Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1705

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-03-2020
Datum publicatie
12-03-2020
Zaaknummer
13/845013-18 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

32 jarige man wordt veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur omdat hij met een ander de herkomst en rechthebbende van twee Rolex horloges heeft verhuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845013-18 (Promis)

Datum uitspraak: 12 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3, 4 en 6 februari 2020 en 12 maart 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.J. Dontje en M.P. Kok en van wat de raadsman van verdachte, mr. C.T. Pittau, naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – samengevat – tenlastegelegd dat hij zich in Amsterdam, Manama en/of Chennai heeft schuldig gemaakt aan het (medeplegen van) gewoontewitwassen van Rolex-horloges met serienummers [nummer] en [nummer] , in de periode van 1 april 2017 tot en met 22 maart 2018.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Inleiding

Op 7 juli 2017 wordt het lichaam van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) aangetroffen op een parkeerplaats bij het station Breukelen, hij blijkt te zijn neergeschoten. Hij is overleden. Vermoedelijk is sprake geweest van een afrekening in het criminele milieu. Vóór de dood van [naam 1] was een strafrechtelijk onderzoek naar hem gestart, omdat hij ervan werd verdacht zich schuldig te maken aan witwassen. Hij zou een luxe leven lijden terwijl hij geen legaal inkomen had. Ook zou hij in het bezit zijn van dure auto’s, sieraderen en grote contante geldbedragen. De politie verdacht [naam 1] ervan een deel van zijn vermogen onder te brengen bij derden, onder wie familie en vrienden. Na de dood van [naam 1] is daarom een onderzoek opgestart naar zijn ‘criminele’ erfenis. Dit onderzoek droeg de naam Mont du Chat I, onder meer gevolgd door het onderzoek Mont du Chat II naar mogelijke witwashandelingen door medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1] ), een goede vriend van [naam 1] . In dit laatste onderzoek is verdachte in beeld gekomen.

Verdachte, vriend van [medeverdachte 1] en tevens professioneel voetballer, wordt ervan verdacht Rolex-horloges van [medeverdachte 1] te hebben witgewassen. Dit zou hij hebben gedaan door zijn bankrekening ter beschikking te stellen en de horloges op zijn naam te laten zetten, om zodoende te verhullen dat de horloges eigenlijk door [medeverdachte 1] zijn gekocht.

3.2.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Tijdens de doorzoeking van de [adres 1] (de woning van [medeverdachte 1] ) op 6 november 2017 is onder meer een horloge van het merk Rolex Oyster Perpetual Day-Date met serienummer [nummer] aangetroffen. In de fouillering van [medeverdachte 1] is aangetroffen en in beslag genomen een horloge Rolex Oyster Perpetual, type Date just met serienummer [nummer] .2 Gebleken is dat dit eerste horloge op 24 april 2017 is aangeschaft door een persoon genaamd [naam 2] , wonende op de [adres 2] . Het horloge is samen met een identiek horloge met serienummer [nummer] aangeschaft. Het aankoopbedrag voor beide horloges gezamenlijk bedroeg 51.900,- euro. Op 30 mei 2017 is de aanschaf van beide horloges gecrediteerd. 3 Verder is op 30 mei 2017 het horloge met serienummer [nummer] opnieuw gefactureerd voor een bedrag van 25.950,- euro op naam van verdachte, met adres [adres 3] ).4

Bij de aanhouding van [medeverdachte 1] is een telefoon inbeslaggenomen. Op deze telefoon staat een e-mailaccount met adres [e-mail adres] . In de ‘outbox’ van dit e-mailaccount stond een bericht van 24 april 2017 gericht aan rolex@schaapcitroen.nl. Het bericht had geen inhoud, alleen een bijlage. Die bijlage betrof een kopie van het paspoort van verdachte.5 Die kopie is tien minuten eerder ontvangen op het e-mailadres [e-mail adres] . De afzender betrof verdachte.6 Verder volgt uit historische bankgegevens dat op bankrekeningnummer [nummer] ten name van verdachte, twee contante stortingen zijn gedaan op 24 april 2017 van 17.500,- en 8.250,- euro. Daarnaast is gebleken dat van die rekening 25.750,- euro is overgeschreven naar Schaap en Citroen voor een Rolex.7 Door Schaap en Citroen is melding gemaakt van een ongebruikelijke transactie. Die melding heeft betrekking op aankoop van twee Rolex-horloges op 24 april 2017 door verdachte, voor een totaal bedrag van 51.900,- euro waarvan 26.150,- euro contant is betaald.8

In een heimelijk opgenomen gesprek tussen de weduwe van [naam 1] , [medeverdachte 2] , en [medeverdachte 1] op 24 april 2017 is onder meer het volgende gezegd (letterlijke weergave):

Verdachte: “Nee… Ja, luister. Ik heb een voetbalmattie van me.

[…]

Hij heet [verdachte] , toch!

[…]

Hij kan zich alles veroorloven.

[…]

Die klokjes staan ook op zijn naam. Je weet dat ik die heb gehaald, die [naam 1] ook had gehaald. Begrijp je… Hij woont in [plaats] . Zijn vrouw heet [naam 3] , ze hebben een kleine dochtertje van een jaar.

[…]

Hij kan zich gewoon.. ..Hij verdiend 15 duizend per maand. Hij krijgt cheques. Die cheques kan hij wel inwisselen en dan krijgt hij contant geld. Dus hij kan zich al het geld veroorloven.” 9

Het dossier bevat verder een e-mail van verdachte aan de toenmalige advocaat van de [medeverdachte 1] , mr. T. Felix, van 8 december 2017, waarin hij aangeeft dat twee van zijn horloges zijn ingenomen tijdens de arrestatie van “ [medeverdachte 1] ”. Verder schrijft hij dat [medeverdachte 1] een goede vriend is en dat verdachte die horloges aan hem had uitgeleend.10 Het dossier bevat tevens een getypte verklaring van verdachte, waarin hij wederom schrijft dat bij de arrestatie van [medeverdachte 1] twee horloges zijn ingenomen die hij aan [medeverdachte 1] had uitgeleend. Het zou onder meer gaan om een Rolex Day Date horloge met serienummer [nummer] , die hij op 14 april 2017 bij Schaap en Citroen had gekocht. Ook schrijft hij dat hij als bijlage een afschrift toevoegt waaruit blijkt dat hij het horloge heeft gekocht.11 Verdachte heeft in zijn tweede politieverhoor op 21 maart 2018, nadat hij meerdere stiltes had laten vallen en het volgens de verbalisanten zichtbaar moeilijk had, verklaard dat [medeverdachte 1] hem de opdracht had gegeven om de schriftelijke verklaring (DOC-069 van Mont du Chat II) op papier te zetten. Verder verklaarde hij dat hij die twee horloges niet had gekocht bij Schaap en Citroen. Hij was in Bahrein en had geld overgemaakt naar Schaap en Citroen. [medeverdachte 1] had zijn bankpas en had de contante bedragen op 24 april 2017 op zijn rekening gestort. Verdachte verklaarde voorts dat hij niet wist waar het geld vandaan kwam dat [medeverdachte 1] gebruikte om het horloge te kopen. Hij wist wel dat het niet betaald kon zijn met de uitkering van [medeverdachte 1] , of het inkomen van zijn partner. [medeverdachte 1] had verteld dat hij twee horloges had gekocht. Het was de bedoeling om één horloge te kopen en dat was voor [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] wilde een horloge hebben en had hem gevraagd daarbij te helpen. [medeverdachte 1] had voorgesteld om het bankpasje van verdachte te gebruiken en dan geld op zijn rekening te storten. Het horloge zou dan op naam van verdachte komen. De horloges waren nooit voor verdachte zelf bedoeld. De schriftelijke verklaringen (DOC-065 en DOC-069 van Mont du Chat II) zijn dus vals opgemaakt, aldus verdachte.12

3.3.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde kan worden bewezen. Zij hebben daartoe aangevoerd dat verdachte opzettelijk, met [medeverdachte 1] , de herkomst van Rolex-horloge met serienummer [nummer] heeft verhuld. Verdachte wist immers dat [medeverdachte 1] het horloge niet met zijn legale inkomen kon kopen en heeft daarom zijn bankrekening en naam ter beschikking gesteld. Ook heeft verdachte verhullingshandelingen gepleegd ten aanzien van het horloge met serienummer [nummer] , hij heeft namelijk in een e-mail aangegeven dat hij de rechtmatige eigenaar van beide horloges was.

