Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3354

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
AMS 20/79
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:57 Awb. Beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/79

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser,

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het maandelijkse bedrag dat eiser dient terug te betalen vanwege de schuld die hij heeft bij verweerder vastgesteld op € 364,56.

Bij besluit van 2 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft partijen op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid gesteld om aan te geven of zij op een zitting willen worden gehoord. De rechtbank heeft van partijen niet gehoord dat zij een zitting wensen. De rechtbank heeft daarom bepaald dat er geen zitting zal plaatsvinden en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48,-. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

2. De griffier heeft eiser bij brief van 7 januari 2020 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Bij aangetekend verzonden brief van 5 februari 2020 heeft de griffier eiser opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.

3. Eiser heeft het griffierecht niet betaald.

4. De rechtbank heeft eiser bij brief van 6 mei 2020 in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na de datum van verzending van deze brief aan te tonen dat het griffierecht is betaald binnen de termijn, of dat het eiser niet kan worden aangerekend dat het griffierecht niet is betaald.

5. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief en heeft geen reden gegeven voor het niet-betalen van het griffierecht. De rechtbank is verder niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.C. Trommel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.