Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3856

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-08-2020
Datum publicatie
14-08-2020
Zaaknummer
13/013067-96 - tbs verlenging 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

TBS verlengd met twee jaar. Wijst af het verzoek om een onderzoek door de reclassering te laten verrichten of een observatie door het Pieter Baan Centrum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/013067-96 (en 23/000892-97, in hoger beroep)

Beslissing op de op 16 maart 2020 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 13 maart 2020 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1950,

thans verpleegd in de FPC [naam kliniek 1] te [plaats] ,

die bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 4 december 1997 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd. De terbeschikkingstelling is bij beslissing van deze rechtbank van 31 mei 2018 voor de tijd van twee jaar verlengd. Op 18 juli 2018 heeft de rechtbank gelast dat de verpleging van overheidswege zal worden hervat, welke beslissing op 20 december 2018 is bevestigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummers, waaronder:

  • -

    het op 20 februari 2020 op grond van artikel 6:6:12, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) uitgebrachte advies van de [naam kliniek 1] , strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen;

  • -

    de op 11 en 26 februari 2020 op grond van artikel 6:6:12, derde lid Sv opgemaakte adviesrapporten van de forensisch psychiater, drs. H.A. Gerritsen, en de psycholoog, A.J. de Groot, beiden niet verbonden aan de instelling waarin de terbeschikkinggestelde wordt verpleegd, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar.

De rechtbank heeft op 23 juli 2020 de officier van justitie mr. M.L. Vermeulen, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag, alsmede de deskundige [naam psycholoog] , GZ-psycholoog en als hoofd behandeling verbonden aan de [naam kliniek 1] te [plaats] , op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd advies van de [naam kliniek 1] van 20 februari 2020 wordt het volgende ontleend.

Kernproblematiek

Betrokkene is gediagnosticeerd met een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Daarnaast is er sprake van pedofilie, van het exclusieve type en trekken van psychopathie. Hij heeft een manipulatieve interpersoonlijke stijl en er is sprake van affectieve tekorten. Hoewel de persoonlijkheidsdynamiek niet is gewijzigd, wint betrokkene, wanneer sprake is van een narcisme sparende bejegening, wel aan stuurbaarheid, begeleidbaarheid. De pedofilie en trekken van psychopathie zijn lifetime diagnoses. Het extern risicomanagement vormt, vanwege het (recente pre-)delictgedrag en eerdere onbetrouwbaarheid in combinatie met de (persoonlijkheids)problematiek, de rode draad in zijn begeleiding c.q. resocialisatie.

Behandelverloop, risicotaxatie, koers en advies

Betrokkene is op 27 februari 2019 opgenomen in [afdeling kliniek 1] , een reguliere leefgroep van de kliniek. De behandeling richt zich op toezicht en controle, omdat verwacht wordt dat hij niet meer intrinsiek zal veranderen. In de leefgroep heeft hij een ontwrichtende werking. Begin april 2019 wordt daarom besloten hem over te plaatsen naar [afdeling kliniek 2] , een semi-individuele leefgroep. Hij is daar meer op zijn plek en zorgt voor minder ontwrichting. Betrokkene is gemotiveerd voor een voorwaardelijke beëindiging, het studeren van kunstgeschiedenis en zijn kunsthandel, maar houdt zich niet aan afspraken. Hij werkt onvoldoende mee aan toezicht en geeft beperkt openheid. Daarnaast probeert hij zijn zin door te drijven en stelt hij zich daarbij regelmatig dwingend en ongeduldig op.

Eind mei 2019 vindt een zorgconferentie plaats en concludeert de kliniek dat de wens van betrokkene om zo snel mogelijk toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging vanwege de ingeschatte risico’s niet aan de orde is. De kliniek heeft een longcare traject voor ogen, waarbij na begeleid en vervolgens onbegeleid verlof uiteindelijk een langdurig transmuraal traject wordt beoogd. De betrokken partijen onderschrijven deze conclusie. Ook betrokkene kiest ervoor zich te schikken naar het longcare traject, nu hij de huidige kliniek wil blijven. Hij acht zelf de risico´s op terugval echter laag.

Medio juli 2019 accepteert betrokkene dat de dwangverpleging is hervat, waardoor de samenwerkingsrelatie met het behandelteam verbetert. Hij zet zich beter in voor zijn behandelprogramma. Vanwege deze positieve ontwikkelingen acht het behandelteam in het najaar van 2019 het aanvragen van begeleide verloven verantwoord. Daarnaast wordt deze uitbreiding van vrijheden, in termen van de ingeschatte risico’s, als verantwoord ingeschat. Op 2 december 2019 machtigt het ministerie de kliniek het gevraagde verlof te verlenen conform het verlofplan.

