Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1706

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-03-2020
Datum publicatie
12-03-2020
Zaaknummer
13/845174-17 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

33 jarige vrouw wordt veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur, omdat zij ruim 1,5 ton en een scooter heeft witgewassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845174-17 (Promis)

Datum uitspraak: 12 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum] op [geboortedag] 1986,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen 3, 4 en 6 februari en 12 maart 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.J. Dontje en M.P. Kok en van wat verdachte en haar raadsvrouw mr. J.C. Dekkers naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – samengevat, na wijziging op de zitting – tenlastegelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. medeplegen van) gewoontewitwassen van een Mercedes en/of horloges uit de erfenis van [naam 1] (hierna: [naam 1] ), in de periode van 7 juli 2017 tot en met 6 november 2017 te Amsterdam, Ibiza, Marbella en/of Malaga;

2. het gebruik maken van valse en/of vervalste werkgeversverklaring en/of salarisspecificaties, ten behoeve van het aanvragen en/of verkrijgen van een huurwoning en/of parkeerplaats aan de [straat] , in de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 september 2015 te Amsterdam;

3. ( medeplegen) van gewoontewitwassen van een Volkswagen Tiguan, een contant geldbedrag van 150.000,- euro, een contant geldbedrag van 5.795,- euro en/of een Piaggio, in de periode van 10 april 2017 tot en met 3 augustus 2017 te Amsterdam.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Inleiding

Op 7 juli 2017 wordt het lichaam van [naam 1] aangetroffen op een parkeerplaats bij het station Breukelen, hij blijkt te zijn neergeschoten. Hij is overleden. Vermoedelijk is sprake geweest van een afrekening in het criminele milieu. Vóór de dood van [naam 1] was een strafrechtelijk onderzoek naar hem gestart, omdat hij ervan werd verdacht zich schuldig te maken aan witwassen. Hij zou een luxe leven lijden terwijl hij geen legaal inkomen had. Ook zou hij in het bezit zijn van dure auto’s, sieraden en grote contante geldbedragen. De politie verdacht [naam 1] ervan een deel van zijn vermogen onder te brengen bij derden, onder wie familie en vrienden. Ná de dood van [naam 1] is daarom een onderzoek gestart naar zijn ‘criminele’ erfenis. Dit onderzoek droeg de naam Mont du Chat. Bij dat onderzoek is verdachte in beeld gekomen, zij was namelijk de vriendin van [naam 1] en woonde met hem samen. Zij wordt ervan verdacht een Mercedes en vijf horloges uit de erfenis van [naam 1] te hebben witgewassen.

Ook zou verdachte zich hebben schuldig gemaakt aan het gebruik van valse/vervalste geschriften voor het verkrijgen van de huurwoning, waar zij samen met [naam 1] en hun kinderen woonde. Daarnaast wordt zij ervan verdacht een andere auto, scooter en contante geldbedragen te hebben witgewassen.

Voornoemde verdenkingen zien veelal op andere periodes en gedragingen van verdachte. Ook zijn er per verdenking verschillende verweren gevoerd. Daarom zal de rechtbank deze hieronder los van elkaar bespreken en zal er per onderdeel een oordeel volgen over de schuld van verdachte aan het tenlastegelegde.

3.2.

De erfenis van [naam 1]

3.2.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte de Mercedes en twee van de vijf horloges van [naam 1] heeft witgewassen. Voor de overige drie horloges is vrijspraak betoogd.

Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de goederen van [naam 1] van misdrijf afkomstig zijn. Verdachte wist ook dat [naam 1] een crimineel leven leidde. Ze heeft immers valse stukken moeten aanleveren bij de verhuurder van haar woning, omdat de inkomsten van [naam 1] niet legaal waren. Daarnaast heeft zij via versleutelde berichten met [naam 1] gecommuniceerd en wist zij dat zijn leven in gevaar was. Uit het dossier volgt verder dat verdachte eerder met [naam 1] op vakantie is geweest en daarbij gebruik heeft gemaakt van zijn Mercedes. Ook kan worden vastgesteld dat de Mercedes, na de dood van [naam 1] , is opgehaald door medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) uit een garage op Ibiza. [medeverdachte 1] heeft vervolgens de vindplaats van de Mercedes verborgen en verhuld. Medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) heeft hierover gesproken met verdachte. Hij heeft haar verteld dat de auto was verplaatst en dat dit was gedaan voor verdachte en haar gezin. Ook heeft [medeverdachte 2] uitgebreid met verdachte gesproken over de waarde van Mercedes. Nu verdachte van de Mercedes afwist en wist dat deze verplaatst was, kan worden bewezen dat zij deze samen met anderen heeft witgewassen.

Ook kan op basis van het dossier worden vastgesteld dat [naam 1] in het bezit was van meerdere dure horloges. Daarnaast is hierover gesproken door [medeverdachte 2] en verdachte in het heimelijk opgenomen gesprek. De wetenschap van verdachte kan ook worden vastgesteld, omdat zij met [naam 1] heeft gecorrespondeerd over zijn horloges en bij de doorzoeking van haar woning twee horloges zijn aangetroffen. Op grond van het voorgaande kan in ieder geval worden vastgesteld dat verdachte over twee dure horloges beschikte en dat daarom ook het witwassen van die horloges bewezenverklaard kan worden.

