Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:3102

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-06-2020
Datum publicatie
03-07-2020
Zaaknummer
7889923 CV EXPL 19-14736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing. Koopovereenkomst. Gesteld dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen, maar uit de onderbouwing blijkt dit niet. Toch onvoldoende aanleiding om een sanctie op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7889923 CV EXPL 19-14736

vonnis van: 25 juni 2020

fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

Capaccs Invest B.V.

gevestigd te Eindhoven

eisende partij

gemachtigde: ACCS gerechtsdeurwaarders

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

niet verschenen

Verder verloop van de procedure

Bij tussenvonnis van 22 augustus 2019 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om het bijgevoegde informatieformulier in te vullen en dit ingevulde formulier en de daarin aangegeven stukken in het geding te brengen, en een kopie hiervan aan gedaagde partij te sturen met de mededeling dat deze hierop kan reageren.

Eisende partij heeft op de rolzitting van 14 november 2019 een akte ingediend. Gedaagde partij heeft hierop niet gereageerd.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

Stellingen van eisende partij in de dagvaarding

1. Eisende partij stelt in de dagvaarding dat [betrokkene] , handelend onder de naam [handelsnaam] .nl (verder: de handelaar) de oorspronkelijke schuldeiser is. De handelaar heeft de vordering aan eisende partij gecedeerd. Gedaagde partij heeft een door de handelaar verzonden factuur niet betaald, ondanks herhaalde telefonische en schriftelijke sommaties. Nu buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, maakt eisende partij aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten.

Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieverplichtingen

2. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn. De koopovereenkomst is volgens eisende partij online gesloten. De kantonrechter dient daarom ambtshalve te toetsen of aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen ter zake van de aan de vordering ten grondslag liggende koopovereenkomst(en) is voldaan. De dagvaarding was niet voorzien van voldoende informatie om dat te kunnen beoordelen. Daarom heeft de kantonrechter eisende partij bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om haar vordering alsnog in de hiervoor bedoelde zin te onderbouwen door het bij tussenvonnis gevoegde informatieformulier in te vullen, waar nodig haar antwoorden toe te lichten en de in het formulier aangegeven stukken, waaronder de overeenkomst(en), in het geding te brengen.

De door eisende partij ingediende akte

3. Eisende partij heeft bij akte het informatieformulier ingevuld en daarop een korte toelichting gegeven. Daarnaast heeft eisende partij de algemene voorwaarden in het geding gebracht en de factuur of facturen waarop de onderhavige vordering betrekking heeft.

4. Eisende partij heeft bij akte gesteld dat gedaagde partij na voltooiing van de online bestelling een bevestiging van de overeenkomst per e-mail ontvangt. Deze bevestiging heeft eisende partij overgelegd. In de algemene voorwaarden van de handelaar zijn de wettelijke rechten en plichten van gedaagde partij als consument vastgelegd. Gedaagde partij heeft gekozen voor een achteraf betaalmethode. Daarbij zijn aparte betalingsvoorwaarden van toepassing, die eisende partij ook heeft overgelegd. Eisende partij stelt dat daarmee ruimschoots is voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen.

5. Ingevolge de artikelen 6:230m en 6:230v BW dient de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren over de voornaamste kenmerken van de zaak, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten, de mogelijkheid van herroeping en de kosten van retournering. Uitdrukkelijk zij er op gewezen dat dit slechts een samenvatting is van de kern van deze bepalingen. De kantonrechter verwijst voor overige naar hetgeen in die bepalingen is vermeld en attendeert erop dat afhankelijk van de aard van de zaak meer of minder informatie wordt verlangd. Waar het in artikel 6:230m BW gaat om de vraag welke informatie moet worden verstrekt, bepaalt artikel 6:230v BW de wijze waarop die informatie moet worden gegeven.

6. Wat de wijze van verstrekking van de informatie betreft kan de handelaar niet volstaan met het opnemen daarvan in algemene voorwaarden, zoals eisende partij in deze zaak doet. Tijdens het verkoopproces dient de consument stap voor stap langs de informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Op die manier kan de consument een weloverwogen beslissing nemen over de verplichtingen die worden aangegaan. Het gebruik van ‘kleine lettertjes’, zo blijkt uit de Kamerstukken, is in dat verband niet aanvaardbaar.

