72 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juni 2020 tot het moment der voldoening;

2.2.

een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag, voor iedere dag dat gedaagden niet binnen 24 uur na betekening aan het vonnis hebben voldaan, met een maximum van € 10.000,00;

2.3.

de proceskosten te betalen.

3. [eiseres] stelt hiertoe kort samengevat, dat Riminicars een Canta heeft geleverd die niet aan de overeenkomst beantwoordt. De Canta vertoont gebreken waardoor deze niet kan worden gebruikt waarvoor die bedoeld is. De Canta is een gevaar op de weg. Riminicars is (meermaals) in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, maar dat is niet gelukt. Daarom is [eiseres] tot buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst overgegaan. Zij is afhankelijk van de Canta en heeft niet de financiële middelen om een nieuwe aan te schaffen. Over zes jaar kan zij weer een verzoek doen op grond van de WMO.

Verweer

4. Riminicars voert verweer, dat bij de beoordeling aan de orde zal komen.

Beoordeling

5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

6. In dit geval moet worden beoordeeld of het voldoende aannemelijk is dat in een (eventuele) bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [eiseres] de koopovereenkomst, die moet worden gekwalificeerd als consumentenkoop, terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden en dat Riminicars de aankoopprijs moet terugbetalen.

7. In de wet is bepaald dat bij een consumentenkoop de koper de overeenkomst mag ontbinden, als het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordt en de verkoper binnen bekwame tijd niet tot reparatie van de zaak is overgegaan. Dit staat in artikel 7:22 Burgerlijk Wetboek (BW) in combinatie met artikel 7:21 lid 3 BW.

8. Op basis van de koopovereenkomst die partijen hebben gesloten, mag [eiseres] een bepaalde verwachting hebben van (de werking van) de Canta. Welke verwachting zij mag hebben is afhankelijk van de omstandigheden. In dit geval spelen het feit dat het een tweede hands Canta betreft van (ten tijde van het sluiten van de overeenkomst) ruim 11 jaar oud, maar ook de koopprijs die zij heeft betaald een rol. De verwachting die [eiseres] mag hebben is maatgevend voor de vraag of de Canta aan de overeenkomst beantwoordt.

9. Omdat sprake is van een consumentenkoop, wordt vermoed dat de Canta bij aflevering niet aan de overeenkomst voldoet, als er binnen zes maanden na levering gebreken optreden waardoor de Canta niet functioneert zoals [eiseres] op basis van de overeenkomst mocht verwachten (artikel 7:18 lid 2 BW). Het is daarbij aan [eiseres] om te stellen en zo nodig te bewijzen dat er sprake is van een gebrek en dat het gebrek binnen zes maanden na levering zich heeft gemanifesteerd. Als [eiseres] daarin slaagt, dan dient Riminicars het vermoeden dat de Canta niet aan de overeenkomst beantwoordt, te weerleggen.

10. Uit de bewijsstukken die door [eiseres] zijn overgelegd (zie 1.3, 1.4 en 1.5) en die niet (voldoende) door Riminicars zijn weersproken, blijkt van diverse klachten over de werking van de Canta. Uit bevindingen van derden volgt dat de Canta gebreken vertoonde. Die gebreken hadden tot gevolg dat de Canta niet kon worden gebruikt op een manier die [eiseres] mocht verwachten. De Canta reed immers niet goed. Ook al is sprake van een Canta van 11 jaar oud, daarvan mag worden verwacht dat die goed rijdt, temeer gezien de overeengekomen verkoopprijs.

11. De gebreken aan de Canta hebben zich binnen zes maanden na levering voorgedaan, zodat het aan Riminicars is om te stellen en te onderbouwen dat de gebreken bij levering niet bestonden. Daarin is zij niet geslaagd. Dit betekent dat vooralsnog wordt aangenomen dat de Canta bij levering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Bovendien is door Riminicars een garantie van zes maanden gegeven. Dat betekent dat Riminicars gebreken aan de Canta die binnen zes maanden na aflevering opkomen, moet herstellen.

12. Riminicars is wel (twee keer) tot reparatie overgegaan, maar ook daarna zijn gebreken geconstateerd. Onder meer is wederom een probleem met de stuurinrichting en de slijtage van de banden als probleem genoemd. Verwezen wordt naar punt 1.7 hierboven. Naast Carservice [naam Carservice] heeft ook [naam 1] bevestigd dat de Canta (nog) niet goed was. [naam 1] heeft dit geschreven in een e-mail van 23 juni 2020 aan de heer [naam maatschappelijk werker] , die bij dagvaarding is overgelegd. Carservice [naam Carservice] heeft [eiseres] zelfs afgeraden om nog met de Canta te gaan rijden.

13. Riminicars heeft aangevoerd dat in de offerte van [naam 1] van 1 april 2020, dus vóór de reparatie, slijtage van de banden niet is genoemd als gebrek en pas later is opgeworpen. Volgens Riminicars wordt er naar problemen gezocht en is de Canta gerepareerd op basis van de door [naam 1] opgestelde offerte. De Canta is goed gerepareerd, aldus Riminicars.

14. De feiten waarvan voorshands wordt uitgegaan laten echter een ander beeld zien. Er is immers op 10 maart 2020 gemeld dat er (ook) een probleem was met de banden (zie 1.4). Op basis daarvan had Riminicars zelf onderzoek naar de oorzaak moeten doen. [eiseres] hoeft immers niet de oorzaak van het gebrek aan te tonen, maar enkel dat sprake is van een gebrek. Dat heeft zij gedaan. Bovendien blijkt uit de bevindingen van derden na de reparatie dat er, naast het bestaan van de gebreken, een groter onderliggend probleem lijkt te zijn, namelijk de constructie van de Canta. Riminicars heeft dat niet (voldoende) weerlegd en het is haar verantwoordelijkheid als verkoper dat de problemen met de Canta worden opgelost.

14. Riminicars is door [eiseres] nog in de gelegenheid gesteld om (wederom) tot reparatie over te gaan. Riminicars heeft daarvan afgezien en heeft evenmin de Canta aan een ander onderzoek onderworpen (zie 1.8 en 1.9). Op grond van al deze omstandigheden wordt voorshands geoordeeld dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat de Canta niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat de overeenkomst door [eiseres] terecht buitengerechtelijk is ontbonden. Riminicars zal dan de koopprijs moeten terugbetalen. Riminicars zal daartoe dan ook voorshands worden veroordeeld.

14. De wettelijke rente wordt gevorderd vanaf een moment dat de overeenkomst nog niet buitengerechtelijk was ontbonden. Dat is niet mogelijk. De rente wordt daarom voorshands toegewezen vanaf datum van dagvaarding in het kort geding.

14. De dwangsom wordt niet toegewezen omdat Riminicars wordt veroordeeld tot betaling van een geldsom.

14. Riminicars dient als de overwegend in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in de zin dat als één gedaagde betaalt, de andere gedaagden jegens [eiseres] van betaling zijn bevrijd, om aan [eiseres] € 6.601,72 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 augustus 2020 tot de voldoening:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op:
exploot € 100,89
salaris € 480,00
griffierecht € 236,00
-------------
totaal € 816,89 voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis hebben voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.