Verdachte heeft zich dus schuldig gemaakt aan witwassen samen met [medeverdachte 1] . Daarom kan het tenlastegelegde worden bewezen.

3.4.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Allereerst omdat niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de horloges van misdrijf afkomstig zijn. In de zaak van [medeverdachte 1] is aangevoerd dat [medeverdachte 1] over legaal inkomen beschikte, dat de herkomst van de horloges zou kunnen verklaren.

Daarnaast ontbreekt de wetenschap, verdachte wist namelijk niet met welk geld de horloges zijn gekocht. Dat verdachte heeft verklaard dat de horloges niet kunnen zijn betaald met de uitkering van [medeverdachte 1] , betekent nog niet dat de horloges dan dus met crimineel geld zijn gefinancierd. De opzet op het witwassen kan daarom niet worden bewezen. Schuldwitwassen is niet tenlastegelegd, dus dat is niet aan de orde. Verder is geen sprake geweest van medeplegen, verdachte heeft alleen zijn bankrekening ter beschikking gesteld. Verdachte heeft het witwassen slechts ondersteund en dus geen wezenlijke bijdrage geleverd. Tot slot is niet gebleken van gewoontewitwassen, verdachte heeft slechts twee handelingen gepleegd.

Het tenlastegelegde kan dan ook niet worden bewezen zoals door de officieren van justitie is gerekwireerd.

3.5.

Het oordeel van de rechtbank

Juridisch kader

In deze zaak kan geen directe band worden gelegd tussen een bepaald misdrijf en de in de tenlastelegging genoemde horloges. [medeverdachte 1] en verdachte zijn immers niet veroordeeld voor feiten die de herkomst van de horloges direct verklaren. Dat betekent dat er geen grondmisdrijf bekend is. De rechtbank zal daarom gebruik maken van het toetsingskader dat voor dergelijke gevallen volgt uit vaste rechtspraak. Dit houdt in dat het bestanddeel van witwassen ‘afkomstig uit misdrijf’ pas bewezen kan worden indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het is aan het Openbaar Ministerie om al dan niet onder verwijzing naar witwastypologieën aan te geven waaruit deze feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid. De rechtbank doorloopt daarbij de volgende stappen.

Allereerst moet worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van zodanige aard zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dit het geval is, dan mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de goederen. Zijn verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van verdachte daartoe aanleiding geeft, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door verdachte gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Bij de uiteindelijke beoordeling gaat het erom of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de goederen waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft.

Toepassing op deze casus

De rechtbank gaat op basis van de genoemde feiten en omstandigheden uit van het volgende. Door [medeverdachte 1] is op 24 april 2017 tweemaal een contant geldbedrag gestort op de rekening van verdachte van in totaal 25.750,- euro. Op diezelfde dag heeft [medeverdachte 1] twee Rolex-horloges met serienummers [nummer] en [nummer] bij Schaap en Citroen gekocht voor een bedrag van 51.900,- euro. Dat bedrag is deels contant betaald en deels via de door [medeverdachte 1] op de rekening van verdachte gestorte geldbedragen. Die gestorte bedragen zijn namelijk door verdachte overgemaakt naar Schaap en Citroen. Uit de verklaring van verdachte en het heimelijk opgenomen gesprek op 24 juli 2017 leidt de rechtbank verder af dat de horloges bewust op naam van verdachte zijn gezet. Verdachte kan het bezit van dure horloges immers verantwoorden, gelet op zijn legale inkomsten als profvoetballer. Op het moment dat [medeverdachte 1] was aangehouden en er twee horloges bij hem in beslag waren genomen, heeft [medeverdachte 1] verdachte verzocht een schriftelijke verklaring op te stellen. In die schriftelijke verklaring heeft verdachte aangegeven dat de in beslag genomen horloges hem toebehoorden. Deze verklaring heeft verdachte op 8 december 2017 naar de toenmalige raadsman van [medeverdachte 1] toegestuurd. Verder heeft verdachte nog verklaard dat hij wel wist dat de horloges niet konden zijn betaald met de uitkering van [medeverdachte 1] of het inkomen van de partner van [medeverdachte 1] .

