Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2069

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
13/731023-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling voor witwassen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/731023-18 (Promis)

Datum uitspraak: 26 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2020. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F. Heus en van wat verdachte en zijn raadsman mr. S. Schuurman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 11.230,- en van een auto ter waarde van € 9.000,- in de periode van 1 januari 2016 tot en met 20 augustus 2018.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Inleiding

Bij een liquidatie op 29 maart 2018 zijn sporen gevonden die naar de omgeving van verdachte leidden. Als gevolg daarvan heeft de politie op 20 augustus 2018 de woning [adres] waar verdachte woont doorzocht. Er is, naast een wapen en munitie, onder andere een geldbedrag van € 11.230,- in beslag genomen. Ook de Volkswagen Golf, die op naam staat van de moeder van verdachte, maar volgens de politie gebruikt wordt door verdachte, is in beslag genomen. Met betrekking tot het wapen en de munitie is eerder een afzonderlijke strafrechtelijke procedure gevoerd. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 december 2018 (zaaknummer 13/730013-18) is verdachte voor het bezit hiervan veroordeeld.

3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het witwassen van de geldbedragen van in totaal € 11.230,- en de Volkswagen Golf bewezen kan worden.

Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. De levensstijl en het uitgavenpatroon dat uit onderzoek blijkt, passen niet bij het zeer bescheiden inkomen van verdachte. Verdachte heeft pas bij zijn derde verhoor bij de politie verklaard over de herkomst van het aangetroffen geld. Verdachte heeft deze verklaring niet onderbouwd met enige documentatie of getuigenverklaringen, terwijl daar wel gelegenheid voor is gegeven. De officier van justitie vindt de verklaring van verdachte over het aangetroffen geld ook ongeloofwaardig. Het kan daarom niet anders dan dat de contanten van misdrijf afkomstig zijn.

De verklaring van verdachte dat de Volkswagen Golf van zijn moeder is, gelooft de officier van justitie ook niet. Verdachte verklaart dat hij contant geld van zijn moeder heeft gekregen om deze auto voor haar te kopen. Hij zou vooral negen maanden voor zijn aanhouding zelf veel in deze auto hebben gereden. De verklaring van moeder hierover is niet aan te merken als een objectieve bron. Zij heeft ook tijd gehad om haar verklaring met verdachte af te stemmen. Daarnaast is het zo dat de politie in april 2017 al heeft geconstateerd dat alleen verdachte in de auto reed. Ook de facturen voor het onderhoud van de auto staan op naam van verdachte en in een tapgesprek van 5 augustus 2018 heeft verdachte gezegd dat de auto van hem is. Ten tijde van de aanschaf van de Volkswagen Golf beschikte verdachte niet over € 14.000,- à € 15.000,- uit legale bron. Gelet hierop kan het niet anders dan dat het contante geld waarmee de Volkswagen Golf is aangeschaft van misdrijf afkomstig is, waardoor de Volkswagen Golf middellijk van misdrijf afkomstig is. De auto is op naam van moeder gezet om te verhullen dat deze auto in werkelijkheid van verdachte is.

3.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Verdachte heeft concrete en verifieerbare verklaringen afgelegd voor het geld en de auto. Over de Volkswagen Golf heeft verdachte verklaard dat deze met cash geld is aangeschaft voor € 14.000,- à € 15.000,- . Dit geld is afkomstig van zijn moeder. De moeder van verdachte heeft hierover bij de politie verklaard dat zij in de jaren voorafgaand aan de dood van haar vader contant al delen van de erfenis heeft ontvangen. Zij heeft ruim € 20.000,- ontvangen. Door de politie is onderzoek gedaan naar de financiële gegevens van de opa van verdachte. Hieruit blijkt dat hij in de jaren 2014 tot en met 2017 een bedrag van ruim € 53.000,- contant van zijn rekening heeft opgenomen. De verklaring van de moeder van verdachte dat zij ruim € 20.000,- contant van haar vader heeft ontvangen, is hiermee aannemelijk gemaakt en dus de verklaring van verdachte ook. Verdachte heeft immers verklaard dat de auto met contant geld van zijn moeder is aangeschaft. Het is om die reden een concrete, min of meer verifieerbare verklaring die op voorhand niet volstrekt onwaarschijnlijk is. Het Openbaar Ministerie is er naar de mening van de raadsman niet in geslaagd om aan te tonen dat deze verklaring niet klopt en dat het niet anders kan zijn dan dat een criminele herkomst van het geld als de enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Verdachte dient om die reden te worden vrijgesproken van het witwassen van de Volkswagen Golf.

