Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2364

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
8097587 / CV EXPL 19-20972
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk auteursrecht en aantasting eer en goede naam van fotograaf door plaatsing van zijn foto zonder toestemming door NOS. Verklaring voor recht en gestaakt houden inbreuk auteursrecht (met dwangsom) toegewezen. Vergoeding voor deze inbreuk geschat op € 4.000. Verklaring voor recht inbreuk persoonlijkheidsrechten afgewezen. Wel vergoeding toegewezen wegens OD 6:162 BW aantasting eer en goede naam, vergoeding geschat op € 500. Volledige proceskostenvergoeding toegewezen tot maximumtarief van € 8.000 (eenvoudige zaak).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 8097587 / CV EXPL 19-20972

Uitspraak: 17 april 2020

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. H.A.J.M. van Kaam,

t e g e n

de stichting

NEDERLANDSE OMROEP STICHTING,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

gemachtigde: mr. L. Broers.

Partijen zullen hierna [eiser] en NOS worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 september 2019, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 20 december 2019, waarbij een bijeenkomst van partijen is bevolen,

  • -

    de extra producties van 4 maart 2020 met 5 producties (5 t/m 30) aan de zijde van [eiser] .

De bijeenkomst van partijen heeft op 16 maart 2020 plaatsgevonden. Partijen hebben daar de standpunten toegelicht. De aantekeningen van de zitting bevinden zich in het dossier evenals de ter zitting door [eiser] overlegde foto. Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 Feiten en omstandigheden

1.1.

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.2.

[eiser] is piloot en fotograaf. In 2017 is [eiser] verkozen tot “International Photographer of the Year”. Vanwege die reden heeft NOS op 20 februari 2018 een artikel gepubliceerd over [eiser] , met de titel “Nederlandse piloot wint fotoprijs met ‘waanzinnige noorderlichtshow’”:

[afbeelding van het artikel op NOS.nl met de foto van [eiser] ]

1.3.

NOS heeft foto’s van [eiser] bij dit artikel geplaatst, die [eiser] aan NOS beschikbaar heeft gesteld. In deze e-mail van [eiser] aan NOS staat, voor zover relevant:

“(…) Een aantal foto’s is beschikbaar voor een dergelijk artikel, echter met de limitatie dat het alleen voor het artikel (dus geen prints etc) en de foto’s niet overdraagbaar zijn aan derden zonder mijn toestemming. (…)”

1.4.

Een jaar later, op 27 januari 2019, heeft NOS een artikel geplaatst met als titel “Copiloot heeft teveel gedronken, vlucht vanaf Schiphol geannuleerd” (hierna: het artikel). Bij dit artikel is een foto van [eiser] geplaatst (hierna: de foto) (dezelfde foto als die bij de kop van het artikel van 20 februari 2018 was geplaatst), onder de foto stond de tekst: “ [eiser] ”:

[afbeelding van het artikel op NOS.nl met de foto van [eiser] ]

1.5.

Dezelfde dag, zondag 27 januari 2019, heeft [eiser] een e-mail naar het algemene e-mailadres van NOS, reacties@nos.nl, gestuurd met een sommatie om de foto onmiddellijk bij het artikel te verwijderen.

1.6.

Hierop volgde geen reactie, waarop de advocaat van [eiser] op maandag 28 januari 2019 nogmaals een sommatie naar NOS heeft gestuurd om de foto te verwijderen.

1.7.

Op woensdag 30 januari heeft de heer [naam 1] , hoofd juridische zaken NOS gereageerd. Hij heeft onder andere geschreven dat hij betreurt dat deze vergissing is gemaakt, maar ook dat hij meent dat er geen sprake is van een auteursrechtinbreuk omdat deze binnen de termen van het citaatrecht valt.

1.8.

Ondertussen is de tekst onder de foto aangepast van “ [eiser] ”, naar “Foto: [eiser] ” en naar “Foto: [eiser] ([website] )”.

1.9.

