Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1553

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 738
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

8:81 Awb, Wob-verzoek voor stukken in een handhavingsprocedure. Het is verzoeker niet te doen om openbaarmaking. Of “alle op de zaak betrekking hebbende stukken” zijn overgelegd door het bestuursorgaan, kan in die beroepsprocedure aan de orde komen. 8:42 Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/738

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 maart 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te Vinkeveen, verzoeker, verder [verzoeker] ,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: M.H.M. Diderich).

Procesverloop

Met het besluit van 23 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder beslist op het verzoek van [verzoeker] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

[verzoeker] heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020. [verzoeker] is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook is namens verweerder verschenen [de persoon 1] . Het onderzoek op de zitting is geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen op zoek te gaan naar aanvullende stukken, met name inzake de meting die op 24 mei 2019 heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft op 4 maart 2020 nog stukken ingezonden. Partijen hebben de voorzieningenrechter per e-mail van 5 maart 2020 meegedeeld dat een nadere zitting niet nodig is. De voorzieningenrechter heeft daarop het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Het verzoek om documenten

2.1

[verzoeker] heeft met de brief van 16 oktober 2019 een zogenoemd Wob-verzoek gedaan. Het verzoek komt er op neer dat [verzoeker] heeft gevraagd om (alle) stukken die verband houden met het besluit van 20 december 2018 (1813051014) waarbij is geweigerd handhavend op te treden tegen de in afwijking van de verleende omgevingsvergunning (nr. 2875051) uitgevoerde werkzaamheden aan het pand aan de [adres] te Amsterdam (het pand). Ook heeft hij om (alle) stukken gevraagd die verband houden met een verleende splitsingsvergunning en de omgevingsvergunning van het betreffende het pand.

2.2

In het kader van de handhavingszaak vraagt [verzoeker] :

-verslag/aantekeningen van de bespreking met partijen op locatie d.d. 24 mei 2019 inclusief

de door heer [de persoon 2] uitgevoerde metingen;

-alle aantekeningen inclusief telefoonnotities en/of rapporten van controlebezoeken

uitgevoerd door de toezichthouders van de gemeente;

-alle door de gemeente verstuurde brieven in het kader van het bezwaarschrift;

-alle interne en externe WhatsApp-berichten;

-alle interne e-mails en e-mails tussen gemeente en [bedrijf 1] en gemeente en de

aannemer.

2.3

In het kader van de splitsingsvergunning vraagt [verzoeker] :

-alle aantekeningen, inclusief telefoonnotities en/of rapporten van controlebezoeken

uitgevoerd door de toezichthouders van de gemeente;

-alle correspondentie in het kader van de aanvraag;

-alle interne e-mails en e-mails tussen de gemeente en [bedrijf 1] en de gemeente en de aannemer;

-alle interne en externe WhatsApp-berichten.

2.4

In het kader van de omgevingsvergunning vraagt [verzoeker] :

-alle aantekeningen, inclusief telefoonnotities en/of rapporten van controlebezoeken

uitgevoerd door de toezichthouders van de gemeente;

-alle interne en externe WhatsApp-berichten;

-alle interne e-mails en e-mails tussen gemeente en [bedrijf 1] en gemeente en de

aannemer.

Het besluit

3. Verweerder heeft met het bestreden besluit het verzoek deels ingewilligd onder toepassing van artikel 10, tweede lid, en onder e, van de Wob.1 Deze stukken staan genoemd in de inventarislijst van 20 december 2019 (genummerd 1 tot en met 14). Wat verweerder niet verstrekt zijn een aantal stukken die al openbaar zijn zoals een uitspraak van de rechtbank uit 2015 en de stukken over de omgevingsvergunning. Deze zijn te raadplegen via het bouwarchief. De e-mails waar [verzoeker] in het kader van de omgevingsvergunning om heeft gevraagd zijn geanonimiseerd openbaar gemaakt. Verweerder heeft daarvoor verwezen naar de inventarislijst. Verweerder heeft bij de afdeling vergunningen navraag gedaan naar stukken van de bespreking op 24 mei 2019. Verweerder is meegedeeld dat daar geen stukken van zijn. Verder heeft verweerder nog opgemerkt dat de correspondentie over de behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning en splitsingsvergunning is te raadplegen in het bouwarchief. Daarvoor moet wel een afspraak worden gemaakt met het bouwarchief.

Het verzoek

4. Volgens [verzoeker] is verweerder niet aan zijn verzoek tegemoet gekomen. Er moet meer voorhanden zijn dan wat er nu is verstrekt. Het spoedeisend belang van [verzoeker] bestaat er uit dat hij de documenten wil hebben in verband met een beroepszaak (geregistreerd onder AMS 19/4967). Die zaak gaat over de afwijzing van het handhavingsverzoek betreffende het pand aan de [adres] . Op 19 maart 2020 wordt dat beroep op zitting bij deze rechtbank behandeld.

