Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3219

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2020
Datum publicatie
03-07-2020
Zaaknummer
8063761 CV EXPL 19-20093
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing. Koopovereenkomst. Gesteld dat is voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen, maar volgt niet uit de onderbouwing. Geen sanctie opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8063761 CV EXPL 19-20093

vonnis van: 29 juni 2020

fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

Billink Financial Solutions B.V.

gevestigd te Rotterdam

eisende partij

gemachtigde: E.A.P. van Lith

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

niet verschenen

Verder verloop van de procedure

Bij tussenvonnis van 20 januari 2020 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om het bijgevoegde informatieformulier in te vullen en dit ingevulde formulier en de daarin aangegeven stukken in het geding te brengen, en een kopie hiervan aan gedaagde partij te sturen met de mededeling dat deze hierop kan reageren.

Eisende partij heeft op de rolzitting van 17 februari 2020 een akte ingediend. Gedaagde partij heeft hierop niet gereageerd.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

Stellingen van eisende partij in de dagvaarding

  1. Eisende partij stelt in de dagvaarding dat gedaagde partij op de website van Boozyshop.nl (verder: de handelaar) een bestelling heeft geplaatst. Het betreft een koopovereenkomst. De handelaar heeft goederen zijn geleverd aan gedaagde partij. Gedaagde partij is akkoord gegaan met de algemene voorwaarden van de handelaar. Uit hoofde van de toepasselijke algemene voorwaarden is voldaan aan de informatieverplichting als bedoeld in artikel 6:230m en/of 6:230v lid 6 en/of 8 BW. In de algemene voorwaarden is onder meer de identiteit van de ondernemer, het aanbod, het herroepingsrecht, betalingscondities en de klachtenregeling vermeld.
    De handelaar heeft haar vordering verkocht en gecedeerd aan Billink B.V. (verder: Billink). Blijkens de factuur is gedaagde partij hiervan in kennis gesteld. Billink heeft de vordering vervolgens verkocht aan eisende partij. Ondanks betalingsherinneringen was gedaagde partij niet bereid om tot betaling over te gaan.

  2. Bij dagvaarding is overgelegd de factuur, de algemene voorwaarden, een e-mail waarin buitengerechtelijke incassokosten worden aangezegd en een ingevuld informatieformulier voor consumentenzaken.

Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieverplichtingen

3. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn. De koopovereenkomst is volgens eisende partij online gesloten. De kantonrechter dient ambtshalve te toetsen of aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen ter zake van de aan de vordering ten grondslag liggende koopovereenkomst(en) is voldaan. De dagvaarding was niet voorzien van voldoende informatie om dat te kunnen beoordelen. Daarom heeft de kantonrechter eisende partij bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om haar vordering alsnog in de hiervoor bedoelde zin te onderbouwen door het bij tussenvonnis gevoegde informatieformulier in te vullen, waar nodig haar antwoorden toe te lichten en de in het formulier aangegeven stukken, waaronder de overeenkomst(en), in het geding te brengen.

De door eisende partij ingediende akte

4. Eisende partij heeft bij akte het informatieformulier ingevuld en daarop een toelichting gegeven. Eisende partij heeft bij akte gesteld dat de grondslag van de vordering een koopovereenkomst betreft die gedaagde partij als consument met de webwinkel heeft gesloten. Na het voltooien van de koopovereenkomst wordt de ontstane geldvordering door de handelaar direct aan Billink verkocht. Er is geen sprake van een verstrekt (consumenten)krediet noch van een koop op afbetaling of dienstverlening. Direct na het afronden van de bestelling ontvangt de klant een e-mail waarin het achteraf betalen wordt toegelicht. Na toezending en bezorging van de bestelde goederen stuurt Billink op haar naam de factuur per e-mail aan de klant.

5. Aangaande de informatieverplichtingen stelt eisende partij dat alle rechten die de consument toekomen in de toepasselijke algemene voorwaarden staan. Hierin staat onder meer de identiteit van de ondernemer, het aanbod, het herroepingsrecht, betalingscondities en de klachtenregeling. Voorts kan onderaan de website altijd de volgende informatie worden aangeklikt: contact, over ons, algemene voorwaarden, levertijd en verzending, retourneren, groothandel / wholesale, kortingscode en vouchers, privacy policy, sitemap, vacatures, actie voorwaarden, cadeaupagina en prijswinnaars. De factuur en een kosteloze betalingsherinnering zijn verstuurd naar het door gedaagde partij opgegeven e-mailadres.

6. Ingevolge de artikelen 6:230m en 6:230v BW dient de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren over de voornaamste kenmerken van de zaak, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten, de mogelijkheid van herroeping en de kosten van retournering. Uitdrukkelijk zij er op gewezen dat dit slechts een samenvatting is van de kern van deze bepalingen. De kantonrechter verwijst voor overige naar hetgeen in die bepalingen is vermeld en attendeert erop dat afhankelijk van de aard van de zaak meer of minder informatie wordt verlangd. Waar het in artikel 6:230m BW gaat om de vraag welke informatie moet worden verstrekt, bepaalt artikel 6:230v BW de wijze waarop die informatie moet worden gegeven.