De foto is op woensdag 30 januari 2019 bij het artikel verwijderd en vervangen door een andere foto.

1.10.

Op 12 februari 2019 heeft NOS een bericht geplaatst in haar herstelrubriek met een rectificatie.

1.11.

Partijen hebben vervolgens enige tijd gecorrespondeerd over een eventuele schadevergoeding van NOS aan [eiser] . NOS heeft in de correspondentie ook (meerdere malen) erkend dat er sprake is geweest van een auteursrechtinbreuk.

1.12.

Op 21 februari 2019 heeft de advocaat van NOS aan [eiser] gemaild dat de foto inmiddels ook is verwijderd uit het archief van NOS.

2 Vordering en verweer

2.1.

[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. een verklaring voor recht dat NOS inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] ;

II. een verklaring voor recht dat NOS inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijkheidsrechten van [eiser] ;

III. NOS te gebieden iedere inbreuk op auteursrechten van [eiser] gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.500,00 per overtreding;

IV. NOS te gebieden iedere inbreuk op persoonlijkheidsrechten van [eiser] gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.500,00 per overtreding;

V. NOS te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade ter hoogte van € 4.000,00, als gevolg van de inbreuk op de auteursrechten van [eiser] , althans in een goede justitie te bepalen bedrag aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente;

VI. NOS te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade ter hoogte van € 4.000,00, als gevolg van de inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [eiser] , althans in een goede justitie te bepalen bedrag aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente;

VII. NOS te veroordelen in volledige proceskosten ex artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en nakosten;

VIII. De voorzieningen te treffen die de rechtbank in goede justitie aangewezen acht, al dan niet verzwaard met een dwangsom.

2.2.

[eiser] stelt dat NOS door plaatsing van de foto bij het artikel een inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrecht. NOS heeft de foto zonder de toestemming van [eiser] bij het artikel geplaatst, maar heeft inmiddels ook de auteursrechtinbreuk erkend. De foto heeft volgens [eiser] zijn exclusiviteit verloren waardoor hij de foto niet meer als een Limited Edition Print kan aanbieden. [eiser] vordert daarom voor de inbreuk op zijn auteursrecht € 4.000,00, de minimale prijs die hij vraagt voor één Limited Edition Print. Naast de inbreuk op zijn auteursrecht, stelt [eiser] dat NOS ook zijn persoonlijkheidsrechten heeft geschonden, ex artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet (hierna: Aw). Door het gebruik van zijn foto bij een negatief artikel over een dronken co-piloot is de eer en naam van [eiser] als maker nadeel toegebracht. Als gevolg van deze inbreuk stelt hij eveneens schade te hebben geleden. Hiervoor vordert [eiser] een bedrag van € 4.000,00, gezien het bereik van de nieuwsartikelen van NOS.

[eiser] vordert op grond van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) de volledige proceskostenveroordeling. Hij stelt daartoe dat deze procedure een zaak is betreffende de handhaving van een recht van intellectuele eigendom. Op grond van de Indicatietarieven in IE-zaken rechtbanken (hierna: de indicatietarieven) stelt hij dat onderhavige zaak een normale bodemzaak is. [eiser] heeft een proceskostenoverzicht overlegd waarbij het totaal aan proceskosten heeft gespecificeerd op € 15.203,47 (incl. btw).

2.3.

NOS voert verweer tegen de vordering. Ten eerste voert NOS als verweer dat [eiser] geen belang heeft bij een verklaring voor recht van de auteursrechtinbreuk en een verbod tot gebruik van de auteursrechten omdat NOS de auteursrechtinbreuk al heeft erkend en de foto definitief is verwijderd uit het archief van NOS. Voor wat betreft de schadevergoeding van de auteursrechtinbreuk betwist NOS dat de foto aangeboden zou worden als Limited Edition Print en mocht dit wel het geval zijn, dit nog steeds mogelijk is. Indien schadevergoeding moet worden toegekend moet worden uitgegaan van de gebruikelijke licentievergoeding.

