Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2419

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/13/681787 / FA RK 20-1697
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

afwijzing zorgmachtiging ogv vrijwilligheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/681787 / FA RK 20-1697

kenmerk: 1099916

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 8 april 2020 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene]

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. E.M. Fortuin te Amsterdam.

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 maart 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring d.d. 24 februari 2020;

  • -

    het zorgplan inclusief de bijlagen d.d. 21 februari 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15 Wvggz;

  • -

    de gegevens, bedoeld in artikel 5:4, eerste lid, onderdelen b en c, Wvggz;

  • -

    het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging.

Gelet op de recente ontwikkelingen omtrent het Coronavirus (COVID-19) heeft de rechtspraak besloten alle rechtbanken te sluiten. Urgente zaken zoals de onderhavige gaan echter wel door met dien verstande dat, ter voorkoming van verdere verspreiding van het Coronavirus, in dit soort zaken telefonisch zal worden gehoord en de rechtbank zich dus niet naar de instelling/verblijfplaats van betrokkene begeeft om hem/haar aldaar te horen. Het betreffen uitzonderlijke tijden die tot uitzonderlijke maatregelen nopen. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat door of namens betrokkene geen bezwaar is gemaakt tegen deze manier van horen.

De mondelinge telefonische behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 april 2020, in het gebouw van de rechtbank Amsterdam.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen telefonisch gehoord:

- betrokkene;

- advocaat betrokkene, mr. E.M. Fortuin;

- psychiater, dhr. A. de Kom.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

2 Beoordeling

2.1

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizo-affectieve stoornis, bipolaire type.

2.2

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiƫle schade;

- ernstige financiƫle schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.3

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4

De advocaat van betrokkene heeft primair afwijzing van het verzoek bepleit, omdat bij betrokkene voldoende sprake is van bereidheid om het verblijf en de behandeling in de accommodatie op vrijwillige basis te continueren. Betrokkene neemt zijn medicatie en komt alle afspraken na. Mocht er onverhoopt een woning beschikbaar komen dan kan de zorg eveneens in de ambulante setting in het vrijwillige kader voortgezet worden. Subsidiair heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechter indien een zorgmachtiging nodig is voor een mogelijke vervolgplek.

2.5

De psychiater heeft op de mondelinge behandeling meegedeeld dat het verzoek uitgaat van zorg in de ambulante setting. Sinds oktober 2019 is betrokkene adequaat ingesteld op medicatie en hij is sindsdien stabiel. Betrokkene werkt goed mee en neemt zijn medicatie adequaat in. Het plan is om betrokkene zo snel mogelijk ambulant te gaan behandelen. Echter, het praktische probleem is dat betrokkene geen woning heeft. Voorts heeft de psychiater meegedeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat betrokkene zonder de zorgmachtiging zou stoppen met het nemen van medicatie alsmede de accommodatie zou verlaten. De zorgmachtiging dient als vangnet om in de ambulante setting adequaat in te kunnen grijpen op het moment dat betrokkene decompenseert. Indien er geen zorgmachtiging is bestaat het risico dat er ontslag zal plaatsvinden zonder dat betrokkene ergens op kan terugvallen. Gelet op de omvangrijke voorgeschiedenis, waarin betrokkene meerdere malen gedecompenseerd is, is dat iets wat beslist voorkomen dient te worden zodat een continu doorlopend vangnet noodzakelijk is.

2.6

De rechtbank is van oordeel dat voldoende gebleken is dat er mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft verklaard dat hij vrijwillig zal meewerken aan behandeling en zijn medicatie adequaat blijft innemen, voor zolang als de behandelaren het nodig vinden. De rechtbank ziet geen reden om daar aan te twijfelen, nu ook de psychiater heeft verklaard dat betrokkene sinds hij goed is ingesteld op medicatie uitstekend meewerkt. De rechtbank is van oordeel dat de voorgeschiedenis van betrokkene geen andere conclusie rechtvaardigt, omdat betrokkene destijds niet goed was ingesteld op medicatie. Inmiddels is betrokkene adequaat ingesteld op antipsychotica en is hij zich bewust van de noodzaak om zijn medicatie te blijven innemen. Daarom zijn de huidige omstandigheden van betrokkene niet te vergelijken met de omstandigheden zoals die in het verleden waren. De psychiater heeft dit op de zitting ook bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende bestendigheid van de vrijwilligheid om het verblijf en de behandeling op vrijwillige basis te continueren, waarmee het ernstig nadeel voor betrokkene kan worden afgewend. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging afwijzen.

3 Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 8 april 2020 mondeling gegeven door mr. B. de Vos, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door S. Bien als griffier en op 22 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.