3.2.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd.

Er kan weliswaar worden vastgesteld dat verdachte wist dat goederen van [naam 1] werden verplaatst en omgezet, maar daaraan heeft zij niet deelgenomen. Uit het dossier kan immers niet worden afgeleid dat verdachte een actieve bijdrage heeft geleverd. Ook heeft verdachte geen beschikkingsmacht gehad, omdat zij de goederen niet voorhanden heeft gehad. Dat de twee horloges in haar woning lagen, betekent niet zonder meer dat zij daar dan ook van op de hoogte was. Verder kan medeplegen niet worden bewezen. Verdachte heeft geen intellectuele of materiële bijdrage geleverd aan het witwassen van de Mercedes en horloges. Uit de opgenomen gesprekken volgt namelijk dat verdachte telkens pas achteraf werd geïnformeerd.

Bovendien bevat het dossier onvoldoende bewijs om vast te stellen dat de goederen van [naam 1] een criminele herkomst hebben. Goed mogelijk is dat hij voor zijn dood legale inkomsten had. In aansluiting op het verweer van de raadsman van [medeverdachte 2] heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat [naam 1] niet is veroordeeld voor strafbare feiten die het vermogen/de uitgaven van [naam 1] kunnen verklaren. Alleen op basis daarvan kan het witwassen al niet worden bewezen. Verder is ten aanzien van de horloges nog aangevoerd dat onvoldoende duidelijk is om welke horloges het gaat en of deze echt zijn. Vanwege deze aangevoerde omstandigheden kan niet worden bewezen dat verdachte de Mercedes en de horloges van [naam 1] heeft witgewassen.

3.2.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het witwassen van de Mercedes en de horloges en zal hieronder motiveren waarom.

Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat [naam 1] op 13 mei 2017 de in de tenlastelegging genoemde Mercedes heeft gekocht. In de woning van verdachte zijn documenten aangetroffen die betrekking hebben op de aankoop van de Mercedes. Op de telefoon van [naam 1] zijn foto’s aangetroffen van verdachte, [naam 1] en hun gezin met de Mercedes. Die foto’s zijn begin juni 2017 gemaakt, tijdens een vakantie in Spanje. Verdachte was er dus van op de hoogte dat [naam 1] in het bezit was van de Mercedes. Verder volgt uit het dossier dat deze Mercedes door [naam 1] op 29 juni 2017 geparkeerd is in een garage in Ibiza en dat hij van plan was om die auto op 24 juli 2017 weer op te halen. Tijdens het parkeren van de Mercedes was [naam 1] samen met [medeverdachte 1] , hetgeen de rechtbank afleidt uit berichten en vluchtgegevens van [naam 1] en [medeverdachte 1] . Na de dood van [naam 1] , is de Mercedes door [medeverdachte 2] uit de garage opgehaald en naar Marbella gebracht. Sindsdien is de locatie van de Mercedes onbekend gebleven.

Verdachte was op de hoogte van het verplaatsen van de Mercedes. Hierover is zij immers ingelicht door [medeverdachte 2] in het heimelijk opgenomen gesprek op 24 juli 2017. [medeverdachte 2] heeft aan verdachte verteld dat de Mercedes naar Marbella is gebracht, dat dat door [medeverdachte 1] is gedaan en dat de auto nu veilig is opgeborgen.

De rechtbank dient vast te stellen of verdachte – in de tenlastegelegde periode – ten aanzien van deze Mercedes witwashandelingen heeft verricht. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is geweest. De vakantie, waarbij verdachte gebruik heeft gemaakt van de Mercedes, is van vóór de tenlastegelegde periode. Daarna is niet gebleken dat verdachte de Mercedes op enig moment voorhanden heeft gehad. Ook is niet gebleken dat verdachte enige rol heeft gehad bij het verplaatsten en verbergen van de Mercedes. Het enige aanknopingspunt daarvoor is het heimelijk opgenomen gesprek, maar ook daaruit volgt niet dat verdachte een intellectuele of materiële bijdrage hieraan heeft geleverd. Ze wordt in dat gesprek achteraf geïnformeerd en bevestigt enkel wat [medeverdachte 2] haar vertelt over de Mercedes. Op grond hiervan kan niet worden vastgesteld dat verdachte witwashandelingen heeft gepleegd ten aanzien van de Mercedes, daarom kan de witwasverdenking niet worden bewezen.

Datzelfde geldt voor de horloges. De rechtbank overweegt daarover het volgende. De rechtbank stelt vast dat bij doorzoeking van de woning van [naam 1] en verdachte op 7 juli 2017 twee horloges van het merk Rolex zijn gezien. Deze zijn door de politie gefotografeerd, maar niet inbeslaggenomen. Ook is in de woning van verdachte een lege doos van een Audemars Piquet horloge aangetroffen. De echtheid van die horloges of verpakking is verder niet onderzocht. De politie heeft evenmin serienummers genoteerd. De woning is op een later moment nogmaals doorzocht, op dat moment waren er geen horloges meer aanwezig. Daardoor is voor de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden welke horloges in de woning zijn aangetroffen en of deze echt waren. Ook is niet duidelijk geworden wanneer en door wie de horloges uit de woning zijn gehaald.