NOS betwist daarnaast dat sprake is van een schending van de persoonlijkheidsrechten van [eiser] omdat de foto ook al bij het artikel van 20 februari 2018 was geplaatst en het enkele feit dat [eiser] geen toestemming heeft verleend levert niet automatisch een inbreuk op een persoonlijkheidsrecht op. Er is geen sprake van reputatieschade omdat de naam van [eiser] op de gebruikelijke manier onder de foto is geplaatst. Bovendien stelt de NOS daartoe dat de hoedanigheid van [eiser] als fotograaf en piloot dient te worden gescheiden, en hem is als maker van de foto, als fotograaf, geen nadeel toegebracht.

NOS betwist niet dat artikel 1019h Rv van toepassing is, maar meent wel dat het onredelijk is om NOS te veroordelen in de volledige proceskosten, omdat NOS vanaf het begin de inbreuk heeft erkend en de foto heeft verwijderd. Subsidiair meent NOS dat deze zaak op grond van de indicatietarieven gekwalificeerd dient te worden als een zeer eenvoudige zaak waardoor het normale liquidatietarief van toepassing is. Mocht de zaak niet worden gekwalificeerd als zeer eenvoudig, dan toch slechts als eenvoudig, waardoor maximaal € 8.000,00 kan worden toegekend.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

3 Beoordeling

auteursrecht

3.1.

Door NOS is op 27 januari 2019 een artikel online geplaatst over een dronken co-piloot met daarbij de foto van [eiser] . [eiser] had hiervoor geen toestemming gegeven. Dat NOS hierdoor een inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] staat vast en wordt overigens door NOS ook (niet langer) betwist.

- verklaring voor recht en gebod

3.2.

[eiser] vordert een verklaring voor recht dat NOS inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrechten. NOS meent dat [eiser] geen belang heeft bij deze vordering omdat NOS al heeft erkend dat zij een inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrecht. De kantonrechter stelt als eerste vast dat er sprake is van een inbreuk op een auteursrecht (enkelvoud) van [eiser] . Daarnaast heeft [eiser] nog steeds belang bij toewijzing van deze vordering. De foto had immers niet zonder toestemming van [eiser] in het archief van NOS terecht mogen komen, of in ieder geval niet zonder de vermelding dat de foto niet zonder de toestemming van [eiser] gebruikt mocht worden. De verklaring voor recht dat sprake is van een inbreuk op een auteursrecht van [eiser] zal dus worden toegewezen.

3.3.

Daarnaast vordert [eiser] een gebod voor het gestaakt houden van iedere inbreuk op zijn auteursrechten, op straffe van een dwangsom van € 1.500,00. [eiser] heeft ook voldoende belang bij toewijzing van deze vordering. Het verweer van NOS dat de foto inmiddels definitief is verwijderd uit het archief slaagt niet, omdat de andere foto’s die [eiser] aan NOS beschikbaar had gesteld nog wel in het archief staan. NOS heeft in de systemen laten zetten dat het niet is toegestaan om dit beeldmateriaal te gebruiken tenzij dit wordt afgestemd met de juridische afdeling, maar dit biedt onvoldoende zekerheid dat de foto’s van [eiser] niet meer gebruikt worden. Dit is voldoende voor een toewijzing van het gebod omdat hierdoor een reële dreiging van auteursrechtinbreuk aanwezig is.

De hoogte van dwangsom wordt echter door de kantonrechter vastgesteld op € 1.000,00 per overtreding. [eiser] heeft geen maximumbedrag genoemd voor de te verbeuren dwangsommen; de kantonrechter bepaalt dit op € 25.000,00.

- schadevergoeding

3.4.

Partijen zijn het er over eens dat NOS [eiser] een vergoeding dient te betalen voor de inbreuk op zijn auteursrecht. Over de hoogte zijn partijen het echter nog niet eens.

3.5.