De rechtbank is reeds tot de conclusie gekomen dat er geen grondmisdrijf bekend is. Verdachte wist dat [medeverdachte 1] een uitkering ontving en dus een beperkt legaal inkomen had. Zoals ook verdachte heeft verklaard, biedt dat inkomen geen verklaring voor de aanschaf van twee Rolex-horloges ter waarde van totaal 51.900,- euro. Er is gelet op het legale inkomen van [medeverdachte 1] en op de wijze van aanschaf van de horloges sprake van een vermoeden van witwassen en dat vermoeden is niet weerlegd. [medeverdachte 1] heeft immers handgeschreven verklaringen overgelegd, waarin hij weliswaar beweerdelijke legale inkomsten heeft genoemd, maar hij heeft deze verder niet, althans onvoldoende onderbouwd en evenmin heeft hij geldstromen inzichtelijk gemaakt. Iedere daartoe strekkende vraag heeft [medeverdachte 1] geweigerd te beantwoorden. [medeverdachte 1] heeft daarmee geen concrete, verifieerbare verklaring gegeven over de herkomst van de horloges. Dat betekent dat een criminele herkomst de enige overgebleven aanvaardbare verklaring is.

De verklaringen die verdachte heeft opgesteld zijn naar de raadsman van [medeverdachte 1] gestuurd, terwijl [medeverdachte 1] zich op dat moment in voorlopige hechtenis bevond in het kader van een witwasverdenking. Door de rechtbank is al vastgesteld dat die verklaringen in strijd met de waarheid zijn, omdat gebleken is dat de in beslag genomen horloges in werkelijkheid aan [medeverdachte 1] toebehoorden en [medeverdachte 1] slechts gebruik heeft gemaakt van de rekening en naam van verdachte bij het kopen van horloges. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verklaringen en ondersteunende documenten zijn opgesteld met het kennelijke doel om justitie te doen geloven dat de beide in beslag genomen horloges door [verdachte] gekocht waren en slechts in bruikleen bij [medeverdachte 1] waren. De gedragingen van verdachte, in samenspraak met [medeverdachte 1] , worden dan ook aangemerkt als verhullende handelingen. De gedragingen zijn er immers op gericht om het zicht op de herkomst en de rechthebbende van de horloges te bemoeilijken. Die gedragingen zijn tevens geschikt om dat doel te bereiken: één van de horloges stond immers op naam van verdachte en was via zijn rekening gekocht en verdachte kon zich met zijn baan van profvoetballer ook dure horloges veroorloven. Dat ondersteunt de leugenachtige verklaringen van verdachte en maakt dat het zicht op de herkomst en de rechthebbende van de horloges is bemoeilijkt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte minst genomen het voorwaardelijk opzet heeft gehad op het verhullen van de criminele herkomst en de rechthebbende van deze horloges. Gelet op de wijze waarop hij zijn rekening en naam heeft laten gebruiken voor de aanschaf bij Schaap & Citroen en gelet op het feit dat hij zichzelf als rechthebbende op de horloges heeft gepresenteerd nadat [medeverdachte 1] was aangehouden op verdenking van witwassen en de horloges in beslag waren genomen, moet verdachte hebben geweten dat het “geen zuivere koffie” was of in ieder geval dat niet denkbeeldige risico bewust hebben aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger. Zijn bijdrage is van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. Verdachte heeft namelijk zijn bankpas aan [medeverdachte 1] gegeven zodat hij geld op zijn rekening kon storten, daarnaast heeft hij zijn bankrekening en persoonsgegevens ter beschikking gesteld zodat er horloges op zijn naam konden worden gezet, hij heeft geld overgemaakt naar de rekening van Schaap en Citroen en tot slot heeft hij na de aanhouding van [medeverdachte 1] verklaringen opgesteld waarin hij heeft verhuld wie de rechthebbende is. Verdachte heeft hierin nauw en bewust samengewerkt met [medeverdachte 1] , een wezenlijke bijdrage geleverd en heeft zich dus als medepleger schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde. De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen in de periode van de aanschaf van de horloges tot het moment dat verdachte de verklaringen heeft opgesteld. De rechtbank komt niet tot een bewezenverklaring van het gewoonte witwassen, omdat niet gebleken is dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