Ook over het geldbedrag van € 11.230,- heeft verdachte een verklaring afgelegd. Verdachte heeft gespaard, heeft personal training gegeven buiten zijn werk in de sportschool om en verdachte haalde geld van de bank omdat hij de banken niet vertrouwde. Het is niet volstrekt onaannemelijk dat een 32-jarige man iets meer dan € 11.000,- in zijn bezit heeft. Hierbij is het niet relevant of dit op de bank staat of niet. Het Openbaar Ministerie is er niet in geslaagd om aan te tonen dat de verklaring van verdachte voor het aangetroffen geldbedrag niet juist kan zijn en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Verdachte moet daarom ook van het witwassen van € 11.230,- worden vrijgesproken.

3.4.

Het oordeel van de rechtbank

Toetsingskader bij witwassen

Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor een specifiek misdrijf waaruit het geld en de auto afkomstig zouden zijn. Uit vaste rechtspraak volgt dat ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, in sommige gevallen toch witwassen bewezen kan worden. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat de voorwerpen van misdrijf afkomstig zijn.

Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de voorwerpen. Zo’n verklaring moet concreet zijn, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaring van verdachte blijkende alternatieve herkomst van de voorwerpen. Alleen als vervolgens uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan het witwassen van die voorwerpen bewezen worden.

Het toetsingskader toegepast op deze zaak

Het geldbedrag van € 11.230,-

Op 20 augustus 2018 is er een totaalbedrag van € 11.230,- aangetroffen in de kamer van verdachte in de woning aan het [adres]. Op het dressoir is € 1.000,- aangetroffen. In het dressoir lag een boek, wat later een kluis bleek te zijn. Hierin is

€ 9.000,- aangetroffen. In de portemonnee van verdachte is nog eens € 1.230,- aangetroffen. Het totale geldbedrag bestond onder andere uit zestien bankbiljetten van € 500,- en vijftien bankbiljetten van € 100,-. Bankbiljetten van € 500,- worden in Nederland nauwelijks gebruikt en de ervaring leert dat bij transacties met een criminele achtergrond vaak biljetten van € 500,- gebruikt worden. Daarnaast is er ook een wapen in de kamer van verdachte aangetroffen. Gezien deze omstandigheden waaronder de plek waar het geld is aangetroffen, is er een vermoeden van het witwassen ervan.

Verdachte had in de ten laste gelegde periode een uitkering en daarnaast een klein legaal inkomen uit 4 à 5 uur werk per week bij een sportschool. Verdachte heeft over het geldbedrag verklaard dat hij jarenlang heeft gespaard, dat hij geen vertrouwen had in de banken en dat hij geld verdiend heeft door het geven van personal training. Deze verklaring van verdachte is op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk. Verdachte heeft zijn verklaring echter naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende concreet en verifieerbaar gemaakt. Verdachte stelt dat hij geld heeft verdiend door personal training te geven. Verdachte heeft dit verder niet concreet gemaakt door bijvoorbeeld te vertellen hoe vaak dit gebeurde en aan wie hij de trainingen gaf. Dat hij naast zijn werk bij de sportschool ook personal training heeft gegeven blijkt behalve uit zijn eigen verklaring, verder nergens uit. Verdachte had bijvoorbeeld berichten of verklaringen van zijn cliënten kunnen overleggen. Daarnaast heeft verdachte niet concreet gemaakt waar het geld vandaan is gekomen dat hij volgens zijn eigen verklaring heeft kunnen sparen. Verdachte heeft in de periode van 2016 tot 2018 een bescheiden legaal inkomen gehad. Daarmee voldoet de verklaring van verdachte niet aan de daaraan te stellen eisen. Dat betekent dat het niet anders kan zijn dan dat het geld uit misdrijf afkomstig is en verdachte dit ook wist. Verdachte wordt dan ook veroordeeld voor het witwassen van het geld. Er zijn geen aanknopingspunten dat hier anderen bij betrokken waren, zodat verdachte zal worden vrijgesproken voor medeplegen van dit feit.

De Volkswagen Golf

Gezien de combinatie van het aantreffen van grote contante geldbedragen in ongebruikelijke biljetten, het aantreffen van het wapen en het gebruik maken van een auto die niet op naam van verdachte staat, is er ook voor de Volkswagen Golf een vermoeden van witwassen.