[eiser] stelt dat deze foto stond gepland om verkocht te worden als Limited Edition Print. Dit zijn foto’s die worden verkocht in een beperkt aantal, genummerd en gesigneerd. Doordat de foto door NOS in downloadbaar formaat en hoge resolutie is aangeboden, komt de foto volgens [eiser] niet meer in aanmerking voor een exclusieve uitgave. De foto had als Limited Edition Print een potentiële verkoopwaarde van minimaal
€ 4.000,-, voor het kleinste formaat, tot maximaal € 10.000,- voor het grootste formaat. [eiser] vordert nu als vergoeding € 4.000,-, de minimale prijs van één Limited Edition Print.

3.6.

NOS betwist dat de foto zou worden aangeboden als Limited Edition Print omdat dit niet is aangetoond en onderbouwd door [eiser] . Daarnaast betwist NOS dat de foto haar exclusieve waarde heeft verloren omdat de foto al eerder was geplaatst bij het artikel van NOS op 20 februari 2018. Voor een de schadevergoeding moet worden uitgegaan van de gebruikelijke licentievergoeding tussen de € 10 en € 70. Of moet worden aangeknoopt bij de prijs van een Open Edition Print, foto’s die onbeperkt door [eiser] worden gedrukt en aangeboden, die een prijs heeft variërend tussen de € 215 en € 245.

3.7.

De kantonrechter is van oordeel dat de schade als gevolg van de door NOS gepleegd auteursrechtinbreuk niet nauwkeurig kan worden vastgesteld en dat deze daarom op grond van artikel 6:97 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet worden geschat. Daarbij is van belang dat de waarde van de foto mede wordt bepaald door het feit dat deze deel uitmaakt van de prijswinnende serie foto’s zoals onder 1.2 vermeld. Dat betekent dat de gangbare maatstaven waarop NOS zich heeft beroepen in dit geval niet toepasbaar zijn. In het licht van de door [eiser] in het geding gebrachte schermafdrukken van zijn website acht de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd betwist dat [eiser] foto’s in een Limited Edition Print aanbiedt voor de prijzen zoals gesteld.

NOS heeft betwist dat de foto zich daar niet meer voor zou lenen. De kantonrechter kan niet vaststellen of door de publicatie van de foto door NOS het uitbrengen daarvan als Limited Edition Print onmogelijk is geworden en evenmin of het feit dat één foto uit de onder 1.2 genoemde serie niet meer als Limited Edition Print verkocht kan worden ook tot omzetverlies bij [eiser] heeft geleid. Aannemelijk is wel dat de publicatie door NOS ten minste afbreuk doet aan de exploitatiemogelijkheden van de foto. Een vergoeding gelijk aan de prijs van één afdruk in het kleinste formaat ad € 4.000,- is daarom een redelijke schatting van het omzetverlies door de auteursrechtinbreuk en zal als schade worden toegewezen.

persoonlijkheidsrechten

- verklaring voor recht en gebod

3.8.

Naast de schending van zijn auteursrecht stelt [eiser] ook dat er een inbreuk is gemaakt op zijn persoonlijkheidsrecht ex artikel 25 lid 1 sub d Aw. [eiser] meent dat nadeel is toegebracht aan zijn eer en goede naam door plaatsing van zijn foto bij het negatieve artikel over een dronken co-piloot. De foto is aangetast doordat deze is geplaatst in een negatieve context. Ook heeft [eiser] hier ter zitting aan toegevoegd dat de foto eveneens is aangetast omdat NOS de resolutie heeft aangepast.

3.9.

De kantonrechter oordeelt dat het aanpassen van de resolutie in ieder geval geen zichtbare aantasting van het werk oplevert. Uit de toelichting van [eiser] ter zitting bleek dat de foto iets was ‘opgeblazen’, maar dat een dergelijke aanpassing van de resolutie niet goed is waar te nemen voor een leek.

3.10.

