Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2022

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-03-2020
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
RK 20/754
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, deels gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 96/040941-20

RK: 20/754

Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:

[klager]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

wonende op het adres [adres 1],

woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,

mr. J.J. van ’t Hoff,

[adres 2],

klager.

1 De procesgang

Het klaagschrift is op 10 februari 2020 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank.

De rechtbank heeft op 18 maart 2020 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van verdachte ontvangen.

2 De inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.

Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd dat een situatie als bedoeld in artikel 164 lid 6 WVW zich voordoet. Klager is first offender en hij beseft dat zijn handelen niet goed te praten valt. Hij is daarnaast erg geschrokken door zijn aanhouding en de onmiddellijke invordering en inhouding van zijn rijbewijs, waardoor de kans op recidive als te verwaarlozen kan worden beschouwd.

Ook heeft klager betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk als koerier en personenvervoerder. In opdracht van zijn werkgever [werkgever] bezorgt klager pakketjes in de regio rondom Breda. Daarnaast vervoert klager basisschoolkinderen naar het speciaal onderwijs. Momenteel heeft klager onbetaald verlof opgenomen, maar dit kan niet langer voortduren aangezien zijn werkgever met onderbezetting kampt. Als klager op korte termijn geen werkzaamheden kan verrichten zal hij worden vervangen. Dit zal ertoe leiden dat klager zonder inkomsten komt te zitten, met alle gevolgen van dien.

Op 18 maart 2020 heeft de raadsman van klager per e-mail aangegeven dat klager zich kan vinden in teruggave van het rijbewijs per 2 april 2020.

3 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft op 18 maart 2020 in haar schriftelijk standpunt opgenomen dat klager een forse snelheidsovertreding heeft begaan en dat bij een dergelijke overtreding – gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie – een inhouding is gediend. Het feit dat klager een beroepschauffeur is geldt daarbij als verzwarende factor. Klager heeft niet eerder een rijontzegging opgelegd gekregen. De officier van justitie wil, gelet op hetgeen in soortgelijke zaken wordt opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van klager, de zittingsrechter de ruimte geven om een deels voorwaardelijke rijontzegging op te leggen en verzoekt om die reden het rijbewijs aan klager terug te geven per 2 april 2020. Het rijbewijs is dan acht weken ingehouden.

4 De beoordeling

Tegen klager is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd op de Westpoortweg te Amsterdam op 7 februari 2020.

Het proces-verbaal houdt in dat klager de maximumsnelheid, aangegeven door bord model A1, na wettelijke correctie heeft overschreden met 74 kilometer per uur, uitgaande van een maximum snelheid van 70 kilometer per uur.

Op 7 februari 2020 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.

Op 17 februari 2020 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs vier maanden, tot uiterlijk 6 juni 2020 wordt ingehouden.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 4 maart 2020 blijkt onder meer dat klager niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klager behandeld zal worden.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur of meer heeft overschreden en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager is niet uitgesloten dat dat de officier van justitie op de TOM-zitting dan wel de kantonrechter te zijner tijd in de strafzaak ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) geldboete, taakstraf of het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat klager zijn rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 2 april 2020. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de officier van justitie of kantonrechter om later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft. Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 2 april 2020.

5 De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 2 april 2020.

De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager [klager], met ingang van 2 april 2020.

Deze beslissing is gegeven op 25 maart 2020 door

mr. L. Dolfing, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier.

Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.