Verder is gebleken dat [medeverdachte 2] en verdachte op 24 juli 2017 hebben gesproken over “klokjes” en het veiligstellen daarvan. Het dossier bevat geen aanvullend bewijs waaruit volgt dat er daadwerkelijk iets met de betreffende “klokjes” is gedaan. Van actieve witwashandelingen kan dus niet worden gesproken. Evenmin is gebleken over welke horloges is gesproken in het heimelijk opgenomen gesprek. Daarom kan ook de herkomst van de horloges niet worden vastgesteld. Dat leidt tot de conclusie dat ook het tenlastegelegde witwassen van de horloges van [naam 1] niet kan worden bewezen.

Verdachte wordt daarmee vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

3.3.

De huurwoning aan de [straat]

3.3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben beargumenteerd dat verdachte moet worden veroordeeld voor het gebruik maken van valse/vervalste geschriften.

Gebleken is dat de aan Actys verstrekte werkgeversverklaring vals is. Uit het dossier volgt immers dat die verklaring niet door Universal Nails is opgemaakt en bovendien is gebleken dat het inkomen van verdachte niet zo hoog was als aangegeven op de werkgeversverklaring. Dat betekent dat ook de salarisspecificaties vals zijn opgemaakt. Deze stukken zijn aan Actys verstrekt om de indruk te wekken dat verdachte een bepaald salaris verdiende en zodoende een dure woning kon huren. Deze stukken moeten door verdachte zijn verstrekt, omdat zij het huurcontract en een vragenlijst, met daarop wederom valse loongegevens, heeft getekend. Dat maakt dat het onder 2 tenlastegelegde moet worden bewezen.

3.3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. De woning is namelijk niet door haar, maar door [naam 1] , geregeld. Verdachte wist niet dat voor het huren van de woning documenten met betrekking tot haar inkomen moesten worden aangeleverd. Deze stelling past bij de stukken uit het dossier. Uit geen enkel bewijsmiddel volgt immers dat verdachte de stukken zelf bij Actys heeft aangeleverd. Bovendien wordt deze stelling ondersteund doordat de documenten die zijn aangeleverd geheel vals zijn. Als verdachte zelf verantwoordelijk was geweest, had zij wel eigen documenten kunnen vervalsen. Daarbij komt dat de echte stempel op de valse werkgeversverklaring door eenieder kan zijn gepakt en gebruikt omdat deze op de balie in de nagelsalon lag. Het onder 2 tenlastegelegde kan dus niet worden bewezen, aldus de raadsvrouw.

3.3.3.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

Verdachte heeft sinds 1 maart 2016 de woning, gelegen aan de [adres 2] , en een bijbehorende parkeerplaats gehuurd. De huur betrof 1.705,- euro per maand. Voor het huren van de woning zijn gegevens aangeleverd, waaronder een door een op naam van verdachte ingevulde en ondertekende vragenlijst, een werkgeversverklaring van Universal Nails en drie salarisspecificaties van de maanden mei, juni en juli 2015 van Universal Nails, die overeenkomen met de salarisbetalingen op de tevens aangeleverde bankafschriften van verdachte.

De vragenlijst is op 18 augustus 2015 op naam van verdachte ondertekend. Daarop staat ingevuld dat verdachte manager is bij Universal Nails en een brutosalarissalaris heeft van 66.965,64 euro (exclusief vakantiegeld). Op de werkgeversverklaring van Universal Nails staat hetzelfde salaris genoemd en staat dat deze is ondertekend door werkgever [naam werkgever] . Op een bijgevoegd afschrift van bankrekening [nummer] , op naam van verdachte, zijn salarisbetalingen te zien van Universal Nails. Op dat afschrift staat dat verdachte in mei 2015 6.767,42 euro en in juni en juli 2015 3.398,09 euro aan salaris heeft ontvangen. Verder zijn de huurovereenkomsten, met betrekking tot de woning en de parkeerplaats, op 9 en 15 september 2015 ondertekend op naam van verdachte.

Uit bevraging van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (hierna: ICOV) volgt dat verdachte in 2015 een loon heeft ontvangen van in totaal 9.967,- euro. Daarnaast zijn de gegevens van de bankrekening van verdachte opgevraagd bij de ING. Deze gegevens zijn vergeleken met de bankafschriften die zijn verstrekt aan Actys voor het huren van de woning en de parkeerplaats. De gegevens op die bankafschriften komen in het geheel niet overeen met de gegevens van de ING, volgens welke gegevens verdachte veel minder salaris heeft ontvangen.

Op 5 oktober 2017 is de eigenaresse van Universal Nails, [naam eigenaresse] , gehoord als getuige. Bij dat verhoor was ook [naam werkgever] , ex-werknemer van Universal Nails aanwezig. [naam eigenaresse] heeft als volgt verklaard. Verdachte is in 2014 als stagiaire begonnen bij Universal Nails. Sinds 17 februari 2015 is zij in dienst als nagelstyliste. Verdachte verdient een nettosalaris van 1.354,84 euro per maand. De door de verbalisant getoonde salarisspecificaties (DOC-011 van Mont du Chat I) zijn vals. Universal Nails maakt gebruik van een ander loonprogramma en de salarisspecificaties zien er heel anders uit. Ook klopt de functieomschrijving niet, verdachte is namelijk nooit manager geweest en heeft ook nooit een dergelijk salaris verdiend. Daarnaast is de werkgeversverklaring (DOC-011 van Mont du Chat I) vals. [naam eigenaresse] heeft daarover verklaard dat zij dat document nog nooit gezien heeft. De stempel die erop staat is wel van de onderneming, deze ligt altijd bij de balie en kan verdachte dus zo hebben gepakt. Ook is de naam van [naam werkgever] niet goed gespeld. [naam werkgever] heeft nog verklaard dat hij de werkgeversverklaringen opmaakte en dat hij de getoonde werkgeversverklaring niet heeft opgemaakt en nooit heeft gezien. Door [naam werkgever] zijn vervolgens loonstroken van verdachte over de maanden mei, juni en juli 2015 verstrekt. Hieruit volgt dat verdachte een nettosalaris verdiende van 868,75 euro per maand.

