Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3352

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-06-2020
Datum publicatie
13-08-2020
Zaaknummer
AMS 19/5805
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:57 Awb. Beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/5805

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] (Marokko), eiser

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 4 oktober 2019 (het bestreden besluit).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft partijen op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid gesteld om aan te geven of zij op een zitting willen worden gehoord. De rechtbank heeft van partijen niet gehoord dat zij een zitting wensen. De rechtbank heeft daarom bepaald dat er geen zitting zal plaatsvinden en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt van de indiener van het beroepschrift door de griffier een griffierecht geheven.

Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2. Bij brief van 8 november 2019 is aan eiser meegedeeld dat voor de behandeling van zijn beroepschrift een griffierecht ter hoogte van € 47,- dient te worden betaald. Daarna is bij aangetekende brief van 7 december 2019 aan eiser nog een termijn van vier weken gegeven. Het griffierecht had uiterlijk op 4 januari 2020 betaald moeten worden. Deze termijnen zijn verstreken zonder dat het griffierecht is ontvangen. Ten tijde van deze uitspraak heeft de rechtbank het verschuldigde griffierecht niet ontvangen.

3. De rechtbank kan het beroep alleen inhoudelijk beoordelen, als eiser een heel goede reden heeft waarom hij het griffierecht niet heeft betaald. De rechtbank heeft daarom in een brief van 6 maart 2020 aan eiser gevraagd of hij kan aantonen dat het griffierecht is betaald, of dat het hem niet kan worden aangerekend dat het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

4. Eiser heeft op de brief van 6 maart 2020 niet gereageerd. Ook overigens heeft de rechtbank geen redenen om aan te nemen dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest.

5. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank kan dan ook niet inhoudelijk ingaan op eisers beroepschrift.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Trommel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.