in de periode van 24 april 2017 tot en met 8 december 2017 te Nederland en Bahrein, tezamen en in vereniging met een ander, telkens van voorwerpen, te weten:

een horloge Rolex Oyster Perpetual, type Day-Date met serienummer [nummer] en een horloge Rolex Oyster Perpetual, type Date just met serienummer [nummer] ,

heeft verhuld de herkomst en wie de rechthebbende op voornoemde voorwerpen was, terwijl hij en zijn mededader wisten dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor het door hen bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met feit dat verdachte heeft gehandeld uit loyaliteit. Daarnaast is gebleken dat hij geen financieel voordeel heeft gehad. Verder heeft verdachte zijn verantwoordelijkheid genomen door een bekennende verklaring af te leggen. Ook heeft verdachte door de strafzaak reputatieschade geleden. Daarom zou moeten worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van twee horloges. Hij heeft zijn bankrekening en persoonsgegevens ter beschikking gesteld zodat de medeverdachte met crimineel geld dure horloges kon aanschaffen. Verdachte heeft dus voor een ander de mogelijkheid gecreëerd om crimineel geld wit te wassen. Vervolgens heeft verdachte geprobeerd om justitie om de tuin te leiden, door verklaringen opstellen waarin hij in strijd met de waarheid aangeeft dat de horloges van hem zijn. Dat acht de rechtbank kwalijk. Verdachter heeft met zijn gedrag de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en bijgedragen aan de instandhouding van criminaliteit. Door het plegen van witwassen worden onderliggende strafbare feiten afgedekt en wordt de mogelijkheid gecreëerd van een geldelijke beloning voor strafbare feiten. Verdachte heeft dus een ernstig en strafwaardig feit gepleegd.

Er zijn geen specifieke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht beschikbaar ten aanzien van witwassen. Voor een dergelijk feit wordt het oriëntatiepunt Fraude toegepast. Daarbij is van belang dat het feit in een frauduleuze context heeft plaatsgevonden. Het fraudedelict wordt ernstiger en strafwaardiger naarmate de bedragen waar het om gaat hoger worden. De rechtbank gaat uit van een benadelingsbedrag van ruim 50.000,- euro. Bij dat bedrag is het uitgangspunt een taakstraf of onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 tot 5 maanden. De rechtbank zal dat oriëntatiepunt als vertrekpunt nemen bij de bepaling van de strafmaat.

De rechtbank heeft ook gekeken naar het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 december 2019. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval aanleiding bestaat om een taakstraf op te leggen. Verdachte heeft een kleinere rol gehad bij het witwassen dan de medeverdachte. Gebleken is immers dat de medeverdachte de leiding nam en verdachte vertelde wat hij moest doen. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte een beloning heeft ontvangen voor zijn bijdrage. Verder heeft verdachte ten minste op enig moment een bekennende verklaring afgelegd en in die zin verantwoordelijkheid genomen. Ook dat weegt de rechtbank bij de strafbepaling in zijn voordeel mee. Daarnaast is sprake van een oud feit. Dat de zaak nu pas op zitting wordt behandeld is niet aan de verdediging te wijten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de straf, zoals geëist door de officieren van justitie, passend is, te weten een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen. Een geheel voorwaardelijke straf, zoals geopperd door de raadsman, acht de rechtbank niet passend gelet op de ernst van het feit en de eerder genoemde oriëntatiepunten.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren.

Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.E. Geradts, voorzitter,

mrs. J.P.W. Helmonds en F. Dekkers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.N. Greeven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2020.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering.

2 AMB-015 en AMB-15a van Mont du Chat II.

3 AMB-044, DOC-086 en DOC-087 van Mont du Chat II.

4 DOC-088 van Mont du Chat II.

5 AMB-044 en DOC-054 van Mont du Chat II.

6 AMB-044A en DOC-054A van Mont du Chat II.

7 AMB-054 en DOC-067 van Mont du Chat II.

8 AMB-062 van Mont du Chat II.

9 AMB-018a van Mont du Chat I.

10 DOC-065 van Mont du Chat II.

11 DOC-069 van Mont du Chat II.

12 V003-02 van Mont du Chat II.