7. Wat de wijze van verstrekking van de informatie betreft kan de handelaar niet volstaan met het opnemen daarvan in algemene voorwaarden. Tijdens het verkoopproces dient de consument stap voor stap langs de informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Op die manier kan de consument een weloverwogen beslissing nemen over de verplichtingen die worden aangegaan. Het gebruik van ‘kleine lettertjes’, zo blijkt uit de Kamerstukken, is in dat verband niet aanvaardbaar.

8. Als sluitstuk heeft de wetgever bepaald dat de handelaar binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst, maar in ieder geval bij de levering van de zaken, de consument op een duurzame gegevensdrager, een bevestiging van de overeenkomst verstrekt, waarin alle verlangde informatie is opgenomen, tenzij dat niet al bij het sluiten van de overeenkomst zelf is verstrekt. Zo’n duurzame gegevensdrager kan een brief zijn, een e-mailbericht, een pdf-bestand of zelfs een factuur, mits daarin alle informatie is opgenomen.

9. In geval van een procedure dient eisende partij te stellen dat aan al deze verplichtingen is voldaan, daargelaten of eisende partij zelf de verkopende partij is of, zoals hier, via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden. Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in schermafdrukken vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, eisende partij dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.

10. Aangaande de wettelijke precontractuele informatieverplichtingen stelt eisende partij dat in de algemene voorwaarden de wettelijke rechten en plichten van gedaagde partij zijn vastgelegd. Ook verwijst eisende partij naar vindplaatsen op de website. Mede gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7, volstaat een verwijzing naar de algemene voorwaarden niet voor alle informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW, zeker niet voor wat betreft voor de wilsvorming van de consument essentiële informatie zoals het herroepingsrecht. Eisende partij lijkt te miskennen dat de omstandigheid dat de informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW op diverse plaatsen op de website staat nog niet betekent dat sprake is van informatieverstrekking op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Op de manier die eisende partij omschrijft is het immers aan de consument zelf om alle informatie op verschillende vindplaatsen op te zoeken, hetgeen niet is te kwalificeren als passende en duidelijke informatieverstrekking. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen.

11. Ingeval van een overeenkomst op afstand, zoals hier, moet de handelaar de consument op grond van artikel 6:230v lid 7 BW op een duurzame gegevensdrager na het sluiten van de overeenkomst op afstand, uiterlijk bij het leveren van de goederen, een bevestiging van de overeenkomst sturen. Die bevestiging dient alle in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde informatie te bevatten, voor zover de handelaar deze niet al voor het sluiten van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt.

12. Gesteld noch gebleken is dat de informatie in artikel 6:230m lid 1 BW al eerder op een duurzame gegevensdrager aan gedaagde partij is verstrekt. Eisende partij dient daarom te stellen en onderbouwen dat zij gedaagde partij een bevestiging van de overeenkomst heeft gestuurd op een duurzame gegevensdrager, welke bevestiging al deze informatie bevat.

12. Eisende partij stelt per e-mail een factuur aan gedaagde partij te hebben toegestuurd. Voor zover eisende partij zich op het standpunt stelt dat dient te worden gekeken naar de factuur voor wat betreft een bevestiging van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager, wordt vastgesteld dat hierin niet alle van toepassing zijnde informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW staat, zelfs niet alle essentiële informatie. In de factuur wordt gedaagde partij bijvoorbeeld niet geïnformeerd over het recht op ontbinding.

12. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat eisende partij weliswaar heeft gesteld dat is voldaan aan de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen, maar dit niet uit de gegeven toelichting en onderbouwing blijkt. Desondanks is de kantonrechter van oordeel dat het ambtshalve verbinden van een sanctie hieraan op dit moment niet op zijn plaats is, ook omdat er vanuit moet worden gegaan dat gedaagde partij de gekochte zaak of zaken zonder commentaar heeft behouden. Dat laatste is op zichzelf overigens niet redengevend om niet te sanctioneren.

12. Nu de vordering van eisende partij voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het navolgende.

12. Eisende partij heeft de brief als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW per e-mail gestuurd. De juistheid van een e-mailadres en de mogelijkheid van een geadresseerde om kennis te nemen van de e-mail staan niet altijd vast. De enkele stelling dat de brief per e-mail is gestuurd is daarom niet voldoende om ervan uit te kunnen gaan dat de brief gedaagde partij heeft bereikt. Er is niet gesteld dat er recent met gedaagde via e-mail is gecorrespondeerd of dat gedaagde partij naar aanleiding van de e-mail met eisende partij contact heeft opgenomen. Dit betekent dat niet kan worden uitgegaan van ontvangst van de per e-mail verzonden brief en om die reden zijn de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar.

Overweging ten overvloede

17. De kantonrechter wijst eisende partij erop dat zij in de dagvaarding aan de stelplicht dient te voldoen. Dat op dit moment geen aanleiding wordt gezien om te sanctioneren vanwege het niet voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen, wil niet zeggen dat dit altijd het geval zal zijn.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen:
- € 95,36 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2019 tot de dag van betaling;
- € 2,64 aan rente, berekend tot 13 september 2019;

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten die aan de zijde van eisende partij worden vastgesteld op € 121,00 aan griffierecht, € 85,18 aan dagvaardingskosten en € 36,00 aan salaris van de gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat gedaagde partij niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.