Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1774

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-03-2020
Datum publicatie
20-03-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 6762
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De burgemeester van Amsterdam mocht een gebiedsverbod en meldplicht opleggen aan een actief lid van de Ajax hooligans voor alle dagen waarop Ajax een wedstrijd speelt in de komende 18 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/6762

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. C. de Vries),

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester),

(gemachtigden: mr. R. Nomden, mr. M. Kappelhof en mr. R. Meulenbeld).

Procesverloop

Met het primaire besluit van 22 november 2019 (het primaire besluit I) heeft de burgemeester verzoeker een gebiedsverbod en een meldplicht opgelegd.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit I bezwaar gemaakt. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2020. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Nomden en M. Kappelhof. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Voordat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan, heeft de burgemeester – op 30 januari 2020 – het primaire besluit I ingetrokken en een nieuw primair besluit genomen (het primaire besluit II).

De voorzieningenrechter heeft daarom op 31 januari 2020 het onderzoek heropend en verzoeker in de gelegenheid gesteld om op het primaire besluit II te reageren. Hiervan heeft verzoeker gebruik gemaakt en verzocht om een nader onderzoek op zitting.

Dat nadere onderzoek op zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020. Verzoeker en de burgemeester hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.050,-;

- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 174,- aan verzoeker te vergoeden.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat het bezwaar van verzoeker zich ook richt tegen het primaire besluit II.1 Dit betekent dat het met het bezwaar samenhangende verzoek om voorlopige voorziening ook ziet op het primaire besluit II. Alleen dit besluit zal de voorzieningenrechter dan ook beoordelen.

Met dit primaire besluit II geeft de burgemeester – samengevat – verzoeker op speeldagen van Ajax een gebiedsverbod voor – kort gezegd – een gebied rond de ArenA en moet hij zich dan melden op het politiebureau Flierbosdreef. Dit geldt voor 90 speeldagen van Ajax binnen een periode van achttien maanden en gaat in op de dag van het bekendmaken van het primaire besluit II.

Heeft verzoeker een zienswijze kunnen indienen?

2. Verzoeker voert aan dat het primaire besluit II niet genomen mocht worden, omdat verzoeker geen zienswijze heeft kunnen indienen. Deze grond slaagt niet. Voor het indienen van een zienswijze bestaat geen vaste wettelijke termijn, maar een termijn die redelijk moet zijn. Zoals op de zitting besproken, heeft de burgemeester verzoeker twee werkdagen gegeven om een zienswijze in te dienen. Deze termijn is kort – dat klopt – maar hier wel redelijk. Het primaire besluit II volgt op het eerdere primaire besluit I en heeft inhoudelijk dezelfde strekking, namelijk dat verzoeker een gebiedsverbod en een meldplicht wordt opgelegd. Dit primaire besluit I is uitvoerig besproken op de vorige zitting van 17 januari 2020 en de voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester de op die zitting geconstateerde gebreken heeft aangepast in het primaire besluit II.

Is de burgemeester bevoegd het gebiedsverbod en de meldplicht op te leggen?

3. Verzoeker voert verder aan dat de burgemeester niet bevoegd is een gebiedsverbod en een meldplicht op te leggen.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester aan het opleggen van het gebiedsverbod en de meldplicht zes (was in het primaire besluit I nog acht) incidenten tijdens voetbalwedstrijden van Ajax ten grondslag legt. Zes incidenten waar verzoeker voor is veroordeeld, een maatregel kreeg opgelegd, bij betrokken was of is gezien. Twee van de zes incidenten speelden zich in Amsterdam af. In het primaire besluit II de incidenten 1 en 2. De processen-verbaal van de zes incidenten zijn voorts als onderbouwing toegevoegd aan het dossier. Verder meldt het besluit dat verzoeker ooit behoorde tot de Top 600, personen waaraan de gemeente Amsterdam extra aandacht besteedde vanwege onder meer overlastpleging. Hiermee heeft de burgemeester naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker zowel herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord als dat ernstige vrees voor herhaling bestaat. Dat laatste ook gelet op recente incidenten, namelijk eind 2019.

De stelling van verzoeker dat vier van de zes incidenten zich niet in Amsterdam hebben afgespeeld en dus niet betrokken mogen worden, volgt de voorzieningenrechter niet. De burgemeester mag die incidenten wel betrekken. Het is namelijk niet noodzakelijk dat ordeverstoringen zich in één gemeente afspelen, maar dat verzoeker betrokken was bij openbare ordeverstoringen tijdens speeldagen van Ajax. Zie daarvoor ook de uitspraak van deze rechtbank van 18 februari 2011 (ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5057).