Ook is de accountmanager van Actys gehoord op 13 november 2017. Zij verklaart dat voor het huren van een woning moet zijn voldaan aan een aantal vereisten, waaronder een inkomenseis. Verdachte heeft de inkomenseis aangetoond op basis van een werkgeversverklaring en een recente loonstrook. Verdachte heeft met een collega van de accountmanager gesproken en heeft het huurcontract op kantoor getekend. Op basis van het werkelijke inkomen had verdachte de huurwoning nooit gekregen.

Conclusie

Vaststaat dat verdachte een woning en een parkeerplaats heeft gehuurd aan de [straat] te [plaats] . Ook staat vast dat voor het huren van de woning moest zijn voldaan aan een inkomenseis. Aan Actys, het verhuurbedrijf, is onder andere een werkgeversverklaring en salarisspecificaties verstrekt. Na onderzoek is gebleken dat deze geschriften vals zijn. De eigenaresse van Universal Nails heeft immers verklaard dat deze werkgeversverklaring en salarisspecificaties niet door hen zijn opgemaakt en bovendien onjuist zijn omdat de functieomschrijving en het genoemde salaris niet overeenkomt met de werkelijkheid. Dat wordt ondersteund door het feit dat de werkelijke salarisspecificaties ook overeenkomen met de betalingen die op de rekening van verdachte zijn gedaan, zoals volgt uit de door de ING verstrekte gegevens. De bij Actys bekende gegevens zijn dus vals.

De volgende vraag is door wie deze gegevens zijn verstrekt, anders gezegd, of kan worden bewezen dat het verdachte is die in strafrechtelijke zin gebruik heeft gemaakt van deze gegevens. Verdachte heeft geweigerd hierover enige verklaring af te leggen. Volgens de raadsvrouw van verdachte laat het dossier de mogelijkheid open dat niet verdachte, maar [naam 1] degene is die de vragenlijst en bijgevoegde stukken buiten medeweten van verdachte heeft ingevuld, opgesteld en gebruikt.

De rechtbank overweegt dat er sterke aanwijzingen zijn die wijzen in de richting van verdachte. De stukken stonden op haar naam, zij werkte bij Universal Nails, zij kon zodoende ook bij de stempel komen, zij heeft het huurcontract op het kantoor van de verhuurder getekend en zij had ook het huurgenot van de woning die zodoende kon worden gehuurd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze aanwijzingen echter onvoldoende om de conclusie te dragen dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte ook de vragenlijst heeft ingevuld en bijbehorende stukken heeft aangeleverd. De rechtbank merkt in dit verband op dat de ondertekening van de vragenlijst is gedateerd op 18 augustus 2015 en het huurcontract op 15 september 2015. De documenten zijn derhalve op andere data en niet noodzakelijkerwijs door dezelfde personen opgesteld. Een mogelijke ondersteuning voor de stelling van de verdediging dat niet verdachte maar [naam 1] de vragenlijst heeft ingevuld, ziet de rechtbank in het feit dat de handtekening onder beide documenten lijkt te verschillen. De rechtbank stelt vast dat ook [naam 1] een belang had bij het kunnen huren van de woning. Ten slotte overweegt de rechtbank dat het huurcontract dat door verdachte op kantoor is getekend geen melding maakt van een inkomenseis, de vragenlijst of de bijbehorende stukken, zodat verdachte ook niet via die weg kan worden tegengeworpen dat zij gebruik heeft gemaakt van valse gegevens. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de bewijsmiddelen inderdaad de mogelijkheid openlaten dat een ander dan verdachte gebruik heeft gemaakt van de valse stukken en dat deze mogelijkheid niet zonder meer als ongeloofwaardig terzijde kan worden gesteld. Onder deze omstandigheid zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde.

3.4.

De Volkswagen Tiguan, contante geldbedragen en de Piaggio

3.4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben aangevoerd dat het onder 3 tenlastegelegde kan worden bewezen. Op basis van de stukken is aannemelijk dat de Volkswagen Tiguan op naam van de vader van verdachte is gezet om te verhullen wie de werkelijke eigenaar is. Er is immers gebleken dat door verdachte betalingen zijn gedaan voor de auto, daarnaast is op meerdere momenten gezien dat verdachte in de auto reed. Ook is de inschrijving in het kentekenregister en de tenaamstelling van de auto in de woning van verdachte aangetroffen.

