Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2503

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-05-2020
Datum publicatie
08-05-2020
Zaaknummer
C/13/681614 / KG ZA 20-282
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Dexia handelt niet onrechtmatig jegens Leaseproces door de klanten van Leaseproces buiten haar om te benaderen. De klanten zijn niet rechtsgeldig vertegenwoordigd in het geding en worden niet aangemerkt als partij. De in 2006 en 2007 aan Leaseproces afgegeven volmachten bestrijken niet een procedure als de onderhavige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/681614 / KG ZA 20-282 MvW/EHL

Vonnis in kort geding van 6 mei 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEASEPROCES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de in het als productie 1 bij dagvaarding overgelegde excelbestand genoemde personen, welk bestand op de USB stick staat vermeld, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd,

eisers bij dagvaarding van 2 april 2020,

advocaat mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.M.K.P. Cornegoor te Haarlem.

Eiseres sub 1 wordt hierna Leaseproces genoemd en de personen wier namen zijn vermeld in het als productie 1 overgelegde excelbestand, in de dagvaarding vermeld als eisers sub 2, worden “de klanten” genoemd. Gedaagde zal Dexia worden genoemd.

1 De procedure

Partijen hebben een schriftelijke procedure gevoerd, onderdeel van de “Tijdelijke afwijkende regeling voor kort gedingen rechtbank handel/familie vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis”. De mogelijkheid voor een schriftelijke procedure is na aanvraag van dit kort geding aan de eisende partij aangeboden, met bericht aan de gedaagde. Beide partijen hebben ingestemd met het volgen van deze procedure.

Eisers hebben bij dagvaarding, met producties, gevorderd als hierna onder 3.1 vermeld. Op 9 april 2020 heeft Dexia een conclusie van antwoord, met producties, ingediend. Na een schriftelijke instructie van de voorzieningenrechter hebben partijen bij e-mails van 20 respectievelijk 22 april 2020 hun re- en dupliek ingediend. Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Leaseproces verleent juridische bijstand aan de klanten, afnemers van effectenleaseovereenkomsten van Dexia en haar rechtsvoorgangers. [naam] is werkzaam bij Leaseproces.

2.2.

Eisers hebben als productie 1 een USB-stick in het geding gebracht waarop een excelbestand is opgeslagen met lijsten. De lijsten bevatten namen en aanvullende gegevens van 25.627 personen: de klanten van Leaseproces.

2.3.

In 2006 en 2007 hebben de klanten aan Leaseproces een volmacht afgegeven die, voor zover hier van belang, luidt:

“De ondergetekende:

(…)

Contracten nrs: (…)

verklaart bij dezen volmacht te geven aan [naam] , kantoorhoudende aan de [adres] , met recht van substitutie, om namens hem in het geschil met Dexia Bank Nederland N.V. (hierna: “Dexia”) terzake van bovengenoemde contracten:

  1. alle naar zijn oordeel noodzakelijke correspondentie en overleg met Dexia te voeren en Dexia te verzoeken om alle correspondentie uitsluitend naar Leaseproces te Amsterdam te zenden.

  2. een gerechtelijke procedure aan te spannen tegen Dexia terzake van bovengenoemd geschil en om in die procedure tevens verweer te voeren tegen eventuele tegenvorderingen van Dexia.

(…)”

2.4.

Leaseproces heeft namens haar klanten in 2006 en 2007 standaard brieven aan Dexia gestuurd waarin zij – kortgezegd - de effectenleasecontracten die de klanten met Dexia of haar rechtsvoorgangers hadden gesloten voor zover nodig vernietigde dan wel ontbond, Dexia sommeerde alle door de klanten betaalde bedragen terug te betalen en Dexia verzocht de communicatie in het vervolg via Leaseproces te laten verlopen.

2.5.

De geschillen tussen Dexia en een groot aantal van haar voormalige klanten, althans klanten van haar rechtsvoorgangers, met betrekking tot de effectenleasecontracten zijn nog niet afgewikkeld. Ter bespoediging van de afwikkeling heeft Dexia haar inspanningen begin 2020 geïntensiveerd. Daartoe heeft zij op haar website een beschrijving van een oplossingstraject geplaatst. Zij heeft daarnaast afnemers van effectenleasecontracten telefonisch benaderd met de vraag of zij open staan voor een gesprek. In sommige gesprekken heeft zij een schikkingsvoorstel gedaan.

2.6.

Op de website van Dexia is onder het kopje “zes garanties voor een eerlijk gesprek”, kort gezegd, vermeld dat zij garandeert dat gesprekken door de voormalige klanten mogen worden beëindigd, dat de informatie transparant is, dat één op één gesprekken worden gevoerd, dat Dexia belooft te luisteren en de inhoud van het gesprek geheim te houden en dat de gesprekken vrijblijvend zijn. Verder vermeldt de website van Dexia, voor zover hier van belang:

“U kunt het gesprek zelf voeren, of er iemand bij vragen. Dat mag ook iemand van Leaseproces zijn. Uiteraard gaan we er van uit dat Leaseproces fysiek bij de afspraak aanwezig is. (…)”

2.7.