7. Als sluitstuk heeft de wetgever bepaald dat de handelaar binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst, maar in ieder geval bij de levering van de zaken, de consument op een duurzame gegevensdrager, een bevestiging van de overeenkomst verstrekt, waarin alle verlangde informatie is opgenomen, tenzij dat niet al bij het sluiten van de overeenkomst zelf is verstrekt. Zo’n duurzame gegevensdrager kan een brief zijn, een e-mailbericht, een pdf-bestand of zelfs een factuur, mits daarin alle informatie is opgenomen.

8. In geval van een procedure dient eisende partij te stellen dat aan al deze verplichtingen is voldaan, daargelaten of eisende partij zelf de verkopende partij is of, zoals hier, via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden. Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in schermafdrukken vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, eisende partij dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.

9. Aangaande de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen stelt eisende partij dat in de algemene voorwaarden de wettelijke rechten en plichten van gedaagde partij zijn vastgelegd. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de informatieverplichtingen, aldus eisende partij. Mede gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 6, volstaat een verwijzing naar de algemene voorwaarden niet voor alle informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW. Verder heeft eisende partij geen nadere toelichting of onderbouwing gegeven op dit punt, zoals bijvoorbeeld een uiteenzetting van het bestelproces, terwijl daar in het informatieformulier wel om wordt gevraagd. Door op deze wijze te procederen maakt eisende partij het de kantonrechter onmogelijk ambtshalve te toetsen of is voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen.

10. Ingeval van een overeenkomst op afstand, zoals hier, moet de handelaar de consument op grond van artikel 6:230v lid 7 BW op een duurzame gegevensdrager na het sluiten van de overeenkomst op afstand, uiterlijk bij het leveren van de goederen, een bevestiging van de overeenkomst sturen. Die bevestiging dient alle in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde informatie te bevatten, voor zover de handelaar deze niet al voor het sluiten van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt.

11. Gesteld noch gebleken is dat de informatie in artikel 6:230m lid 1 BW al eerder op een duurzame gegevensdrager aan gedaagde partij is verstrekt. Eisende partij dient dus te stellen en onderbouwen dat zij gedaagde partij een bevestiging van de overeenkomst heeft gestuurd op een duurzame gegevensdrager, welke bevestiging al deze informatie bevat.

12. Eisende partij heeft gesteld dat gedaagde partij een bevestiging van de overeenkomst heeft ontvangen. Deze bevestiging heeft eisende partij bij akte overgelegd als productie 4. In de bevestiging staat bij lange na niet alle van toepassing zijnde informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW, zelfs niet de meest essentiële informatie zoals een omschrijving van het gekochte product, het totaalbedrag en de mogelijkheid van ontbinding, terwijl een en ander op grond van artikel 6:230v lid 7 BW wel is vereist. In de door eisende partij overgelegde bevestiging staat slechts een betaalinstructie, een telefoonnummer, een e-mailadres en wordt bij vragen verwezen naar de klantenservice.

13. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat eisende partij weliswaar heeft gesteld dat is voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen, maar dit niet uit de gegeven toelichting en onderbouwing blijkt. Desondanks is de kantonrechter van oordeel dat het ambtshalve verbinden van een sanctie hieraan op dit moment niet op zijn plaats is, ook omdat er vanuit moet worden gegaan dat gedaagde partij de gekochte zaak of zaken zonder commentaar heeft behouden. Dat laatste is op zichzelf overigens niet redengevend om niet te sanctioneren.

14. Nu de vordering van eisende partij voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.

Overweging ten overvloede

15. De kantonrechter wijst eisende partij erop dat al sinds 1 oktober 2019 geen tussenvonnis meer wordt gewezen waarbij een informatieformulier wordt verstrekt. Dat betekent dat eisende partij reeds in de dagvaarding aan de stelplicht dient te voldoen. Dat op dit moment geen aanleiding wordt gezien om te sanctioneren wil niet zeggen dat dit altijd het geval zal zijn.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen:
- € 179,85 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2019 tot de dag van betaling;
- € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten;
- € 1,87 aan rente, berekend tot 13 juni 2019;

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten die aan de zijde van eisende partij worden vastgesteld op € 121,00 aan griffierecht, € 85,14 aan dagvaardingskosten en € 36,00 aan salaris van de gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat gedaagde partij niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.