Verder is gebleken dat verdachte een Piaggio op haar naam heeft staan. Niet aannemelijk is dat zij deze met haar eigen legale inkomen heeft gekocht. Daarnaast zijn er grote contante geldbedragen in haar woning aangetroffen en heeft zij hierover versleutelde berichten gestuurd naar [naam 1] . Op grond van het dossier kan dus worden vastgesteld dat verdachte de Volkswagen Tiguan voorhanden heeft gehad en wist dat deze met crimineel geld is aangeschaft, datzelfde geldt voor de Piaggio. Daarnaast is gebleken dat het merendeel van het contant aangetroffen geldbedrag verstopt was in een box in de berging, zodat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het verhullen en verbergen van dat geldbedrag. Verdachte heeft zich dus schuldig gemaakt aan het witwassen van de Volkswagen Tiguan, de Piaggio en de contante geldbedragen en dat betekent dat het onder 3 tenlastegelegde kan worden bewezen.

3.4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van het contante geldbedrag in de subwoofer heeft zij aangevoerd dat het goed mogelijk is dat dat bedrag legaal is verdiend door [naam 1] . De raadsvrouw heeft zich in dit verband ter zitting mondeling aangesloten bij het door de raadsman van een medeverdachte gevoerde verweer dat er sprake is van een schending van de onschuldpresumptie door erfgenamen te veroordelen, omdat daarmee – postuum – de schuld van een overledene wordt vastgesteld. In een uitspraak van 10 januari 2012 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) wordt het voorgaande benadrukt. Er kan dus niet worden geoordeeld dat het vermogen van [naam 1] afkomstig is uit enig misdrijf, omdat [naam 1] dan na zijn dood schuldig wordt verklaard aan enig strafbaar feit. Dat is in strijd met de artikelen 69 en 75 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM).

Bovendien is niet gebleken dat verdachte wist dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig was. Ook is niet gebleken dat verdachte wetenschap had van het geldbedrag, laat staan dat zij dat bedrag heeft verhuld/verborgen. Uit de versleutelde berichten kan de wetenschap evenmin worden afgeleid. Er staat immers niet vast dat deze berichten door [naam 1] en verdachte zijn gestuurd. Daarnaast volgt uit de berichten niet dat verdachte wist dat er een geldbedrag verstopt zat in een box in de berging. Op basis van het dossier kan dus niet worden uitgesloten dat verdachte geen weet had van de aanwezigheid van het geldbedrag, daarom moet voor die verdenking vrijspraak volgen. Dat geldt ook voor het andere contante geldbedrag dat in de woning is aangetroffen. Uit het dossier kan niet worden afgeleid waar dat is gevonden, daarom kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte van de aanwezigheid van dat geldbedrag op de hoogte was.

Verder moet verdachte worden vrijgesproken van het witwassen van de Volkswagen Tiguan, omdat niet gebleken is dat de Volkswagen Tiguan voor verdachte bestemd was. De auto stond immers op naam van de vader van verdachte, hij heeft voor de invoer van de auto betaald en heeft de auto ter keuring aangeboden. Hoe de Volkswagen Tiguan is gefinancierd, is onduidelijk. Een criminele herkomst kan dus niet worden vastgesteld en mocht daar al sprake van zijn kan de wetenschap van verdachte niet worden vastgesteld. Ook is niet gebleken dat verdachte betalingen aan haar vader heeft gedaan ten behoeve van deze auto. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte witwashandelingen met betrekking tot deze auto heeft gepleegd. Ook kan het witwassen van de Piaggio niet worden bewezen, omdat verdachte de Piaggio met haar legale inkomsten kan hebben gefinancierd. Daarnaast heeft zij in de tenlastegelegde periode geen witwashandelingen met betrekking tot de Piaggio gepleegd. Daarom moet verdachte worden vrijgesproken van al het onder 3 tenlastegelegde.

3.4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.1

Op 27 juli 2017 is de woning van verdachte, gelegen aan de [adres 2] , nogmaals doorzocht.2 Bij die doorzoeking is onder meer een contant geldbedrag van 5.695,- euro aangetroffen en inbeslaggenomen. Daarnaast is een subwoofer gevonden, met daarin drie pakketten van 50,- en 100,- eurobiljetten. Bij elkaar ging het om een bedrag van ongeveer 150.000,- euro, ook dat is inbeslaggenomen.3 Verder is op 3 augustus 2017 bij voornoemde woning een Piaggio met kenteken [kenteken] inbeslaggenomen, deze stond voor de ingang geparkeerd. Verdachte bevestigde dat deze motorscooter van haar was.4

In een aanvullend proces-verbaal is beschreven waar het contante geldbedrag van 150.000,- euro precies is aangetroffen. In eerder genoemde woning was een berging kast aanwezig. Daarin stond een subwoofer van het merk JBL. De subwoofer stond naast een pan op een plank. Met een schroef is de deksel van de subwoofer afgedraaid. De verbalisant voelde dat de schroeven niet goed vast zaten. Vervolgens werden er drie geldpakketten in de subwoofer aangetroffen. Het geld is daarna geteld en het bleek om totaal 150.000,- euro te gaan.5

Zoals eerder in dit vonnis genoemd, zijn er aanvragen gedaan bij de ICOV. Daaruit volgt dat er geen gegevens bekend zijn over het inkomen van [naam 1] . Verdachte heeft in 2015 een netto-inkomen van 8.795,- euro gehad, in 2016 was haar netto-inkomen 15.975,- euro en in 2017 (tot het moment van bevraging) 4.069,- euro. Daarnaast heeft zij een kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en zorgtoeslag ontvangen. Ook volgt uit de bevraging dat zij een Piaggio met kenteken [kenteken] ter waarde van 7.920,- euro op haar naam heeft staan.6 Verder is eerder genoemd dat onderzoek is gedaan naar de bankrekening op naam van verdachte, te weten de ING-rekening met nummer [nummer] . De gegevens zijn opgevraagd over de periode van 1 april 2012 tot en met 18 april 2017. In deze periode heeft verdachte (daadwerkelijke) salarisbetalingen ontvangen van Universal Nails, het gaat om bedragen tussen de 868,75 en 1.356,59 euro per maand. Daarnaast zijn er bijschrijvingen te zien van zorgtoeslag, voorschot kinderopvang en kinderbijslag. Ook worden er geldbedragen door de vader van verdachte naar haar rekening overgemaakt en worden er contante geldbedragen gestort.7

Verder is een uittreksel opgevraagd bij de Rijksdienst van het Wegverkeer. Daarin wordt bevestigd dat verdachte in het bezit is van een motorscooter, te weten een Piaggio met kenteken [kenteken] . Het kenteken staat sinds 1 april 2017 op haar naam.8

Daarnaast is onderzoek gedaan naar berichten die zijn aangetroffen op een BlackBerry telefoon. Deze telefoon is op 7 juli 2017 aangetroffen in de woning van verdachte. Met deze telefoon konden uitsluitend versleutelde berichten worden verzonden. In de telefoon stonden 316 berichten tussen contact ‘ [bijnaam] ’ (de eigenaar van de telefoon) en een contact onder de naam ‘ [bijnaam] ’. De berichtenwisseling vond plaats tussen 11 juni 2017 en 7 juli 2017. In de berichten werd onder meer elkaar de liefde verklaard en werd gesproken over de kinderen met namen [naam kind 1] en [naam kind 2] . Dat zijn de namen van de kinderen van [naam 1] en verdachte. Verder is gebleken dat op 13 juni 2017 door [bijnaam] naar [bijnaam] is gestuurd: “staat alles er nog? Dvd speler, de box die grote in de berging? En ligt me horloge thuis die gelegoude”. Ook vraagt [bijnaam] aan [bijnaam] op 20 juni 2017: “hoeveel geld heb ik thuis liggen?9

Juridisch kader

In deze zaak kan geen direct verband worden gelegd tussen een bepaald misdrijf en de tenlastegelegde motorrijtuigen en contante geldbedragen. [naam 1] en/of verdachte zijn immers niet veroordeeld voor feiten die de herkomst van die voorwerpen direct verklaren. Dat betekent dat er geen grondmisdrijf bekend is.

De rechtbank zal daarom gebruik maken van een toetsingskader dat voor dergelijke gevallen volgt uit vaste rechtspraak. Dit houdt in dat het bestanddeel van witwassen ‘afkomstig van misdrijf’ pas bewezen kan worden, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het is aan het Openbaar Ministerie om al dan niet onder verwijzing naar witwastypologieën aan te geven waaruit deze feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid. De rechtbank doorloopt daarbij de volgende stappen.

Allereerst moet worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van zodanige aard zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dit het geval is, dan mag van verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van de voorwerpen. Haar verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van verdachte daartoe aanleiding geeft, is het (eventueel) aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door verdachte gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Bij de uiteindelijke beoordeling gaat het erom of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de goederen waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft.

Conclusie ten aanzien van de Volkswagen Tiguan

In het geval van de Volkswagen Tiguan komt de rechtbank niet toe aan de toepassing van het toetsingskader en wel om het volgende.

Uit het dossier volgt dat de vader van verdachte de tenlastegelegde Volkswagen Tiguan sinds 25 april 2017 op zijn naam heeft staan. Ook staat vast dat de auto door de vader van verdachte is gekocht en contant is betaald. Van wie dat contante geldbedrag afkomstig is, is niet gebleken. Daarnaast volgt uit het dossier dat de vader van verdachte, op de dag van de tenaamstelling, een bedrag heeft betaald aan de Belastingdienst/Douane. Ook worden belastingen met betrekking tot de Volkswagen Tiguan van de rekening van de vader van verdachte afgeschreven. Het dossier wijst dus in de richting van de vader van verdachte, zijnde de eigenaar van de Volkswagen Tiguan.

Het dossier wekt de indruk dat verdachte betalingen doet voor de Volkswagen Tiguan, dit komt echter onvoldoende naar voren. Op de rekening van de vader worden weliswaar contante bedragen gestort, ook worden er bedragen van zijn rekening naar de rekening van verdachte overgemaakt, maar hieruit blijkt gelet op de betalingsdata niet dat deze betalingen verband houden met de Volkswagen Tiguan. Ook zijn deze bedragen in het dossier onvoldoende onderbouwd, er worden immers geen concrete bedragen genoemd. Op basis van het voorgaande kan de rechtbank niet tot de conclusie komen dat de Volkswagen Tiguan in werkelijkheid aan verdachte toebehoort. Dat in haar woning documenten omtrent de Volkswagen Tiguan zijn aangetroffen maakt het voorgaande niet anders. Ook kan op grond van de observaties enkel worden vastgesteld dat verdachte twee keer gebruik heeft gemaakt van de Volkswagen Tiguan. Nu onbekend is gebleven aan wie de Volkswagen Tiguan toebehoort, kan ook niet worden geoordeeld over de herkomst van het voertuig. Dat maakt dat verdachte wordt vrijgesproken van het witwassen van de Volkswagen Tiguan.