Eisers hebben een aantal verklaringen van klanten in het geding gebracht die een gesprek met Dexia hebben gehad. Deze klanten verklaren allen dat de medewerker van Dexia in de gesprekken niet goed geïnformeerd was over de zaak van de desbetreffende klant.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen na wijziging van eis – samengevat – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op straffe van verbeurte van een dwangsom, Dexia te gebieden om

  1. direct na het inplannen van een afspraak tussen Dexia en cliënten van Leaseproces teneinde te komen tot een minnelijke oplossing van het conflict, Leaseproces te informeren over deze geplande afspraak door naam, woonplaats en adres van de betreffende cliënten alsmede tijdstip en locatie van de afspraak door te geven,

  2. Leaseproces op de hoogte te stellen van door Dexia aan de cliënten van Leaseproces, buiten Leaseproces om gedane schikkingsvoorstellen, voor zover deze nog niet zij geaccepteerd, door de concept vaststellingsovereenkomst in tweevoud aan Leaseproces toe te zenden,

  3. Leaseproces op de hoogte te stellen van door Dexia met cliënten van Leaseproces getroffen schikkingen waarbij Leaseproces niet betrokken is geweest door de vaststellingsovereenkomst in tweevoud aan Leaseproces te zenden,

  4. aan Leaseproces kopieën te zenden van door Dexia gedane schriftelijke dan wel elektronische uitnodigingen aan de cliënten van Leaseproces waarmee nog geen schikking getroffen is dan wel ten behoeve van wie nog geen uitspraak is gedaan door een rechter aangaande al diens verlieslatende aandelenlease-overeenkomsten, om in gesprek te treden over een minnelijke regeling,

met veroordeling van Dexia in de proceskosten.

3.2.

Daartoe stellen zij kort gezegd het volgende. Dexia handelt onrechtmatig en in strijd met haar bancaire zorgplicht door de klanten, wier namen zijn vermeld in het als productie 1 in het geding gebrachte excelbestand, te benaderen zonder Leaseproces daarvan in kennis te stellen. Eisers hebben er belang bij dat de klanten gewezen kunnen worden op het bestaan van relevante jurisprudentie en hoe die zich verhoudt tot de zaak van de individuele klant. Zo kunnen zij een afgewogen beslissing nemen voordat zij mogelijk een schikking aangaan met Dexia. Het belang van Leaseproces is erin gelegen dat zij haar werk als effectief belangenbehartiger kan doen. Door het benaderen van de klanten tracht Dexia dit te voorkomen. Zij zet de klanten tegen Leaseproces op. Ook maakt zij misbruik van het gebrek aan juridische kennis van de klanten door hen buiten Leaseproces om te benaderen. Tenslotte is het onrechtmatig om garanties aan de klanten af te geven, wetende dat die niet kunnen worden nagekomen.

3.3.

Dexia voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Dexia heeft in de eerste plaats betoogd dat mr. Maliepaard niet rechtsgeldig is gemachtigd door eisers sub 2, de personen die zijn vermeld in het excelbestand – naar Leaseproces stelt, allen klanten van Leaseproces - onder meer omdat de door hen verstrekte volmacht niet het onderhavige geding bestrijkt.

Dit betoog slaagt. In de volmacht als weergegeven in 2.3, die eisers aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van mr. Maliepaard ten grondslag leggen, is vermeld dat de volmacht is verstrekt om “namens de cliënt in dit geschil met Dexia Bank Nederland N.V. (hierna: “Dexia”) terzake van bovengenoemde contracten” een gerechtelijke procedure aan te spannen. De onderhavige procedure betreft echter niet een vordering uit hoofde van de in de volmacht genoemde contracten maar het betrekken van Leaseproces bij gesprekken met de klanten over een mogelijke schikking. Een dergelijke procedure is niet in de volmacht vermeld. Eisers stellen dat de volmacht ook is verleend opdat Leaseproces noodzakelijke correspondentie en overleg met Dexia voert en haar kan verzoeken om alle correspondentie uitsluitend naar Leaseproces te zenden, maar uit de tekst van de volmacht kan niet worden afgeleid dat deze ook is gegeven om over dit laatste punt een procedure te voeren. Dat de bedoeling van de volmacht is, zoals eisers stellen, dat Leaseproces elke procedure van de klanten tegen Dexia zou kunnen voeren, kan daaruit evenmin worden afgeleid. Leaseproces heeft verder ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd die dat anders maken.

4.2.

Hierbij wordt nog van belang geacht dat, zelfs indien het voorgaande anders zou zijn, de door de klanten afgegeven volmachten minstens 12 jaar oud zijn en dat een aantal van de klanten geen geschil meer heeft met Dexia. Zij heeft immers onbetwist aangevoerd dat ten aanzien van enkele klanten een uitspraak met gezag van gewijsde is gedaan, dat met een ander aantal een minnelijke regeling is getroffen en dat een aantal klanten moet zijn overleden. Ook daarom kan er niet van worden uitgegaan dat mr. Maliepaard de klanten thans in deze procedure allen rechtsgeldig vertegenwoordigt. Tenslotte wordt van belang geacht dat de grondslag van de vordering voor wat betreft de klanten een andere is dan die ten aanzien van Leaseproces. Het betoog van eisers dat het niet aan Dexia is om de volmacht van de klanten ter discussie te stellen, wordt evenmin gevolgd. Dexia heeft er immers belang bij dat zij weet wie haar wederpartij is.