Verdachte heeft verklaard dat de auto van zijn moeder is en dat zij de aanschaf van de auto heeft bekostigd uit een voorschot van de erfenis van de opa van verdachte. De moeder van verdachte heeft het geld vervolgens aan verdachte gegeven zodat hij de auto in Duitsland kon kopen. Deze verklaring vindt de rechtbank concreet, enigszins verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. De verklaring voldoet dus aan de daaraan te stellen eisen. Het Openbaar Ministerie heeft onderzoek gedaan naar de verklaringen van verdachte over de Volkswagen Golf en heeft geconcludeerd dat verdachte de feitelijk eigenaar is van de auto. Hij betaalt de brandstof, de boetes en het onderhoud aan de auto. Dat de moeder van verdachte de auto zou hebben betaald vindt het Openbaar Ministerie ongeloofwaardig.

De rechtbank stelt vast dat de Volkswagen Golf op naam van de moeder van verdachte stond en dat zij verklaart dat zij de auto betaald heeft met geld van een erfenis van haar vader [persoon]. In zoverre bevestigt zij dus de verklaring van verdachte. Het Openbaar Ministerie heeft de tegoeden van [persoon] onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat [persoon] tussen 2014 en 2017 contante bedragen heeft opgenomen. Het is gezien dit onderzoek niet uit te sluiten dat de moeder van verdachte beschikte over contant geld dat zij van haar vader kreeg en dat zij inderdaad de auto daarmee heeft betaald. Het tegendeel kan niet worden vastgesteld. Dat verdachte de feitelijk eigenaar was van de Volkswagen Golf maakt dat niet anders, omdat het gaat om de vraag wie de auto heeft aangeschaft en met welke middelen dat is gebeurd. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het witwassen van de Volkswagen Golf.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte

op 20 augustus 2018 in Nederland € 11.230,- voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte wist dat dit bedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

5.1.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft als subsidiair standpunt nog bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat er sprake is van een kwalificatie-uitsluitingsgrond. Omdat als een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring voor het aangetroffen geld heeft te gelden, het dan niet anders kan zijn dan dat dit geld direct uit een zelf begaan misdrijf afkomstig is. Er is geen enkele aanwijzing in het dossier te vinden dat het geld afkomstig is uit een door een ander gepleegd misdrijf. Om in dat geval tot een veroordeling te kunnen komen moet uit enige gedraging van verdachte blijken dat zijn handelingen waren gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van criminele herkomst van het geld. Het enkele voorhanden hebben is niet voldoende. Omdat verdachte geen handelingen heeft verricht gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld dient verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een kwalificatie-uitsluitingsgrond. Deze uitsluitingsgrond geldt alleen als aannemelijk is dat het geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door verdachte zelf begaan misdrijf. Dit heeft de raadsman niet voldoende geconcretiseerd.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank

Uit de bewijsmiddelen of uit de verklaring van verdachte volgt onvoldoende dat het aangetroffen geld afkomstig is van een door de verdachte zelf begaan misdrijf.

Het beroep van de verdediging op een kwalificatie-uitsluitingsgrond wordt dan ook afgewezen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, bij niet (goed) verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging vindt dat er een schuldigverklaring zonder straf of maatregel moet volgen vanwege het tijdsverloop in deze zaak.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van in totaal € 11.230,-. Door zo te handelen heeft hij eraan meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken. Dat is kwalijk omdat daardoor ook andere strafbare feiten worden verhuld en het voordeel dat is genoten door het plegen van delicten niet kan worden ontnomen. Witwassen van crimineel geld vormt ook een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachtes leefstijl en de manier waarop hij over geld beschikt roept vraagtekens op. Niet alleen heeft de herkomst van zijn geld een crimineel karakter, maar hij ontving ook een uitkering, terwijl het zeer de vraag is of hij daar onder deze omstandigheden recht op had.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf gelet op de oriëntatiepunten voor fraudedelicten die de rechtbanken onderling hebben afgesproken. Bij een bedrag van ruim

€ 10.000,- geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 2 maanden of een daarmee vergelijkbare taakstraf. De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf rekening mee dat er een eerdere procedure is geweest met betrekking tot het wapen en de munitie waarbij deze zaak meegenomen had kunnen worden.

De rechtbank vindt een taakstraf van 120 uur passend. Als verdachte de taakstraf niet (goed) verricht kan de taakstraf worden omgezet in 60 dagen hechtenis.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22b, 22c, 22d, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

witwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, met bevel voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.J. Koene, voorzitter,

mrs. P.P.C.M. Waarts en J. Huber, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 maart 2020.

De voorzitter is buiten staat het vonnis te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]