Conclusie ten aanzien van de contante geldbedragen en de Piaggio

Dat oordeel luidt anders ten aanzien van de contante geldbedragen en de Piaggio. Vaststaat dat in de woning van verdachte contante geldbedragen zijn aangetroffen. Het contante geldbedrag van 150.000,- euro is aangetroffen in een subwoofer in de berging kast. Onbekend gebleven is waar het andere geldbedrag, te weten de 5.795,- euro, is aangetroffen.

Gelet op de inhoud van de berichten en het feit dat de BlackBerry in de woning van verdachte is aangetroffen, bestaat er bij de rechtbank geen twijfel over de vraag aan wie de telefoon toebehoorde. De berichten zijn door [naam 1] en verdachte aan elkaar gestuurd. De rechtbank stelt op basis van deze berichten vast dat verdachte wist dat er contante geldbedragen in haar woning lagen. Uit de versleutelde berichten kan immers worden afgeleid dat [naam 1] aan verdachte had gevraagd of de grote box nog in de berging lag. Ook heeft hij haar gevraagd hoeveel geld hij nog had liggen. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte wetenschap had van de geldbedragen en erover kon beschikken. Ten aanzien van de Piaggio stond dat reeds vast. Die motorscooter stond immers op naam van verdachte en bovendien is door haar verklaard dat de scooter van haar was.

De volgende vraag is of ook sprake is van een vermoeden van witwassen. Van [naam 1] was geen legaal inkomen bekend. Verdachte beschikte over een beperkt inkomen, in de eerste helft van 2017 had zij ongeveer 4.000,- euro verdiend. Het bezit van grote contante geldbedragen kan op basis van het gezamenlijke bekende legale inkomen dus niet worden verklaard. Het is ook hoogst onwaarschijnlijk dat verdachte zoals zij stelt de Piaggio met haar legale inkomsten heeft aangeschaft, de aanschafprijs van deze Piaggio bedroeg bijna twee keer haar totale netto inkomsten in de eerste helft van 2017. Nu gelet op het voorgaande vaststaat dat de herkomst van de contante geldbedragen en de Piaggio niet kan worden verklaard vanuit het bekende legale inkomen van [naam 1] en verdachte en gezien de wijze waarop het contante geld is aangetroffen, is sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Van verdachte mag daarom een verklaring over de herkomst van de voorwerpen worden verlangd. Het door de verdediging aangedragen argument dat [naam 1] in 2017 wel een legaal inkomen zou kunnen hebben gehad wordt terzijde geschoven bij gebreke van concretisering en verifieerbaarheid. Dat leidt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Hiermee is niet gezegd dat [naam 1] zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, anders dan de feiten waarvoor [naam 1] bij leven is veroordeeld. [naam 1] wordt door de rechtbank ook niet op enigerlei wijze strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden. Door de rechtbank wordt enkel de herkomst van het (gezamenlijk) vermogen van [naam 1] en verdachte beoordeeld. Dat is in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad en levert naar het oordeel van de rechtbank geen strijd op met de onschuldpresumptie, zoals bedoeld in de artikelen 69 en 75 Sr en artikel 6 EVRM.

Verdachte was op de hoogte van de criminele herkomst van de voorwerpen. Als partner van [naam 1] wist zij van zijn criminele activiteiten; hij had verschillende gevangenisstraffen uitgezeten.

De rechtbank is van oordeel dat enkel het voorhanden hebben van de voorwerpen bewezen kan worden. Niet is gebleken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verbergen of verhullen van het geld of de Piaggio. De Piaggio stond immers voor de deur van de woning geparkeerd en voor wat betreft de 5.795,- euro is de vindplaats onbekend gebleven. Dat het geldbedrag van 150.000,- euro verstopt zat in een subwoofer, maakt het oordeel niet anders. Dat is onvoldoende om te kunnen spreken van verbergen of verhullen.

Wat betreft de periodes, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte de Piaggio de gehele tenlastegelegde periode heeft witgewassen, deze stond immers op dat moment al op haar naam en is pas op 3 augustus 2017 inbeslaggenomen. Tot aan de dood van [naam 1] heeft zij dit feit tezamen en in vereniging met hem gepleegd. Ten aanzien van de geldbedragen is de rechtbank van oordeel dat verdachte deze heeft witgewassen in de periode van 7 juli 2017 tot en met 27 juli 2017. Onbekend is namelijk hoeveel geld daar lag voordat [naam 1] overleed, daarom neemt de rechtbank de datum van overlijden van [naam 1] aan als aanvangsdatum van de pleegperiode, die loopt tot aan het moment van inbeslagname.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3. opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

onder 3:

in de periode van 10 april 2017 tot en met 3 augustus 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten:

een motorscooter Piaggio, type L5 met kenteken [kenteken] , en

in de periode van 7 juli 2017 tot en met 27 juli 2017 te Amsterdam, geldbedragen, te weten:

een contant geldbedrag van 150.000,- euro en een contant geldbedrag van 5.795,- euro

voorhanden gehad, terwijl zij telkens wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte al hard is gestraft door de liquidatie van haar vriend, tevens vader van haar kinderen. Ook is gebleken dat de strafzaken tegen de moeder van [naam 1] en haar eigen vader met veel mildere straffen zijn afgedaan. Verdachte is niet in de gelegenheid gesteld om een schikking met het Openbaar Ministerie te treffen, omdat van haar onmogelijke handelingen werden verlangd, te weten het inleveren van goederen (Mercedes, horloges) waarover zij de beschikking niet had. Verder is gebleken dat het leven van haar en haar kinderen in gevaar is. Verdachte is niet eerder met justitie in aanraking gekomen en heeft een beperkte rol gehad in het geheel. Gelet op die omstandigheden is een deels of geheel voorwaardelijke taakstraf passend.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Ze heeft grote contante geldbedragen en een Piaggio witgewassen. Verdachte heeft gedurende haar relatie met [naam 1] een luxe leven geleid, terwijl zij wist dat dat leven niet met legale inkomsten werd gefinancierd. Verdachte heeft telkens kunnen profiteren van door anderen gepleegde misdrijven. Als verdachte niets met criminaliteit te maken wilde hebben, dan had het op haar weg gelegen zich daarvan te distantiëren en/of na het overlijden van [naam 1] haar criminele vermogen aan justitie te overhandigen. Dat heeft verdachte niet gedaan en dat neemt de rechtbank haar kwalijk. Verdachte heeft met haar gedrag de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en bijgedragen aan de instandhouding van criminaliteit. Door het plegen van witwassen worden onderliggende strafbare feiten afgedekt en wordt de mogelijkheid gecreëerd van een geldelijke beloning voor strafbare feiten.

Er zijn geen specifieke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht beschikbaar ten aanzien van witwassen. Voor dergelijke feiten wordt het oriëntatiepunt Fraude toegepast. De fraudedelicten worden ernstiger en strafwaardiger naarmate de bedragen waar het om gaat hoger worden. De rechtbank gaat uit van een benadelingsbedrag van in ieder geval 165.000,- euro. Bij dat bedrag is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden. De rechtbank zal dat oriëntatiepunt als vertrekpunt nemen bij de bepaling van de strafmaat.

De rechtbank heeft ook gekeken naar het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 december 2019. Hieruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

In beginsel is bij dit soort feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt, zoals hierboven ook is aangegeven. De rechtbank vindt echter dat in dit geval aanleiding bestaat om daar in het voordeel van verdachte vanaf te wijken. De rechtbank heeft namelijk ook gezien dat verdachte een zware tijd achter de rug heeft. Haar geliefde en de vader van haar kinderen is door een misdrijf om het leven gekomen. Daarnaast is gebleken dat het leven van verdachte en het leven van haar kinderen in gevaar is geweest na de liquidatie van [naam 1] . De rechtbank acht daarom onwenselijk om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, nu de kinderen voor zorg op haar zijn aangewezen. Verder lijkt verdachte haar leven inmiddels een positieve wending te hebben gegeven. Ook merkt de rechtbank op dat sprake is van oude feiten. Dat de zaak nu pas op zitting is behandeld, is niet aan de verdediging te wijten. Dat wordt eveneens in het voordeel van verdachte meegewogen. Er is overigens geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, omdat verdachte nooit in verzekering is gesteld en pas op 31 oktober 2019 is gedagvaard. De redelijke termijn van twee jaar is pas vanaf dat moment gaan lopen en is dus niet overschreden.

De rechtbank is van oordeel dat een forse taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank hoopt dat de dreiging die uitgaat van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden verdachte er in de toekomst van weerhoudt opnieuw strafbare feiten te plegen. Die straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, gelet op de hiervoor genoemde redenen, daarnaast acht de rechtbank minder bewezen dan het Openbaar Ministerie.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de voorwerpen in beslag genomen zoals vermeld op de beslaglijst in bijlage II.

Verbeurdverklaring

De in de beslaglijst opgenomen goederen onder 1 en 2 behoren aan verdachte toe. Zij kan die goederen geheel of ten dele ten eigen bate aanwenden. Nu deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het onder 3 bewezen geachte zijn verkregen, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Teruggave aan verdachte

De in de beslaglijst opgenomen goederen onder 3 tot en met 22 behoren aan verdachte toe en kunnen aan haar worden teruggeven.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 3:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 (honderd) dagen.

Veroordeelt verdachte daarnaast tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd:

- de goederen op de beslaglijst onder 1 en 2.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van:

- de goederen op de beslaglijst onder 3 tot en met 22.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.E. Geradts, voorzitter,

mrs. J.P.W. Helmonds en F. Dekkers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.N. Greeven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2020.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering.

2 0-AMB-001b van Mont du Chat I.

3 0-AMB-001c van Mont du Chat I.

4 0-AMB-003 en 0-AMB-013 van Mont du Chat I.

5 AMB-014, DOC-034, DOC-035 en DOC-036 van Mont du Chat I.

6 AMB-002 van Mont du Chat I.

7 DOC-010 van Mont du Chat I.

8 DOC-012 van Mont du Chat I.

9 DOC-122 van Mont du Chat I.