Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1721

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-03-2020
Datum publicatie
25-03-2020
Zaaknummer
CV 19-13016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Publicatie foto zonder toestemming. Inbreuk op auteursrecht. Schadevergoeding. Omvang schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2020/157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7832464 CV EXPL 19-13016

vonnis van: 12 maart 2020

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiseres]

handelend onder de naam [eiseres] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: gerechtsdeurwaarder P.F. van den Berg

t e g e n

[gedaagde] mede handelend onder de naar [gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken liggen aan dit vonnis ten grondslag:

  • -

    de dagvaarding van 3 juni 2019, met producties;

  • -

    het schriftelijke verweer, met producties;

  • -

    het vonnis van 19 september 2019 waarin is bepaald dat schriftelijk wordt voort geprocedeerd;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek, met producties;

  • -

    de akte uitlating producties van [eiseres] .

Het vonnis is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De feiten

1. In dit geding staat het volgende vast:

1.1.

Op 13 april 2017 heeft [gedaagde] op de website [internetsite] een recept met de volgende afbeelding geplaatst:



1.2.

De foto is inmiddels verwijderd. Namens [eiseres] is aan [gedaagde] voor de foto een licentienota gezonden d.d. 24 april 2018 van € 371,-. Deze is onbetaald gebleven.

De standpunten van partijen

2. [eiseres] vordert, kort gezegd, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 372,38 met rente en proceskosten. Zij stelt daartoe het volgende. De foto die [gedaagde] heeft gebruikt is auteursrechtelijk beschermd. Studio Lipov heeft de foto gemaakt en is de auteursrechthebbende. [eiseres] heeft voor Nederland de exclusieve rechten op de foto gekregen. [gedaagde] heeft de foto geopenbaard en bijgesneden zonder naamsvermelding van de fotograaf of de rechthebbende en zonder toestemming. [gedaagde] heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de auteursrechten van [eiseres] en door deze inbreuk heeft [eiseres] schade geleden die zij vergoed wil hebben. De schade bestaat uit een bedrag van € 248,25 aan gederfde licentie-inkomsten, te vermeerderen met een factor 0,5 wegens verlies van exclusiviteit. Verder voert [eiseres] een schadepost op van € 127,62 aan opsporings- en buitengerechtelijke kosten. Tot slot wil zij de proceskosten zoals bedoeld in artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vergoed hebben.

3. [gedaagde] voert daartegen het volgende aan. Zij heeft met haar website geen winst gemaakt. Er waren gemiddeld twee bezoekers per maand en de website bestaat niet meer. De foto stond niet op de homepage maar op het “derde” niveau. Verder is de foto niet geüpload maar embedded van de website [internetsite] . Dat levert geen inbreuk op enig auteursrecht op. [gedaagde] vraagt zich ook af of [eiseres] van de fotograaf opdracht heeft gekregen om deze procedure te starten. Uit billijkheid is [gedaagde] bereid € 170,- voor de foto te betalen, zonder kosten.

De beoordeling

4. In de eerste plaats moet worden beoordeeld of het plaatsen van de foto door [gedaagde] inbreuk oplevert op auteursrecht. Terecht stelt [eiseres] dat bij het maken van de foto door de fotograaf persoonlijke keuzes zijn gemaakt waar het de compositie, belichting, het scherp stellen en de kleuren betreft. De foto is dan ook een oorspronkelijk werk dat de geestelijke schepping is van de fotograaf en als zodanig auteursrechtelijk beschermd.

5. [eiseres] stelt in Nederland de exclusief rechthebbende te zijn die kan optreden tegen inbreuken op dit auteursrecht. [gedaagde] trekt dit in twijfel. [eiseres] heeft haar stelling echter gemotiveerd onderbouwd door uit te leggen dat de foto is gemaakt door een fotograaf die in dienst is van Studio Lipov, dat Stockfood de rechten heeft op de foto en dat [eiseres] deze rechten voor wat betreft Nederland overgedragen heeft gekregen. Daar tegenover heeft [gedaagde] onvoldoende aanknopingspunten gegeven voor haar twijfel. Ze wijst er zelf op dat op de website van [eiseres] staat dat zij de exclusieve vertegenwoordiger is van Stockfood betreffende haar fotocollectie. In deze procedure staat daarom genoegzaam vast dat [eiseres] het recht heeft om op te komen tegen het gebruik van de foto.

6. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht. [gedaagde] voert aan dat zij de foto en het recept heeft embedded van de website [internetsite] en die website ook als bronvermelding heeft genoemd, maar dat helpt haar niet. Het gaat erom dat de foto te zien is geweest op de website van [gedaagde] . Dit volgt onder meer uit productie 1 van [gedaagde] : daarop is een screenshot te zien van de website [internetsite] met daarop de foto en het bijbehorende recept.
Doordat de foto op de website van [gedaagde] heeft gestaan heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van [eiseres] niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Auteurswet (Aw).

7. Dit maakt [gedaagde] schadeplichtig, ook als de foto in het verleden, zoals [gedaagde] aanvoert, vrij op internet verkrijgbaar is geweest en de eigenaar van [internetsite] niet door [eiseres] is benaderd. Feit blijft immers dat [gedaagde] geen toestemming heeft gekregen om de foto op haar website te plaatsen.
Voor de omvang van de schadevergoeding verwijst [eiseres] naar de tarieven die worden gehanteerd door de Stichting Foto Anoniem. Deze stichting heeft in augustus 2019 een nieuwe tarievenlijst gepubliceerd op haar website. Het huidige tarief voor plaatsing van een foto op een website is (voor cultureel en educatief gebruik) € 180,- per jaar. De schade van [eiseres] wordt op dit tarief begroot. Een hoger bedrag aan schadevergoeding zou onevenredig zijn, mede gelet op de onweersproken stelling van [gedaagde] dat haar website gemiddeld twee bezoekers per maand had en dat zij er geen omzet mee heeft gerealiseerd. Dit maakt dat er ook geen grond is voor toepassing van een factor 0,5 wegens verlies aan exclusiviteit, zoals [eiseres] vordert.

8. Het bedrag van € 180,- is vrijwel gelijk aan het door [gedaagde] bij dupliek aangeboden bedrag van € 170,-. Dit aanbod heeft zij pas laat in de procedure gedaan. Voorafgaand aan de procedure hebben zowel Permission Machine BVBA als Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders BV meerdere keren [gedaagde] aangeschreven. Daarop heeft zij niet gereageerd. Zij heeft daarvoor geen goede reden gegeven, met name niet wat betreft Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders BV. De opsporings- en buitengerechtelijke kosten van € 127,62, die [eiseres] vordert, worden dan ook aangemerkt als redelijke kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

9. Partijen krijgen elk voor een deel gelijk. De proceskosten zullen daarom worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 180,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 juni 2019 tot aan de voldoening,

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 127,62,

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

Bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M. van Walraven, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.