Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:2009

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
13/752294-19
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB Duitsland. XTC-pillen, lijstfeit. Art. 13 OLW. Overlevering toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752294-19

RK nummer: 20/625

Datum uitspraak: 26 maart 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 januari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 30 september 2019 door het Amtsgericht Münster (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opbgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Armenië) op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],

gedetineerd in de [PI te plaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 maart 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Eliya, advocaat te Hengelo.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting bevestigd dat de bovenvermelde personalia juist zijn. De rechtbank stelt op basis van de informatiestaat Strafrechtsketendatabank (SKDB) van de opgeëiste persoon van 24 december 2019 en de informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 3 februari 2020 eveneens vast dat de opgeëiste persoon de Armeense nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van het Openbaar Ministerie Münster van 4 september 2019 (referentie: 23 Gs 3976/19).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid: Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

Met betrekking tot de in het EAB door de Duitse autoriteiten genoemde ‘XTC’ en ‘XTC-pillen’ komt de rechtbank tot de volgende beoordeling. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten aangemerkt als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van de dubbele strafbaarheid niet geldt. Het is in beginsel aan die autoriteit om te beoordelen of dat vereiste al dan niet geldt voor feiten waarvoor overlevering wordt verzocht. Slechts in gevallen waarin sprake is van een evidente tegenstrijdigheid tussen de feitsomschrijving en de aangekruiste categorie zou dit tot de conclusie moeten leiden dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de feiten niet in redelijkheid heeft aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is en dat het lijstfeit in redelijkheid is aangekruist.

5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW

De rechtbank stelt vast dat het EAB betrekking heeft op strafbare feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In die situatie staat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW de overlevering niet toe.

In het geval de rechtbank tot dit oordeel zou komen, heeft de officier van justitie met een beroep op artikel 13, tweede lid, OLW gevorderd dat wordt afgezien van deze weigeringsgrond. Uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling behoort overlevering aan de Duitse autoriteiten plaats te vinden. De volgende argumenten zijn aangevoerd:

  • -

    het onderzoek is in Duitsland aangevangen;

  • -

    de verdovende middelen zijn in Duitsland ingevoerd en aangetroffen;

  • -

    het bewijs bevindt zich in Duitsland;

  • -

    de medeverdachten zijn en/of worden in Duitsland vervolgd.

Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten heeft hij naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid tot zijn vordering kunnen komen. Daarom moet van bedoelde weigeringsgrond worden afgezien.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 7 en 13 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opbgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Münster (Duitsland).

Aldus gedaan door

mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzitter,

mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en M.J. Alink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 26 maart 2020.

De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.