Het streven is om in de komende twee jaar toe te werken naar onbegeleid en transmuraal verlof. Het belangrijkste doel in deze periode is het behouden van de huidige verbeterde samenwerkingsrelatie met zijn behandelaars, waarbij zijn (on)betrouwbare gedrag centraal staat. Het is van belang dat betrokkene, ook bij verdere uitbreiding van vrijheden, de begeleiding en het toezicht accepteert. Een belangrijk onderdeel hiervan is bijvoorbeeld dat er overeenstemming komt over zijn toekomstige dagbesteding. Dit zal minder solistisch en beter controleerbaar moeten zijn, dan wat hij zelf voor ogen heeft. Bij de door hem beoogde dag- en vrijetijdsbesteding (studie van en handel in kunst) wordt het risico op terugval in (pre-)delictgedrag te hoog ingeschat. Het risico op terugval in seksueel delictgedrag wordt bij intramuraal verblijf en begeleide stappen als laag ingeschat. Wanneer de tbs-maatregel zou komen te vervallen, wordt het risico op seksueel delictgedrag op termijn als hoog ingeschat. Gestuwd vanuit de seksuele deviantie (pedofilie) zoekt hij meer en meer contact met jonge en prepuberale kinderen (grooming). Hiermee begeeft hij zich op een glijdende schaal. Hij is onvoldoende in staat c.q. bereid het tij te keren, waardoor het risico op seksueel delictgedrag gaandeweg toe. Hierover bestaat geen overeenstemming met betrokkene.

Gelet op de stappen die nog moeten worden gezet en het beoogde longcare traject, wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.

De deskundige heeft dit advies op de zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld. De aanvraag begeleid verlof is teruggekomen met een aantal kritische opmerkingen. Hierop zal de kliniek reageren dat het risicomanagement ruim afdoende is. Het doel voor de komende periode, eind dit jaar begin volgend jaar, is via transmuraal verlof naar [afdeling kliniek 2] . Betrokkene moet dan wel betrouwbaar zijn. Hij kan zich geen schoonheidsfoutjes veroorloven.

Aan genoemde rapporten van de forensisch psychiater, drs. H.A. Gerritsen, en de psycholoog, A.J. de Groot, wordt het volgende ontleend. Ten aanzien van de diagnostische conclusies, het recidiverisico en het advies om de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen bestaat in hoofdlijnen overeenstemming tussen de onafhankelijke rapporteurs en de kliniek.

De psychiater vindt het onrustbarend dat betrokkene tijdens de voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege zich zo onbetrouwbaar heeft gedragen en zich ook nu nog zo naïef voordoet in zijn uitleg van zijn grensoverschrijdend en onbetrouwbaar gedrag. Het moet hem inmiddels duidelijk zijn dat de kliniek zorgen heeft over de risico’s bij vrijheden. Gezien een drietal vastgelopen behandelingen in drie tbs-klinieken en de huidige visie van betrokkene dat hij niet meer delictgevaarlijk is, ziet de psychiater geen behandelmogelijkheden meer. Conform de visie van de kliniek is het op dit moment het meest aangewezen dat de huidige behandeling bestaat uit een longcare traject met een zeer strak extern risicomanagement. Dan is het mogelijk haalbaar om hem na begeleid verlof nog onbegeleid verlof en transmuraal toe te kennen. Voor wat betreft het risicomanagement is het van belang dat hij geen contact heeft met kinderen tot 18 jaar, geen toegang heeft tot kinderpornografie, dat hij daginvulling heeft en dat hij zeer strak gemonitord wordt op signalen van angst/spanning/stress, irritatie/boosheid en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De psycholoog onderschrijft eveneens de beoogde route van de kliniek om betrokkene op basis van transmuraal verlof te resocialiseren. Een longcontrol traject, waarbij op geleide van het functioneren en het actief naleven van het terugvalpreventieplan, het benodigde externe risicomanagement in de tijd enigszins kan worden versoepeld. Er kan wellicht een gecombineerde aanvraag onbegeleid verlof, transmuraal verlof met een duidelijk stappenplan worden gedaan. Het intramurale verblijf heeft geen meerwaarde. Voorwaardelijke beëindiging biedt te weinig veiligheidsborging omdat betrokkene eigen, mogelijk risicovol gedrag niet uit eigen beweging gemakkelijk in blijkt te kunnen brengen. Hij wil of kan de mogelijke risico’s maar moeilijk bij zichzelf onderkennen en dit maakt hem moeilijk begeleidbaar voor de reclassering. Mocht betrokkene zich langer hebben bewezen binnen transmuraal verlof zonder ruis, dan biedt, gelet ook op de voortschrijdende leeftijd, voorwaardelijke beëindiging mogelijk voldoende veiligheidsborging in de toekomst.

De rechtbank is gelet op de adviezen, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Het verzoek van de raadsman om een onderzoek door de reclassering ten aanzien van het risicomanagement in het kader van een eventuele verlofaanvraag, wordt afgewezen. Na de zorgconferentie is duidelijk geworden dat de terbeschikkinggestelde niet in staat is om zich aan de gestelde voorwaarden te houden en dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging vanwege de ingeschatte risico’s niet aan de orde is. De kliniek heeft een longcare-, longcontrol traject met een zeer strak extern risicomanagement voor ogen waarbij na begeleid en vervolgens onbegeleid verlof uiteindelijk een langdurig transmuraal traject wordt beoogd. De rechtbank acht zich op basis van voornoemde beschouwingen, conclusies en adviezen van de kliniek en de onafhankelijke deskundigen voldoende ingelicht. Nu geen sprake is van een impasse en de terbeschikkinggestelde zich blijkens de zorgconferentie heeft geconformeerd aan voornoemd longcare traject, ziet de rechtbank geen noodzaak om de terbeschikkinggestelde te laten observeren door het Pieter Baan Centrum.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met twee jaar.

Wijst af het verzoek om een onderzoek door de reclassering te laten verrichten of een observatie door het Pieter Baan Centrum.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,

mrs. M.A.E. Somsen en E. van den Brink, rechters,

in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus 2020.