De burgemeester was dus bevoegd om de maatregelen op te leggen.

Heeft de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik kunnen maken?

5. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het gebiedsverbod en de meldplicht voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. De burgemeester heeft namelijk kunnen betrekken dat verzoeker een actieve rol heeft in de harde kern van Ajax ( [naam harde kern] ), dat hij meerdere overlastgevende, strafbare gedragingen heeft gepleegd en dat hij meermaals op zijn gedrag was aangesproken, zonder dat dit heeft geleid tot aanpassing van zijn gedrag. Het klopt dat verzoeker hierdoor wordt beperkt in zijn bewegingsvrijheid en dat dit een inbreuk is, maar de burgemeester heeft zijn belang om de openbare orde in Amsterdam te waarborgen zwaarder mogen laten wegen dan het belang van verzoeker om zich steeds vrij te kunnen bewegen. Dat betekent dat de burgemeester gebruik heeft mogen maken van zijn bevoegdheid om een gebiedsverbod en een meldplicht op te leggen.

Omvang van het opgelegde gebiedsverbod

6. Verzoeker voert vervolgens aan dat het opgelegde gebiedsverbod deels op het gebied van de gemeente Ouder-Amstel ligt, maar zonder een verzoek daarvoor van de burgemeester van Ouder-Amstel. Het primaire besluit II voldoet daarom niet aan de vereisten van artikel 172a, derde lid, van de Gemeentewet.

7. De voorzieningenrechter is het met partijen eens dat het opgelegde gebiedsverbod deels ligt op het gebied van de gemeente Ouder-Amstel. In het primaire besluit II staat dat het deel dat ligt in de gemeente Ouder-Amstel is opgelegd op verzoek van de burgemeester van Ouder-Amstel. Zoals vastgesteld op de zitting zit in het dossier geen verzoek van de burgemeester van Ouder-Amstel en is het primaire besluit II ook niet mede namens de burgemeester van Ouder-Amstel getekend. Wel hebben de gemachtigden van de burgemeester een korte e-mailwisseling tussen hen en een beleidsadviseur van de gemeente Ouder-Amstel overgelegd, waaruit kan worden afgeleid dat de burgemeester van Ouder-Amstel instemt met het gebiedsverbod. Voor de voorlopige-voorzieningprocedure vindt de voorzieningenrechter deze e-mail vooralsnog voldoende om aannemelijk te achten dat de burgemeester van Ouder-Amstel instemt met het gedeelte van het gebiedsverbod in zijn gemeente. Maar in bezwaar zal verder moeten worden uitgezocht of de burgemeester van Ouder-Amstel het besluit mee moest tekenen of dat hij tijdig een verzoek deed om ook namens hem het gebiedsverbod op te leggen.

8. Verzoeker voert ten slotte aan dat hij afhankelijk is van het openbaar vervoer en het politiebureau aan de Flierbosdreef niet kan bereiken zonder het gebiedsverbod te overtreden. De metrolijn loopt namelijk door het gebied en het dichtstbijzijnde metrostation Bijlmer-Arena ligt in het gebied. Volgens verzoeker kan hierdoor het metrotraject en de weg naar het politiebureau aan de Flierbosdreef niet vallen onder het gebiedsverbod. De voorzieningenrechter deelt dit standpunt niet. Verzoeker kan het politiebureau aan de Flierbosdreef namelijk op meerdere, andere manieren bereiken. Deze routes kosten verzoeker weliswaar meer tijd maar niet overdreven meer tijd. Het politiebureau ligt namelijk niet vlakbij de metrolijn naar Gein en het metrostation Bijlmer-Arena.

Conclusie

9. Gelet op dit alles is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar bij deze stand van zaken geen redelijke kans van slagen heeft. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

10. Omdat de burgemeester na de zitting van 17 januari 2020, maar voordat uitspraak werd gedaan, het primaire besluit I introk en het primaire besluit II nam, veroordeelt de voorzieningenrechter de burgemeester in de door verzoeker gemaakte proceskosten voor het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het primaire besluit I. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting van 17 januari 2020 met een waarde van € 525,- en wegingsfactor 1).

Om dezelfde reden bepaalt de voorzieningenrechter dat de burgemeester verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

Omdat de voorlopige voorziening hangende het bezwaar tegen het primaire besluit II is afgewezen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling daarvoor.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. E.J. Otten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.H.M. Hussien, griffier, op 26 februari 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Zie artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).