Voor de vraag of het werk is aangetast door de plaatsing van de foto in een negatieve context is de hoedanigheid van de maker van belang. NOS heeft aangevoerd dat de hoedanigheid van [eiser] als fotograaf en piloot dient te worden gescheiden. De schending van zijn hoedanigheid als piloot levert geen schending van zijn persoonlijkheidsrecht op in de zin van artikel 25 lid 1 sub d Aw en in de hoedanigheid van fotograaf is [eiser] als maker geen nadeel toegebracht.

3.11.

Het is mogelijk dat een werk wordt aangetast doordat het wordt geplaatst in een negatieve context. De gestelde negatieve context betreft echter [eiser] niet in zijn hoedanigheid als maker van het werk, maar als piloot. Immers als de naam van [eiser] niet onder de foto zou zijn vermeld, zou zijn eer en goede naam niet zijn aangetast. Het gaat hem er juist om dat hij in verband wordt gebracht met een dronken co-piloot. Daarbij gaat het dus om zijn hoedanigheid van piloot. Als maker van de foto, is de eer en naam van [eiser] geen nadeel toegebracht. De verklaring voor recht zal dan ook worden afgewezen.

3.12.

Nu de verklaring voor recht dat NOS inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijkheidsrechten van [eiser] is afgewezen, zal ook het gebod dat NOS iedere inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [eiser] gestaakt dient te houden, worden afgewezen.

- schadevergoeding

3.13.

[eiser] vordert een schadevergoeding als gevolg van de inbreuk op zijn persoonlijkheidsrechten, althans NOS te veroordelen tot vergoeding van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag aan schadevergoeding. Aangezien de inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [eiser] als bedoeld in artikel 25 lid 1 sub d Aw niet is komen vast te staan, kan op grond hiervan geen schadevergoeding worden toegekend. [eiser] heeft echter gesteld dat zijn persoonlijkheidsrechten als fotograaf en piloot zijn aangetast. Dus zal op grond van artikel 6:162 BW moeten worden onderzocht of NOS door het plaatsen van de foto de eer en goede naam van [eiser] in zijn hoedanigheid als piloot heeft aangetast en zo ja, of daarvoor een immateriële schadevergoeding kan worden toegekend.

3.14.

[eiser] heeft verklaringen van vrienden en collega’s uit zijn netwerk overlegd waaruit volgens hem blijkt dat het artikel over [eiser] als fotograaf en (dronken) piloot gaat. De kantonrechter meent echter dat dit hier niet uit blijkt. Uit de verklaringen kan niet worden afgeleid welke indruk bij het algemene publiek wordt gewekt. Hieruit blijkt slechts dat de vrienden en collega’s van [eiser] menen dat het artikel schadelijk voor de reputatie van [eiser] kan zijn, of dat zij denken dat (bij andere) de indruk kan worden gewekt dat hij de dronken co-piloot zou kunnen zijn, maar niet dat zij zelf dachten dat [eiser] de dronken co-piloot was.
Het is dus niet zo dat het artikel [eiser] ten onrechte aanmerkt als dronken co-piloot. Het gaat om een mogelijk verkeerde indruk die bij lezers kan ontstaan. De kantonrechter is van oordeel dat het noemen van de naam van [eiser] (zonder dat duidelijk was dat die naam alleen op de foto betrekking had, zoals aanvankelijk het geval was) het gevaar in het leven roept dat [eiser] met een dronken co-piloot wordt geassocieerd. Dat is reeds voldoende om aan te nemen dat hij in zijn eer en goede naam is aangetast.

3.15.

Dit rechtvaardigt een vergoeding van zijn immateriële schade (artikel 6:106 lid 1 sub b BW). Ook in dit geval kan de hoogte van de schadevergoeding niet nauwkeurig worden vastgesteld en zal daarom worden geschat (artikel 6:97 BW). De schade wordt geschat op € 500,00.