4.3.

Dit alles betekent dat thans niet is komen vast te staan dat de personen als opgevoerd als eisers sub 2 mr. Maliepaard hebben gemachtigd om deze procedure namens hen te voeren. De als eisers sub 2 in de dagvaarding vermelde personen worden daarom niet aangemerkt als partij bij deze procedure.

4.4.

Dexia heeft zich verzet tegen de aanvulling van de grondslag van de eis in de conclusie van repliek. Nu echter niet is gesteld en evenmin is gebleken dat door de aanvulling sprake is van strijd met de goede procesorde, wordt dit betoog gepasseerd. Leaseproces is op grond van artikel 130 Rv bevoegd haar eis of de gronden daarvan schriftelijk te veranderen of vermeerderen zolang nog geen eindvonnis is gewezen en Dexia heeft op de aanvulling kunnen reageren.

4.5.

Hierna wordt de vordering beoordeeld voor zover deze is gegrond op onrechtmatig handelen van Dexia jegens Leaseproces (eiseres sub 1). Voorop gesteld wordt dat Leaseproces een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering aangezien gesprekken tussen Dexia en de klanten blijven doorgaan. Aan de orde is of Dexia onrechtmatig handelt jegens Leaseproces door de klanten te benaderen zonder Leaseproces daarbij te betrekken.

Met Dexia wordt geoordeeld dat de regels die gelden voor de advocatuur, hoe dan ook niet van toepassing zijn op de verhouding tussen Dexia en Leaseproces. Leaseproces is immers niet als advocaat betrokken bij het geschil tussen de klanten en Dexia.

Verder wordt overwogen dat Leaseproces niet heeft betwist dat, zoals Dexia heeft aangevoerd, de klanten die door Dexia worden benaderd, steeds de mogelijkheid hebben om geen gesprek aan te gaan, een gesprek af te breken of om Leaseproces daarbij te betrekken terwijl niets eraan in de weg staat dat Leaseproces zelf haar klanten benadert met de mededeling dat zij bij een eventueel gesprek met Dexia aanwezig kan zijn.

Leaseproces stelt dat de werkwijze van Dexia haar belet om haar werk, het behartigen van de belangen van haar klanten, efficiënt te doen en dat zij daardoor de belangen van haar klanten niet effectief kan behartigen. Leaseproces heeft er, zo stelt zij, belang bij dat zij niet wordt belemmerd in haar taak om de klanten bij te staan. Dexia heeft hiertegenover gesteld dat haar belang erin is gelegen dat de afwikkeling van de effectenlease affaire wordt bespoedigd. Overwogen wordt dat Dexia, mede gelet op het tijdsverloop sinds Leaseproces in 2006 en 2007 door het sturen van de vele standaardbrieven (zie 2.4) met haar werkzaamheden is gestart, niet onrechtmatig handelt door haar belang zwaarder te laten wegen dan dat van Leaseproces. Van onrechtmatig handelen aan de zijde van Dexia door haar werkwijze is onder alle naar voren gebrachte omstandigheden dan ook geen sprake.

Daarbij wordt overwogen dat Leaseproces niet concreet heeft onderbouwd dat Dexia de klanten tegen Leaseproces opzet. Iets dergelijks is in geen van de verklaringen van klanten (zie hiervoor onder 2.7) terug te vinden. Tenslotte heeft Leaseproces aan haar vordering ten grondslag gelegd dat het onrechtmatig is om verplichtingen jegens de klanten aan te gaan waarvan vooraf bekend is dat zij niet zullen worden nagekomen, zoals de garanties van Dexia. Overwogen wordt dat, zelfs als Dexia hiermee onrechtmatig jegens de klanten zou handelen, dit geen onrechtmatig handelen jegens Leaseproces kan opleveren, zodat ook deze grondslag de vordering in dit geding – waarbij de klanten geen partij zijn - niet kan dragen. Hetzelfde geldt voor de stelling dat Dexia misbruik maakt van een gebrek aan juridische kennis van de klanten.

4.6.

De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen, met veroordeling van Leaseproces in de kosten aan de zijde van Dexia begroot op de hierna genoemde bedragen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verstaat dat eisers sub 2, de klanten, niet vertegenwoordigd zijn in dit geding en daarom niet als partij kunnen worden aangemerkt,

5.2.

weigert de gevraagde voorziening jegens Leaseproces,

5.3.

veroordeelt Leaseproces in de kosten van dit geding, aan de zijde van Dexia tot op heden begroot op € 656,- aan griffierecht en € 980,- aan salaris advocaat,

5.4.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. Hansen-Löve, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2020.