Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1994

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2020
Datum publicatie
30-03-2020
Zaaknummer
13/291527-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/291527-19 (Promis)

Datum uitspraak: 11 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 26 februari 2020. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. van der Vlugt en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R. Jonkers naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is kort gezegd ten laste gelegd dat hij zich op 27 november 2019 schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid van een diefstal met geweld, door als chauffeur te dienen en/of op de uitkijk te staan.

De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

3 Vrijspraak

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Uit de feiten en omstandigheden die volgen uit het dossier volgt dat aangever twee keer door de medeverdachte in zijn gezicht is geslagen waarna vervolgens vijftig euro van hem is weggenomen. Getuige [naam getuige] , verbalisant in privétijd, ziet een vuistslag en hoort aangever zeggen dat hij is beroofd. Bij verdachte is vervolgens een los briefje van vijftig euro aangetroffen. De verklaring van verdachte over de herkomst van het geld en zijn onwetendheid over wat de medeverdachte buiten de auto met aangever heeft gedaan, is ongeloofwaardig. Onder die omstandigheden kan het niet anders dan dat verdachte op de hoogte was van de diefstal met geweld door de medeverdachte en hij daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest door als chauffeur van de auto te fungeren.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor een diefstal met geweld. Getuige [naam getuige] verklaart namelijk niet over een straatroof maar over een vechtpartij. De aangifte wordt op dit punt dus niet ondersteund door ander bewijs. Het enkele voorhanden hebben van vijftig euro door verdachte is onvoldoende steunbewijs voor de diefstal met geweld. Daarnaast moet voor medeplichtigheid op grond van de bewijsmiddelen kunnen worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad op het gronddelict en de behulpzaamheid daarbij. Uit het dossier volgt niet dat verdachte op de uitkijk heeft gestaan en het enkele feit dat hij, nadat de medeverdachte in de auto stapte, wegreed is onvoldoende voor medeplichtigheid.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken en overweegt hiertoe als volgt.

Aangever [naam aangever] verklaart dat hij op 27 november 2019 is geslagen en dat er vervolgens vijftig euro bij hem is weggenomen. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verklaring van aangever ziet op de medeverdachte [mederverdachte 1] . De medeverdachte is vervolgens in een auto gestapt waarna verdachte, bestuurder van die auto, is weggereden. Voor een bewezenverklaring van de medeplichtigheid is nodig dat bewezen kan worden dat verdachte opzet had op het misdrijf zelf en op zijn behulpzaamheid daarbij. Hoewel verdachte als bestuurder fungeerde van de auto die is weggereden van de plek waar volgens aangever een diefstal met geweld heeft plaatsgevonden, en er bij verdachte vijftig euro is aangetroffen, blijkt op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting, ook in onderlinge samenhang bezien, onvoldoende dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de diefstal en zijn behulpzaamheid daarbij. Wat er na het gepleegde feit is gebeurd – het wegrijden en het aantreffen van vijftig euro bij verdachte – is daarvoor onvoldoende.

4 Beslag

Onder verdachte is blijkens het dossier een geldbedrag van vijftig euro in beslag genomen:

4.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen geldbedrag terug moet worden gegeven aan de rechthebbende, te weten [naam aangever] .

4.2

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag op het standpunt gesteld dat het moet worden teruggegeven aan verdachte.

4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen geldbedrag moet worden teruggegeven aan de rechthebbende [naam aangever] . Alhoewel verdachte niet is veroordeeld voor medeplichtigheid bij een diefstal met geweld, stelt de rechtbank op grond van het dossier vast dat de bij verdachte aangetroffen vijftig euro aan [naam aangever] toebehoort.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan [naam aangever] van:

1. 50 euro, goednummer 5843702.

Dit vonnis is gewezen door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. G.P.C. Janssen en M.E.M. James-Pater, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 maart 2020.