Ter onderbouwing van dit bedrag is onderhavige kwestie vergeleken met enkele zaken uit de Smartengeldgids.1 Twee zaken (Rechtbank Midden-Nederland 20 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:630 en Rechtbank Amsterdam 22 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5551) zien op een inbreuk op een auteursrecht alsmede op een vergoeding van een inbreuk op persoonlijkheidsrechten. In beide gevallen is een relatief laag bedrag toegekend van respectievelijk € 169 en € 266. In drie andere gevallen (Rechtbank Amsterdam 24 augustus 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU2368; Hof Den Haag 16 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1807; en Rechtbank Amsterdam 6 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3957) gaat het over een aantasting van eer en goede naam, waarbij ook de aantasting beperkt was omdat alleen in een beperkte kring de persoon werd herkend. In deze drie gevallen werd een hoger bedrag toegekend wegens het feit dat de aantasting van de eer en goede naam aanzienlijk ernstiger was. Het ging in die zaken ook om een daadwerkelijke beschuldiging, terwijl het in dit geval alleen gaat om het gevaar met een dronken co-piloot te worden geassocieerd.

proceskosten

3.16.

NOS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [eiser] vordert vergoeding van de redelijke en evenredige kosten op de voet van artikel 1019h Rv.

3.17.

[eiser] stelt dat artikel 1019h Rv van toepassing is omdat onderhavige zaak een procedure is over de handhaving van een recht van intellectuele eigendom zoals bedoeld in de Handhavingsrichtlijn. Partijen zijn het er over eens dat artikel 1019h Rv in onderhavige zaak van toepassing is. Vervolgens stelt [eiser] dat onderhavige zaak een normale bodemzaak is zoals beschreven in de indicatietarieven. NOS meent echter dat deze zaak een (zeer) eenvoudige, niet bewerkelijke zaak is, waardoor het normale liquidatietarief geldt.

3.18.

Naar het oordeel van de kantonrechter is onderhavige zaak in ieder geval geen zeer eenvoudige, niet bewerkelijke zaak is. In deze zaak heeft NOS immers eerst verweer gevoerd, door een beroep te doen op het citaatrecht. Ook is de inbreukmakende foto niet direct verwijderd na het eerste verzoek.

De vraag is vervolgens of de zaak gekwalificeerd dient te worden als eenvoudig of als normaal. De indicatarieven geven enkele gezichtspunten waarop gelet kan worden bij de categorie-indeling. Gelet op de omvang van de vordering – totaal wordt nu € 4.500,00 toegewezen – en het aan de vordering ten grondslag liggende feitencomplex, is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van een eenvoudige zaak zoals omschreven in de indicatietarieven.

3.19.

De gespecificeerde proceskosten (€ 15.203,47) overstijgen het geldende maximumtarief voor eenvoudige zaken, zodat zij slechts tot het maximum van € 8.000,00 zullen worden toegewezen. De kantonrechter acht dit redelijk en evenredig. De proceskosten aan de zijde van [eiser] worden daarom tot op heden begroot op:

salaris gemachtigde € 8.000,00

griffierecht € 231,00
explootkosten € 103,58
Totaal € 8.334,58.

3.20.

De gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 27 januari 2019 over de vorderingen tot schadevergoeding is niet betwist door NOS, zodat de kantonrechter deze overeenkomstig zal toewijzen.

3.21.

De nakosten zullen worden toegewezen als in de beslissing vermeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat NOS inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] ,

II. gebiedt NOS iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 (duizend euro) per overtreding van dit gebod met een maximum van € 25.000,00,

III. veroordeelt NOS tot betaling aan [eiser] van € 4.500,00 (vijfenveertighonderd euro) aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 27 januari 2019 tot de dag van volledige betaling,

IV. veroordeelt NOS in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 8.334,58,

V. veroordeelt NOS in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120,- aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat NOS niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,- aan salaris gemachtigde en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

VI. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

VII. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, kantonrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2020.

De griffier De kantonrechter

De griffier is buiten staat

het vonnis te ondertekenen

1 [naam 2] (verzameld en bewerkt), Smartengeld uitspraken van de Nederlandse rechter over de vergoeding van immateriële schade, Den Haag: ANWB 2020 (25ste druk).