Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2542

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
14-05-2020
Zaaknummer
13/297881-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opmerking(en): Oplegging ISD-maatregel voor de duur van een jaar welke moet zijn gericht op terugkeer naar Duitsland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/297881-19 (Promis)

Datum uitspraak: 27 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedag] 1983 op [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Justitieel Complex [locatie] te [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 maart 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.E. Stroink en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. V.H. Hammerstein naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van levensmiddelen op 14 december 2019 te Amsterdam.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde kan worden bewezen.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft geen bewijsverweren gevoerd.

3.3

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde op grond van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte kan worden bewezen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, bewezen dat verdachte

op 14 december 2019 te Amsterdam levensmiddelen (koffie en kip en bier), dat toebehoorde aan Albert Heijn (filiaal [adres] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

7.1

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van één jaar zonder aftrek van voorarrest.

7.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht geen ISD-maatregel aan verdachte op te leggen. Nu verdachte geen recht heeft op sociale voorzieningen in Nederland, zal een ISD-maatregel resulteren in een ‘kale detentie’ en slechts gericht zijn op het motiveren van verdachte tot terugkeer naar Duitsland. Dit is in het geval van verdachte echter niet nodig, omdat hij gemotiveerd is om zelfstandig terug te keren naar Duitsland en hij heeft familieleden bij wie hij terecht kan. Eenmaal in Duitsland zal hij zich – met behulp van zijn familie – laten opnemen in een afkickkliniek.

Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de ISD-maatregel op te leggen voor één jaar met aftrek van voorarrest, omdat er geen zicht is op een extramurale fase, nu de resocialisatie van verdachte vooral gericht zal zijn op terugkeer naar Duitsland.

7.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Winkeldiefstallen zijn overlastgevende feiten voor winkeliers waarmee schade aan hen wordt toegebracht. Verdachte heeft slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Leger des Heils van 6 maart 2020, opgemaakt door D. de Vries. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:

Verdachte staat bekend als veelpleger. Hij voldoet aan de harde criteria voor de ISD-maatregel. Daarnaast is meerdere keren geprobeerd hem in het kader van reclasseringstoezicht te begeleiden, hetgeen niet van de grond kwam omdat verdachte zich onvoldoende aan de afspraken hield. Daarbij bemoeilijkt zijn status als EU onderdaan zonder Nederlands staatsburgerschap de uitvoering van reclasseringstoezicht, omdat cliënt geen aanspraak kan maken op voorzieningen. Op basis daarvan kan gesteld worden dat cliënt tevens voldoet aan de zachte criteria voor de ISD-maatregel. Verdachte is verslaafd aan harddrugs. Hij leidt een marginaal bestaan in Nederland. Het lukt verdachte niet om de vicieuze cirkel van vastzitten, vrijkomen en terugvallen in drugsgebruik te doorbreken. De kans op recidive is daarom hoog. Bij een veroordeling wordt geadviseerd een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. De kans is groot dat tijdens de ISD-maatregel alsnog een ongewenst verklaring wordt aangevraagd door de IND en dat wordt ingewilligd. Verdachte zal in dat geval worden overgebracht naar Norgerhaven, alwaar betrokkene deel kan nemen aan een traject dat er op is gericht uiteindelijk Nederland te verlaten.

Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting van 13 maart 2020 reclasseringswerker L.M.F. Janssen, verbonden aan Leger des Heils te Amsterdam, als deskundige gehoord. De deskundige heeft zich aangesloten bij de conclusies van het rapport.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) van 30 januari 2020 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het begaan van onderhavig feit meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Uit het strafblad blijkt ook dat is voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel eist, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft als EU-onderdaan geen recht op sociale voorzieningen in Nederland. Verdachte heeft verder geen vaste woon- of verblijfplaats en geen werk. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op eigen initiatief wil terugkeren naar Duitsland. Hij zou daar kunnen verblijven bij zijn broer en zich laten opnemen in een afkickkliniek.

Nu door de verdediging geen stukken zijn overgelegd over vrijwillige terugkeer naar Duitsland en opname in een afkickkliniek, heeft de rechtbank te weinig vertrouwen in het slagen van dit plan. Nu verdachte verslaafd is aan harddrugs, bestaat het reële risico dat hij snel weer zijn toevlucht in de verdovende middelen zal zoeken. Hij heeft immers eerder tegen het Leger des Heils verklaard dat hij niet weet of hij wel zelfstandig naar Duitsland toe kan komen, omdat hij maar een tot drie dagen clean kan blijven. De rechtbank ziet gelet op al het voorgaande geen reden om deze maatregel niet op te leggen, in de zin dat er nu een alternatief voor kan worden gevonden zoals bepleit. De rechtbank zal de officier van justitie op dit punt van de vordering dan ook volgen.

De ISD-maatregel is nodig om de aanhoudende recidive van verdachte te stoppen ter bescherming van de maatschappij. Niet is gebleken van klemmende redenen om van het opleggen van de ISD- maatregel af te zien.

Ten aanzien van de duur van de ISD-maatregel overweegt de rechtbank als volgt. Nu verdachte geen aanspraak zal kunnen maken op sociale voorzieningen, bestaan er geen reële mogelijkheden voor extramurale resocialisatie. Bovendien wenst verdachte terug te keren naar Duitsland in plaats van een bestaan op te bouwen in Nederland. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen voor de duur van één jaar, zonder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De ISD-maatregel zal zijn gericht op terugkeer naar Duitsland, wat zo snel mogelijk zou kunnen worden gerealiseerd. Tot die tijd kan wellicht binnen de ISD-maatregel al een start worden gemaakt met de behandeling van de verslavingsproblematiek van verdachte.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Djebali, voorzitter,

mrs. J. Thomas en C. Huizing-Bruil, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 maart 2020.

[...]