Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2072

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2020
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
13/185054-19
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is met zijn ME-voertuig over het been van aangever gereden. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat verdachte zijn ME-voertuig expres naar links stuurde of dat hij aangever een tikje met zijn linker zijspiegel wilde geven. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/185054-19

Datum uitspraak: 11 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 maart 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.M. van den Berg, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W. de Klein, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling dan wel een (voltooide) mishandeling door met een ME-voertuig over het been van [persoon 1] te rijden.

De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De voorwielen van het ME-voertuig stonden na de aanrijding naar links, terwijl verdachte – blijkens de getuigenverklaringen – rechtdoor had moeten rijden. De officier van justitie leidt daaruit af dat verdachte een bewuste stuurbeweging heeft gemaakt. Zij denkt dat verdachte met de linker zijspiegel een tikje tegen [persoon 1] wilde geven, [persoon 1] daardoor ten val kwam en het ME-voertuig vervolgens over zijn been reed. Door met een zwaar ME-voertuig naar links te sturen, met het doel om [persoon 1] een tikje te geven, heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat [persoon 1] ten val zou komen en daarmee zwaar lichamelijk letsel op zou lopen. Er was dus sprake van voorwaardelijk opzet.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van zowel de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling als de subsidiair ten laste gelegde mishandeling. Verdachte heeft verklaard dat het mis is gegaan, maar dat betekent niet dat hij (voorwaardelijk) opzet op (zwaar) lichamelijk letsel had. Dat hij een tikje met de zijspiegel wilde geven, is zeer speculatief en volgt niet uit het dossier. Verdachte heeft verklaard dat hij niet meer weet of hij naar links heeft gestuurd en dat het hoge toerental kwam door de ouderdom, technische staat en kwaliteit van het ME-voertuig. De snelheid waarmee hij reed, was stapvoets. Dat er twee dode hoeken zijn, is verdachte bekend en daar houdt hij ook altijd rekening mee. De getuigenverklaringen kunnen niet bijdragen aan het bewijs, aangezien de getuigen niet uit eigen waarneming, maar vanuit een bepaald gevoel hebben verklaard.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt als volgt. Vaststaat dat verdachte met zijn ME-voertuig over het been van [persoon 1] is gereden. Anders dan de officier van justitie, kan de rechtbank op basis van het dossier echter niet vaststellen dat verdachte zijn ME-voertuig expres naar links stuurde of dat hij [persoon 1] met zijn linker zijspiegel een tikje wilde geven. Anders gezegd: de rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte bewust op [persoon 1] is afgereden en kan dus ook geen opzet vaststellen op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel bij [persoon 1] , ook niet in voorwaardelijke vorm. De rechtbank zal verdachte daarom integraal vrijspreken.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter,

mrs. B. Vogel en C. van Eck, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. van der Hooft, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 maart 2020.

De jongste rechter is buiten

staat dit vonnis mede te ondertekenen

[...]