Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3501

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
27-07-2020
Zaaknummer
13/751883-18
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Met de intrekking van het EAB is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van onderhavig overleveringsverzoek komen te ontvallen. De officier van justitie is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751883-18

RK-nummer: 18/7185

Datum uitspraak: 16 juni 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 oktober 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 mei 2018 door the Regional Court in Kielce (Sąd Okręgowy w Kielcach) (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1996,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[BRP-adres] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

Zitting 13 december 2018

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 december 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft het onderzoek op die zitting geschorst voor onbepaalde tijd om – kort gezegd – de uitspraak van deze rechtbank van 4 januari 2019 in het kader van de Poolse rechtstaat af te wachten.

Zitting 12 maart 2020

De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de openbare zitting van 12 maart 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak

moet doen met dertig dagen verlengd en vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van

artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

Tussenuitspraak 26 maart 2020

De rechtbank heeft op 26 maart 2020 het onderzoek heropend en geschorst om de verdediging en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om hun schriftelijke zienswijze te geven op de recente ontwikkelingen binnen de Poolse rechtsstaat en de vraag hoe deze punten concreet (moeten) doorwerken in de op de rechtbank rustende plicht tot beantwoording van de vragen die voortvloeien uit het arrest LM (C-126/18PPU).

Zitting 16 juni 2020

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 16 juni 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon en zijn advocaat waren hierbij niet aanwezig.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van the Local Court (Sąd Rejonowy) in Kielce van 3 augustus 2017 (II Kp 263/17, (PR 2 Ds. 134.2017.Sp(c)).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Polen strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Ontvankelijkheid officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op de zitting van 16 juni 2020 op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering omdat de Poolse autoriteiten het EAB hebben ingetrokken.

De rechtbank overweegt dat met de intrekking van het EAB de grondslag aan de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van onderhavig overleveringsverzoek, is komen te ontvallen. De rechtbank volgt de officier van justitie dan ook in haar standpunt dat zij niet kan worden ontvangen in haar vordering.

5 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.

Aldus gedaan door

mr. H.J. Fehmers, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en E.G.M.M. van Gessel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Drent, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 16 juni 2020.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.