Ontwikkelingen na de zitting van 26 februari 2020

5.1

Verweerder heeft op 5 maart 2020 aanvullende stukken (e-mails en foto’s van het dak en de dakopbouw gemaakt tijdens de meting) ingezonden met een toelichting.

- Ten aanzien van de aantekeningen van de heer [de persoon 3] van de meting/bijeenkomst op

24 mei 2019.

De heer [de persoon 3] heeft bevestigd dat hij op een notitieblok kort aantekeningen heeft gemaakt van wat er is gebeurd. Deze aantekeningen heeft hij niet meer. Van de resultaten van de metingen van de helling heeft [de persoon 3] geen aantekeningen gemaakt. Hij was niet degene die de metingen heeft verricht. Hij heeft wel in zijn verslag vastgelegd dat de uitkomst van de metingen een verdeeld beeld gaf. [de persoon 3] heeft wel gevraagd om een verslag van de uitkomsten van de metingen, maar dit heeft hij niet gekregen. Het stadsdeel heeft namelijk in plaats daarvan opdracht aan [bedrijf 2] gegeven om een meting te doen. Voor het meten van de dakopbouw was de bijeenkomst op 24 mei 2019 niet belegd, maar hij heeft gezegd: ”Doe maar”. De e-mails en foto’s zijn die van de toezichthouder Bouw en Gebruik die op

24 mei 2019 aanwezig was. Volgens de toezichthouders zijn er geen WhatsApp-berichten gewisseld in de periode 24 mei 2019 en later. Er is geen mailverkeer geweest tussen de aanvrager en de behandelaar over de splitsingsvergunning. De stukken die verweerder nog zal ontvangen betreffende de splitsingsvergunning worden alsnog aan [verzoeker] verzonden.

- Ten aanzien van de metingen op 24 mei 2019.

Bijgesloten zijn de e-mails en foto’s die van de toezichthouder Bouw en Gebruik, die hierbij aanwezig was, zijn ontvangen. De handhaver heeft aangegeven dat hij de metingen zo onbetrouwbaar vond dat hij van mening was dat een professioneel bureau ingeschakeld moest worden.

- Ten aanzien van de WhatsApp-berichten.

De toezichthouder heeft aangegeven dat er geen WhatsApp-berichten zijn gewisseld in de periode 24 mei 2019 en later.

- Ten aanzien van de splitsingsvergunning.

De behandelaar van de aanvraag heeft aangegeven dat tussen hem en de aanvrager of de gemachtigde geen mailverkeer is geweest. [de persoon 1] heeft toegezegd dat zij de stukken met betrekking tot de splitsingsvergunning die zij heeft ontvangen alsnog zal doorsturen, hoewel deze niet onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen. Alle stukken zijn namelijk op te vragen in het bouwarchief.

5.2

[verzoeker] heeft in de e-mail van 5 maart 2020 meegedeeld dat niet aan zijn verzoek is tegemoet gekomen. Er ontbreekt een foto van de hoogte van de toegangsopbouw. Verweerder kan zich er niet achter verschuilen dat er geen verslag is opgemaakt. Er moeten wel WhatsApp-berichten zijn volgens [verzoeker] gelet op een screenshot dat hij heeft meegezonden. Verweerder is er niet op ingegaan of er nog andere e-mailcontacten zijn geweest met betrekking tot de splitsingsvergunning.

Beoordeling door de bestuursrechter

6.1

[verzoeker] treedt in de handhavingsprocedure namens zijn zoon [de persoon 4] op. [verzoeker] heeft aangegeven dat hij de gevraagde documenten nodig heeft in die procedure. De voorzieningenrechter constateert dat verweerder inmiddels veel stukken heeft overgelegd. Dat verweerder in de ogen van [verzoeker] niet volledig aan zijn verzoek is toegekomen, geeft de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.

6.2

[verzoeker] vraagt de voorzieningenrechter om de stukken die betrekking hebben op het Wob-verzoek niet openbaar te maken. Dit staat haaks op het uitgangspunt dat aan de Wob ten grondslag ligt. De Wob gaat juist over het “voor een ieder openbaar maken van informatie”. Dus vanuit Wob-perspectief is er geen haast bij deze procedure.

6.3

[verzoeker] kan bij de bestuursrechter in de handhavingsprocedure aankaarten dat zijns inziens niet “alle op de zaak betrekking hebbende stukken2” zijn overgelegd door het bestuursorgaan. In die beroepsprocedure kan dus aan de orde komen of het dossier volledig is. Daarvoor hoeft [verzoeker] geen afzonderlijk verzoek op grond van de Wob te doen. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2019 (zie rechtspraak.nl ECLI:NL:RVS:2019:4310).

6.4

Tot slot betrekt de voorzieningenrechter in haar oordeel dat er nog stukken door verweerder zijn toegezegd. Ook heeft verweerder afdoende toegelicht waarom er geen notities (meer) beschikbaar zijn.

7. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht door verweerder bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 1 Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: (…) e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; (…).

2 Als bedoeld in artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht